- Arrêt of December 23, 2013

23/12/2013 - 2010AR2125

Case law

Summary

Samenvatting 1

Een mede-erfgenaam kan opkomen, wegens benadeling voor meer dan een vierde, tegen een echte dadingsovereenkomst die tot doel heeft de onverdeeldheid ingevolge een opengevallen nalatenschap te doen ophouden; de artikelen 887 en 888 BW inzake de verdeling primeren op artikel 2052 BW inzake de dading, wat de vernietiging wegens benadeling betreft, van een verdelingsovereenkomst in de vorm van een reële dading. De extensieve interpretatie van artikel 888, eerste lid BW verdient voorkeur.


Arrêt - Integral text

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2013/

A.R. nr. 2010/AR/2125

INZAKE VAN :

1) De heer F. S.,

2) De heer M. S.,

3) Mevrouw G. S.,

verweerders in cassatie van een arrest gewezen op 2 oktober 2008 door het hof van beroep te Gent, appellanten tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te B. op 20 november 2002,

vertegenwoordigd door Meester Lino VERBEKE, advocaat te 8200 B., Diksmuidse Heerweg 126,

TEGEN :

Mevrouw Y. S.,

eiseres tot cassatie, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Johan WINDELS, advocaat te 8820 TORHOUT, Karel De Ghelderelaan 5,

vertegenwoordigd door Meester Dirk PEETERS, advocaat te 8310 ASSEBROEK...., Baron Ruzettelaan 27,

1ste kamer

Artikelen 887 en 888 BW. Verdeling van een nalatenschap middels een dading. Wilsgebreken. Benadeling voor meer dan één vierde.

Extensieve interpretatie van artikel 888, eerste lid BW

Een mede-erfgenaam kan opkomen, wegens benadeling voor meer dan een vierde, tegen een echte dadingsovereenkomst die tot doel heeft de onverdeeldheid ingevolge een opengevallen nalatenschap te doen ophouden; de artikelen 887 en 888 BW inzake de verdeling primeren op artikel 2052 BW inzake de dading, wat de vernietiging wegens benadeling betreft, van een verdelingsovereenkomst in de vorm van een reële dading. De extensieve interpretatie van artikel 888, eerste lid BW verdient voorkeur.

************************************************

Gelet op de stukken van de rechtspleging, inz.:

- de dagvaarding na cassatie, bij exploot van 15 juli 2010 betekend, op 26 juli 2010 ter griffie neergelegd;

- de syntheseconclusie van appellanten, op 10 oktober 2011 ter griffie neergelegd;

- de syntheseconclusie van geïntimeerde, op 9 december 2011 ter griffie neergelegd.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2013 en gelet op de stukken die zij neerlegden.

I. Procedure

1. Partijen zijn de kinderen van wijlen A. S., overleden op 13 mei 1998 en van I. H., eerst overleden op 23 oktober 1995.

Er rees een geschil tussen partijen naar aanleiding van de vereffening en verdeling van de nalatenschappen van de ouders.

Appellanten stellen dat, bij onderzoekingen naar het beheer door hun zuster Y. over de goederen en bezittingen van de ouders, er onregelmatigheden aan het licht zijn gekomen.

Partijen sloten op 3 november 2000 een dadingsovereenkomst om een einde te stellen aan deze geschillen. Bij deze dading verbond Y. S. zich jegens broers en zuster om op het eerste verzoek van notaris X. te B., een akte van afstand van erfrechten te ondertekenen, waarbij zij onherroepelijk afstand zou doen van al haar erfrechten in de nalatenschap van haar ouders. De overeenkomst luidt:

"Dading

Tussen de ondergetekenden is overeengekomen en aanvaard, na wederzijdse toegevingen, aan voormelde geschillen te verzaken tegen de hierna bepaalde bedingen en voorwaarden. Onderhavige overeenkomst bevat een forfaitaire regeling die door iedere partij op eigen risico wordt toegestaan en aanvaard, na daartoe terdege te zijn ingelicht door notaris X. te B..

Aldus verklaren ondergetekenden, ten titel van dading, volgende overeenkomst te hebben gesloten:

1. Y. S. staat onherroepelijk al haar erfrechten in de nalatenschappen van haar ouders voornoemd af aan F., M. en G. S., allen voornoemd, elk voor één/derde. Y. S. verbindt zich ertoe op eerste verzoek van notaris X. te B. een akte van afstand van erfrechten dienaangaande te ondertekenen.

2. De reeds uitgevoerde verdeling in natura van de inboedel van het ouderlijk huis wordt bij deze bevestigd, zonder verdere opleg ten laste of ten gunste van Y. S..

2. Y. S. draagt niet bij in de passiva van voormelde nalatenschappen, niet in de notariële kosten noch in de expertisekosten van accountant V., echter de voor haar rekening reeds voldane erfenisrechten door haar niet terugvorderbaar zijnde.

3.Alle kosten en rechten met betrekking tot de uitvoering van onderhavige dading, zoals ondermeer de akte van afstand van erfenisrechten, zijn ten laste van F., M. en G. S..

4. F., M. en G. S. verklaren onherroepelijk te verzaken aan elke vordering lastens Y. S. betreffende diens beheer over het vermogen van de ouders.

Ten gevolge van deze wederkerige afstand en dading verklaren de ondergetekenden de tussen hen ontstane geschillen en betwistingen te hebben beëindigd.

Opgemaakt in vier exemplaren te B. op 3.11.2000."

Mevrouw Y. S. weigerde echter in te gaan op verzoeken van de notaris om deze akte van afstand te ondertekenen.

2. Bij exploot van 26 maart 2001 hebben huidige appellanten een vordering ingesteld voor de rechtbank van eerste aanleg te B. tegen geïntimeerde Y. S. om deze laatste te doen veroordelen om de overeenkomst van dading uit te voeren onder verbeurte van een dwangsom en om zich te horen voor recht zeggen dat bij gebrek hieraan gevolg te geven, het vonnis zou gelden als volledige instemming van Y. S. met de ondertekening van de akte van overdracht van erfrechten, volgens ontwerp aan de dagvaarding gevoegd, en om een notaris aan te stellen die in haar plaats de nodige akte zou tekenen.

3. Partij Y. S. ontkende de beweerde onregelmatigheden te hebben begaan en betwistte de rechtsgeldigheid van de dading wegens afwezigheid van wil en op grond van dwaling of geweld in de zin van artikel 2053 van het Burgerlijk Wetboek, juncto artikelen 1110 en 1111 van het Burgerlijk Wetboek, alsook op grond van benadeling voor meer dan een vierde (artikelen 887 en 888 van het Burgerlijk Wetboek). Zij vorderde bij tegenvordering de nietigverklaring van de aangegane dading.

4. Bij vonnis van 20 november 2002 heeft de rechtbank van eerste aanleg de hoofdvordering van appellanten ongegrond verklaard en de tegenvordering van Y. S. gegrond, bijgevolg de dadingsovereenkomst van 3 november 2002 nietig verklaard, de gerechtelijke vereffening en verdeling bevolen van de nalatenschappen van beide ouders en hiertoe notarissen aangesteld, namelijk respectievelijk notaris Y. te B. en notaris V., eveneens te B.. Huidige appellanten werden tot betaling van de gerechtskosten veroordeeld.

5. Appellanten stelden op 27 juni 2003 hoger beroep in.

Bij arrest van 2 oktober 2008 hervormde het hof van beroep te Gent, 11de kamer, het vonnis van de rechtbank, verklaarde de oorspronkelijke vordering van appellanten gegrond in de volgende mate en de oorspronkelijke tegenvordering van Y. S. ongegrond. Het zegde dat geïntimeerde Y. S. gehouden is de dadingsovereenkomst van 3 november 2000 uit te voeren door binnen de maand na betekening van het arrest te verschijnen voor notaris X. en zegde dat, voor zover zij hieraan geen gevolg zou geven, zij vertegenwoordigd zou worden door notaris Z. te H. die hiertoe werd aangesteld met de bevoegdheden zoals bedoeld in artikel 1209, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek.

De gerechtskosten van beide aanleggen werden ten laste van geïntimeerde gelegd.

Het hof overwoog dat partijen op 3 november 2000 wederzijdse toegevingen deden en dat de reële dadingsovereenkomst niet meer aangevochten kon worden. Het overwoog in het bijzonder dat het partij Y. S. niet meer toegelaten is de door haar aangegane dadingovereenkomst aan te vechten op grond van artikelen 887 en 888 van het Burgerlijk Wetboek. Het wilsgebrek werd ten slotte onbewezen bevonden .

6. Gezegd arrest van het hof te Gent werd vernietigd door het Hof van Cassatie bij arrest van 28 januari 2010 .

Het Hof van Cassatie oordeelde:

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Artikel 887, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat er grond tot vernietiging van een verdeling bestaat, wanneer een mede-erfgenaam bewijst dat hij voor meer dan een vierde benadeeld is.

Artikel 888, eerste lid, van hetzelfde wetboek bepaalt dat de vordering tot vernietiging is toegelaten tegen elke handeling die ten doel heeft de onverdeeldheid onder de mede-erfgenamen te doen ophouden, zelfs al mocht die handeling koop, ruil en dading of anders genoemd zijn.

2. Op grond van die bepalingen kan een mede-erfgenaam wegens benadeling voor meer dan een vierde opkomen tegen een dading die tot doel heeft de onverdeeldheid te doen ophouden.

3. De appelrechters, die vaststellen dat de partijen: "Door wederzijdse toegevingen een einde hebben willen stellen aan bestaande of nog te ontstane geschillen tussen hen met betrekking tot de verdeling van de respectieve nalatenschappen van hun overleden ouders in het licht van het expertiseverslag over de bestemming van 1.030.663,14 euro (41.576.848 frank) in geld en effecten", hebben niet naar recht kunnen beslissen dat het de eiseres niet toegelaten is de bedoelde dadingsovereenkomst aan te vechten op grond van de artikelen 887 en 888 van het Burgerlijk Wetboek.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

4. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing hieromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

7. Na cassatie vorderen appellanten het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te B. te hervormen, dienvolgens

• om geïntimeerde te veroordelen tot uitvoering van de dadingsovereenkomst van 3 november 2000 binnen de 48 uur na betekening van het uit te spreken arrest, dit onder verbeurte van een dwangsom van 2.478,94 euro; geïntimeerde te zeggen voor recht dat bij gebrek aan uitvoering van de dadingovereenkomst van 3 november 2000 door geïntimeerde binnen de maand na de betekening van het uit te spreken arrest, dit arrest zal gelden als volledige instemming door geïntimeerde met de ondertekening van de akte overdracht van erfrechten;

• geïntimeerde te veroordelen om te verschijnen voor notaris X. te B. om de akte van afstand erfrechten, zoals beschreven in de overeenkomst van 3 november 2000 te verlijden volgens het ontwerp, dit alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van 2.478,94 euro per dag vertraging na betekening van het uit te spreken arrest;

• hiertoe een notaris te benoemen met de opdracht geïntimeerde te vertegenwoordigen, en in haar plaats de akten en processen-verbaal te tekenen, en die bevoegd is de toewijzingen en andere schuldvorderingen in kapitaal en toebehoren te ontvangen, kwijting ervan te geven met of zonder indeplaatsstelling, en, ten gevolge van deze betalingen, opheffing te verlenen van elke overschrijving van bevel of beslag, alsmede van elk verzet indien daartoe grond bestaat;

• geïntimeerde te veroordelen tot de volledige kosten van het geding.

Het hoger beroep is ontvankelijk, zoals reeds vastgesteld door het hof te Gent in het arrest van 2 oktober 2008 dat op dit punt niet verbroken werd.

8. Geïntimeerde besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep, met veroordeling van appellanten tot betaling van de gerechtskosten.

Zij vraagt bovendien de door de eerste rechter aangestelde boedelnotaris opdracht te geven over te gaan tot licitatie van de woning met tuin en bouwgrond gelegen te Knokke-Heist, ....

Zij vraagt ten slotte een notaris aan te stellen uit het gerechtelijk arrondissement Antwerpen met de opdracht over te gaan tot licitatie van het appartement te Antwerpen, ..., en te voorzien in de aanstelling van een tweede notaris om de eventueel weerstrevende partijen te vertegenwoordigen.

II. Bespreking

1°. De benadeling - artikelen 887, 888, 1118 en 2052 van het Burgerlijk Wetboek

9. De overeenkomst van 3 november 2000 komt neer op een reële of daadwerkelijke dading in de zin van artikel 2044 van het Burgerlijk Wetboek. Partijen betwisten het overigens niet. Het staat bij de partijen niet ter discussie dat de litigieuze "dading" er bovendien toe strekte de onverdeeldheid tussen de mede-erfgenamen te doen ophouden en zij een akte van verdeling vormt in de zin van de artikelen 887 en 888, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek.

10. Het geschil heeft in essentie betrekking op de vraag of een vordering tot vernietiging ingesteld kan worden tegen een dadingsovereenkomst die een verdeling inhoudt. Dit is een aloude betwiste kwestie "die rechtspraak en rechtsleer reeds twee eeuwen verdeeld houdt in functie van de strikte dan wel ruime interpretatie die wordt gegeven aan het art. 888 al. 1 van het Burgerlijk Wetboek." Trouwens, "de transactionele verdeling heeft een hybridisch karakter waarbij de vraag rijst naar het toepasselijk regime, namelijk dat van de dading of dat van de verdeling."

Artikelen 887 en 888 van het Burgerlijk Wetboek staan onder Boek III, Titel I, afdeling 6 met als opschrift: "Vernietiging van de verdeling", daar waar artikel 2052 heel wat verder staat in het Burgerlijk Wetboek, namelijk onder Boek III, Titel XV met als opschrift ‘Dading'. De vraag rijst derhalve hoe deze wettelijke bepalingen, namelijk enerzijds de artikelen 887 en 888 van het Burgerlijk Wetboek inzake de verdeling, en anderzijds artikel 2052 van het Burgerlijk Wetboek inzake de dading, verzoenbaar zijn.

Het Belgische Hof van Cassatie is van oordeel dat op grond van artikel 887, tweede lid en artikel 888, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek een mede-erfgenaam kan opkomen, wegens benadeling voor meer dan een vierde, tegen een echte dadingsovereenkomst die reëel of daadwerkelijk tot doel heeft de onverdeeldheid ingevolge een opengevallen nalatenschap te doen ophouden. Met andere woorden, een dadingsovereenkomst - die tot doel heeft de onverdeeldheid tussen de partijen te doen ophouden - is wel degelijk op grond van de artikelen 887-888 van het Burgerlijk Wetboek vernietigbaar wegens een benadeling voor meer dan één vierde (extensieve interpretatie).

Deze artikelen 887 en 888 van het Burgerlijk Wetboek primeren op artikel 2052 van het Burgerlijk Wetboek, wat de vernietiging wegens benadeling betreft, van een verdelingsovereenkomst in de vorm van een reële dading.

Om de rechten van de deelgenoten nog meer te waarborgen, benadrukt de tekst van artikel 888, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek dat de grond van vernietiging wegens benadeling voor meer dan een vierde ook bestaat tegen elke handeling die ten doel heeft de onverdeeldheid te doen ophouden, zelfs al mocht die handeling koop, ruil en dading of anders genoemd zijn. Deze grond van vernietiging geldt dus ook bij een (reële) verdeling in de vorm van een dading. Dit artikel 888, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek uit de wettelijke voorschriften in het Burgerlijk Wetboek inzake de verdeling is ingegeven door het beginsel dat de gelijkheid tussen de deelgenoten de fundamentele regel is van de verdeling. Artikel 887, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek vormt dus een uitzondering op artikel 2052, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek inzake de dading, althans wanneer het gaat om een dading die echt tot doel heeft de onverdeeldheid onder mede-erfgenamen te doen ophouden.

Het hof sluit zich aan bij de recentste rechtspraak van het Hof van Cassatie en meer bepaald bij het verwijzingsarrest arrest van 28 oktober 2010. "Het vereiste van een juiste aanbedeling der deelgenoten is inderdaad een grondvereiste, dat niet afhankelijk kan zijn van de vorm waarbij de onverdeeldheid opgeheven werd, maar moet worden geëerbiedigd, op gelijk welke manier ook aan de onverdeeldheid een einde gesteld wordt."

In huidige zaak is Y. S. opgekomen tegen de dadingsovereenkomst, onder andere omdat de erin vervatte verdeling een benadeling voor meer dan een vierde bevatte. Dat was haar recht.

Het hof wijst overigens te dezen op de ondeelbaarheid van de dading en de verdeling. Immers deze beide rechtshandelingen zijn hier opgenomen in één en dezelfde akte. Uit de stukken en de omstandigheden blijken de partijen bij het aangaan van de dading reeds de bedoeling te hebben gehad de verdeling te regelen.

Men leest nog in een Belgisch handboek inzake dading uit het jaar 2000 : "Thans wordt een extensieve interpretatie gegeven aan artikel 888, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek. Een vordering wegens benadeling wordt toelaatbaar geacht bij iedere rechtshandeling die tot doel heeft om geheel of gedeeltelijk een onverdeeldheid te beëindigen, zelfs al betreft het een werkelijke dading."

Het hof sluit zich aan bij deze extensieve interpretatie van artikel 888, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek, zoals toegepast in het verwijzingsarrest van het Hof van Cassatie de dato 28 oktober 2010.

Het hof verklaart derhalve het hoger beroep ongegrond. De eerste rechter heeft een correcte toepassing gemaakt van artikel 888, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek op grond van de extensieve interpretatie. De dadingovereenkomst van 3 november 2002 werd terecht nietig verklaard. De vordering van appellanten om geïntimeerde te veroordelen tot het uitvoeren van deze overeenkomst is ongegrond. Het hof bevestigt derhalve terzake het bestreden vonnis.

11. Appellanten stellen weliswaar dat geïntimeerde geen bewijs levert van benadeling voor meer dan een vierde nu er rekening dient te worden gehouden met de gelden die zij uit de nalatenschap heeft doen verdwijnen. Zij steunen zich hierbij op het verslag van de heer V. die besluit dat geïntimeerde zich ongeveer de helft van de nalatenschap (in werkelijkheid circa 64 miljoen BEF) bedrieglijk heeft toegeëigend, minstens dat zij "geen goede verklaring geeft" over "een aantal problemen".

Het verslag van BVBA V. Accountants, dat geen volwaardig tegensprekelijk karakter vertoont, brengt geen afdoende bewijs van de stelling van appellanten. Geïntimeerde legt een verslag van het boekhoudkantoor M. d.d. 1 maart 2002 voor dat de besluiten van het verslag V. punt per punt weerlegt en de verantwoording van geïntimeerde bekrachtigt. Geïntimeerde legt bovendien een reeks cahiers of schijfboeken voor waarin zij zorgvuldig rekenschap gaf over alle mogelijke operaties i.v.m. het beheer van de familiale bezittingen, welke documenten destijds door de ouders waren gecontroleerd. Enige verduistering van erfgoederen door geïntimeerde wordt niet op afdoende wijze aangetoond.

De dadingovereenkomst van 3 november 2002 impliceert dat geïntimeerde afstand deed van al haar erfrecht in de nalatenschappen van haar ouders en dit maakt per definitie een benadeling van meer dan een vierde uit.

2°. Wat de andere vorderingen betreft

Vernietiging wegens andere redenen ?

12. Nu de dadingovereenkomst van 3 november 2002 nietig wordt verklaard wegens benadeling, dient het hof bijgevolg de excepties van geïntimeerde m.b.t. de aangehaalde nietigheid van deze overeenkomst wegens geweld of bedrog dan wel wegens onbestaande en/of valse oorzaak niet te onderzoeken.

Incidentele vordering / Additionele vorderingen (art. 807 en 1042 van het Gerechtelijk Wetboek, oud art 1211 van het Gerechtelijk Wetboek)

13. Vermits de initiële vordering van Y. S. de vereffening en verdeling van de nalatenschap van de beide ouders van de partijen betreft, kan Y. S. haar vordering uitbreiden of wijzigen in de voorwaarden bepaald in de artikelen 807 en 1042 van het Gerechtelijk Wetboek. Nu de twee bijkomende onroerende goederen - waarvan Y. S. de licitatie vordert - afhangen van deze te vereffenen en te verdelen nalatenschappen, zijn haar additionele vorderingen ontvankelijk.

Evenwel, vermits de eerste rechter ook de gerechtelijke verdeling heeft bevolen met gerechtelijke aanstelling van de notarissen in de zin van artikel 1209, tweede en derde lid van het Gerechtelijk Wetboek, kunnen deze twee onroerende goederen verkocht worden in het kader van deze bijzondere rechtspleging van de bevolen gerechtelijke verdeling, in theorie hetzij op basis van oud artikel 1211 van het Gerechtelijk Wetboek, hetzij op basis van oud artikel 1220 van het Gerechtelijk Wetboek.

Nu de verdeling in natura ervan onmogelijk is - de beide onroerende goederen (enerzijds te Knokke-Heist, anderzijds te Antwerpen) hangen niet op dezelfde wijze af van de twee kwestieuze nalatenschappen - , kan het Hof, onmiddellijk, bij toepassing van oud artikel 1211 van het Gerechtelijk Wetboek:

- de door de eerste rechter aangestelde boedelnotaris de opdracht geven om over te gaan tot openbare verkoping overeenkomstig oud artikel 1211, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek, van de woning met tuin en bouwgrond gelegen te Knokke-Heist,...

- een notaris aanstellen uit het gerechtelijk arrondissement Antwerpen,

met de opdracht het appartement te Antwerpen, ... openbaar te verkopen

overeenkomstig oud artikel 1211, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek,

en te voorzien in de aanstelling van een tweede notaris (zoals bedoeld in

oud artikel 1209, lid 3 van het Gerechtelijk Wetboek) om de eventueel

weerspannige of afwezige partijen te vertegenwoordigen.

14. De gerechtskosten:

De gerechtskosten worden met toepassing van het principe vervat in artikel 870 van het Burgerlijk Wetboek ten laste gelegd van de massa.

De rechtsplegingsvergoedingen worden begroot op het basistarief zoals vastgesteld bij artikel 3 van het K.B. van 26 oktober 2007 .

Er is geen reden om af te wijken van dit basisbedrag.

Het basisbedrag bedraagt na indexatie 1.320 euro.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtsprekende na tegenspraak,

Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep ongegrond.

Verklaart de incidentele vordering van geïntimeerde ontvankelijk en in de volgende mate gegrond.

Geeft aan de door de eerste rechter aangestelde boedelnotaris de opdracht om over te gaan tot openbare verkoping overeenkomstig oud artikel 1211, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek, van de woning met tuin en bouwgrond gelegen te Knokke-Heist, ...

Stelt notaris Erik CELIS, met standplaats te 2000 ANTWERPEN, Kasteelspleinstraat 59 , met de opdracht het appartement te Antwerpen, ... openbaar te verkopen overeenkomstig oud artikel 1211, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek, en stelt notaris Anne CARTUYVELS, met standplaats te 2000 ANTWERPEN, Leopold de Waelplaats 5, met de opdracht zoals bedoeld in oud artikel 1209, lid 3 van het Gerechtelijk Wetboek, om de eventueel weerspannige of afwezige partijen te vertegenwoordigen.

Legt de gerechtskosten van het hoger beroep ten laste van de massa, begroot

- in hoofde van appellanten op euro 1.685,08 ( 365,08 dagvaarding en rolrecht + 1.320 rechtsplegingsvergoeding), en

- in hoofde van geïntimeerde op euro 1.320 rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

23/12/2013

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

Free keywords

  • Verdeling van een nalatenschap. Dading. Wilsgebreken. Benadeling voor meer dan één vierde. Extensieve interpretatie van artikel 888, eerste lid BW