- Arrêt of March 29, 2011

29/03/2011 - 2005AR2018

Case law

Summary

Samenvatting 1

Een door de rechter aangestelde deskundige kan gewraakt worden om dezelfde redenen als de wraking van rechters, en dus ook wegens wettige verdenking. Zelfs een schijn van partijdigheid moet vermeden worden.


Arrêt - Integral text

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2011/

A.R. nr. 2005/AR/2018-2006/AR/1736-

2006/AR/1833

I. A.R. nr. 2005/AR/2018

INZAKE VAN :

1) Het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1210 BRUSSEL, Koning Albert II-laan 19,

1ste kamer

2) De GEWESTELIJKE STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR VOOR HET GRONDGEBIED VAN DE PROVINCIE VLAAMS BRABANT, in naam van het VLAAMSE GEWEST, de heer J. MELLAERTS, waarvan het kantoor gevestigd is te 3000 LEUVEN, Blijde Inkomststraat 103-105,

3) De heer J. MELLAERTS, GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR VOOR HET GRONDGEBIED VAN DE PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, waarvan het kantoor gevestigd is te 3000 LEUVEN, Blijde Inkomststraat 103-105,

appellanten tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 10 juni 2005,

vertegenwoordigd door Meester Philippe DECLERCQ , advocaat te 3010 LEUVEN sectie KESSEL-LO, Tiensesteenweg 271 ;

TEGEN :

De B.V.B.A. GOLF PRACTICE CLUB, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3090 OVERIJSE, Gemslaan 55, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder het nummer 500.300 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0428.845.611,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Jan GHYSELS, advocaat te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 ;

IN AANWEZIGHEID VAN :

De heer Jan JORIS gerechtsdeskundige, kantoorhoudende te 2930 BRASSCHAAT, Heislagsebaan 153,

deskundige, verschijnend in persoon,

II. A.R. nr. 2006/AR/1736

INZAKE VAN :

1) Het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1210 BRUSSEL, Koning Albert II-laan 19,

2) De GEWESTELIJKE STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR VOOR HET GRONDGEBIED VAN DE PROVINCIE VLAAMS BRABANT, in naam van het VLAAMSE GEWEST, de heer J. MELLAERTS, waarvan het kantoor gevestigd is te 3000 LEUVEN, Blijde Inkomststraat 103-105,

3) De heer J. MELLAERTS, GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR VOOR HET GRONDGEBIED VAN DE PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, waarvan het kantoor gevestigd is te 3000 LEUVEN, Blijde Inkomststraat 103-105,

appellanten tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 25 april 2006,

vertegenwoordigd door Meester Philippe DECLERCQ , advocaat te 3010 LEUVEN sectie KESSEL-LO, Tiensesteenweg 271 ;

TEGEN :

De B.V.B.A. GOLF PRACTICE CLUB, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3090 OVERIJSE, Gemslaan 55, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder het nummer 500.300 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0428.845.611,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Jan GHYSELS, advocaat te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187,

IN AANWEZIGHEID VAN :

1) Het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE GEMEENTE OVERIJSE, waarvan de burelen gevestigd zijn te 3090 OVERIJSE, in het gemeentehuis, Justus Lipsiusplein 9,

2) De GEMEENTE OVERIJSE, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 3090 OVERIJSE, in het gemeentehuis, Justus Lipsiusplein 9,

3) De heer Dirk BRANKAER, in zijn hoedanigheid van burgemeester van de gemeente OVERIJSE, wonende te 3090 OVERIJSE, Eeuwfeestplein 9

opgeroepen partijen,

allen vertegenwoordigd door Meester Igor ROGIERS, advocaat te 9270 KALKEN, Kalkendorp 17A ;

EN IN AANWEZIGHEID VAN :

De heer Jan JORIS gerechtsdeskundige, kantoorhoudende te 2930 BRASSCHAAT, Heislagsebaan 153,

deskundige, verschijnend in persoon,

III. A.R. nr. 2006/AR/1833

1) Het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE GEMEENTE OVERIJSE, waarvan de burelen gevestigd zijn te 3090 OVERIJSE, in het gemeentehuis, Justus Lipsiusplein 9,

2) De GEMEENTE OVERIJSE, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 3090 OVERIJSE, in het gemeentehuis, Justus Lipsiusplein 9,

3) De heer Dirk BRANKAER, in zijn hoedanigheid van burgemeester van de gemeente OVERIJSE, wonende te 3090 OVERIJSE, Eeuwfeestplein 9

appellanten,

allen vertegenwoordigd door Meester Igor ROGIERS, advocaat te 9270 KALKEN, Kalkendorp 17A ;

TEGEN :

1) De B.V.B.A. GOLF PRACTICE CLUB, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3090 OVERIJSE, Gemslaan 55, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder het nummer 500.300 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0428.845.611,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Jan GHYSELS, advocaat te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 ;

2) Het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1210 BRUSSEL, Koning Albert II-laan 19,

3) De GEWESTELIJKE STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR VOOR HET GRONDGEBIED VAN DE PROVINCIE VLAAMS BRABANT, in naam van het VLAAMSE GEWEST, de heer J. MELLAERTS, waarvan het kantoor gevestigd is te 3000 LEUVEN, Blijde Inkomststraat 103-105,

4) De heer J. MELLAERTS, GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR VOOR HET GRONDGEBIED VAN DE PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, waarvan het kantoor gevestigd is te 3000 LEUVEN, Blijde Inkomststraat 103-105,

geïntimeerden,

allen vertegenwoordigd door Meester Philippe DECLERCQ, advocaat te 3010 LEUVEN sectie KESSEL-LO, Tiensesteenweg 271 ;

EN IN AANWEZIGHEID VAN :

De heer Jan JORIS gerechtsdeskundige, kantoorhoudende te 2930 BRASSCHAAT, Heislagsebaan 153,

deskundige, verschijnend in persoon,

Een door de rechter aangestelde deskundige kan gewraakt worden om dezelfde redenen als de wraking van rechters, en dus ook wegens wettige verdenking. Zelfs een schijn van partijdigheid moet vermeden worden.

1. De procedure en het onderwerp van de vordering

Dit arrest wordt gewezen na tegenspraak.

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waaronder artikel 24, zijn nageleefd.

Bij arrest van dit hof van 30 juli 2009 is in de zaken 2006/AR/1736 en 2006/AR/1833 de heer Martin SCHOUKENS aangesteld als deskundige; bij arrest van 13 oktober 2009 werd hij vervangen door de heer Jan JORIS.

Op de zitting van 6 december 2010 werd de zaak behandeld met toepassing van artikel 973 met betrekking tot:

- de vraag van de deskundige om een bijkomende provisie (zijn brief van 15 oktober 2010),

- de opmerking van de BVBA GOLF PRACTICE CLUB over de rol van de VZW VLAAMSE JONGEREN bij het deskundig onderzoek (haar brieven van 12 en 26 november 2010)

- de vraag van de partijen OVERIJSE met betrekking tot de verrichtingen van de deskundige over punten waarover het hof reeds heeft beslist bij arrest van 30 juli 2009 (hun brief van 29 november 2010).

Op de zitting van 6 december 2010 hebben de partijen OVERIJSE aan de deskundige gevraagd of hij de golfsport beoefent. Op aandringen van het hof heeft de deskundige antwoord gegeven; hij heeft meegedeeld dat hij lid is van een Golfclub RINKVEN en daar deel uitmaakt van een "comité groen", maar dat hij niet of nauwelijks speelt.

Bij verzoekschrift neergelegd op de griffie op 14 december 2010 vragen de partijen OVERIJSE de wraking van de deskundige.

Bij brief van 16 december 2010 heeft de deskundige meegedeeld dat hij de wraking betwist.

In die omstandigheden heeft het hof bij arrest van 11 januari 2011 de uitspraak over de op de zitting van 6 december 2010 behandelde vragen opgeschort.

De partijen en de deskundige zijn vervolgens opgeroepen en gehoord in raadkamer op de zitting van 7 maart 2011.

De partijen OVERIJSE handhaven ter zitting hun verzoek; het VLAAMSE GEWEST, de stedenbouwkundige inspecteur en de heer MELLAERTS sluiten zich erbij aan. De deskundige bevestigt de betwisting van het verzoek, en de BVBA GOLF PRACTICE CLUB pleit de afwijzing van het verzoek.

2. De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen

Ten onrechte werpt de BVBA GOLF PRACTICE CLUB op dat het wrakingsverzoek laattijdig is. Het blijkt niet dat de partijen OVERIJSE daadwerkelijk kennis hadden van de beweerde wrakingsgrond voor 6 december 2011, zodat het verzoekschrift van 14 december 2010 is neergelegd binnen de termijn van 8 dagen bepaald in artikel 970 van het Gerechtelijk Wetboek.

Artikel 966 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de deskundigen kunnen gewraakt worden om dezelfde redenen als de rechters. Onder de in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek limitatief opgesomde redenen tot wraking komt in deze alleen artikel 828. 1° in aanmerking: de wettige verdenking.

Met de verzoekende partijen is het hof van oordeel dat het lidmaatschap van de deskundige van een "comité groen" van een golfclub en zijn houding daarover een gewettigde verdenking kunnen doen ontstaan bij partijen over zijn geschiktheid om met de vereiste onafhankelijkheid en onpartijdigheid onderzoek te doen en advies te verlenen. Het hof beklemtoont dat daarbij niet een bewezen partijdigheid aan de orde is, maar dat elke schijn van partijdigheid moet vermeden worden.

De deskundige is in zijn privéleven actief in een vereniging die dezelfde activiteit heeft als de procespartij de BVBA GOLF PRACTICE CLUB, en in het bijzonder in een "comité groen". In zijn brief van 16 december 2010 noemt hij dat "het terreincomité"; hij stelt dat hij advies verleent aan het comité met betrekking tot het groen en meer bepaald het beheer van de bomen en het bos, maar dat hij zich niet bezig houdt met terreinaspecten. De functie van het comité groen of terreincomité wordt niet precies beschreven, maar het mag aangenomen worden dat dit comité bezig is met de inrichting of het beheer van het terrein of van de begroeiing op het golfterrein en dat het dus actief betrokken is bij de impact van de terreininrichting op het milieu. Dat laatste is voorwerp van het in deze bevolen onderzoek.

Dat deze activiteit van de deskundige kan vermoed worden relevant te zijn voor huidige opdracht, vindt bovendien bevestiging in de aanvankelijke weigering van de deskundige op de zitting van 6 december 2010 om te antwoorden op de vraag naar zijn mogelijke golfactiviteiten. Indien de deskundige van mening was dat deze activiteit zonder belang was voor zijn functioneren als deskundige, hoefde hij de vraag daarover niet te ontwijken.

De deskundige die weet dat er een grond van wraking tegen hem bestaat, moet zich onthouden (zoals ook een rechter, artikel 831 van het Gerechtelijk Wetboek), tenzij de partijen hem vrijstelling verlenen (artikel 967 van het Gerechtelijk Wetboek). Zoals hoger vermeld gelden voor de deskundige dezelfde wrakingsgronden als voor rechters. De rechter die lid is van een terreincomité in een golfclub zal zich in een dossier met een voorwerp als het huidige onthouden.

Met toepassing van artikel 971 van het Gerechtelijk Wetboek wordt hieronder een nieuwe deskundige aangewezen met dezelfde opdracht.

Met betrekking tot de vragen behandeld op de zitting van 6 december 2010 zijn alleen de tweede en de derde nog relevant.

De tussenkomst van de VZW VLAAMSE JONGEREN is bij arrest van 30 juli 2009 niet ontvankelijk verklaard. Zij is dus geen partij bij het deskundig onderzoek.

Behoudens overeenstemming tussen de partijen geeft de deskundige alleen advies over de in het arrest bepaalde opdracht (artikel 962, 3de lid van het Gerechtelijk Wetboek). Wat het hof reeds heeft beslist, zal het normaal niet meer hebben opgenomen in het voorwerp van het onderzoek. Een onderzoek naar reeds beslechte punten zal dan buiten de opdracht van de deskundige liggen. Ongeacht het uiteindelijk advies van de deskundige kan het hof uiteraard geen beslissing meer nemen over de punten waarover het in het arrest van 30 juli 2009 zijn rechtsmacht reeds heeft uitgeput.

3. Het beschikkend gedeelte

Op grond van de bovenstaande overwegingen neemt het hof volgende beslissing.

Het hof staat de wraking toe van de heer Jan JORIS als deskundige in huidige procedure;

Het hof stelt aan als deskundige, de heer Jonas D'HOORE, wonende te 8490 Jabbeke, Zuidstraat 15, tel. 0473/32.56.02, tuinarchitect met als opdracht de opdracht omschreven in het arrest van dit hof van 30 juli 2009.

Zegt dat de deskundige zijn opdracht zal uitvoeren met toepassing van de bepalingen van de artikelen 962 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek zoals gewijzigd door onder meer de wet van 30 december 2009.

Zegt dat de deskundige zijn eindverslag zal neerleggen ten laatste op 3 oktober 2011.

Zegt dat de deskundige zijn ereloon zal aanrekenen aan uurtarief en zijn kosten zal aanrekenen per eenheid;

Bepaalt het voorschot op de prijs van het onderzoek op 3.000,00 EUR, en zegt dat het VLAAMSE GEWEST dit zal consigneren op de griffie van het hof ten laatste op 18 april 2011; zegt dat 2.000,00 EUR daarvan onmiddellijk kunnen worden vrijgegeven aan de deskundige;

Verzendt de zaak voor het overige naar de bijzondere rol;

Houdt de beslissing over de kosten aan;

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke terechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 29 maart 2011.

Waar aanwezig waren:

Dhr. M. Debaere, Raadsheer,

Mevr. B. Heymans, Griffier.

B. Heymans M. Debaere

Free keywords

  • Deskundige. Wraking. Wettige verdening. Schijn van partijdigheid. Vervanging