- Arrêt of September 28, 2011

28/09/2011 - 2010/PGA/006875

Case law

Summary

Samenvatting 1

Het opleggen van bijkomende voorwaarden van een probatie-opschorting, is geen nieuwe probatie-opschorting. Daarom kan een herroeping zich wegens gebrek aan voorwerp niet uitsluitend op die bijkomende voorwaarden baseren. Indien de probatie-opschorting met de oorspronkelijke voorwaarden wegens het verstrijken van de herroepingstermijn niet meer herroepen kan worden, is het niet meer mogelijk om wegens schending van de bijkomende voorwaarden te herroepen.


Arrêt - Integral text

Het Hof van Beroep, zitting houdende op 28 september 2011

te Antwerpen, tiende kamer

(...)

Bij vonnis d.d. 02 november 2006 van de correctionele rechtbank van Turnhout werd beklaagde schuldig verklaard aan 13 zware diefstallen en 3 feiten van heling. De uitspraak van de veroordeling werd opgeschort voor een termijn van 3 jaar. De opschorting werd gekoppeld aan de naleving van 6 probatievoorwaarden.

Uit de brief d.d. 28 april 2008 met bijlagen van de voorzitter van de probatiecommissie van het gerechtelijk arrondissement Turnhout aan de procureur des Konings blijkt dat beklaagde de hem opgelegde probatievoorwaarden niet naleefde en dat de probatiecommissie de niet-naleving voldoende erg achtte om ze ter kennis te brengen van het openbaar ministerie.

Het openbaar ministerie dagvaardde beklaagde op 25 augustus 2008 een eerste maal in herroeping van de bij vonnis d.d. 02 november 2006 verleende probatie-opschorting.

Bij vonnis d.d. 09 oktober 2008, op tegenspraak gewezen, oordeelde de correctionele rechtbank van Turnhout dat er vooralsnog geen reden was om tot herroeping over te gaan. Wel werden er voor een periode van twee jaar twee bijkomende voorwaarden opgelegd.

Tegen dit vonnis werd geen hoger beroep ingesteld. Over de wettigheid van dit vonnis dient dit hof niet meer te oordelen.

Uit de brief d.d. 25 september 2009 met bijlagen van de voorzitter van de probatiecommissie van het gerechtelijk arrondissement Turnhout aan de procureur des Konings blijkt dat beklaagde ook na het vonnis d.d. 09 oktober 2008, de hem opgelegde probatievoorwaarden niet naleefde en dat de probatiecommissie de niet-naleving opnieuw voldoende erg achtte om ze ter kennis te brengen van het openbaar ministerie.

Op 15 december 2009 dagvaardde het openbaar ministerie een tweede maal in herroeping van de bij vonnis d.d. 02 november 2006 verleende probatie-opschorting.

Na op tegenspraak gewezen tussenvonnis d.d. 25 februari 2010 van de correctionele rechtbank van Turnhout, bracht het openbaar ministerie op 22 maart 2010 een derde dagvaarding uit, dit in herroeping van "de probatie-opschorting verleend bij vonnis van de correctionele rechtbank te Turnhout dd. 09/10/2008".

Bij vonnis d.d. 27 mei 2010, opzichtens beklaagde bij verstek gewezen, deed de correctionele rechtbank van Turnhout uitspraak over de vordering zoals gesteld in de dagvaarding d.d. 15 december 2009 en over de vordering gesteld in de dagvaarding d.d. 22 maart 2010.

De rechtbank besliste als volgt:

"Stelt vast dat de probatie-opschorting verleend bij vonnis van deze Rechtbank en Kamer van 2 november 2006 niet meer kan worden herroepen wegens het verstreken zijn van de daarin voorziene proeftermijn.

Herroept de probatie-opschorting aan beklaagde toegestaan bij vonnis van de Correctionele Rechtbank en Kamer van 9 oktober 2008".

Beklaagde werd voor de bij vonnis d.d. 02 november 2006 bewezen verklaarde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden.

Het openbaar ministerie berustte in voormeld vonnis d.d. 27 mei 2010.

Voormeld vonnis d.d. 27 mei 2010 werd op 22 juni 2010 overeenkomstig artikel 38 § 1 van het Gerechtelijk Wetboek betekend aan de woonplaats van beklaagde, die op 07 juli 2010 verzet aantekende.

Zoals hoger reeds gesteld was voormeld verzet - bij gebrek aan belang - niet ontvankelijk voor zover dit verzet gericht was tegen die beschikkingen van het bij verstek gewezen vonnis waarbij geoordeeld werd dat de probatie-opschorting verleend bij vonnis d.d. 02 november 2006 niet meer kon herroepen worden.

De eerste rechter heeft in het thans bestreden vonnis op verzet ten onrechte het verzet in zijn totaliteit ontvankelijk verklaard en opnieuw geoordeeld over de vordering tot herroeping van de probatie-opschorting verleend bij vonnis d.d. 02 november 2006.

Op dit punt dient het bestreden vonnis hervormd te worden.

De vordering tot herroeping van "de probatie-opschorting verleend bij vonnis van de correctionele rechtbank te Turnhout dd. 09/10/2008", is zonder voorwerp, nu er bij vonnis d.d. 09 oktober 2008 geen probatie-opschorting verleend werd, er werd daarin enkel geoordeeld over een vordering tot herroeping van de probatie-opschorting verleend bij vonnis d.d. 02 november 2006.

Ook op dit punt dient het bestreden vonnis hervormd te worden.

(...)

Free keywords

  • Probatie-opschorting

  • Bijkomende voorwaarden

  • Herroepingstermijn

  • Geen nieuwe probatie-opschorting

  • Geen voorwerp tot herroeping.