- Arrêt of July 26, 2013

26/07/2013 - 2013AR990

Case law

Summary

Samenvatting 1

Bij toepassing van artikel 1051 Ger.W. is de termijn om hoger beroep aan te tekenen één maand, te rekenen van o.a. de betekening van het vonnis.

De beroepstermijn is een vervaltermijn en deze raakt de openbare orde.

De sanctie voor het niet naleven van de beroepstermijn is bijgevolg het verval, zelfs ambtshalve uit te spreken door de rechter in iedere stand van het geding en zelfs voor de eerste maal voor het Hof van Cassatie.


Arrêt - Integral text

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2013/

A.R. nr. 2013/AR/990

INZAKE VAN :

Mevrouw J. D., wonende

appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 3 september 2012,

vertegenwoordigd door Meester KEPPENS loco Meester Jacques DE HEMPTINNE, advocaat te 1180 BRUXELLES, Rue du Postillon 23,

1ste kamer

TEGEN :

De BVBA ADVOCATENKANTOOR BRACK, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1180 BRUSSEL, Floridalaan 26, Ingeschreven in het register der kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer 0872.028.119,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester POELS loco Meester Kristoff SIMONS, advocaat te 1800 VILVOORDE, Rooseveltlaan 70,

Bij toepassing van artikel 1051 Ger.W. is de termijn om hoger beroep aan te tekenen één maand, te rekenen van o.a. de betekening van het vonnis.

De beroepstermijn is een vervaltermijn en deze raakt de openbare orde.

De sanctie voor het niet naleven van de beroepstermijn is bijgevolg het verval, zelfs ambtshalve uit te spreken door de rechter in iedere stand van het geding en zelfs voor de eerste maal voor het Hof van Cassatie.

____________________________________________________

Gelet op de procedurestukken:

• het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken bij verstek door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 6 december 2010, beslissing waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd;

• het verzet betekend bij exploot van 20 januari 2011;

• het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken op verzet door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 3 september 2012, beslissing die betekend werd op 5 maart 2013;

• het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 14 mei 2013.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 24 juni 2013 en gelet op de stukken die zij neerlegden.

I. Voorwerp van de vorderingen.

1.1. De oorspronkelijke eis van geïntimeerde strekte ertoe appellante in solidum met de heer Jean-Louis BAILY ( niet meer in zake) te horen veroordelen tot betaling van een bedrag van 2.932 euro ten titel van achterstallige erelonen en kosten plus de moratoire en gerechtelijke intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 21 november 2008.

1.2. De eerste rechter heeft deze vordering integraal toegekend bij verstek t.a.v. de heer Jean-Louis BAILY en huidige appellante.

1.3. De heer Jean-Louis BAILY en huidige appellante tekenden verzet aan tegen voornoemd vonnis.

De eerste rechter verklaarde dit verzet ontvankelijk doch ongegrond en bevestigde integraal het hier voren geciteerde verstekvonnis.

1.4. In hoger beroep vraagt appellante (1) in hoofdorde de uitspraak op te schorten op grond van het adagium "le criminel tient le civil en état" en (2) in ondergeschikte orde de oorspronkelijke vordering ontvankelijk doch ongegrond te verklaren.

1.5. Geïntimeerde vraagt het hoger beroep niet ontvankelijk te verklaren.

1.6. Appellante schikt zich desbetreffend naar de wijsheid van het hof.

II. Bespreking.

2.1. Het hoger beroep is zowel gericht tegen het vonnis gewezen bij verstek van 6 december 2010 als tegen het vonnis gewezen op verzet van 3 september 2012.

2.2. Het vonnis gewezen op verzet werd betekend op 5 maart 2013 aan appellante in persoon en het verzoekschrift in hoger beroep werd neergelegd ter griffie op 14 mei 2013.

Bij toepassing van artikel 1051 Ger.W. is de termijn om hoger beroep aan te tekenen één maand, te rekenen van o.a. de betekening van het vonnis.

De termijn van één maand was verlopen op het ogenblik van het neerleggen van het verzoekschrift in hoger beroep.

2.3. De beroepstermijn is een vervaltermijn en deze raakt de openbare orde.

De sanctie voor het niet naleven van de beroepstermijn is bijgevolg het verval, zelfs ambtshalve uit te spreken door de rechter in iedere stand van het geding en zelfs voor de eerste maal voor het Hof van Cassatie.

2.4. Enkel het hoger beroep dat op regelmatige wijze tegen het vonnis op verzet gericht is (waarin het verzet ontvankelijk doch ongegrond werd verklaard) kan het verstekvonnis voor de appelrechter brengen .

2.5. Gezien het hoger beroep tegen het vonnis op verzet laattijdig is en bijgevolg onontvankelijk is het vonnis gewezen op verstek definitief geworden zoals overigens ook het vonnis gewezen op verzet.

2.6. Partijen verzoeken het basisbedrag toe te kennen wat de rechtsplegingsvergoeding betreft.

Gelet op de omvang van het gevorderde (= schaal van 2.500,01 euro tot 5.000 euro) bedraagt het basisbedrag, na indexatie, 715 euro.

Dit bedrag komt toe aan geïntimeerde als de in het gelijk gestelde partij.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk.

Veroordeelt appellante in de kosten van hoger beroep, begroot in hun geheel

- in hoofde van haarzelf op euro 925 ( 210 rolrecht + 715 rechtsplegingsvergoeding), en

- in hoofde van geïntimeerde op euro 715 rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter buitengewone openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER

Free keywords

  • Hoger beroep. Termijn. Sanctie bij niet naleving van de wettelijke termijn voor hoger beroep. Vonnis waartegen verzet was aangetekend.