- Arrêt of April 3, 2013

03/04/2013 - 2011PGA4068

Case law

Summary

Samenvatting 1

1. De constitutieve bestanddelen van het misdrijf ‘misbruik van vertrouwen' zijn bewezen:

- de rechtmatige eigenaar van het winnende lottoticket heeft dit ticket aan beklaagde overhandigd met als doel dit ticket via de lottoterminal te laten controleren op eventuele winst en met het oog op de uitbetaling van de eventuele winst,

- beklaagde heeft zich dit aan hem toevertrouwd ticket met bedrieglijk opzet toegeëigend door het wederrechtelijk achter te houden zonder vermelding van de winst aan de rechtmatige eigenaar,

- door het misbruik van vertrouwen werd de rechtmatige eigenaar benadeeld.

2. De constitutieve bestanddelen van het misdrijf (poging) oplichting zijn bewezen:

- beklaagde heeft getracht om zich het winnend lottoticket ten persoonlijke titel en als beweerde eigenaar van het lottoticket te laten uitbetalen, terwijl hij wist dat het ticket eigendom was van een klant van de krantenwinkel,

- door aldus te handelen had beklaagde het oogmerk om zich een zaak toe te eigenen, meer bepaald de lottowinst, die aan een ander toebehoort,

- beklaagde heeft hierbij bedrieglijke middelen aangewend, door zich in het regionaal ontvangstkantoor van de Nationale Loterij voor te doen als de rechtmatige eigenaar van het winnend lottoticket, hetgeen neerkomt op het aannemen van een valse hoedanigheid. Deze hoedanigheid van rechtmatige eigenaar is wel degelijk determinerend voor de uitbetaling van de lottowinst.


Arrêt - Integral text

Het Hof van Beroep, zitting houdende op 3 april 2013

te Antwerpen, 12e kamer

(...)

4.3. Motivering ten gronde

4.3.1. Op strafrechtelijk gebied

4.3.1.1. de eerste beklaagde H.R.

Na nieuw onderzoek ter terechtzitting door het hof, en door de stukken van het dossier, is de schuld van de eerste beklaagde H. aan de hem ten laste gelegde feiten sub A. en B. zoals hiervoor omschreven wel bewezen.

De constitutieve bestanddelen van het misdrijf ‘misbruik van vertrouwen' (art. 491 Sw.) zijn op basis van de inhoud van het strafdossier bewezen in hoofde van eerste beklaagde H.

Het is duidelijk dat de rechtmatige eigenaar van het winnende lottoticket dit ticket aan eerste beklaagde H. heeft overhandigd met als doel dit ticket via de lottoterminal te laten controleren op eventuele winst en met het oog op de uitbetaling van de eventuele winst.

H. heeft zich dit aan hem toevertrouwd ticket met bedrieglijk opzet toegeëigend door het wederrechtelijk achter te houden zonder vermelding van de winst aan de rechtmatige eigenaar van het lottoticket. Bovendien heeft beklaagde H. bewust gelogen over de omstandigheden waarin hij in het bezit is gekomen van het winnend lottoticket: eerst verklaarde hij dat hij het gevonden had op de grond voor de toonbank, nadien wijzigde hij zijn verklaring en stelde hij dat hij 2 lottotickets plots op de winkeltoog in de buurt van de lottoterminal zag liggen. Deze wijziging in zijn verklaring maakt zijn versie over het ‘vinden' van het winnend lottoticket hoogst ongeloofwaardig. Volgens H. zou het louter ‘toevallig' zijn dat het ‘gevonden' ticket nu net het hoogste bedrag aan lottowinst opleverde in de bewuste krantenwinkel voor het jaar 2010.

Uit de verklaring van de interne auditeur bij de Nationale Loterij, zijnde de heer M. C. (stuk 92) en de uitgeprinte computergegevens met de transacties van de bewuste lottoterminal (stukken 73-84) blijkt dat er voorafgaand aan de controle van de 2 ‘gevonden' lottotickets gedurende 30 minuten géén transacties plaatsvonden op de lottoterminal van de winkel, en gedurende 20 minuten na de controle evenmin transacties plaatsvonden, zodat de uitleg van H. als zou hij ‘door de drukte in de winkel' niet weten van welke klant de bewuste lottotickets waren, als ongeloofwaardig overkomt.

Het bedrieglijk opzet in hoofde van H. wordt bevestigd door de vaststelling dat hij nadien geen enkele inspanning heeft gedaan om de rechtmatige eigenaar op te sporen, door geen melding te maken van de beweerde ‘vondst' van dit winnend lottoticket aan de NATIONALE LOTERIJ en door zijn latere poging tot oplichting (feit B.), die erin bestaat dat hij gepoogd heeft om het winnend ticket voor eigen rekening te gaan innen.

Door het misbruik van vertrouwen werd de rechtmatige eigenaar van het winnend lottoticket - die nooit kon worden geïdentificeerd - benadeeld voor een bedrag van 3.389,50 EUR.

De schuld van beklaagde H. aan het feit A. is derhalve bewezen.

De poging tot oplichting d.d. 30.08.2010 (feit B.) is eveneens bewezen in hoofde van beklaagde H.

In tegenstelling tot hetgeen beklaagde H. in zijn beroepsconclusie tracht voor te houden, heeft hij op 30.08.2010 wel degelijk getracht om zich het winnend lottoticket ten persoonlijke titel en als beweerde eigenaar van het lottoticket te laten uitbetalen, terwijl hij wist dat het ticket eigendom was van een klant van de krantenwinkel ‘K.'. Dit blijkt uit de volgende objectieve elementen van het strafdossier:

- In zijn eigen verklaring d.d. 16.02.2011 (stuk 63) bevestigt beklaagde H. dat zijn echtgenote er eveneens van op de hoogte was dat hij het winnende bedrag ging innen bij de Nationale Loterij (stuk 61).

- Het feit dat beklaagde H. op 30.08.2010 naar het regionaal ontvangstkantoor van de Nationale Loterij is gegaan om het winnend lottoticket te innen, wordt bevestigd door zijn echtgenote B. in haar verklaring d.d. 16.02.2011 (stuk 56): "Mijn man zei me dat hij tegen een dame welke aan het loket zat aldaar, had gezegd dat hij het winnend lottoformulier kwam innen.", en wordt ten overvloede aldus bevestigd in de beroepsconclusie voor tweede beklaagde B. op blz. 2 onderaan.

- De regionale manager van de Nationale Loterij, zijnde mevrouw P. A., had op 30.08.2010 een gesprek met H. in het kader van de aanbieding van het winnend lottoticket. Toen tijdens dit gesprek duidelijk werd dat het winnend lottoticket afkomstig was van een vooraf ingevuld deelnemingsformulier (met daarop de aangekruiste getallen), vroeg zij aan H. de voorlegging van dit origineel deelnemingsformulier. Het is slechts op dat ogenblik dat H. haar ter kennis bracht dat het winnend bulletin door hem gevonden was voor de toonbank in de winkel (stuk 88). Dit bevestigt dat H. zich aanvankelijk aanbood ter inning van het winnend lottoticket, zonder melding te maken van ‘het vinden' van dit ticket. Mevrouw P. verklaarde dienaangaande: "Betrokkene heeft in aanvang een winnend ticket willen innen ten belope van 3.389,50 EUR" (stuk 89).

- De bedrijfsjurist van de Nationale Loterij, de heer N. F., was aanwezig bij het gesprek met beklaagde H. d.d. 31.08.2010, waarbij H. zei dat hij gelogen had en dat het ticket niet aan hem toebehoorde maar aan een klant van hem (stuk 49). Aanvankelijk had H. het winnend lottoticket gewoon ter inning aangeboden bij het regionaal kantoor te Antwerpen, zonder vermelding van deze bijzondere omstandigheden.

Door aldus te handelen had beklaagde H. ontegensprekelijk het oogmerk om zich een zaak toe te eigenen, meer bepaald de lottowinst ten bedrage van 3.389,50 EUR, die aan een ander toebehoort.

Beklaagde H. heeft hierbij bedrieglijke middelen aangewend, door zich op 30.08.2010 in het regionaal ontvangstkantoor van de Nationale Loterij voor te doen als de rechtmatige eigenaar van het winnend lottoticket, hetgeen neerkomt op het aannemen van een valse hoedanigheid. Deze hoedanigheid van rechtmatige eigenaar van het winnend lottoticket is wel degelijk determinerend voor de uitbetaling van de lottowinst.

De argumenten van beklaagde H. op blz. 8 van zijn beroepsconclusie zijn niet relevant, vermits aldaar de constitutieve bestanddelen van het misdrijf (poging) oplichting worden getoetst aan hetgeen zich voordeed in de krantenwinkel op 16.08.2010 (dat het misdrijf ‘misbruik van vertrouwen' uitmaakt en betrekking heeft op het in het bezit komen van het winnend lottoticket). De poging oplichting vond plaats in het regionaal ontvangstkantoor van de Nationale Loterij te Berchem op 30.08.2010 en heeft betrekking op de uitbetaling van de lottowinst, niet op het in bezit komen van het winnend lottoticket.

Het is enkel door de oplettendheid van het personeel van het regionaal ontvangstkantoor van de Nationale Loterij te Berchem dat het misdrijf oplichting niet werd voltrokken.

De schuld van beklaagde H. aan het feit B. is eveneens bewezen.

(...)

Free keywords

  • 1. Strafrecht

  • Misbruik van vertrouwen 2. Strafrecht

  • Oplichting