- Arrêt of May 28, 2013

28/05/2013 - 2009AR2190

Case law

Summary

Samenvatting 1

De wettige verdenking in de zin van artikel 828,1° Ger.W. juncto art 966 Ger. W. veronderstelt dat de deskundige niet in staat is op een onafhankelijke en onpartijdige wijze een advies te verlenen in de zaak waarin hij is aangesteld. Het gebrek aan onafhankelijkheid en onpartijdigheid kan ook ingeroepen worden als reden om de vervanging te bekomen van een deskundige.

Een verzoekschrift tot wraking moet ingediend worden binnen de 8 dagen nadat de partij kennis heeft gekregen van de redenen van wraking (art. 970, lid 2 Ger. W. ). Deze termijn is niet voorgeschreven op straffe van verval.

Om schadevergoeding te vragen moeten de eisers ervan bewijzen bewijzen dat de verzoekende partij bij de uitoefening van haar recht om een wrakingsgrond in te roepen of de vervanging van een deskundige te vragen een fout heeft begaan omdat zij dat recht misbruikt heeft of gehandeld heeft met een schuldige lichtzinnigheid.


Arrêt - Integral text

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2013/

A.R. nr. 2009/AR/2190

INZAKE VAN :

1) De heer E. N.,

2) Mevrouw A. N.,

1ste kamer

3) Mevrouw N N.,

4) De heer R. N.,

5) Mevrouw C B.,

6) Het NATIONAAL VERBOND VAN SOCIALISTISCHE MUTUALITEITEN, afgekort N.V.S.M., verzekeringsorganisme door de wet erkend, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1000 BRUSSEL, Sint-Jansstraat 32, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0411.724.220,

appellanten tegen een vonnis uitgesproken door de uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 5 december 2008,

vertegenwoordigd door Meester Rudy LOOS loco Meester Stéphane LIBEER, advocaat te 1040 BRUSSEL, Sint-Michielslaan 55/10,

TEGEN :

1) De Onderlinge Vereniging Algemene Mutualiteit voor Medische Assurantie, AMMA VERZEKERINGEN, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1000 BRUSSEL, Renaissancelaan 12 bus 1, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0409.003.270,

eerste geïntimeerde, verzoekende partij in wraking deskundige, vertegenwoordigd door Meester M. PEERENBOOM loco Meester Philippe - Marie DE SMET, advocaat te 1180 BRUSSEL, Winston Churchilllaan 251 bus 1,

2) De vzw GASTHUISZUSTERS ANTWERPEN (GZA), waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 2610 WILRIJK, Sint-Augustinuslaan 20, die het geding hervat voor de vzw SINT-VINCENTIUSZIEKENHUIS, later genaamd VZW SINT-VINCENTIUS/SINT JOZEF, met zetel te 2018 ANTWERPEN Sint-Vincentiusstraat 20,

tweede geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester VAN BRUSSELT loco Meester Eric, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Schermersstraat 30,

IN AANWEZIGHEID VAN :

Dr. A. L., wonende

aangestelde deskundige, niet verschijnende,

Artikelen 828, 1°, 966 en 970, tweede lid Ger. W. Deskundige wraking. Wettige verdenking. Termijn voor de indiening van het verzoekschrift tot wraking. Schadevergoeding bij rechtsmisbruik in dit kader

De wettige verdenking in de zin van artikel 828,1° Ger.W. juncto art 966 Ger. W. veronderstelt dat de deskundige niet in staat is op een onafhankelijke en onpartijdige wijze een advies te verlenen in de zaak waarin hij is aangesteld. Het gebrek aan onafhankelijkheid en onpartijdigheid kan ook ingeroepen worden als reden om de vervanging te bekomen van een deskundige.

Een verzoekschrift tot wraking moet ingediend worden binnen de 8 dagen nadat de partij kennis heeft gekregen van de redenen van wraking (art. 970, lid 2 Ger. W. ). Deze termijn is niet voorgeschreven op straffe van verval.

Om schadevergoeding te vragen moeten de eisers ervan bewijzen bewijzen dat de verzoekende partij bij de uitoefening van haar recht om een wrakingsgrond in te roepen of de vervanging van een deskundige te vragen een fout heeft begaan omdat zij dat recht misbruikt heeft of gehandeld heeft met een schuldige lichtzinnigheid.

Gelet op de procedurestukken:

• het verzoekschrift tot wraking van deskundige L. of tot vervanging van de deskundige neergelegd ter griffie van het hof op 18 februari 2013;

• de conclusie van geïntimeerden sub 1 t.e.m. 6 neergelegd ter griffie op 5 maart 2013;

• de conclusie van geïntimeerde sub 7 neergelegd ter griffie op 28 maart 2013;

• de conclusie van verzoekende partij neergelegd ter zitting van 21 mei 2013.

Gehoord de advocaten van partijen in raadkamer van 21 mei 2013 en gelet op de stukken die zij neerlegden.

I. Bespreking.

1.1. Bij tussenarrest gewezen op 23 oktober 2012 werd, alvorens recht te spreken, Dr. A. L. aangesteld als deskundige met een welomschreven opdracht .

Bij schrijven van 8 november 2012 liet de deskundige o.a. weten haar opdracht te aanvaarden, stelde ze het eerste deskundigenonderzoek vast op 4 februari 2013 en vroeg zij aan partijen hun dossiers over te maken. Bij schrijven van 14 december 2012 liet de deskundige weten dat het eerste deskundigenonderzoek verplaatst werd naar 19 februari 2013.

Op 18 februari 2013 legde verzoekende partij een verzoekschrift neer tot wraking van de deskundige of tot vervanging van die deskundige.

Bij schrijven van 21 februari 2013 liet deskundige L. weten dat zij deze wraking betwistte.

1.2. Verzoekende partij is de mening toegedaan dat de wettige verdenking van toepassing is (zie artikel 966 Ger.W. versus artikel 828, 1° Ger.W.).

Zij verwijst hierbij naar een geschil dat gerezen is n.a.v. de neerlegging van een deskundigenverslag in de loop van 2004 waarin zij zich genoodzaakt voelde een dagvaarding uit te brengen tegen het college van deskundigen dat het verslag had opgesteld en waarvan dr. L. deel uitmaakte.

1.3. De wettige verdenking in de zin van artikel 828,1° Ger.W. veronderstelt dat de deskundige niet in staat is op een onafhankelijke en onpartijdige wijze een advies te verlenen in de zaak waarin hij is aangesteld. Het gebrek aan onafhankelijkheid en onpartijdigheid kan ook ingeroepen worden als reden om de vervanging te bekomen van een deskundige.

Het feit dat in de loop van 2004 een geschil is gerezen tussen AMMA en een college van deskundigen waarvan Dr. L. deel uitmaakte wat leidde tot een dagvaarding van dat college waarin gevorderd werd schadevergoeding te betalen wegens fouten begaan bij het opstellen van het deskundigenverslag (= toepassing van artikel 1382 e.v. B.W.) maakt op zich geen bewijs uit dat Dr. L. niet meer in staat zou zijn onafhankelijk en onpartijdig op te treden telkens wanneer AMMA één van de betrokken partijen is in een zaak.

Verzoekende partij legt overigens een vonnis neer uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 3 februari 2010 in voornoemde aangelegenheid waaruit blijkt dat de vordering van AMMA afgewezen werd als ongegrond en dat aan het desbetreffende college van deskundigen bijgevolg geen enkele fout kon worden verweten in de zin van artikel 1382 e.v. B.W.

Dit vonnis dateert bovendien van meer dan 3 jaar geleden en AMMA legt geen stukken neer waaruit zou blijken dat deze beslissing hervormd werd zodat dit feitelijk element thans niet kan aangewend worden als een bewijs van gebrek aan onafhankelijkheid en objectiviteit vanwege de deskundige.

1.4. Artikel 970 Ger.W. bepaalt overigens dat een verzoekschrift tot wraking moet ingediend worden binnen de 8 dagen nadat de partij kennis heeft gekregen van de redenen van wraking.

Deze termijn is inderdaad niet voorgeschreven op straffe van verval maar de houding aangenomen door AMMA in deze zaak toont echter aan dat de redenen die thans door haar worden ingeroepen om Dr. L. te wraken/vervangen weinig ernstig voorkomen.

Het tussenarrest - waarin Dr. L. als deskundige werd aangesteld - dateert van 23 oktober 2012. Terwijl AMMA in haar conclusie aanstuurde op de aanstelling van een college van deskundigen, waaronder een professor inwendige geneeskunde en geriatrie, een orthopedisch chirurg en een professor radiologie heeft zij nooit uitdrukkelijk kenbaar gemaakt dat Dr. L. niet kon/mocht aangesteld worden .

Na het tussenkomen van voornoemd tussenarrest waarin duidelijk werd dat Dr. L. als deskundige was aangesteld, liet AMMA de deskundige haar verrichtingen aanvangen. Zij maakte op 15 november 2012 een kopie over van haar laatste beroepsconclusie alsmede van haar stukken. In dit schrijven werd uitdrukkelijk de vraag gesteld of Dr. L. haar opdacht aanvaardde. Het is slechts wanneer het eerste deskundigenonderzoek verplaatst werd naar 19 februari 2013 - op verzoek van Dr. D'HEER, zijnde de raadgevende geneesheer van AMMA - dat AMMA de dag voordien overging tot het neerleggen van een verzoekschrift.

1.5. Er is dan ook geen gewettigde reden voorhanden om Dr. L. te wraken of om een andere deskundige aan te stellen.

Het verzoek van AMMA wordt dan ook verworpen als zijnde ongegrond.

Alle overige door partijen ingeroepen middelen zijn niet terzake dienend in het licht van wat voorafgaat.

1.6. Geïntimeerden sub 1 t.e.m. 6 verzoeken AMMA te veroordelen om aan elk van hen een morele schadevergoeding te betalen van 1.000 euro (= verlies van tijd, het onnodig laten aanslepen van de procedure, de instandhouding van de onzekerheid, de frustratie omdat de procedure verdaagd wordt).

Het is niet omdat het verzoek van AMMA verworpen wordt dat hierdoor het bewijs is geleverd dat AMMA foutief en onzorgvuldig is opgetreden.

Geïntimeerden die schadevergoeding vragen moeten bewijzen dat de verzoekende partij bij de uitoefening van haar recht om een wrakingsgrond in te roepen of de vervanging van een deskundige te vragen een fout heeft begaan omdat zij dat recht misbruikt heeft of gehandeld heeft met een schuldige lichtzinnigheid.

De vordering tot het bekomen van een morele schadevergoeding wordt derhalve verworpen als zijnde ongegrond.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het verzoek van AMMA ontvankelijk doch ongegrond.

Verklaart de tegenvorderingen ontvankelijk doch ongegrond

Verwijst de zaak naar de bijzondere rol voor het verder zetten van de gerechtelijke expertise zoals bevolen in het tussenarrest van 23 oktober 2012.

Houdt de beslissing over de gerechtskosten aan.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

28/05/2013

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER

Free keywords

  • Deskundige. Wraking. Termijn voor wraking. Geen vervaltermijn. Misbruik van de procedure van wraking. Schadevergoeding.