- Arrêt of March 21, 2011

21/03/2011 - 2008-AR-3132

Case law

Summary

Samenvatting 1

Uitdrukkingen en gezegden in een andere taal dan die van de rechtspleging zijn toegestaan, op voorwaarde dat ze ingeburgerd zijn. Voor het overige moeten alle argumenten, middelen en rechte en in feite, in de taal van de rechtspleging zijn, minstens moet er een, zij het beknopte, vertaling van zijn opgenomen.


Arrêt - Integral text

Hof van beroep

te Gent

7de Kamer

_______________

Terechtzitting

van

21 maart 2011

_______________

Samengevoegde

Zaken:

2008/AR/3132

2009/AR/0542

2009/AR/0697

2009/AR/0741

2009/AR/0754

_________________

TUSSENARREST

_________________

Heropening der

debatten op

20-06-2011 om

16.30 u (30')

_________________

2008/AR/3132 In de zaak van:

1. B.......... N............l, bestuurder van vennootschappen, wonende te .................................

2. S.............. F.............., bestuurder van vennootschappen, wonende te ...............................

appellanten tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde van 30 september 2008, bij verzoekschrift neergelegd op 24 december 2008,

hebbende beiden als raadslieden mr. GONTHIER Claude en mr. BUSSCHAERT Vincent, beiden advocaat te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3,

tegen:

D...... R.......................... E.................., advocaat, met kantoor te ....................., in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van SHIRTS INTERNATIONAL NV, met zetel te 9200 DENDERMONDE, Noordlaan 91/1, KBO nr. 0446.721.523, daartoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel van 23 november 1994,

geïntimeerde q.q.,

hebbende als raadsman mr. VAN DOOREN Hans, advocaat te 9220 HAMME, Stationsstraat 50,

En in aanwezigheid van navolgende partijen:

1. V............ F........, bestuurder van vennootschappen, wonende te ................................ woonstkeuze doende bij zijn raadsman mr. LIEVENS Jozef, advocaat te 8500 KORTRIJK, Pres. Kennedypark 37,

aangezegde partij,

hebbende als raadsman mr. LIEVENS Jozef, advocaat te 8500 KORTRIJK, Pres. Kennedypark 37,

2. V....... D.......... F................, wonende te ..............

3. V........ D............ J..........., wonende te ...............

aangezegde partijen,

hebbende als raadsman mr. DERYCKERE Benoît, advocaat te 1060 BRUSSEL, Wafelaertsstraat 36,

En:

2009/AR/0542 In de zaak van:

1. V....... D........ F............, wonende te ...............

2. V..... D........ J..........., wonende te ...............,

appellanten tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde van 30 september 2008, bij verzoekschrift neergelegd op 3 maart 2009,

hebbende als raadsman mr. DERYCKERE Benoît, advocaat te 1060 BRUSSEL, Wafelaertsstraat 36,

tegen:

D..... R............. E..........., advocaat, met kantoor te ....................., in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van SHIRTS INTERNATIONAL NV, met zetel te 9200 DENDERMONDE, Noordlaan 91/1, KBO nr. 0446.721.523, daartoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel van 23 november 1994,

geïntimeerde q.q.,

hebbende als raadsman mr. VAN DOOREN Hans, advocaat te 9220 HAMME, Stationsstraat 50,

En in aanwezigheid van navolgende partijen:

1. V............. F...........p, bestuurder van vennootschappen, wonende te ........................... woonstkeuze doende bij zijn raadsman mr. LIEVENS Jozef, advocaat te 8500 KORTRIJK, Pres. Kennedypark 37,

aangezegde partij,

hebbende als raadsman mr. LIEVENS Jozef, advocaat te 8500 KORTRIJK, Pres. Kennedypark 37,

2. B............. N.............l, bestuurder van vennootschappen, wonende te ..............................

3. S............. F..............., bestuurder van vennootschappen, wonende te .......................

aangezegde partijen,

hebbende beiden als raadslieden mr. GONTHIER Claude en mr. BUSSCHAERT Vincent, beiden advocaat te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3,

En:

2009/AR/697 In de zaak van:

1. V....... D........ F........., wonende te .......................

2. V....... D.......... J.........., wonende te ......................

appellanten tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde van 30 september 2008, bij verzoekschrift neergelegd op 16 maart 2009,

hebbende als raadsman mr. DERYCKERE Benoît, advocaat te 1060 BRUSSEL, Wafelaertsstraat 36,

tegen:

D........R.............. E.............., advocaat, met kantoor te .............., in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van SHIRTS INTERNATIONAL NV, met zetel te 9200 DENDERMONDE, Noordlaan 91/1, KBO nr. 0446.721.523, daartoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel van 23 november 1994,

geïntimeerde q.q.,

hebbende als raadsman mr. VAN DOOREN Hans, advocaat te 9220 HAMME, Stationsstraat 50,

En in aanwezigheid van navolgende partijen:

1. V...........F................, bestuurder van vennootschappen, wonende te .............................. woonstkeuze doende bij zijn raadsman mr. LIEVENS Jozef, advocaat te 8500 KORTRIJK, Pres. Kennedypark 37,

aangezegde partij,

hebbende als raadsman mr. LIEVENS Jozef, advocaat te 8500 KORTRIJK, Pres. Kennedypark 37,

2. B................ N.........., bestuurder van vennootschappen, wonende te ......................

3. S............... F................., bestuurder van vennootschappen, wonende te .................................

aangezegde partijen,

hebbende beiden als raadslieden mr. GONTHIER Claude en mr. BUSSCHAERT Vincent, beiden advocaat te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3,

En:

2009/AR/0741 In de zaak van:

V............... F............., bestuurder van vennootschappen, wonende te ......................................, woonstkeuze doende bij zijn raadsman mr. LIEVENS Jozef, advocaat te 8500 KORTRIJK, Pres. Kennedypark 37,

appellant tegen het vonnissen van de rechtbank van koophandel te Dendermonde van 13 juni 2001, 22 juli 2002, 5 januari 2004 en 30 september 2008, bij verzoekschrift neergelegd op 20 maart 2009,

hebbende als raadsman mr. LIEVENS Jozef, advocaat te 8500 KORTRIJK, Pres. Kennedypark 37,

tegen:

D........R............. E............, advocaat, met kantoor te ........................ in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van SHIRTS INTERNATIONAL NV, met zetel te 9200 DENDERMONDE, Noordlaan 91/1, KBO nr. 0446.721.523, daartoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel van 23 november 1994,

geïntimeerde q.q.,

hebbende als raadsman mr. VAN DOOREN Hans, advocaat te 9220 HAMME, Stationsstraat 50,

En in aanwezigheid van navolgende partijen:

1. V......D........F........, wonende te ...................,

2. V....... D....... J.............., wonende te .................

Aangezegde partijen,

hebbende beiden als raadsman mr. DERYCKERE Benoît, advocaat te 1060 BRUSSEL, Wafelaertsstraat 36,

3. B............. N........., bestuurder van vennootschappen, wonende te ..........................

4. S............. F..........., bestuurder van vennootschappen, wonende te ......................

aangezegde partijen,

hebbende beiden als raadslieden mr. GONTHIER Claude en mr. BUSSCHAERT Vincent, beiden advocaat te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3,

En:

2009/AR/0754 In de zaak van:

1. B...................... N.............., bestuurder van vennootschappen, wonende te ....................................

2. S............. F..................., bestuurder van vennootschappen, wonende te .................................

appellanten tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde van 30 september 2008, bij verzoekschrift neergelegd op 24 december 2008, bij verzoekschrift neergelegd op 23 maart 2009,

hebbende beiden als raadslieden mr. GONTHIER Claude en mr. BUSSCHAERT Vincent, beiden advocaat te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3,

tegen:

D........ R........... E....................., advocaat, met kantoor te ....................................., in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van SHIRTS INTERNATIONAL NV, met zetel te 9200 DENDERMONDE, Noordlaan 91/1, KBO nr. 0446.721.523, daartoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel van 23 november 1994,

geïntimeerde q.q.,

hebbende als raadsman mr. VAN DOOREN Hans, advocaat te 9220 HAMME, Stationsstraat 50,

En in aanwezigheid van navolgende partijen:

1. V............. F.................., bestuurder van vennootschappen, wonende te .........................woonstkeuze doende bij zijn raadsman mr. LIEVENS Jozef, advocaat te 8500 KORTRIJK, Pres. Kennedypark 37,

aangezegde partij,

hebbende als raadsman mr. LIEVENS Jozef, advocaat te 8500 KORTRIJK, Pres. Kennedypark 37,

2. V........ D.................. F............., wonende te .................

3. V........ D......... J........., wonende te ...................

aangezegde partijen,

hebbende beiden als raadsman mr. DERYCKERE Benoît, advocaat te 1060 BRUSSEL, Wafelaertsstraat 36,

velt het hof het volgend arrest:

De partijen zijn alle gehoord in openbare terechtzitting.

*

Gezien de vijf hoger beroepen die alle minstens betrekking hebben op het zelfde eindvonnis van 30 september 2008 gewezen door de rechtbank van koophandel te Dendermonde, zesde kamer, in de zaak aldaar gekend onder AR.R. 847/97-66/2000.

Waar alle hoger beroepen minstens op het voormelde eindvonnis van 30 september 2008 betrekking hebben, is het aangewezen ze alle te voegen wegens hun evidente samenhang, teneinde tegenstrijdige beslissingen te vermijden.

VOORAF: NIETIGHEID VAN DE BESLUITEN NEERGELEGD DOOR MR.E.DE RIDDER q.q. OP 30 SEPTEMBER 2009

I.

Filip Verbeke werpt op dat de besluiten neergelegd door Mr. E.De Ridder q.q. op 30 september 2009 nietig zijn wegens strijdigheid met de taalwetgeving.

Conclusies zijn akten van rechtspleging en moeten onder toepassing art. 24 en 40, eerste lid van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in de onderhavige beroepsprocedure tegen het vonnis / de vonnissen van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, in het Nederlands worden opgesteld.

De taalwetgeving is van openbare orde.

Overeenkomstig art. 744 Ger.W. moeten de conclusies, voor hun regelmatigheid, uitdrukkelijk de eisen van de concluderende partij uiteenzetten alsook de middelen in feite en rechte waarop iedere eis steunt.

De uiteenzetting van die middelen in feite en in rechte moet dan ook verricht worden in de taal van de rechtspleging, in casu in het Nederlands.

De concluderende partij oordeelt zelf hoe gedetailleerd zij haar middelen in feite en in rechte uiteenzet.

Op een tiental plaatsen, met name op blz. 11, 13, 14, 15, 17-18, 18, 18-19, 20, 24 en 33 worden in de besluiten voor de curator over het faillissement van de NV Shirts International, ruime citaten opgenomen in de Franse taal uit dossierstukken, rechtsleer, rechtspraak en zelfs een parlementair werk (zie o.m. kwestieuze besluiten blz. 15: " Dat deze bepaling in de vennootschapswet werd ingevoerd met de duidelijke bedoeling om zich te richten tegen "ceux qui laissent les sociétés dont ils sont des dirigeants de droit ou de fait tomber en faillite sans conséquence dommageable pour leur patrimoine personnel" (gedr. St., Senaat, nr. 415/1, p.47) ").

De citaten zijn dusdanig opgenomen dat zij telkens als middelen in feite dan wel in rechte overkomen tot de ondersteuning van de vorderingen, terwijl zij op geen enkele wijze beknopt worden omschreven in de Nederlandse taal, laat staan dat zij letterlijk worden vertaald.

De voorliggende aanhalingen in een andere taal dan die van de Nederlandse taal, zonder de vertaling of de weergave van de (zakelijke) inhoud (of de teneur) ervan, leiden tot de nietigheid van de desbetreffende akte van rechtspleging (cf. Cass. 18 oktober 2004, R.W., 2005-2006, 547-548, met noot van J.Laenens).

De Franstalige citaten zijn anderzijds geen uitdrukkingen of gezegden, waarvan in alle redelijkheid mag worden aangenomen dat zij ingeburgerd zijn in het gewone taalgebruik of in de sector waarin de betwistingen zich afspelen of ingeburgerd in de "juridische wereld".

Zo maakt het hof hoegenaamd geen enkele opmerking in verband met de tweetal malen dat de curator het heeft over "pour les besoins de la cause" (vrij vertaald door het hof: ‘voor de noodwendigheden van de zaak') (cf. Cass. 22 mei 2009, R.W., 2009-2010, blz. 671 e.v., met noot van D. Lindemans - waar het arrest het gebruik van ‘Nul de plaide par procureur' in een Nederlandse rechtspleging moest beoordelen).

Binnen het kader van uitdrukkingen en gezegden moet er alleszins soepel worden geoordeeld.

De citaten - waar het hof in al zijn nodige soepelheid niet overheen kan kijken - die de curator opneemt in zijn besluiten zijn evenwel geen uitdrukkingen of gezegden.

De appellanten moeten, binnen de context van de toepasselijke taalwetgeving, van alle argumenten - middelen in rechte en in feite - kennis kunnen nemen in de taal van de rechtspleging, of zij de andere taal die is gebruikt, kennen of niet kennen.

Overigens, in een tijd waarin de vraag naar begrijpelijke juridische teksten groot blijkt, is een wettelijke bescherming tegen vreemd taalgebruik in procesakten geen luxe (cf. D.Lindemans, noot onder Cass. 22 mei 2009, t.a.p., 674).

Het hof kan niet anders dan de desbetreffende besluiten nietig te verklaren wegens strijdigheid met de taalwetgeving.

II.

Uit wat voorafgaat volgt dat het hof in de voorliggende, thans gevoegde, beroepsprocedures geen voor de curator genomen besluiten voor zich heeft.

Het hof heropent de debatten met de vraag aan de partijen gemotiveerd standpunt in te nemen over

- welke de gevolgen zijn van het ontbreken van besluiten voor de curator ten gevolge van de toepassing van de taalwetgeving en daarbij aansluitend over,

- welke verplichtingen er zijn voor het hof om de debatten binnen het gepaste en wettelijke kader verder te doen verlopen.

OP DEZE GRONDEN,

HET HOF,

Recht doende op tegenspraak;

Bevestigt dat toepassing is gemaakt van artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken;

Voegt alle voormelde hoger beroepsprocedures;

Verklaart de besluiten voor Mr. Eugeen De Ridder q.q., neergelegd op 30 september 2009 nietig;

Heropent ambtshalve de debatten met de vraag aan de partijen gemotiveerd standpunt in te nemen nopens

- de gevolgen zijn van het ontbreken van besluiten voor de curator ten gevolge van de toepassing van de taalwetgeving en

- de gebeurlijke verplichtingen voor het hof om de debatten binnen het gepaste en wettelijke kader verder te doen verlopen.

Dagstelt de zaak voor de verdere behandeling op de terechtzitting van

MAANDAG 20 JUNI 2011 om 16.30 u. (30 minuten pleittijd)

Bepaalt de door de partijen te volgen conclusietermijnen als volgt, waarbij de conclusies moeten worden toegezonden aan de respectievelijk andere partijen én neergelegd ter griffie:

- voor de curator over het faillissement van de NV Shirts International uiterlijk op 9 mei 2011

- de appellanten uiterlijk op 30 mei 2011

- voor de curator over het faillissement van de NV Shirts International 14 juni 2011.

Houdt de beslissing omtrent de gerechtskosten aan.

Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit:

Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend kamervoorzitter,

Frank Deschoolmeester, raadsheer,

Geneviève Vanderstichele, raadsheer,

bijgestaan door Kristoffel Goossens, griffier en uitgesproken door de kamervoorzitter in openbare terechtzitting op maandag éénentwintig maart tweeduizend en elf.

Free keywords

  • Taalwet in gerechtszaken

  • nietigheid