- Arrêt of June 26, 2012

26/06/2012 - 2004AR3130

Case law

Summary

Samenvatting 1

Het lijkt niet zinvol om onder "de vordering tot verdeling" in artikel 9 van de wet van 13 augustus 2011 de incidentele vorderingen te begrijpen. Stellen dat de nieuwe wet moet gelden bij elke nieuwe incidentele vordering die volgt na een aanstelling van notaris onder de oude wet ontneemt overigens elke zin aan de overgangsbepaling van artikel 9: dan is er immers onmiddellijke toepassing zonder meer.


Arrêt - Integral text

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2012/

A.R. nr. 2004/AR/3130

INZAKE VAN :

De heer M. C.,

appellant tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te L. op 2 november 2004,

in persoon verschijnende, bijgestaan door Meester Cyriel HEERMAN, advocaat te 9700 OUDENAARDE, Broekstraat 157,

1ste kamer

TEGEN :

Mevrouw B. V.,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester T. MUYSEWINKEL loco Meester Yves NELISSEN GRADE, advocaat te 3001 HEVERLEE, Ubicenter, Philipssite 5,

Artikelen 9 en 10 van de wet van 13 augustus 2011 tot hervorming van de bijzondere rechtspleging van de gerechtelijke verdeling. Overgangsrecht.

Vordering tot vervanging van een notaris aangesteld onder het regime van de oude bepalingen inzake de bijzondere rechtspleging van een gerechtelijke verdeling

Het lijkt niet zinvol om onder "de vordering tot verdeling" in artikel 9 van de wet van 13 augustus 2011 de incidentele vorderingen te begrijpen. Stellen dat de nieuwe wet moet gelden bij elke nieuwe incidentele vordering die volgt na een aanstelling van notaris onder de oude wet ontneemt overigens elke zin aan de overgangsbepaling van artikel 9: dan is er immers onmiddellijke toepassing zonder meer.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

1 De procedure

Bij arrest van de kamer 3S van dit hof van 15 januari 2007 is onder meer gezegd voor recht dat moet overgegaan worden tot vereffening en verdeling van de onverdeeldheid tussen de partijen met betrekking tot de nalatenschap van mevrouw C. G.. Deze was de moeder van mevrouw B. V., geïntimeerde en van wijlen mevrouw G. V.. Die laatste heeft de heer M. C., appellant, aangesteld als algemeen legataris. Notaris D. te K. werd aangesteld als boedelnotaris.

Op verzoekschrift van appellant van 3 november 2009 is bij arrest van deze kamer van 16 maart 2010 notaris D. vervangen door notaris H. te L..

Bij verzoekschrift van 28 maart 2011 heeft appellant de vervanging gevraagd van notaris H., gelet op diens inactiviteit. Op de zitting van 9 mei 2011 heeft notaris H. zich bereid verklaard het dossier verder te behandelen en in juni 2011 de agenda te bepalen met de partijen. Bij arrest van 20 juni 2011 is de zaak daarom naar de bijzondere rol verwezen.

Bij verzoekschrift van 19 april 2012 vraagt appellant opnieuw de vervanging van notaris H. gelet op diens inactiviteit. Na een installatievergadering van 14 oktober 2011 zou de notaris geen activiteit of reactie meer vertoond hebben. Geïntimeerde gedraagt zich naar de wijsheid van het hof. Notaris H. is regelmatig opgeroepen voor de zitting van 4 juni 2012 maar is niet verschenen.

Op de zitting heeft het hof de partijen uitgenodigd stelling te nemen met betrekking tot de toepasselijkheid van de procedure tot gerechtelijke verdeling zoals gewijzigd door de wet van 13 augustus 2011. Appellant is geen voorstander van de toepassing ervan; geïntimeerde gedraagt zich naar de wijsheid.

2 De toepassing van de wet van 13 augustus 2011

Naar luid van artikel 10 van de wet van 13 augustus 2011 houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling treedt deze wet in werking op de eerste dag van de zevende maand na die waarin hij is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Gelet op de publicatie op 14 september 2011 is dit op 1 april 2012.

In beginsel is een procedurewet van onmiddellijke toepassing op de hangende procedures (artikel 3 van het Gerechtelijk Wetboek). De wet van 13 augustus 2011 wijkt daar evenwel van af, want hij bevat een overgangsbepaling. Artikel 9 van de wet luidt namelijk: "Op de zaken waarin de vordering tot verdeling hangende is en die op het ogenblik van inwerkingtreding van deze wet in beraad zijn genomen, blijven de bepalingen van toepassing zoals die golden voor de inwerkingtreding van deze wet."

Wat in beraad is bij de inwerkingtreding valt dus onder de oude wet. Dat is niet onlogisch, en het sluit aan bij de mogelijkheid voor de partijen hun recht van verdediging uit te oefenen met betrekking tot de wetgeving die wordt toegepast op hun zaak.

Uit artikel 9 van de wet van 13 augustus 2011 en artikel 3 van het Gerechtelijk Wetboek volgt dat voor alle andere gevallen de nieuwe wet geldt: uiteraard voor de zaken die nog niet hangende zijn, maar ook voor de hangende zaken die nog niet in beraad genomen zijn.

De overgangsbepaling lijkt minder duidelijk wanneer zij concreet moet toegepast worden en de vraag wordt gesteld wat de wetgever heeft bedoeld met een vordering tot verdeling die hangende is, en of een vordering zoals huidige, tot vervanging van een notaris aangesteld onder het regime van de oude wet, leidt tot toepassing van het regime van de nieuwe wet.

De gerechtelijke verdeling kan niet beschouwd worden als een enkel massief geding; zij vangt aan met een vordering tot vereffening en verdeling waarop zich vervolgens verscheidene andere gedingen kunnen enten (tot beoordeling van zwarigheden, tot vervanging van een boedelnotaris...). Voor elk van die vorderingen kan een zaak hangende zijn en in beraad genomen. Het lijkt zinvol om onder "de vordering tot verdeling" in artikel 9 van de wet van 13 augustus 2011 te begrijpen de vordering tot vereffening en verdeling, die, indien toegewezen, leidt tot aanstelling van een boedelnotaris (of in de terminologie van de nieuwe wet, notaris-vereffenaar). Die aanstelling is een duidelijk sleutelmoment : daar vangt een gerechtelijke verdeling aan, met toepassing van de procedureregels zoals die op dat ogenblik gelden. Een dergelijk criterium voor de toepassing van de nieuwe dan wel oude wet heeft alleszins de verdienste van eenvoud.

Een en ander sluit ook aan bij de ontstaansgeschiedenis van de nieuwe wet. De tekstversie voorafgaand aan de uiteindelijke versie had het over de toepassing van de nieuwe regels op "zaken waarin de vordering tot het bevelen van de verdeling hangende is en die nog niet in beraad zijn genomen" (het hof onderstreept). In de Kamer werd daarbij verklaard dat het aangewezen was dat "indien de verdeling reeds werd bevolen onder de gelding van de oude wet, alle oude procedureregels inzake verdeling blijven gelden" .

Het lijkt daarentegen niet zinvol om onder "de vordering tot verdeling" in artikel 9 van de wet van 13 augustus 2011 de incidentele vorderingen te begrijpen: de overige vorderingen geënt op de oorspronkelijke vordering tot het bevelen van de verdeling. De onmiddellijke toepassing van de nieuwe procedurewet kan geen afbreuk doen aan wat definitief is geworden onder toepassing van de oude wet. Het kan in het bijzonder niet vermoed worden dat de wetgever heeft gewild dat de vervanging van een notaris aangesteld onder de oude wet impliceert dat niet alleen de notaris wordt vervangen maar ook de opdracht wordt gewijzigd. De toepassing van de nieuwe procedure zou aldus bijvoorbeeld meebrengen dat de termijnen van het nieuwe artikel 1218 van het Gerechtelijk Wetboek worden opgelegd, en dat de notaris-vertegenwoordiger van de weigerende partij, aangesteld bij arrest van dit hof van 15 januari 2007, verdwijnt.

Stellen dat de nieuwe wet moet gelden bij elke nieuwe incidentele vordering die volgt na een aanstelling van notaris onder de oude wet ontneemt overigens elke zin aan de overgangsbepaling van artikel 9: dan is er immers onmiddellijke toepassing zonder meer .

Dat de nieuwe wet bedoeld is om de procedure te verbeteren en te versnellen en daarom beter zou zijn en dat een veralgemeende toepassing dus verkieslijk is , weegt niet op tegen het bovenstaande.

Huidige vervanging van notaris leidt dus niet tot de toepassing van artikel 1207 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek zoals gewijzigd door de wet van 13 augustus 2011.

Er is aanleiding om op het verzoek van appellant in te gaan en om notaris H. te vervangen.

OM DEZE REDENEN :

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken;

Verklaart de vordering van appellant ontvankelijk en gegrond als volgt: stelt aan als notaris met de opdracht omschreven in het arrest van de 3S kamer van dit hof van 15 januari 2007, de heer Patrick COPPIETERS ‘t WALLANT, notaris te 3000 L., Sint-Jacobsplein 7,

Houdt de beslissing over de kosten aan.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

26/06/2012

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

C. DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER

Free keywords

  • Gerechtelijke verdeling met aanstelling van een notaris tijdens de geldingskracht van de oude artikelen 1207-1224 Ger. W. Vordering tot vervanging van de notaris, ingeleid na 1 april 2014. Toepasselijk recht op de vordering tot vervanging van de notaris: oude of nieuwe bepalingen van de bijzondere rechtspleging tot gerechtelijke verdeling