- Arrêt of May 8, 2012

08/05/2012 - 2000AR76

Case law

Summary

Samenvatting 1

De eigenaar van een onroerend goed die door een niet - foutief feit het evenwicht tussen de rechten van naburige eigenaars verbreekt, door het opleggen aan een naburige eigenaar van een stoornis die de maat van de gewone buurschapsnadelen overschrijdt, is hem, bij toepassing van artikel 544 B.W. een rechtmatige en passende compensatie verschuldigd, waardoor het verbroken evenwicht hersteld wordt.


Arrêt - Integral text

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2012/

A.R. nr. 2000/AR/76

INZAKE VAN :

Mevrouw M. V.,

appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 22 november 1999,

vertegenwoordigd door Meester Alain STUCKENS, advocaat te 1600 SINT-PIETERS-LEEUW, Meibloemstraat 51,

1ste kamer

TEGEN :

1) De heer S. P., en

2) Mevrouw P. M.,

geïntimeerden, vertegenwoordigd door Meester S. VANDERMEERSCH loco Meester Josiane MORANTIN, advocaat te 1050 BRUSSEL, Bosstraat 22,

ZAKENRECHT. EIGENDONSRECHT. BURENHINDER. OVERSCHRIJDING VAN DE GEWONE BUURSCHAPSNADELEN

De eigenaar van een onroerend goed die door een niet - foutief feit het evenwicht tussen de rechten van naburige eigenaars verbreekt, door het opleggen aan een naburige eigenaar van een stoornis die de maat van de gewone buurschapsnadelen overschrijdt, is hem, bij toepassing van artikel 544 B.W. een rechtmatige en passende compensatie verschuldigd, waardoor het verbroken evenwicht hersteld wordt.

(...)

I. Procedurele precedenten.

1.1. Bij tussenarrest van 8 december 2003 werd (1) het hoger beroep ontvankelijk verklaard en (2) de heer Paul VERWACHT als deskundige aangesteld.

De deskundige legde zijn verslag neer op 29 november 2006.

1.2. Na het neerleggen van dat verslag vraagt appellante andermaal (1) de hoofdeis ontvankelijk doch ongegrond te verklaren en (2) haar tegeneis tot het bekomen van een schadevergoeding ad 2.478,94 euro wegen het instellen van een tergend en roekeloos geding ontvankelijk en gegrond te verklaren.

1.3. Geïntimeerden vragen thans appellante te veroordelen tot betaling van een bedrag van 4.264,80 euro plus de moratoire intresten sedert april 1995 en de gerechtelijke intresten alsmede de door haar voorgeschoten expertisekosten ad 2.625,42 euro plus de gerechtelijke intresten.

II. Bespreking.

2.1. De deskundige heeft als volgt geantwoord op de vragen hem gesteld in het geciteerde tussenarrest:

- de huidige veranda werd iets hoger opgebouwd en werd ongeveer 1m dieper uitgebouwd dan de voorheen bestaande;

- de reeds beperkte bezonning en lichtinval wordt iets beknot door de nieuwe constructie;

- een lek komt voor aan de aansluiting van de twee hanggoten 8/10, met bevochtiging van de achtergevel ter hoogte van de scheidingsgrens;

- gaten dienen gedicht te worden, iets over de scheidingsgrens kant nr. 10 ingevolge het verplaatsen van de regenwaterafloop en de uitbraak van de oorspronkelijke veranda;

- twee peilers werden beschadigd ingevolge het optrekken van de nieuwe veranda;

- een niet gedichte spleet komt voor tussen de nieuwgebouwde veranda op nr. 10 en het dak van de overdekte koer op nr. 8;

- er thans een schuin uitzicht bestaat vanuit de nieuwe veranda op het erf van geïntimeerden.

De herstellingskosten werden geraamd op 1.250,80 euro . De minderwaarde aan het goed van geïntimeerden ingevolge het oprichten van een grotere veranda werd in het kader van een minnelijk voorstel - dat door appellante niet aanvaard werd - geraamd op 2.500 euro .

2.2. Geïntimeerden beweren in hun laatste conclusie niet dat appellante een fout heeft begaan door een veranda te hebben opgericht zonder bouwvergunning maar zij vragen enerzijds vergoeding voor de schade die zij geleden hebben aan hun eigendom ingevolge de oprichting van die nieuwe veranda en anderzijds vergoeding voor de beknotting van de bezonning en lichtinval en een gedeelte van hun privacy ontstaan doordat een grotere veranda werd opgericht dan de vorige.

Appellante betwist hierbij totaal ten onrechte dat de nieuwe veranda niet groter zou zijn dan de vorige. De vaststellingen van de deskundige desbetreffend zijn duidelijk en niet vatbaar voor enige kritiek.

2.3. Indien appellante schade veroorzaakt aan de eigendom van een nabuur bij het oprichten van een veranda dient deze vergoed te worden.

Het maakt een fout uit om iemands eigendom te beschadigen.

Geïntimeerden vragen wat de herstellingskosten betreft enerzijds het bedrag van 1.250,80 euro , zijnde de totale prijs van de herstellingen zoals geraamd door de deskundige en anderzijds 464 euro + 50 euro , zijnde de herstellingskosten zoals geraamd in het minnelijk voorstel.

Die bedragen overlappen elkaar echter zodat het niet opgaat van voornoemde bedragen eenvoudigweg op te tellen.

Enkel de volgende herstellingskosten staan vast: 454 euro (= aansluiting dakgoten + dichten gaten + aansluiting golfplatendak) + 50 euro (= beschadiging betonpeiler) + 100 euro (= wit schilderen of vervanging glaspaneel) = 604 euro .

2.4. Door het oprichten van een grotere veranda dan de vorige heeft appellante de zon - en lichtinval van haar nabuur beperkt en tevens een (beperkt) uitzicht gecreëerd op diens eigendom.

De eigenaar van een onroerend goed die door een niet - foutief feit het evenwicht tussen de rechten van naburige eigenaars verbreekt, door het opleggen aan een naburige eigenaar van een stoornis die de maat van de gewone buurschapsnadelen overschrijdt, is hem, bij toepassing van artikel 544 B.W. een rechtmatige en passende compensatie verschuldigd, waardoor het verbroken evenwicht hersteld wordt.

D.i. in deze gebeurt door toedoen van appellante. Zij is derhalve compensatie verschuldigd aan geïntimeerden voor de door hen geleden nadelen.

Gelet echter op het beperkt karakter van de bovenmatige hinder maar rekening houdende met de minderwaarde waartoe het aanleiding geeft, wordt deze post ex aequo et bono geraamd op 1.500 euro .

2.5. In totaal komt derhalve aan geïntimeerden een bedrag toe van 604 euro + 1.500 euro = 2.104 euro .

Het feit dat geïntimeerden inmiddels hun woning verkocht hebben, neemt dit nadeel niet weg.

Uit de vaststelling dat appellante veroordeeld wordt schadeloosstelling/compensatie volgt dat geïntimeerden geen roekeloos en tergend geding hebben ingesteld. De vordering van appellante tot het bekomen van een schadevergoeding desbetreffend werd dan ook terecht afgewezen.

2.6. Het bestreden vonnis wordt derhalve bevestigd in zoverre hierin de vordering ontvankelijk en deels gegrond wordt verklaard en de tegenvordering ontvankelijk doch ongegrond.

Het wordt enkel hervormd wat het aan appellanten toekomende bedrag betreft dat herleid wordt tot 2.104 euro in hoofdsom.

OM DEZE REDENEN :

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Het tussenarrest van 8 december 2003 verder uitwerkend,

Verklaart het hoger beroep deels gegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis met dien verstande dat de hoofdsom die appellante gehouden is te betalen herleid wordt tot TWEEDUIZEND VEERTIEN EURO (2.104 euro ).

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

08/05/2012

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

Free keywords

  • Oprichtiong van een grotere veranda. Schade voor de nabuur. Buitengewone burenhinder. Impact van artikel 544 BW.