- Arrêt of March 13, 2012

13/03/2012 - 2011/PGA/002456

Case law

Summary

Samenvatting 1

Het toebrengen van twee klappen in het aangezicht van een minderjarige kan in een concrete situatie vallen onder het ouderlijk tuchtigingsrecht.


Arrêt - Integral text

Het Hof van Beroep, zitting houdende op 13 maart 2012

te Antwerpen, tiende kamer

(...)

4.4.2. De feiten van tenlastelegging A zijn voorwerp geweest van een summier vooronderzoek. De zoon M. kwam aangifte doen op het politiebureel te B. Hij werd beschreven als "erg overstuur, huilt en vertoont meerdere rode vlekken en striemen in het aangezicht en in de halsstreek". Tijdens het opnemen van de verklaring, en naarmate het verhoor vorderde trokken de rode vlekken en striemen weg (st. 8). Ten tijde van de feiten verbleef M.V.L., tezamen met zijn toen 13-jarige zus E. en 8- en 9-jarige broers N. en A., bij zijn vader (beklaagde). V.L.M. beschrijft dat hij na een discussie eerst een duw kreeg en vervolgens een slag kreeg in het aangezicht met de vlakke hand. In totaal kreeg hij zo "ongeveer vijf slagen". Daarna werd hij nog geduwd, hij werd tegen de muur geduwd en is met het hoofd tegen een rekje terecht gekomen. Beklaagde probeerde dan, beweerdelijk, M. naar de kelder te krijgen om hem op te sluiten, maar dat mislukte door het verzet van M.. Vervolgens werd M. terug in de hoek van de keuken geduwd. Hij werd tegen de vuilzakken geduwd en bij de keel genomen. Er ligt geen medisch attest voor.

Ter terechtzitting van het hof verklaarde beklaagde dat hij zijn verklaringen afgelegd in het vooronderzoek handhaafde.

De feiten hebben plaats op een ogenblik dat beklaagde en burgerlijke partij C. al vijf jaar uit de echt gescheiden zijn. Er gold ten aanzien van de kinderen een regeling van co-ouderschap.

Het feitenrelaas van M.V.L wordt door beklaagde betwist.

Ter terechtzitting van het hof heeft beklaagde toegelicht dat hij zijn zoon, na een hevige discussie, twee klappen in het aangezicht toebracht, dit met de vlakke hand. Er was dan nog wat trek- en duwwerk. Beklaagde heeft zich dan afgezonderd van zijn zoon om de toestand te laten bekoelen, teneinde escalatie te voorkomen. Beklaagde lichtte toe dat hij in het verleden het advies bekomen had om dergelijke handelwijze aan te nemen. Beklaagde lichtte toe dat zijn zoon zich al vele jaren herhaaldelijk onbuigzaam opstelt/opstelde en vier verschillende scholen bezocht wegens onhandelbaar gedrag. De verdediging van de burgerlijke partij M.V.L. heeft dat feit niet betwist.

Gelet op de geringe fysieke sporen zoals vastgesteld door de politie komt de versie van beklaagde geloofwaardig voor.

Uit het dossier kan overigens opgemaakt worden dat de dochter E. eveneens onbuigzaam gedrag vertoont/vertoonde. Ze wordt beschreven als een rebelletje (st. 29). Haar schoolresultaten zijn slecht. Ze werd op school een week geschorst omdat ze het brandalarm had ingedrukt.

Het Comité voor de Rechten van het Kind (Verenigde Naties) maakt een

onderscheid tussen geweldpleging en discipline. Het Comité voor de Rechten van het Kind verwerpt geenszins het concept van discipline als onderdeel van de opvoeding (Vgl.: A. HOEFMANS en I. NIEDLISPACHER, "Het nationaal en internationaal instrumentarium ter bevordering van het verbod op lijfstraffen", TJK 2009/1, (10), 11). Ouders beschikken over een tuchtigingsrecht (Vgl.: K. DE RYCK, "Het ouderlijk tuchtigingsrecht", TJK 2009/1, (19), 19). Het EVRM (artikel 3) verbiedt de zogenaamde "pedagogische tik" niet zonder meer (Vgl.: K. DE RYCK, "Het ouderlijk tuchtigingsrecht", TJK 2009/1, (19), 20; B. DE SMET en K. DEKONINCK, "Reflectie : de aanslepende controverse over het ouderlijk kastijdingsrecht", TJK 2009/1, (24), 27). Er bestaat in de rechtsleer discussie of het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (art. 19 en 37) de "pedagogische tik" verbiedt (Vgl.: K. DE RYCK, "Het ouderlijk tuchtigingsrecht", TJK 2009/1, (19), 20; B. DE SMET en K. DEKONINCK, "Reflectie : de aanslepende controverse over het ouderlijk kastijdingsrecht", TJK 2009/1, (24), 27).

Het thans ter beoordeling liggende feit kan niet los gezien worden van de concrete thuissituatie bij beklaagde, die ten tijde van de feiten, als uit de echt gescheiden ouder, instond voor de opvoeding van vier kinderen, waarbij de oudste zoon reeds erg geruime tijd opvoedingsproblemen creëerde. Aanzetten tot dergelijk gedrag konden klaarblijkelijk ook bemerkt worden bij de dochter E.. Ter terechtzitting werd aan het hof geen melding gemaakt door één der partijen van de tussenkomst van de jeugdrechtbank in de concrete opvoedingssituatie van één der kinderen. Het gedrag van een minderjarige kan aanleiding zijn voor een prompt optreden van een ouder. Te dezen komt het het hof voor dat beklaagde, met de voor handen zijnde gegevens, de grenzen van het toelaatbare en redelijke niet overschreden heeft. Zijn handelwijze was proportioneel in die mate dat beklaagde terstond na het stellen van het tuchtigingsgedrag zich heeft afgezonderd van de minderjarige teneinde escalatie te voorkomen.

Het gedrag van beklaagde komt, gelet op de elementen van het vooronderzoek en de behandeling ter terechtzitting, gerechtvaardigd voor.

(...)

Free keywords

  • Ouderlijk tuchtigingsrecht

  • Klappen in het aangezicht

  • Concrete situatie

  • Vrijspraak.