- Arrêt of December 22, 2011

22/12/2011 - 2009/PGA/1773

Case law

Summary

Samenvatting 1

1. Wanneer de politierechter van oordeel is dat de machtiging tot huisvisitatie kan worden verleend op grond van de door de aanvrager aangehaalde elementen en voorgelegde stukken, volstaat het dat hij in de machtiging verwijst naar deze voorgelegde bescheiden en verstrekte toelichting. Het is niet vereist dat deze elementen integraal in de machtiging worden overgenomen. Een controle van de machtiging is wel degelijk mogelijk door samenlezing van de schriftelijke aanvraag tot machtiging, de voorgelegde bescheiden en de inhoud van de machtiging zelf. De rechten van verdediging werden niet geschonden.

2. Er is geen sprake van een strafrechtelijke huiszoeking noch inbeslagname. Beklaagde heeft, nadat hij de gelegenheid kreeg om een raadsman te raadplegen, de ambtenaren van de BBI en de politiediensten rondgeleid in zijn woning, vrijwillig fotokopieën overhandigd en toestemming verleend om documenten mee te nemen, en zijn raadsman was persoonlijk aanwezig tijdens de visitatie. Er dienen geen stukken uit de debatten te worden geweerd.

3. De rechten van verdediging van beklaagden werden niet geschonden doordat er geen inventaris zou zijn opgemaakt. Immers, tijdens de visitatie werd een overzicht opgesteld op basis waarvan kan worden nagegaan welke boekhouding van welke jaren per vennootschap werd meegenomen, van sommige bestanden werden enkel kopieën gemaakt, beklaagden werden op eerste verzoek terug in het bezit gesteld van de door hen gevraagde stukken en beklaagden maken op geen enkele wijze aannemelijk dat er bepaalde documenten verdwenen zouden zijn.


Arrêt - Integral text

Het Hof van Beroep, zitting houdende op 22 december 2011

te Antwerpen, 12e kamer

(...)

II. Motivering ten gronde

Op strafrechtelijk gebied

wat betreft de rechtmatigheid van het verkregen bewijs

1. Op 21.03.2007 vond een fiscale huisvisitatie plaats door de BBI Antwerpen op het adres van beklaagden te Antwerpen, ... . Deze huisvisitatie gebeurde met schriftelijke machtiging van de politierechter te Antwerpen van 15.03.2007.

In hun beroepsconclusie betwisten beklaagden de wettigheid van deze huisvisitatie.

Beklaagden stellen dat de machtiging tot huisvisitatie, door de politierechter van Antwerpen afgeleverd op 15.03.2007 (stukken 1 en 2), onvoldoende gemotiveerd is.

De machtiging tot huisvisitatie moet echter samen gelezen worden met de schriftelijke aanvraag tot huisvisitatie van de BBI van 14.03.2007 (stuk 87), dewelke wel degelijk voldoende gemotiveerd is en waarin verwezen wordt naar concrete elementen die een huisvisitatie verantwoorden.

De machtiging tot visitatie verwijst immers uitdrukkelijk naar de schriftelijke aanvraag tot huisvisitatie van de BBI van 14.03.2007 en naar de voorgelegde bescheiden, om vervolgens te besluiten dat er gegronde vermoedens zijn dat de machtiging met genoegzame redenen gevorderd is.

Wanneer de met de aanvraag gevatte politierechter van oordeel is dat de machtiging tot huisvisitatie kan worden verleend op grond van de door de aanvrager aangehaalde elementen en voorgelegde stukken, volstaat het dat hij in de machtiging verwijst naar deze voorgelegde bescheiden en verstrekte toelichting, zoals in deze gebeurd is. Het is niet vereist dat deze elementen uit de schriftelijke aanvraag om machtiging integraal in de machtiging worden overgenomen.

De politierechter is een onafhankelijke magistraat die in alle objectiviteit de aanvraag tot machtiging beoordeelt op basis van de inhoud van de aanvraag en de bijgevoegde stukken.

Een controle van de afgeleverde machtiging is wel degelijk mogelijk door samenlezing van de schriftelijke aanvraag tot machtiging, de voorgelegde bescheiden en de inhoud van de machtiging zelf. De rechten van verdediging van beklaagden zijn derhalve niet geschonden.

2. Ten onrechte houden beklaagden voor dat de ambtenaren van de BBI ter gelegenheid van de huisvisitatie een echte huiszoeking hebben verricht, waarbij meerdere documenten in beslag werden genomen.

Aangezien het adres van beklaagden zowel hun private woning betreft, alsook de maatschappelijke zetel van meerdere van de betrokken vennootschappen, werd aan de politierechter een machtiging tot visitatie gevraagd.

Uit geen enkel element van het strafdossier blijkt echter dat de ambtenaren van de BBI op 21.03.2007 hun bevoegdheid zouden hebben overschreden door een strafrechtelijke huiszoeking te houden, in plaats van een ‘bezoek' in de woning van beklaagden in de zin van art. 319 W.I.B.

Integendeel, uit stuk 174 blijkt dat beklaagde S., nadat hij de gelegenheid kreeg om een raadsman te raadplegen, hij de ambtenaren van de BBI en de bijgevraagde politiediensten heeft rondgeleid in zijn woning, en dat hij vrijwillig enkele honderden fotokopieën i.v.m. orders, opdrachten, klantenlijsten, contracten en prijsaanvragen, facturen en andere stukken heeft overhandigd aan de aanwezige ambtenaren. Tevens blijkt uit dit stuk dat er kopieën werden genomen van de harde schijven van de aanwezige computers, die ter plaatse bleven.

De raadsman van beklaagde S., zijnde Mr. D. CHRISTIAAN, ..., bleek zelfs persoonlijk aanwezig te zijn tijdens de visitatie, hetgeen een waarborg vormt voor de eerbiediging van de rechten van verdediging van beklaagden (stuk 173).

In het relaas van vaststellingen van de huisvisitatie d.d. 21.03.2007 werd beklaagde S. overigens uitdrukkelijk bedankt voor zijn positieve medewerking aan de huisvisitatie (stuk 294).

In de machtiging d.d. 15.03.2007 werden de ambtenaren van de BBI uitdrukkelijk gemachtigd om de betrouwbaarheid na te gaan van de geïnformatiseerde inlichtingen, gegevens en bewerkingen, door de inzage te vorderen van stukken die zijn opgesteld om op informatiedragers geplaatste gegevens om te zetten in een leesbare en verstaanbare vorm, en hen de mogelijkheid te verschaffen de boeken en stukken te onderzoeken die zich aldaar bevinden.

Gelet op het feit dat beklaagde S. vrijwillig de kopieën van een aantal stukken heeft overhandigd aan de ambtenaren van de BBI, is er geen sprake van een inbeslagname.

Dit gegeven wordt bevestigd door de vaststelling dat beklaagden S. en W. de dag na de visitatie (22 maart 2007) dringend 2 kaften met documenten hebben teruggevraagd aan de BBI. Deze kaften werden onmiddellijk aan beklaagden teruggegeven, waarna beklaagden tekenden voor ontvangst (stuk 175). Goederen die met strafrechtelijk beslag worden bezwaard, worden daags nadien uiteraard niet aan de betrokkenen teruggegeven op hun eerste verzoek.

Op dit document d.d. 22.03.2007 (stuk 175) dat door beklaagde S. werd ondertekend, staat uitdrukkelijk vermeld dat de documenten werden meegenomen met toestemming van betrokkenen op 21.03.2007.

Het feit dat tweede beklaagde W. afwezig was, verhindert niet dat haar echtgenoot eerste beklaagde S. toestemming kon verlenen, hetgeen volstaat.

Uit de door eerste beklaagde S. tijdens de visitatie ondertekende stukken blijkt dat hij voorafgaand minstens stilzwijgend toestemming heeft verleend.

Er bestaat dan ook geen reden om bepaalde stukken of documenten uit de debatten te weren.

3. Beklaagden stellen dat er door de BBI op 21.03.2007 geen inventaris werd opgemaakt van de beweerd inbeslaggenomen documenten en van de gekopieerde documenten, cd's en computerbestanden, hetgeen een schending zou inhouden van de rechten van verdediging van beklaagden.

Het hof stelt vast dat er tijdens de visitatie van 21.03.2007 een overzicht werd opgesteld van enerzijds de kopiename van de harde schijven van de diverse aanwezige computers, externe harde schijf en losse cd's (stukken 177-180), en anderzijds van de overhandigde documenten per vennootschap (...) en enkele andere documenten (stuk 176).

Dit overzicht is weliswaar niet zo gedetailleerd dat elk document afzonderlijk wordt beschreven, doch op basis van dit overzicht kan wel degelijk worden nagegaan welke boekhouding van welke jaren per vennootschap werd meegenomen.

Wat betreft de gegevens aanwezig op de harde schijven van de diverse aangetroffen computers, op de externe harde schijf en op de aangetroffen losse cd's, kunnen de rechten van verdediging van beklaagden niet geschonden zijn, vermits er van deze bestanden enkel kopieën werden gemaakt. De originele gegevensdragers bleven in het bezit van beklaagden, die zodoende hieruit alle gegevens kunnen putten in het kader van hun verdediging.

Uit stuk 175 van het strafdossier blijkt bovendien dat beklaagden op eerste verzoek terug in het bezit werden gesteld van de door hen gevraagde boekhoudkundige stukken met betrekking tot de vennootschap X, nodig voor hun handelsactiviteiten. Indien beklaagden van oordeel waren dat zij nog andere boekhoudkundige stukken nodig hadden voor hun verdediging, hadden zij deze op elk ogenblik kunnen opvragen zoals zij dit gedaan hebben met de boekhoudkundige stukken met betrekking tot de vennootschap X.

Beklaagden maken op geen enkele wijze aannemelijk dat er bepaalde documenten, die zij ter hunnen verdediging zouden kunnen aanvoeren, verdwenen zouden zijn.

Beklaagden stellen verder dat de cd-rom die door de BBI werd samengesteld en aan de kennisgeving aan het parket werd gevoegd, documenten bevatte waarmee zij totaal geen uitstaans hebben. Beklaagden verwijzen in het bijzonder naar stukken 248-266 in verband met BVBA Y. Het hof stelt echter vast dat er geen enkele tenlastelegging gebaseerd is op deze stukken, zodat deze opmerking van beklaagden niet relevant is. Tweede beklaagde W. verklaarde over deze stukken trouwens dat ze misschien te maken hebben met een offerteaanvraag voor een vertaling die is uitgegaan van de firma of van een raadsman (stuk 902).

Het recht op een eerlijk proces van beklaagden werd niet geschonden. Er dienen geen stukken uit de debatten te worden geweerd.

(...)

Free keywords

  • 1. Strafrecht

  • Rechtmatigheid van het bewijs

  • Rechten van verdediging

  • Fiscale huisvisitatie

  • Schriftelijke machtiging van de politierechter

  • Wettigheid

  • Motivering 2. Strafrecht

  • Rechtmatigheid van het bewijs

  • Rechten van verdediging

  • Fiscale huisvisitatie

  • Geen strafrechtelijke huiszoeking noch inbeslagname

  • Toestemming van de betrokkene 3. Strafrecht

  • Rechtmatigheid van het bewijs

  • Rechten van verdediging

  • Fiscale huisvisitatie

  • Inventaris