- Arrêt of March 24, 2011

24/03/2011 - 2010/AB/00522

Case law

Summary

Samenvatting 1

De ambtshalve schrapping van de inschrijving als werkzoekende waarvan sprake in artikel 58 van het werkloosheidsbesluit, kan slechts uitwerking hebben op voorwaarde dat de werkloze daarvan uitdrukkelijk wordt in kennis gesteld. Er anders over oordelen zou immers inhouden dat de werkloze zijn recht op werkloosheidsuitkeringen kan verliezen, zonder enige kennisgeving daarvan en zonder in de mogelijkheid te zijn zich opnieuw als werkzoekende in te schrijven ten einde zijn arbeidsbereidheid aan te tonen.

De ambtshalve schrapping vereist overigens een bewuste wilsuiting van een bevoegd ambtenaar van de Dienst voor arbeidsbemiddeling en kan niet overgelaten worden aan een computerprogramma.


Arrêt - Integral text

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 24 MAART 2011

7e KAMER

SOCIALE ZEKERHEIDSRECHT WERKNEMERS - werkloosheid

tegensprekelijk

definitief

kennisgeving art. 580, 2°, Ger. W.

in de zaak:

F. S.C. , wonende te [xxx], appellant, vertegenwoordigd door mr. BRAUWERS S. loco mr. LUYPAERS Peter, advocaat te 3001 HEVERLEE, Industrieweg 4 bus 1

tegen:

RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling, met zetel te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan, 7, geïntimeerde,

vertegenwoordigd door mr. VERVAET E. loco mr. SWENNEN Remi, advocaat te 1731 ZELLIK, Noorderlaan 30

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 26-04-2010 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 30e kamer (A.R. 5951/09),

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 2 juni 2010,

- de ter griffie neergelegde conclusies,

- de voorgelegde stukken.

De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 2 december 2010. De zaak werd in voortzetting gesteld op de openbare terechtzitting van 3 februari 2011, waarna de debatten werden gesloten. Het openbaar ministerie heeft op 10 februari 2011 zijn schriftelijk advies ter griffie van dit arbeidshof neergelegd. De termijn om een repliekconclusie op dat schriftelijk advies ter griffie neer te leggen verstreek op 24 februari 2011, waarna de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak gesteld op heden.

***

*

I. DE FEITEN EN DE RECHTSPLEGING.

1.

Mevrouw F. S.C. werd door de VDAB opgeroepen voor een onderhoud op 9 december 2008. Zij bood zich die dag niet aan. Volgens haar verklaring had zij zich van dag vergist en heeft zij dit op 10 december 2008 telefonisch gemeld aan de VDAB. Bij aangetekend schrijven van 9 december 2008 heeft de VDAB aan mevrouw F. S.C. gevraagd haar afwezigheid te rechtvaardigen. Deze heeft op dit schrijven niet gereageerd.

De VDAB is dan overgegaan tot ambtshalve schrapping van haar inschrijving als werkzoekende en heeft het dossier overgemaakt aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

Bij beslissing van 28 januari 2009 heeft de Directeur van het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening mevrouw F. S.C. uitgesloten van het recht op werkloosheidsuitkering voor een periode van 13 weken, omdat zij geen gevolg gegeven had aan de uitnodiging van de dienst voor arbeidsbemiddeling, in casu de VDAB.

Verder werd mevrouw F. S.C. uitgesloten uit het recht op werkloosheidsuitkeringen vanaf 28 december 2008, ingevolge haar schrapping als werkzoekende en werd beslist de ten onrechte genoten uitkeringen terug te vorderen.

2.

Bij verzoekschrift van 21 april 2009 heeft mevrouw F. S.C. beroep aangetekend tegen deze administratieve beslissing voor de arbeidsrechtbank te Brussel.

Bij vonnis van 26 april 2010, ter kennis gebracht op 5 mei 2010, heeft de arbeidsrechtbank te Brussel de vordering van mevrouw F. S.C. ontvankelijk doch ongegrond verklaard.

3.

Bij verzoekschrift van 2 juni 2010 heeft mevrouw F. S.C. hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.

II. DE ONTVANKELIJKHEID.

Het hoger beroep is regelmatig naar de vorm. Het is ingesteld binnen de maand na de kennisgeving van het bestreden vonnis en is aldus tijdig ingesteld. Het beroep is ontvankelijk.

III. BEOORDELING.

1.

Mevrouw F. S.C. betwist de omvang van de haar opgelegde sanctie (schorsing van 13 weken). Zij stelt dat zij zich enkel een dag vergist had voor de oproeping en zulks onmiddellijk telefonisch gemeld heeft aan de verantwoordelijke van de VDAB. Zij is van oordeel dat de Gewestelijk Directeur zich had dienen te beperken tot een verwittiging.

Mevrouw F. S.C. betwist ook de uitsluiting uit het recht op werkloosheidsuitkeringen vanaf 28 december 2008. Zij stelt dat zij van haar schrapping als werkzoekende slechts in kennis gesteld werd op 6 januari 2009 en dat zij zich diezelfde dag opnieuw ingeschreven heeft.

De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening vraagt de bevestiging van het bestreden vonnis en dus van de opgelegde sanctie.

2.

Overeenkomstig artikel 44 van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering dient de werkloze, om uitkeringen te kunnen genieten, werkloos te zijn wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.

Overeenkomstig artikel 55 § 2e lid,4° van het Koninklijk Besluit wordt onder werkloosheid wegens omstandigheden afhankelijk van de wil van de werknemer verstaan het zich zonder voldoende rechtvaardiging niet aanmelden bij de bevoegde dienst voor arbeidsbemiddeling en/ of beroepsopleiding.

Overeenkomstig artikel 52 bis § 1, 3° van het Koninklijk Besluit kan de werknemer, die zich niet heeft aangemeld bij de bevoegde dienst voor arbeidsbemiddeling en of beroepsopleiding,

uitgesloten worden van het genot van uitkeringen gedurende ten minste 4 en ten hoogste 52 weken.

3.

Mevrouw F. S.C. betwist niet dat zij zich op 9 december 2008 niet aangeboden heeft bij de VDAB. Zij stelt echter dat het om een loutere vergissing van datum ging en dat zij zulks telefonisch gemeld had aan de aangestelde van de VDAB. Dit laatste wordt bevestigd in een schrijven dat de VDAB gericht heeft aan het auditoraat bij de arbeidsrechtbank te Brussel op 20 augustus 2009 en waarbij vermeld wordt: " 9.12.2008. Afwezig zonder reden, nadien gebeld, was afspraak vergeten, niet meer aanvaard, dossier overgemaakt aan RVA".

In het licht van dit gegeven komt de opgelegde sanctie, een uitsluiting van het recht op werkloosheidsuitkeringen gedurende 13 weken, als te zwaar over. Omgekeerd is de beperking van de sanctie tot een verwittiging, zoals door mevrouw F. S.C. gevraagd wordt, evenmin te rechtvaardigen. Er dient rekening gehouden te worden met het feit dat de oproeping op 9 december 2008 volgt de op een afwezigheid op 28 november 2008, zodat mevrouw F. S.C. er zeker diende over te waken om deze nieuwe afspraak niet te missen. Mevrouw F. S.C. heeft weliswaar voor de afwezigheid op 28 november 2008 een ziekteattest bezorgd, doch zulks werd pas ontvangen op 23 januari 2009, d.w.z. lang na de tweede afwezigheid, die er de aanleiding toe was het dossier over te maken aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. Bovendien had mevrouw F. S.C. nagelaten vooraf haar afwezigheid op 28 november 2008 omwille van ziekte te melden.

Samen met het Openbaar Ministerie is het hof van mening dat de door de Gewestelijke Directeur opgelegde sanctie, volgens de omstandigheden van de zaak, dient herleid te worden tot een uitsluiting van het recht op werkloosheidsuitkeringen gedurende een periode van vier weken.

In tegenstelling met hetgeen de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening aanvoert heeft de arbeidsrechtbank een volledige controlebevoegdheid op de sancties uitgesproken door de Gewestelijke Directeur en is zijn bevoegdheid niet beperkt tot de gevallen waarin de beslissing kennelijk onredelijk is. Alles wat onder de beoordeling van de werkloosheidsdirecteur valt, met inbegrip van de keuze van de administratieve sanctie, valt onder de controle van de rechter (Cass. 10 mei 2004, J.T.T. 2005, 237 en Soc. Kron. 2004, 388).

4.

Overeenkomstig artikel 58 §1, 1e lid van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 moet de volledig werkloze actief zoeken naar werk en moet hij als werkzoekende ingeschreven zijn en blijven. De werkloze kan niet langer genieten van uitkeringen vanaf de dag waarop zijn inschrijving als werkzoekende ambtshalve werd geschrapt door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling, inzonderheid ten gevolge van het feit dat hij (2°) zich niet bij deze dienst heeft aangemeld wanneer hij opgeroepen werd.

Uit de inlichtingen ingewonnen door het openbaar ministerie blijkt dat mevrouw F. S.C. ambtshalve uitgeschreven werd (blijkbaar computermatig) op 28 december 2008, een zondag, maar dat zij daarvan slechts in kennis gesteld werd bij schrijven van 5 januari 2009, dat zij ontvangen heeft op 6 januari 2009. Alhoewel zult niet uitdrukkelijk vermeld wordt in artikel 58 van het besluit van 25 november 1991, blijkt uit de aard van de maatregel dat deze slechts uitwerking kan hebben op voorwaarde dat de werkloze daarvan uitdrukkelijk in kennis gesteld wordt. Er anders over oordelen zou inhouden dat de werkloze zijn recht op werkloosheidsuitkering kan verliezen, zonder enige kennisgeving daarvan en zonder in de mogelijkheid te zijn zich opnieuw als werkzoekende in te schrijven ten einde zijn arbeidsbereidheid aan te tonen. De ambtshalve schrapping vereist overigens een bewuste wilsuiting van een bevoegd ambtenaar van de VDAB en kan niet overgelaten worden aan een computerprogramma. De ambtshalve schrapping kan derhalve slechts uitwerking hebben op de datum van kennisgeving van de uitsluiting, d.i. 5 januari 2009. Mevrouw F. S.C. kon dan ook niet uitgesloten worden uit het recht op werkloosheidsuitkeringen voor de periode van 20 december 2008 tot en met 5 januari 2009.

Er wordt niet betwist dat mevrouw F. S.C. zich opnieuw ingeschreven heeft als werkzoekende op 6 januari 2009, zodanig dat geen uitkeringen dienen teruggevorderd te worden.

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, in het bijzonder op het artikel 24,

Rechtsprekend op tegenspraak,

Gelet op het eensluidend schriftelijk advies van de heer Jean-Jacques André, advocaat-generaal,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en als volgt gegrond. Hervormt het bestreden vonnis.

Vernietigt de bestreden administratieve beslissing van 28 januari 2009 in zoverre zij mevrouw F. S.C. uitsluit van het recht op werkloosheidsuitkeringen voor een periode van 13 weken, en herleidt deze uitsluiting tot een periode van 4 weken.

Vernietigt de bestreden administratieve beslissing verder in zoverre zij mevrouw F. S.C. uitsluit uit het genot van de uitkeringen vanaf 28 december 2008 en beslist de uitkeringen vanaf die datum terug te vorderen.

Veroordeelt, overeenkomstig artikel 1017 al.2 van het Gerechtelijk Wetboek, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening tot de kosten van het hoger beroep, tot op heden niet begroot in hoofde van mevrouw F. S.C..

Aldus gewezen en ondertekend door de zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Fernand KENIS, raadsheer,

Ivo VAN DAMME, raadsheer in sociale zaken, werkgever,

Karel GACOMS, raadsheer in sociale zaken, werknemer-arbeider,

bijgestaan door :

Sven VAN DER HOEVEN, griffier.

Sven VAN DER HOEVEN Karel GACOMS

Ivo VAN DAMME Fernand KENIS

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van donderdag 24 maart 2011 door:

Fernand KENIS, raadsheer,

bijgestaan door

Sven VAN DER HOEVEN, griffier.

Sven VAN DER HOEVEN Fernand KENIS

Free keywords

  • ARBEIDSVOORZIENING

  • WERKLOOSHEID

  • Schrapping als werkzoekende door de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling

  • Uitsluiting van het recht op uitkeringen

  • Ingangsdatum.