- Arrêt of December 5, 2011

05/12/2011 - 2008na1

Case law

Summary

Samenvatting 1

Artikel 55 van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen houdt een afwijking in op het beginsel dat de in het ongelijk gestelde partij in de gedingkosten wordt verwezen. De BELGISCHE STAAT kan de kosten die verband houden met de door hem gestelde proceshandelingen niet verhalen op de schadelijder, maar is niet gehouden tot betaling van de rechtsplegingsvergoeding van de schadelijder die in het ongelijk is gesteld.


Arrêt - Integral text

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2011/

Wet 12 juli 1976 schadeherstel natuurrampen

A.R. nr. 2008/NA/8

INZAKE VAN :

De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1000 BRUSSEL, Leuvenseweg 1,

appellant tegen een beslissing van de Gouverneur van de Provincie Vlaams-Brabant d.d. 5 november 2008, beslissing bekend onder het rampenschadedossiernummer 1.841.91/CAL/05/ B/0/1/113,

vertegenwoordigd door Meester Henry VAN BURM, advocaat te 9000 GENT, Cyriel Buyssestraat 12,

1ste kamer

TEGEN :

De heer C. D.,

geïntimeerde, niet verschijnende, noch iemand voor hem;

__________________________________

Artikel 55 van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen houdt een afwijking in op het beginsel dat de in het ongelijk gestelde partij in de gedingkosten wordt verwezen. De BELGISCHE STAAT kan de kosten die verband houden met de door hem gestelde proceshandelingen niet verhalen op de schadelijder, maar is niet gehouden tot betaling van de rechtsplegingsvergoeding van de schadelijder die in het ongelijk is gesteld

1. De feiten en de procedure

Een Koninklijk Besluit van 25 oktober 2005 bepaalt dat de hevige regenval plaatselijk vergezeld van grote hagelkorrels die heeft plaatsgevonden op 29 juni 2005 op het grondgebied van onder meer de gemeente Overijse wordt beschouwd als een algemene ramp die de toepassing rechtvaardigt van artikel 2, § 1, 1°, van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen.

Op 24 februari 2006 deed de heer D. aan de gouverneur van de provincie Vlaams Brabant aanvraag tot tegemoetkoming voor geleden schade. Bij beslissing van 5 november 2008 kende de gouverneur een herstelvergoeding toe van 6.544,64 EUR.

Bij aangetekende brief van 19 november 2008 deelde de gouverneur de beslissing mee aan de BELGISCHE STAAT, die deze ontving op 24 november 2008.

De BELGISCHE STAAT stelde voorziening in bij verzoekschrift neergelegd op de griffie van het hof op 18 december 2008. Het verzoekschrift is neergelegd binnen de termijn bepaald in artikel 22 §1 van de wet van 12 juli 1976. De voorziening is dus ontvankelijk.

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waaronder art. 24, zijn nageleefd.

Het arrest wordt gewezen op verstek.

2. Het onderwerp van de vordering

De BELGISCHE STAAT vraagt de beslissing te hervormen en te zeggen dat geen vergoeding verschuldigd is omdat de enige oorzaak van de schade bestond uit hagel.

3. De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen

De heer D. vermeldde inderdaad in zijn aanvraag onder de oorzaak van de schade alleen "hagel".

Artikel 4, 4°, b) van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen sluit van de toepassing van de wet uit, de schade veroorzaakt aan de in artikel 3 bepaalde goederen, telkens de schade veroorzaakt is door risico's die normaal door verzekeringscontracten kunnen worden gedekt, namelijk de hagel, uitsluitend voor de beplantingen, teelten en oogsten te velde die uitdrukkelijk door de Koning aangeduid worden.

Artikel 1 van het Koninklijk besluit van 14 juli 1977 tot vaststelling van de beplantingen, teelten en oogsten te velde die, voor toepassing van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen, normaal door een verzekeringscontract tegen hagel kunnen gedekt worden, noemt onder de beplantingen, teelten en oogsten te velde, bedoeld in artikel 4, 4°, b, van de wet van 12 juli 1976 onder meer tarwe.

De heer D. vermeldde in zijn aanvraag onder de aard van de teelt alleen "wintertarwe".

De heer D. kan derhalve geen vergoeding krijgen met toepassing van de wet van 12 juli 1976.

De BELGISCHE STAAT vraagt te zeggen dat er geen gerechtskosten zijn.

Artikel 55 van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen houdt een afwijking in op het beginsel dat de in het ongelijk gestelde partij in de gedingkosten wordt verwezen. De BELGISCHE STAAT kan de kosten die verband houden met de door hem gestelde proceshandelingen niet verhalen op de schadelijder, maar is niet gehouden tot betaling van de rechtsplegingsvergoeding van de schadelijder die in het ongelijk is gesteld .

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende bij verstek,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart de voorziening van de BELGISCHE STAAT ontvankelijk en gegrond als volgt:

Zegt dat de heer C. D. geen recht heeft op vergoeding met toepassing van de wet van 12 juli 1976 van de door hem geleden schade aan wintertarwe als gevolg van de hevige regenval plaatselijk vergezeld van grote hagelkorrels die heeft plaatsgevonden op 29 juni 2005.

Zegt dat er geen kosten verschuldigd zijn.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

5/12/2011

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

Free keywords

  • Wet van 12 juli 1976. Natuurampen. Toepassingsveld ratione materiae. Schade door hagel. Procedure in hoger beroep. Art 55 van deze wet van 14 juli 1976 inzake de gerechtskosten en de rechtsplegingsvergoeding. Slactofferr die in het ongelijk is gesteld.