- Arrêt of February 6, 2012

06/02/2012 - 2009AR1517

Case law

Summary

Samenvatting 1

Bij toepassing van artikel 1690 B.W. kan een overdracht van schuldvordering pas tegen de gecedeerde schuldenaar worden ingeroepen vanaf het ogenblik dat zij hem ter kennis is gebracht of door hem werd erkend. Het is voldoende dat het feit zelf van de overdracht aan de schuldenaar ter kennis wordt gebracht en het is dus niet vereist dat de inhoud van de overeenkomst van overdracht van schuldvordering aan de schuldenaar wordt medegedeeld.

II. Een verkoopscompromis dient uitgelegd te worden volgens de voorschriften of aanbevelingen van de wetgever vervat in de artikelen 1156 tot 1164 B.W. Bij toepassing van artikel 1161 B.W. dient besloten te worden dat het beding inzake de termijn van vier maanden vanaf de datum van de onderhandse overeenkomst voor het verlijden van de notariële verkoopakte, niet op zichzelf mag beschouwd worden. Het dient integendeel dient uitgelegd te worden met inachtneming en toepassing van de andere in het compromis vervatte bedingen zoals de bedingen inzake de opschortende voorwaarden vooraleer tot het verlijden van de notariële akte kan worden overgegaan. De termijn van vier maanden is dus relatief omdat deze termijn uitgelegd dient te worden in functie van o.a. de uitdrukkelijk en duidelijk bedongen opschortende voorwaarden vervat in het compromis.


Arrêt - Integral text

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2012/

A.R. nr. 2009/AR/1517

INZAKE VAN :

De heer Y. X., oud-notaris,

appellant tegen een vonnis uitgesproken door de uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 31 maart 2009,

vertegenwoordigd door Meester Bernard DERVEAUX loco Meester Jean GOEMAERE, advocaat te 1060 BRUSSEL, Charleroisteenweg 138 bus 5,

1ste kamer

TEGEN :

De naamloze vennootschap SOPRIM@, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1020 BRUSSEL? Sint-Annadreef 68 B, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0895.357.807,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester TROMBETTA loco Meester Kurt FAES, advocaat te 2018 ANTWERPEN, Generaal Lemanstraat 27A,

I. OVERDRACHT VAN EEN SCHULVORDERING. VOORWAARDEN ARTIKEL 1690 BW. DRAAGWIJDTE

II. VERKOOP. VERKOOPSCOMPROMIS. UITLEGGING. BEDONGEN TERMIJN VAN VIER MAANDEN VOOR HET VERLIJDEN VAN DE NOTARIELE VERKOOPAKTE. IMPACT VAN BEDONGEN OPSCHORTENDE VOORWAARDEN IN HET COMPROMIS, ONDER ANDERE IN VERBAND MET HET BODEMATTEST EN DE FINANCIERING VAN DE KOOPPRIJS.

I. Bij toepassing van artikel 1690 B.W. kan een overdracht van schuldvordering pas tegen de gecedeerde schuldenaar worden ingeroepen vanaf het ogenblik dat zij hem ter kennis is gebracht of door hem werd erkend. Het is voldoende dat het feit zelf van de overdracht aan de schuldenaar ter kennis wordt gebracht en het is dus niet vereist dat de inhoud van de overeenkomst van overdracht van schuldvordering aan de schuldenaar wordt medegedeeld.

II. Een verkoopscompromis dient uitgelegd te worden volgens de voorschriften of aanbevelingen van de wetgever vervat in de artikelen 1156 tot 1164 B.W. Bij toepassing van artikel 1161 B.W. dient besloten te worden dat het beding inzake de termijn van vier maanden vanaf de datum van de onderhandse overeenkomst voor het verlijden van de notariële verkoopakte, niet op zichzelf mag beschouwd worden. Het dient integendeel dient uitgelegd te worden met inachtneming en toepassing van de andere in het compromis vervatte bedingen zoals de bedingen inzake de opschortende voorwaarden vooraleer tot het verlijden van de notariële akte kan worden overgegaan. De termijn van vier maanden is dus relatief omdat deze termijn uitgelegd dient te worden in functie van o.a. de uitdrukkelijk en duidelijk bedongen opschortende voorwaarden vervat in het compromis.

Gelet op de procedurestukken:

• het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 31 maart 2009, beslissing waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd;

• het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 4 juni 2009;

• de conclusie van appellant neergelegd ter griffie op 13 november 2009;

• de syntheseconclusie van geïntimeerde neergelegd ter griffie op 13 april 2010.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 12 december 2011 en gelet op de stukken die zij neerlegden.

Het hoger beroep en het incidenteel beroep werden regelmatig naar vorm en termijn ingesteld en zijn bijgevolg ontvankelijk.

I. Voorwerp van de vorderingen.

1.1. De oorspronkelijke eis van geïntimeerde strekte ertoe appellant solidair met notaris G. C. te horen veroordelen tot betaling van een bedrag van 112.226,47 euro - in conclusie uitgebreid tot 131.726,47 euro - plus de gerechtelijke intresten op het bedrag van de huurgelden en de administratieve meerkosten, hetzij 51.048,39 euro - in conclusie uitgebreid tot 70.548,39 euro -, vanaf de eerste ingebrekestelling van 16 november 2007.

1.2. De eerste rechter heeft (1) de vordering van geïntimeerde gericht tegen appellant ontvankelijk en deels gegrond verklaard, (2) appellant veroordeeld tot het betalen van een bedrag van 61.178,08 euro plus de gerechtskosten, (3) de vordering van geïntimeerde tegen notaris C. ontvankelijk doch ongegrond verklaard en geïntimeerde veroordeeld tot de gerechtskosten in hoofde van deze partij en (4) het vonnis uitvoerbaar verklaard bij voorraad.

1.3. Het hoger beroep van appellant beoogt de oorspronkelijke vordering niet ontvankelijk minstens ongegrond te horen verklaren.

1.4. Bij wijze van incidenteel beroep herneemt geïntimeerde haar oorspronkelijke vordering zoals tegen appellant gesteld in haar laatste conclusie genomen voor de eerste rechter.

II. De feiten.

2.1. De eerste rechter heeft de feiten die aanleiding hebben gegeven tot huidig geschil precies en volledig omschreven zodat het hof desbetreffend verwijst naar het bestreden vonnis.

2.2. Samengevat komt het hierop neer dat op 25 mei 2007 een verkoopovereenkomst werd ondertekend tussen enerzijds geïntimeerde (= koper) en anderzijds de BVBA ORCHIS rusthuizen, de NV ORCHIS en de heer P. C. (= verkopers).

Het betrof de verkoop van een onroerend goed dat dienst deed als rusthuis.

De authentieke akte werd verleden op 12 december 2007, d.i. meer dan 4 maanden na het ondertekenen van de onderhandse akte zoals conventioneel overeengekomen was.

2.3. Bij beschikking van 5 oktober 2007 werd appellant preventief geschorst voor een periode van 1 maand en zijn functies werden vanaf dan overgenomen door notaris C..

Nadien heeft appellant zijn ontslag ingediend hetgeen bij K.B. van 20 december 2007 aanvaard werd.

2.4. De oorspronkelijk eiseres, de NV SOPRIM@, huidige geïntimeerde, houdt thans voor dat zij schade heeft geleden ten gevolge van ongerechtvaardigde vertragingen bij het voorbereiden van de notariële verkoopakte van 12 december 2007 die - volgens haar - volledig te wijten zijn aan notaris X..

III. Bespreking.

3.1. Wat de ontvankelijkheid van de oorspronkelijke vordering betreft:

3.1.1. De oude NV Soprim@ wijzigde haar maatschappelijke benaming, op 25 januari 2008, in NV KBC Rusthuisvastgoed. Op deze datum werd een nieuwe Soprim@ NV opgericht bij authentieke akte verleden voor notaris I. R. (bijlagen bij het B.S. van 8 februari 2008).

Op 30 januari 2008 werd een overeenkomst ‘Overdracht van schuldvordering' ondertekend waarbij de overdrager, zijnde "NV KBC Rusthuisvastgoed (voorheen oud SOPRIM@ NV)" aan de overnemer, zijnde de nieuwe opgerichte SOPRIM@ NV, overdraagt: ‘de integraliteit van de schuldvordering die de overdrager openstaan heeft, in hoofdsom, intresten en aanhorigheden, op het notariskantoor Y. X.".

3.1.2. Bij toepassing van artikel 1690 B.W. kan een overdracht van schuldvordering pas tegen de gecedeerde schuldenaar worden ingeroepen vanaf het ogenblik dat zij hem ter kennis is gebracht of door hem werd erkend.

Het is voldoende dat het feit zelf van de overdracht aan de schuldenaar ter kennis wordt gebracht en het is dus niet vereist dat de inhoud van de overeenkomst van overdracht van schuldvordering aan de schuldenaar wordt medegedeeld.

3.1.3. In deze werd de overdracht van schuldvordering minstens kenbaar gemaakt aan appellant door het betekenen van de dagvaarding.

In het exploot wordt uitvoerig ingegaan op de overname van de schuldvordering op appellant door huidige geïntimeerde .

3.1.4. De eerste rechter heeft de vordering dan ook terecht ontvankelijk verklaard.

3.2. Wat de grond van de zaak betreft:

3.2.1. Geïntimeerde hield aanvankelijk voor dat de termijn van 4 maanden, voorzien in de onderhandse verkoopsovereenkomst voor het verlijden van de authentieke akte, overschreden werd door zowel de fout van notaris X. als van notaris C..

De eerste rechter oordeelde dat vaststond dat notaris C. de lopende zaken van notaris X. eerst overnam op 5 oktober 2007 en het dossier sedertdien een normaal verloop kende zodat er geen fout kon verweten worden aan voornoemde notaris.

Gezien geïntimeerde tegen dit deel van het bestreden vonnis geen hoger beroep aantekende, is het vonnis op dat punt definitief geworden.

3.2.2. Appellant betwist enige fout te hebben begaan en is van oordeel dat de opgelopen vertraging bij het verlijden van de authentieke akte te wijten is aan geïntimeerde en/of de verkopers van het onroerend goed.

Notaris X. verwijt meer bepaald aan de koper:

- nagelaten te hebben (tijdig) het opmetingsplan over te maken;

- geen bijzondere ijver aan de dag te hebben gelegd om zijn lening te bekomen.

Hij verwijt meer bepaald aan de verkopers:

- nalatig te zijn geweest door maandenlang de eigendomstitels niet aan hem te hebben overgemaakt (15 oktober 2007);

- met vertraging het bodemattest te hebben aangevraagd (aflevering van de attesten op 3 oktober 2007).

3.2.3. In het licht hiervan komt het passend voor de chronologie van de relevante feiten te beschrijven:

- Op 22 mei 2007 werd een aanvraag ingediend door het notariskantoor X. tot het bekomen van een uittreksel van het kadastraal plan (m.b.t. het te verkopen onroerend goed, gelegen te H., R.-steenweg. 71) aan de administratie van het kadaster;

- Op 25 mei 2007 werd een verkoopscompromis ondertekend tussen de koper en de verkopers;

- Het compromis bevatte o.a. hierna volgende gegevens:

a) Het voorwerp van de verkoop, zijnde een rusthuis met gronden en aangelanden, gelegen te H., R.-steenweg., 71.

b) De vermelding dat partijen overeenkwamen dat de notariële akte ondertekend zou worden binnen de vier maanden te rekenen vanaf ondertekening van de compromis wat inhoudt dat de notariële akte ten laatste diende verleden te worden op 25 september 2007. Ingeval van overschrijding van deze termijn werden sancties voorzien waaronder een verwijlintrest ten laste van de koper van 10% vanaf het verstrijken van voormelde termijn van vier maand tot de datum van de effectieve en integrale betaling van de verkoopprijs.

c) Notaris F. D. werd als notaris aangesteld voor de verkopers en notaris Y. X. als notaris voor de koper .

d) Het compromis bevatte ook bedingen inzake bodemsanering in die zin dat de verkoper zich verbond een bodemattest aan te vragen conform artikel 36 van het decreet (van 22 februari 1995 ) en de inhoud ervan over te maken aan de koper, dit ten laatste binnen de tien dagen na ontvangst.

e) In het compromis werden verder opschortende voorwaarden opgesomd die luidden als volgt:

"1. de verkrijging van het akkoord door de koper van zijn financiers tot het verkrijgen van een lening dienende ter financiering van de aankoop van het gebouw;

2° het verkrijgen van een bodemattest afgeleverd door OVAM zoals hierboven werd beschreven.

Deze opschortende voorwaarden zijn cumulatief te interpreteren en schorsen de uitvoering van deze verkoopsovereenkomst totdat de verschillende opschortende voorwaarden werden gerealiseerd."

- Op 28 augustus 2007 werd een brief verzonden door notaris X. aan de notaris van de verkopers, notaris F. D., teneinde de noodzakelijke inlichtingen te bekomen om de notariële verkoopakte te kunnen verlijden. Deze inlichtingen werden 1,5 maand later door notaris D. bezorgd, met name op 15 oktober 2007;

- Op 19 september 2007 schreef notaris X. de titularissen van de voorkooprechten aan;

- Op 25 september 2007 verstreek de bedongen termijn van vier maanden te rekenen vanaf de ondertekening van de onderhandse verkoopovereenkomst van 25 mei 2007;

- Op 3 oktober 2007 werden twee bodemattesten afgeleverd door OVAM dewelke krachtens de termen van de overeenkomst van 25 mei 2007 door de verkoper aangevraagd dienden te worden; de bodemattesten werden bijgevolg afgeleverd meer dan vier maanden na de datum voorzien in het compromis;

- Op 5 oktober 2007 werd bij beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel notaris X. bij toepassing van artikel 112 Org. W. Not. voorlopig geschorst voor een duur van één maand en werd notaris G. C. aangesteld als plaatsvervangend notaris;

- Op 15 oktober 2007 bezorgde notaris D. aan notaris X. (a) de dertigjarige oorsprong van eigendom (afkomstig van het registratiekantoor) en (b) de twee eigendomstitels van de verkopers; notaris D. liet tevens weten aan het notariskantoor X. dat vermits hij nog steeds niet in het bezit was van het financieringsdossier van de koper, het gebrek aan reactie vanwege zijn eigen cliënte tot dusver geen reële vertraging opleverde;

- Op 7 november 2007 werd door de landmeter BVBA Carl Mariën het opmetingsplan overgemaakt; in dit verband wordt opgemerkt dat in de onderhandse verkoopsovereenkomst van 25 mei 2007, bij de beschrijving van het verkochte goed, vermeld staat: "voor het verlijden van de notariële akte zal een beëdigd landmeter de exacte opmetingen doen op kosten van de koper.";

- Op 9 november 2007 bevestigde notaris T. de handlichtingen/volledige doorhalingen op het verkochte goed die diezelfde dag verleden werden;

- Op 13 november 2007 werd een eerste datum voorgesteld voor het verlijden van de notariële akte. Dit ging niet door omdat de heer V. (van NV Soprim@) aan notaris G. C. liet weten dat er een basisakte diende opgesteld te worden en er moest overgegaan worden tot een opsplitsing van percelen;

- Op 16 november 2007 werd een eerste ingebrekestelling gericht aan notaris X. door koper NV SOPRIM@ teneinde de authentieke verkoopakte zo snel mogelijk te finaliseren gezien zij inmiddels door de verkopers aangesproken werd in betaling van een forfaitaire schadevergoeding en van nalatigheidsintresten;

- Op 28 november 2007 werd door de gemeente H. een beslissing genomen i.v.m. bepaalde stedenbouwkundige aspecten (verdeling) van de goederen, voorwerp van de verkoop;

- Op 4 december 2007 deelde notaris C. aan meester Faes mede dat op 13 november 2007 de ondertekening van de notariële akte niet was doorgegaan omdat de heer V. (van NV Soprim@) aan hem had laten weten dat er een basisakte diende opgesteld te worden en er moest overgegaan worden tot de splitsing van de percelen. Hij voegde eraan toe dat hij per toeval vernomen had dat de partijen inmiddels onderling overeengekomen waren om geen basisakte op te stellen;

- Op diezelfde datum deelde de gemeente H. aan de notarissen D. en Raes de beslissing mede van het schepencollege genomen op 28 november 2007 inzake de akte van verdeling;

- Op 12 december 2007 werd de authentieke verkoopakte verleden door notaris C.;

- Op 20 december 2007 werd een K.B. uitgevaardigd waarbij het ontslag van notaris X. aanvaard werd;

3.2.4. De notaris heeft geen vat op de verwezenlijking van de opschortende voorwaarden voorzien in een verkoopscompromis en die de uitvoering van die overeenkomst opschorten.

In deze werd tussen partijen uitdrukkelijk in het compromis overeengekomen dat de uitvoering van de overeenkomst werd opgeschort zolang de opschortende voorwaarden niet vervuld waren.

3.2.5. Een eerste opschortende voorwaarde was het afronden van het financieringsdossier van de bank ten behoeve van de koper.

M.b.t. het bekomen van een lening was er eerst uitsluitsel op 22 oktober 2007 zodat de akte van 12 december 2007 verleden werd binnen de vier maanden vanaf voormelde datum.

3.2.6. De tweede opschortende voorwaarde bestond in het bekomen van een OVAM attest.

Dit attest werd afgeleverd op 3 oktober 2007.

Een instrumenterende notaris kan noch mag de notariële verkoopakte verlijden zolang dit attest niet voorhanden is.

De notariële akte werd nog steeds verleden binnen de 4 maanden na het bekomen van dit attest.

3.2.7. De onderhandse akte van 25 mei 2007 dient uitgelegd te worden volgens de voorschriften of aanbevelingen van de wetgever vervat in de artikelen 1156 tot 1164 B.W.

Bij toepassing van dit artikel 1161 B.W. dient besloten te worden dat het beding inzake de termijn van vier maanden vanaf de datum van de onderhandse overeenkomst (25 mei 2007) voor het verlijden van de notariële verkoopakte, niet op zichzelf mag beschouwd worden, maar integendeel dient uitgelegd te worden met inachtneming en toepassing van de andere in deze overeenkomst vervatte bedingen zoals de bedingen inzake de opschortende voorwaarden vooraleer tot het verlijden van de notariële akte kan worden overgegaan.

Al deze bedingen hebben eenzelfde waarde en dienen gezamenlijk toegepast te worden.

De termijn van vier maanden is dus relatief omdat deze termijn uitgelegd dient te worden in functie van o.a. de twee uitdrukkelijk en duidelijk bedongen opschortende voorwaarden.

Dit betekent dat niet enkel rekening mag gehouden worden met het beding dat de authentieke akte moest verleden worden binnen de vier maanden vanaf 25 mei 2007. Er moet integendeel rekening gehouden worden met alle bedingen waaronder het uitdrukkelijk beding dat de akte niet verleden kon worden zolang het OVAM attest niet was afgeleverd en zolang de notaris niet in het bezit was van het kredietdossier inzake de financiering door de koper van de verschuldigde prijs.

De stelling dat de opschortende voorwaarden, vervat in het compromis, enkel tussen de koper en verkoper gelden kan niet gevolgd worden.

Met deze opschortende voorwaarden moet de instrumenterende notaris rekening houden bij de voorbereiding van de notariële akte en dit vanuit o.a. het aspect van de termijn voor de registratie van het compromis waarin opschortende voorwaarden zijn bedongen en ook vanuit het aspect dat een notaris nutteloze kosten dient te vermijden.

3.2.8. Op de instrumenterende notaris rust een resultaatsverbintenis voor wat de geldigheid en de vorm betreft van de authentieke akte die hij verlijdt.

Daarentegen heeft de notaris louter een inspanningsverbintenis in die zin dat hij al het redelijk mogelijke moet doen om de verkoopovereenkomst te verlijden binnen de door de partijen in het verkoopscompromis overeengekomen termijn van vier maanden alsmede om de bedongen opschortende voorwaarden te helpen vervullen.

Deze laatste verbintenis in hoofde van de instrumenterende notaris houdt in dat hij afhankelijk is van het handelen van de diverse actoren die tussen moeten komen bij het vervullen van de formaliteiten naar aanleiding van het voorbereiden van de notariële akte, zoals de respectieve partijen zelf, verschillende administraties, enz.

Voor wat het vervullen van deze inspanningsverbintenis betreft geldt het gebruikelijke zorgvuldigheidscriterium dat in acht moet worden genomen voor de toepassing van de artikelen 1382 en 1383 B.W. De instrumenterende notaris moet handelen als een voorzichtig en omzichtig notaris geplaatst in dezelfde concrete omstandigheden.

Het is bijgevolg niet zo dat het louter verstrijken van de contractuele voorziene termijn van vier maanden automatisch de beroepsaansprakelijkheid van de notaris met zich medebrengt. Dit gegeven op zich levert het bewijs niet dat de notaris nalatig zou zijn geweest.

In deze staat vast dat notaris X. een aantal essentiële inlichtingen vrij laat verkreeg van derden vooraleer hij tot het verlijden van de notariële verkoopakte kon overgaan zodat hij niet aansprakelijk kan gesteld worden voor de eruit voortvloeiende vertraging bij het verlijden van de notariële verkoopakte zelf.

3.2.9. Daarenboven werd notaris X. slechts 14 dagen voor de eerst vastgestelde datum van 13 november 2007 verwittigd van een wijziging van het voorwerp van de verkoop tussen partijen.

De notaris kon uit niets afleiden dat er een (toekomstige zekere) wijziging van het voorwerp van de verkoop zou moeten gebeuren, zodat hij zich niet hoefde te bekommeren over de naleving van eventuele andere stedenbouwkundige voorschriften, zoals het bestaan van een basisakte.

In vergelijking met de onderhandse overeenkomst van 25 mei 2007 werd het voorwerp van de verkoop in de notariële akte van 12 december 2007 anders beschreven en aangevuld. In de notariële akte stond vermeld dat verkocht werd: "(1°) een rusthuis gelegen te H., R.-steenweg., 71 en (2°) boven het gebouw blijvende toebehoren aan de verkopende partij, gelegen te H., R.-steenweg. 73-75, de eerste verdieping met vier rusthuiskamers...in rood omlijnd op bijgevoegd plan opgesteld....op negen oktober 2007, welk hier aangehecht blijft, en op basis van een eeuwigdurende en kosteloze erfdienstbaarheid van overbouw".

In de onderhandse overeenkomst van 25 mei 2007 werd geen melding gemaakt van dit tweede voorwerp van de verkoop noch van een erfdienstbaarheid van "overbouw".

Het zijn dus de partijen zelf die het verlijden van de notariële verkoopakte mede hebben vertraagd door het voorwerp van hun verkoopsovereenkomst te wijzigen en door bij notaris D. een verdeling overeen te komen die administratief nog goedgekeurd diende te worden rekening houdende met de toepasselijke wetgeving inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening.

3.2.10. In de gegeven omstandigheden is het niet realistisch aan te nemen dat de notariële akte binnen de vier maanden na het ondertekenen van het compromis had kunnen verleden worden, dat binnen deze termijn al de nodige documenten hadden kunnen bekomen worden en dat er ook nog aan de bedongen opschortende voorwaarden gevolg had kunnen gegeven worden.

Geen enkele voorzichtige notaris - geplaatst in dezelfde omstandigheden - zou de akte hebben verleden voor 25 september 2007.

3.2.11. De andere door geïntimeerde aan de notaris geadresseerde verwijten m.b.t. uit te voeren formaliteiten (namelijk de navraag in verband met wettelijke voorkooprechten op 19 september 2007) zijn irrelevant nu de twee voornaamste bedongen opschortende voorwaarden (OVAM en bankdossier) nog niet vervuld waren op 25 september 2007 ( = vier maanden na de datum van het compromis).

De vervulling van die twee voorwaarden hing niet af van de instrumenterende notaris, maar wel:

- van de verkopers voor de aanvraag van de bodemattesten en van OVAM voor de afgifte van de attesten;

- van de koper voor de indiening van zijn financieringsdossier bij de bank en van de bank voor haar definitieve beslissing i.v.m. dit leningsdossier.

In hoofde van appellant is bijgevolg geen buitencontractuele fout bewezen m.b.t. het verlijden van de notariële verkoopakte.

Het bestreden vonnis wordt op dat punt hervormd.

Alle overige door partijen ingeroepen middelen zijn niet terzake dienend in het licht van wat voorafgaat.

3.2.12. Beide partijen vragen een rechtsplegingsvergoeding ad. 5.000 euro wat het (niet - geïndexeerd) basisbedrag is.

Na indexatie wordt dit 5.500 euro .

Dit bedrag komt toe aan appellant als de in het gelijk gestelde partij.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Met toepassing van artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Verklaart het hoger beroep van appellant ontvankelijk en gegrond.

Verklaart het incidenteel beroep van geïntimeerde ontvankelijk doch ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis in zoverre hierin de vordering tegen appellant ontvankelijk werd verklaard en de kosten begroot werden en hervormend voor het overige,

Verklaart de oorspronkelijke vordering van de NV Soprim@ tegen appellant ongegrond.

Veroordeelt geïntimeerde in de kosten van beide aanleggen, deze van het hoger beroep in totaal begroot

- in hoofde van appellant op euro 5.686 ( 186 rolrecht + 5.500 rechtsplegingsvergoeding), en

- in hoofde van geïntimeerde op euro 5.500 rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

06/02/2012

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER

Free keywords