- Arrêt of December 12, 2011

12/12/2011 - 2010/AR/3229

Case law

Summary

Samenvatting 1

Het eventuele bevoorrecht karakter voor de kosten gemaakt voor het behoud van de zaak gaat verloren in geval van onroerend making door bestemming, tenzij de schuldeiser de facturen ter griffie heeft neergelegd, overeenkomstig artikel 20, 5°, derde tot en met zesde lid Hyp.Wet.

De trekkers en koelvrachtwagen, eigendom van een vleesverwerkend bedrijf en bestemd voor de exploitatie van dat bedrijf, zijn onroerend door bestemming.


Arrêt - Integral text

Zevende Kamer van het Hof van beroep te Gent

Terechtzitting van 12 december 2011.

2010/AR/3229 - In de zaak van:

D. R. S., advocaat, met kantoor te ......................................., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de ANROMEAT N.V., met zetel te 8890 MOORSLEDE, Meensesteenweg 218, KBO nr. 0422.822.010, hiertoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Ieper van 25 juli 2008,

Appellant q.q., in persoon, (referte: 08.5501/SDR/SDR)

tegen:

GARAGE WEST TRUCKS N.V., met zetel te 8980 GELUVELD, Reutelhoekstraat 1a, ingeschreven met KBO-nummer 0458.073.194.,

geïntimeerde,

hebbende als raadsman mr. VERMANDERE Eva, advocaat te 8800 ROESELARE, Henrie Horriestraat 40/1,

(referte:E10-11.451)

velt het hof het volgend arrest:

I Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep

1.

Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 10 december 2010 tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Ieper, enige kamer, (079/09) van 11 oktober 2010.

Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd.

2.

Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen.

De procedure gebeurde op tegenspraak.

Er werd kennis genomen van de overtuigings- en procedurestukken.

II Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aanleg

3.

De overblijvende betwisting betreft de vragen of:

1) de Wet op het taalgebruik in gerechtszaken geschonden is door de opname van een tekst in het verzoekschrift in hoger beroep in een andere taal dan het Nederlands;

2) de schuldvordering van de nv Garage West Trucks al dan niet in het bevoorrecht passief moeten worden opgenomen.

4.

Voor de uiteenzetting van de voornaamste feiten wordt verwezen naar het bestreden vonnis. Voor zover nodig, worden ze hierna bij de bespreking herhaald.

5.

De eerste rechter oordeelde dat:

1) er geen rechtsgeldige verkoop van de vrachtwagen tot stand gekomen was en zelfs in geval van een rechtsgeldige verkoop, de betaling door middel van schuldvergelijking niet tegenwerpelijk is aan de boedel op grond van artikel 17,2° Hyp.W.. Op die grond wordt de tegeneis van de curator toegekend.

2) de schuldvordering van de nv Garage West Trucks ten bedrage van euro 26.365,65 in het buitengewoon passief opgenomen wordt omdat de uitgevoerde onderhoudswerken noodzakelijk waren om de handelsactiviteiten te kunnen verder zetten.

III Grieven - Voorwerp van het hoger beroep

6.

Voor de uiteenzetting van de grieven wordt verwezen naar het verzoekschrift in hoger beroep.

7.

De nv Garage West Trucks vordert de nietigverklaring, niet toelaatbaar, onontvankelijk verklaring, minstens de ongegrond verklaring van het hoger beroep.

Zij stelt geen incidenteel hoger beroep in tegen de toelaatbaar en gegrond verklaring van de oorspronkelijke tegenvordering van de curator.

IV Bespreking

8.

Op pagina 7 van het verzoekschrift in hoger beroep neemt de curator een citaat op uit het arrest van het Hof van Cassatie van 11 september 1980 ter illustratie van het tweede middel dat hij opwerpt. In dat citaat citeert het Hof van Cassatie De Page in het Frans.

Dit citaat in een citaat leidt niet tot de nietigheid van het verzoekschrift tot hoger beroep wegens schending van de taalwetgeving. De betrokken passage stoffeert en onderbouwt het middel verder. Het middel zelf is duidelijk en voldoende uiteengezet in het Nederlands in het verzoekschrift.

De curator gebruikt ook de uitdrukking "à la limite" in het verzoekschrift tot hoger beroep. Ook hier betreft het een illustratie van wat geargumenteerd wordt en is de processuele regelmatigheid van de akte niet aangetast. Bovendien bekomt de uitdrukking slechts betekenis als ze in een volledige zin geplaatst wordt. De uitdrukking op zich, in een Nederlandstalige zin is dan ook aanvaardbaar. Tot slot is het Hof van oordeel dat "à la limite" een uitdrukking is die ingeburgerd is in het gewone Nederlandse taalgebruik (cf. Cass. 22 mei 2009, R.W. 2009-2010, blz. 671 e.v. met noot van D.Lindemans).

De exceptie van nietigheid wordt op grond van het voorgaande verworpen.

9.

Artikel 524 B.W. bepaalt dat voorwerpen die de eigenaar van een erf voor de dienst en de exploitatie van dat erf daarop geplaatst heeft, onroerend zijn door bestemming.

De nv Anromeat, failliet verklaard, had als handelsactiviteit de verwerking van vlees.

De trekkers waaraan de nv Garage West Trucks onderhoudswerken uitvoerde, waren eigendom van de gefailleerde. Zij dienden voor het trekken van koelinstallaties voor het vervoer van vlees, dus om de handelsactiviteit van de gefailleerde naar behoren te kunnen uitvoeren. De nv Anromeat was ook eigenaar van een koelvrachtwagen, die zij gebruikte om het verwerkte vlees te vervoeren. Ook met betrekking tot onderhoud aan deze vrachtwagen vordert de nv Garage West Trucks de opname in het bevoorrecht passief.

De nv Anromeat was niet alleen eigenaar van het genoemde rollend materieel, zij was ook eigenaar van de onroerende goederen waarin de activiteit uitgeoefend werd.

Het rollend materieel was aangepast aan de dienst en de exploitatie van het bedrijf, dat gevestigd was in het onroerend goed van de nv Anromeat. Het vormde er met het oog op de exploitatie één geheel mee.

De argumentatie van de nv Garage West Trucks met betrekking tot geleasde vrachtwagens kan niet aanvaard worden, nu de vrachtwagens in deze zaak niet geleasd waren.

Het derde lid van artikel 524 B.W. derde lid bepaalt dat het gereedschap dat nodig is voor de exploitatie van "smederijen, papierfabrieken en andere fabrieken" onroerend door bestemming is, zonder daar speciale voorwaarden aan te koppelen.

Uit al het voorgaande volgt dat in deze zaak het rollend materieel onroerend geworden is door bestemming.

Het feit dat soms op andere vervoerders beroep gedaan werd voor het transport van vlees verandert niets aan het voorgaande.

Het is niet relevant of de trekkers en de koelvrachtwagen noodzakelijk waren voor de uitbating van het onroerend goed. Het gaat erom dat het rollend materieel bestemd werd door haar eigenaar voor de exploitatie van het erf (zie ook Cass., 11 september 1980, Arr. Cass., 1980-'81, 32).

Het eventuele bevoorrecht karakter voor de kosten gemaakt voor het behoud van de zaak gaat verloren in geval van onroerend making door bestemming, tenzij de schuldeiser de facturen ter griffie heeft neergelegd, overeenkomstig artikel 20, 5°, derde tot en met zesde lid Hyp.W..

De nv Garage West Trucks toont niet aan dat zij de facturen op de griffie heeft neergelegd.

Uit dit alles volgt dat de nv Garage West Trucks niet over een bevoorrechte vordering beschikt en moet haar schuldvordering in het gewoon passief opgenomen worden.

De overige middelen en argumenten van de partijen worden niet verder onderzocht en behandeld, gelet op het voorgaande.

Kosten

10.

Op grond van de artikelen 1042, 1017 en 1022 Ger. Wb. wordt geïntimeerde tot betaling van de kosten veroordeeld, niet nader te bepalen.

OP DIE GRONDEN, het hof,

Het hoger principaal beroep is toelaatbaar en gegrond.

Het Hof:

- doet het bestreden vonnis teniet in de mate van het beperkte hoger beroep;

- doet opnieuw recht met betrekking tot het gedeelte van het vonnis dat teniet gedaan werd;

- wijst de oorspronkelijke hoofdvordering af voor zover deze strekte tot de opname van de schuldvordering in het bevoorrecht passief;

- zegt voor recht dat de schuldvordering van de nv Garage West Trucks aanvaard wordt in het gewoon passief van het faillissement van de nv Anromeat ten bedrage van euro 26.365,56;

- veroordeelt de nv Garage West Trucks tot betaling van de kosten, niet nader te bepalen.

Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit:

Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend kamervoorzitter,

Frank Deschoolmeester, raadsheer,

Geneviève Vanderstichele, raadsheer,

bijgestaan door Kristoffel Goossens, griffier en uitgesproken door de kamervoorzitter in openbare terechtzitting op maandag twaalf december tweeduizend en elf.

Free keywords

  • onroerend door bestemming