- Arrêt of November 12, 2013

12/11/2013 - 2010AR2643

Case law

Summary

Samenvatting 1

Een toepassingsvoorwaarde voor de zaakwaarneming is dat zij gebeurt in het belang van de meester van de zaak. Het is daarbij mogelijk dat ook het eigen belang van de zaakwaarnemer wordt gediend, maar de onbaatzuchtigheid moet een doorslaggevende reden zijn. Een andere toepassingsvoorwaarde voor de figuur van de zaakwaarneming is dat zij noodzakelijk was, dat wil zeggen dat de meester van de zaak niet zelf kon handelen of dat er nood was aan onmiddellijk optreden.


Arrêt - Integral text

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2013/

A.R. nr. 2010/AR/2643

INZAKE VAN :

De heer K. V.,

appellant tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 20 juli 2010,

vertegenwoordigd door Meester Isabelle BACQUAERT, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Frankrijklei 123,

1ste kamer

TEGEN :

De GEMEENTE E., vertegenwoordigd door het College van Burgemeester en Schepenen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1040 BRUSSEL, Oudergemlaan 115,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester DE MULDER loco Meester Erik VAN RYMENANT, advocaat te 1000 BRUSSEL, Congresstraat 5,

Oneigenlijke contracten. Zaakwaarneming. Toepassingsvoorwaarden.

Een toepassingsvoorwaarde voor de zaakwaarneming is dat zij gebeurt in het belang van de meester van de zaak. Het is daarbij mogelijk dat ook het eigen belang van de zaakwaarnemer wordt gediend, maar de onbaatzuchtigheid moet een doorslaggevende reden zijn. Een andere toepassingsvoorwaarde voor de figuur van de zaakwaarneming is dat zij noodzakelijk was, dat wil zeggen dat de meester van de zaak niet zelf kon handelen of dat er nood was aan onmiddellijk optreden.

________________________________________________

1 De procedure

In dit arrest oordeelt het hof over het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 20 juli 2010.

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waaronder artikel 24, zijn nageleefd.

Het arrest wordt gewezen na tegenspraak.

De partijen verklaren dat het vonnis niet werd betekend. Het hoger beroep is tijdig en regelmatig naar vorm ingesteld.

2 De feiten

De eerste rechter heeft de relevante feiten weergegeven als volgt:

"

1.De heer V. is eigenaar van een pand te E., aan de M.-straat 21.

Het aanpalende pand aan de M.-straat 23 is eigendom van de Gemeente E. en is onderverdeeld in appartementen die worden verhuurd.

De heer V. zet in zijn conclusies uiteen dat hij het pand, waarvan hij in 2003 eigenaar is geworden, volledig eigenhandig heeft gerenoveerd en dat enkel nog de dakgoot moest worden hersteld. Hij zou aan de gemeente hebben beloofd die herstelling spoedig uit te voeren, vanaf september 2007 na zijn terugkeer uit vakantie.

2. In juli 2007 is door de Gemeente E. vastgesteld dat bij regenval de dakgoot van het pand van de heer V. niet al het regenwater kon afvoeren en dat het water eroverheen gutste, op het perceel van de gemeente aan de M.-straat 23. Dit zou schade hebben veroorzaakt aan het pand van de Gemeente E., meer bepaald in het appartement op het gelijkvloers.

De Gemeente E. heeft per e-mail de heer V. - die op vakantie was - proberen te contacteren en heeft gemeld dat zij een offerte had gevraagd voor de herstellingen aan de dakgoot. Het bedrag van de offerte was 8.570 euro, zonder btw.

Nadien heeft de Gemeente de herstellingswerken aan de dakgoot laten uitvoeren, voor de prijs van 11.225,40 euro, btw inbegrepen.

3. De Gemeente E. heeft de heer V. aangeschreven om van hem de betaling voor de dakwerken terug te vorderen. De heer V. heeft hierop nooit gereageerd.

"

3 Het onderwerp van de vordering

3.1

Voor de eerste rechter vorderde E. de veroordeling van de heer V. tot betaling van 11.225,40 EUR, de prijs betaald aan de dakwerker, 1.000,00 EUR voor de kosten van het gemeentepersoneel en 1.000,00 EUR voor de indirecte schade ten gevolge van de waterinfiltraties. Ondergeschikt bood zij het getuigenbewijs aan met betrekking tot de waterinfiltraties en de gebrekkige toestand van het dak van het pand van de heer V., en suggereerde zij de aanstelling van een deskundige.

De heer V. concludeerde tot de ongegrondheid van de vordering.

3.2

De eerste rechter verklaarde de vordering van E. niet ontvankelijk bij gebrek aan belang voor wat betreft de vergoeding van genotderving voor de huurders. Hij verklaarde de vordering voor het overige ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond en veroordeelde de heer V. tot betaling aan E. van 11.225,40 EUR plus de verwijlintresten daarop aan de wettelijke rentevoet vanaf 1 september 2007 tot datum van uitspraak waarna de gerechtelijke interesten.

3.3

In hoger beroep herneemt de heer V. zijn oorspronkelijk verweer.

E. concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep.

4 De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen

4.1 De grond van het hoger beroep

De vordering van E. voor de eerste rechter was gesteund op de zaakwaarneming voor wat betreft de prijs van de werken en de kosten van het gemeentepersoneel. Voor de vordering met betrekking tot genotderving vermeldde zij geen andere motivering dan "vergoeding van indirecte schade". De eerste rechter heeft de vordering met betrekking tot genotderving niet ontvankelijk verklaard en E. heeft daar geen incidenteel hoger beroep tegen ingesteld. Alleen de vordering op grond van zaakwaarneming staat dus nog ter beoordeling.

Artikel 1375 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de eigenaar wiens zaak behoorlijk is waargenomen, de verbintenissen moet nakomen die in zijn naam door de waarnemer zijn aangegaan, hem moet schadeloos stellen voor alle persoonlijke verbintenissen die hij op zich heeft genomen en hem alle nuttige of noodzakelijke uitgaven die hij gedaan heeft moet vergoeden.

Een toepassingsvoorwaarde voor de zaakwaarneming is dat zij gebeurt in het belang van de meester van de zaak. Het is daarbij mogelijk dat ook het eigen belang van de zaakwaarnemer wordt gediend, maar de onbaatzuchtigheid moet een doorslaggevende reden zijn .

Een andere toepassingsvoorwaarde voor de figuur van de zaakwaarneming is dat zij noodzakelijk was, dat wil zeggen dat de meester van de zaak niet zelf kon handelen of dat er nood was aan onmiddellijk optreden .

Aan de vermelde voorwaarden was in dit geval niet voldaan.

Uit de uiteenzetting van de feiten van E. blijkt dat zij is opgetreden niet in het belang van de heer V., maar in haar eigen belang. E. zelf legt een mail voor gericht aan de heer V. van 24 juli 2007, dit is voor de uitvoering van werken, waarin zij hem wees op waterinfiltraties in haar gebouw door de kroonlijst van zijn gebouw, en waarin zij stelde dat ze de situatie "reeds jarenlang" had aangeklaagd bij de vorige eigenaar. In dezelfde mail stelde ze dat de heer V. toelating had gegeven voor werken, en deelde ze mee dat een aannemer een offerte had gemaakt voor 8.570,00 EUR ex BTW . Ook in haar ingebrekestelling van 9 november 2007 stelde E. dat ze de werken had laten uitvoeren "omdat de situatie in het appartement van mevrouw DERO dermate problematisch werd en omdat u uw mondelinge toestemming op vrijdag 20 juli 2007 gegeven heeft(...)". Uit een en ander is duidelijk dat E. meende dat de heer V. in gebreke bleef om bij hem werken uit te voeren om de waterinfiltraties bij haar te beëindigen en dat ze die dan maar zelf heeft uitgevoerd.

De heer V. ontkent overigens het bestaan van een mondelinge overeenkomst. E. steunt haar vordering ook niet op die grond; dit zou ook stuiten op de vereiste van schriftelijk bewijs uit artikel 1341 van het Burgerlijk Wetboek.

Er was evenmin een onmogelijkheid van handelen van de heer V. of een nood aan onmiddellijk ingrijpen. Dat de heer V. niet was ingegaan op vragen van E. staat niet gelijk met zijn onmogelijkheid om te handelen. Dat het kort voor de uitgevoerde werken hard had geregend, bracht evenmin nood mee aan een onmiddellijk ingrijpen. Zoals vermeld bestond het probleem reeds jaren, en het kan niet aangenomen worden dat de hevige regenval van juli 2007 het plots rechtvaardigde om het dak van de heer V. voor een stuk te vervangen.

De inbreuk van E. op het eigendomsrecht van de heer V. was dus niet gerechtvaardigd. E. heeft niet de zaak van de heer V. waargenomen om zijn belangen te behartigen, maar heeft zichzelf recht willen verschaffen middels een eigen ingreep op zijn eigendom.

Of er waterinfiltraties waren en wat daarvan de oorzaak was, is voor het overige niet relevant voor de beoordeling van de vordering op grond van zaakwaarneming. Het ondergeschikte aanbod van getuigenbewijs van E. is daarom zonder belang.

E. kan dus geen rechten putten uit de figuur van zaakwaarneming. Haar daarop gesteunde vordering is ongegrond.

5 De kosten

De gerechtskosten van beide aanleggen worden ten laste gelegd van E., de in het ongelijk gestelde partij.

Er is geen reden om voor de rechtsplegingsvergoeding af te wijken van de toepassing van het basisbedrag. Met toepassing van het Koninklijk besluit van 26 oktober 2007 bedraagt dat basisbedrag gelet op de waarde van de vordering (geïndexeerd) 1.210,00 EUR.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep van de heer V. ontvankelijk en gegrond als volgt:

Hervormt het vonnis voor zover het oordeelt over de grond van de vordering, en spreekt opnieuw recht als volgt:

Verklaart de vordering van E. ongegrond.

Veroordeelt E. tot de betaling van de kosten van beide aanleggen, die voor eerste aanleg begroot door de eerste rechter, en die in hoger beroep begroot

- in hoofde van appellant op euro 1.396 ( 186 rolrecht + 1.210 rechtsplegingsvergoeding), en

- in hoofde van geïntimeerde op euro 1.210 rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

12/11/2013

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

Free keywords

  • Zaakwaarneming. Toepassingsvoorwaarden. Artikelen 1372 en 1375 BW.