- Arrêt of June 17, 2011

17/06/2011 - 2010/AB/00454

Case law

Summary

Samenvatting 1

In overeenstemming met art. 1109 van het B.W. is een instemming niet geldig indien zij alleen door dwaling is ingegeven, door geweld is afgeperst of door bedrog is verkregen. In overeenstemming met art. 1112 van het B.W. kan geweld enkel als wilsgebrek worden ingeroepen indien het van aard is dat het op een redelijk mens indruk maakt en hem kan doen vrezen dat hijzelf of zijn vermogen aan een aanzienlijk en dadelijk kwaad is bloodgesteld. Daarbij wordt, volgens dezelfde bepaling, gelet op de leeftijd, het geslacht en de 'stand' van de personen.

Het loutere feit dat de werkgever de werknemer voor het alternatief plaatst hetzij om ontslagen te worden om dringende reden, hetzij zelf zijn ontslag te geven of de overeenkomst te beëindigen in onderling akkoord, houdt op zichzelf niet in dat op de werknemer een ongeoorloofde of onrechtmatige dwang wordt uitgeoefend.


Arrêt - Integral text

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 17JUNI 2011

3 e KAMER

ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende

tegensprekelijk

definitief

In de zaak:

KEYSOURCE CV, met maatschappelijke zetel te

1050 BRUSSEL, Kroonlaan, 480,

appellante,

vertegenwoordigd door mr. PIL Margaretha loco mr. BURHIN Bernard, advocaat te 1050 BRUSSEL, F.D. Rooseveltlaan 84 B4.

Tegen:

A.L. , wonende te [xxx],

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door mr. SWYSEN Erika, advocaat te 1082 BRUSSEL, Dokter.A. Schweitzerplein, 18.

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 14 december 2009 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 23e kamer (A.R. 6986/08).

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 10 mei 2010;

- de conclusie voor de appellante, neergelegd ter griffie op 2 november 2010,

- de conclusie voor de geïntimeerde, neergelegd ter griffie op 16 augustus 2010;

- de voorgelegde stukken;

De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 20 mei 2011, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. Na een opleidingsovereenkomst ondertekenden de heer Alberick A.L. en de cv Keysource op 6 juni 2005 een arbeidsovereenkomst voor bedienden van onbepaalde tijd, waardoor hij met ingang van dezelfde datum in dienst genomen werd als systeemingenieur.

2. Als gevolg van een beschikking van de beslagrechter te Brussel van 12 januari 2007 werd er op vrijdag 27 april 2007 bij Keysource overgegaan tot een beschrijvend beslag van haar software op verzoek van Adobe Systems Inc., Autodesk Inc. en Microsoft Corporation.

Vervolgens sloten Keysource en deze vennootschappen een dading, waarin vastgesteld werd dat Keysource op verschillende computers van haar cliënten illegale software had geïnstalleerd en dat ze daarenboven in het bezit was van illegale exemplaren van Adobe met meerdere cracks van Macromedia (ten aanzien van Autodesk en Microsoft werd niets illegaal vastgesteld).

Om hun geschil verder op te lossen kwamen ze dan overeen dat de schade zou worden vastgesteld op euro 75.000, aangevuld met euro 5.000 erelonen en procedurekosten, waarvan daadwerkelijk euro 15.000 + euro 5.000 diende te worden betaald; het saldo van euro 60.000 was voorwaardelijk, voor zover Keysource de overige bepalingen van de overeenkomst zou naleven en zich niet meer met illegale handelwijzen zou bezighouden.

3. Op 2 mei 2007 werd de heer A.L. hierover geïnterpelleerd en hij ondertekende een in het Frans opgestelde verklaring, die werd vertaald als volgt:

Ik ondergetekende, Alberick A.L., bediende van Keysource sinds 2004, beken op de server van Keysource "ks-sw-nas-01" een Macromedia repertorium met een" gecrackte" versie in 2006 te hebben gekopieerd.

Ik deed het om een dringende wijziging op een persoonlijke site, zonder enig verband met Keysource, te kunnen aanbrengen.

Ik maakte gebruik van deze software slechts voor persoonlijke doeleinden, waarbij de vennootschap Keysource nooit op de hoogte is geweest en ik deze nooit rechtstreeks of onrechtstreeks gebruikte voor beroepsdoeleinden.

Het spijt me zeer dat dit schade aan Keysource zou kunnen berokkenen.

(stuk 2 Keysource)

De heer A.L. zelf legt een bijna identieke verklaring voor, met uitzondering van de derde zin, waarin gezegd wordt dat hij de illegale versie had gekregen van een van zijn voormalige collega's, Raphaël Claus, die ten persoonlijke titel een belangrijke verzameling van gecrackte software bijhield.

Bij aangetekende brief van 2 mei 2007, verzonden op 4 mei 2007, beëindigde Keysource de arbeidsovereenkomst met dringende reden omdat zij geschandaliseerd was door de vaststelling dat de heer A.L. een piraatversie op een van de servers had geïnstalleerd, wat een misdrijf uitmaakt.

4. Bij brieven van zijn vakorganisatie van 14, 21 en 30 mei 2007 ontkende de heer A.L. de feiten en betwistte hij de dringende reden, waardoor hij een opzeggingsvergoeding vroeg van 3 maanden of euro 6.079,70 bruto, een pro rata eindejaarspremie van euro 582,35 bruto, het vakantiegeld hierop van euro 89,33 bruto en betaling van het loon voor de maand mei van euro 161,26 bruto en het vakantiegeld daarop van euro 24,73 bruto. Tevens vroeg hij nog uitkering van een nettobedrag van euro 1.459,95 wegens niet uitbetaald saldo volgens de loonstrook van mei 2007.

Op 28 juni 2007 antwoordde Keysource hierop. Ze verwijst naar de door de heer A.L. ondertekende verklaring en naar het door hem gepleegde misdrijf wat de dringende reden rechtvaardigt. Tevens vroeg zij terugbetaling van het krachtens de dading betaalde bedrag van euro 20.000 d.m.v. de inhouding van het loonbedrag van euro 1.459,95 en d.m.v. daaropvolgende maandelijkse afbetalingen van euro 309.

Indien de heer A.L. daarop aandrong, was Keysource bereid om dadelijk het ingehouden bedrag van euro 1.459,95 te voldoen, maar dan zou hij onmiddellijk gedagvaard worden in betaling van de geleden schade.

De vakorganisatie repliceerde op 5 juli 2007 dat de door de heer A.L. ondertekende verklaring werd opgemaakt onder morele dwang en dat het gebruik van de illegale software reeds langer bekend was.

Hierop repliceerde Keysource dat de installatie gebeurde met de initialen van de heer A.L. en zij handhaafde de geldigheid van de door hem ondertekende verklaring.

5. Partijen kwamen dus niet tot overeenstemming, zodat de heer A.L. op 30 april 2008 Keysource dagvaardde in betaling van:

- een opzeggingsvergoeding van 3 maanden of euro 6.079,56

- een pro rata eindejaarspremie van euro 582,33 en het vakantiegeld hierop van euro 89,32

- intresten op het loonsaldo van de maand mei 2007 van euro 157,74,

meer de wettelijke en gerechtelijke intresten en de kosten.

Tevens vroeg hij de afgifte van de aangepaste sociale en fiscale documenten onder verbeurte van een dwangsom.

Bij besluiten, neergelegd ter griffie van de arbeidsrechtbank te Brussel op 9 januari 2009, stelde Keysource een tegeneis in betaling van euro 20.001 provisioneel, meer vergoedende intresten vanaf 28 juni 2007, de gerechtelijke intresten en de kosten.

6. In een tussenvonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 17 juni 2008 werd de vraag tot taalwijziging van Keysource afgewezen.

In het eindvonnis van 14 december 2009 werd de hoofdvordering ontvankelijk verklaard en enkel gegrond voor de betaling van euro 157,74 netto wegens intresten op het loonsaldo van de maand mei 2007, meer de wettelijke en de gerechtelijke intresten; het overige werd afgewezen; de tegenvordering werd verjaard verklaard. De gerechtskosten werden ten laste van Keysource gelegd.

7. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 10 mei 2010, tekende Keysource hoger beroep aan tegen de onontvankelijkheid van haar oorspronkelijke tegenvordering wegens verjaring; zij hernam deze tegenvordering en raamde haar schade op een provisioneel bedrag van euro 22.500 meer de vergoedende intresten vanaf 28 juni 2007 en de volledige gerechtskosten van beide aanleggen.

De heer A.L. stelde bij beroepsbesluiten incidenteel beroep in, in zoverre zijn oorspronkelijke hoofdvordering ongegrond werd verklaard en hij hernam deze volledig.

Er is inmiddels geen discussie meer over het door de eerste rechter toegekende bedrag van intresten, omdat dit op de derdenrekening van de raadsman van de heer A.L. werd betaald, wat ter zitting wordt bevestigd.

II. BEOORDELING.

1. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hogere beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is daardoor ontvankelijk. Hetzelfde geldt voor het incidenteel beroep.

Het hof zal eerst de betwistingen bespreken die voortvloeien uit het ontslag om dringende reden om daarna de schade-eis van de werkgever te behandelen.

De dringende reden.

De tijdigheid en de drie werkdagentermijn.

2. Op grond van artikel 35, 3° lid van de arbeidsovereenkomstenwet mag een ontslag om dringende reden niet meer worden gegeven, wanneer het feit ter rechtvaardiging ervan sinds ten minste drie werkdagen bekend is aan de partij die zich hierop beroept.

Artikel 35, laatste lid, voegt hieraan toe dat de partij die een dringende reden inroept, het bewijs moet leveren dat zij deze termijn geëerbiedigd heeft.

Het is daarbij niet nodig dat het tijdstip van kennisname uitdrukkelijk in de ontslagbrief wordt aangeduid.

De termijn van 3 werkdagen begint te lopen vanaf het ogenblik waarop de partij die ontslag betekent, voldoende kennis heeft van de feiten (Cassatie, 23 mei 1973, JTT 1973, 212).

Deze voldoende zekerheid is aanwezig wanneer de ontslaggevende partij een zekerheid heeft die volstaat voor haar eigen overtuiging alsook ten aanzien van de andere partij en het gerecht, ten einde een beslissing te nemen met kennis van zaken wat betreft het bestaan van het feit en de omstandigheden van aard om dat feit tot dringende reden te maken (Cassatie, 11 januari 1993, JTT 1993, 58).

Een arrest waarin werd beslist dat een dringende reden laattijdig ter kennis werd gebracht, omdat de ontslagbevoegde partij de mogelijkheid had de verweten feiten eerder te kennen dan drie dagen voor het ontslag, werd door het Hof van Cassatie verbroken (Cass. 28 februari 1994, JTT 1994, 286; Cass. 14 mei 2001, JTT 2001, 390). De vereiste dat het bedrijf zo wordt ingericht dat de tot ontslag bevoegde persoon tijdig kennis krijgt van het als zwaarwichtig bedoelde feit, schendt eveneens artikel 35 derde lid van de arbeidsovereenkomstenwet. (Cass. 13 mei 1991, JTT 1991, 324; Cass. 7 december 1998, JTT 1999, 149).

Alleen de dringende reden waarvan kennis is gegeven binnen de drie werkdagen na het ontslag kan worden aangevoerd ter rechtvaardiging van het ontslag zonder opzegging of vóór het verstrijken van de termijn (art. 35, 4de lid arbeidsovereen-komstenwet).

Wanneer het arbeidsgerecht de tijdigheid van het ontslag om dringende redenen moet beoordelen, dient het alleen te onderzoeken of de aangevoerde kennis van het feit niet meer dan drie werkdagen bestond en doet het daarbij nog geen uitspraak over het bestaan van de feiten en het zwaarwichtig karakter ervan (cfr. Cassatie, 19 maart 2001, JTT 2001,249).

3. Het ontslag om dringende reden is gebaseerd op het feit dat de heer A.L. piraatsoftware op de server van Keysource heeft geplaatst, wat een misdrijf uitmaakt.

Uit de door beide partijen voorgebrachte verklaringen van de heer A.L. blijkt dat de werkgever pas op 2 mei 2007 kennis nam van de persoonlijke betrokkenheid van de heer A.L..

Het beschrijvend beslag en het afsluiten van de dading gebeurden weliswaar op 27 april 2007, hierdoor werd de algemene situatie voor Keysource duidelijk, maar ze bekwam slechts voldoende zekerheid over de persoonlijke betrokkenheid van de heer A.L. door zijn erkenning hiervan op 2 mei 2007.

In die omstandigheden is het niet nodig om het tijdsverloop tussen 27 april 2007 en 2 mei 2007 nader te onderzoeken, temeer daar aan de werkgever niet kan worden verweten dat hij de nodige tijd heeft genomen om de vereiste voldoende zekerheid in verband met de feiten te verwerven.

Niet betwist wordt dat de aangetekende ontslagbrief verzonden werd op 4 mei 2007, hetzij binnen de drie werkdagen na de kennisname op 2 mei 2007.

Het ontslag werd dan ook tijdig gegeven.

De grond van de dringende reden.

4. Artikel 35 van de arbeidsovereenkomstenwet omschrijft de dringende reden als de ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk onmogelijk maakt.

Hieruit volgt dat 3 voorwaarden cumulatief aanwezig moeten zijn:

- er moet een ernstige tekortkoming zijn van de werknemer,

- die elke professionele samenwerking onmogelijk maakt,

- en dit op een bijzondere manier met name onmiddellijk en definitief

Artikel 35 laatste lid van de arbeidsovereenkomstenwet zegt dat de partij die een dringende reden inroept hiervan het bewijs dient te leveren.

Naast het foutief karakter zal de rechter dus tevens de ernst van de tekortkoming dienen te beoordelen (cfr. Mallie J., noot onder Arbh. Brussel, 20.6.1980, T.S.R. 1981,41).

Bij de beoordeling van een dringende reden dient uiteraard rekening te worden gehouden met de omstandigheden eigen aan de zaak. Het feit dat het ontslag om dringende reden rechtvaardigt, is immers het feit met inachtneming van alle omstandigheden die het feit het karakter van een zwaarwichtig motief geven (Cass., 13 december 1982, Arr. Cass., 1982-1983, 504; Cass., 16 juni 1971, JTT 1972, 37; Cass., 23 mei 1973, JTT 1973, 212).

5. In randnummer 3 werd reeds aangegeven dat het ontslag om dringende reden gebaseerd is op het feit dat de heer A.L. piraatsoftware op de server van Keysource heeft geplaatst, wat een misdrijf uitmaakt.

Het bewijs van deze reden wordt geleverd door de eigen verklaring en de erkenning door de heer A.L. van 2 mei 2007, zoals weergegeven in randnummer I.3.

Ten onrechte wil de heer A.L. zijn eigen verklaring in twijfel trekken.

De verklaring was oorspronkelijk opgesteld in het Frans, maar werd vertaald door een beëdigde vertaler.

Keysource heeft haar maatschappelijke zetel te Brussel, zodat de taalregeling beheerst wordt door het KB van 18 juli 1966 houdende coördinatie van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken.

In overeenstemming met artikel 52 § 1 en 2 hiervan moeten de werkgevers het Nederlands gebruiken bij stukken die bestemd zijn voor het Nederlandssprekend personeel.

In overeenstemming met artikel 59 worden de bescheiden die in strijd zijn met deze regel vervangen en deze vervanging heeft uitwerking op de datum van het vervangen stuk.

Niettemin gaat de verklaring hier niet uit van de werkgever, doch wel van de werknemer zelf en deze brengt dan nog eens een parallel stuk voor, dat eveneens in het Frans is opgesteld.

6. Ten onrechte houdt de heer A.L. voor dat de door hem ondertekende verklaring van 2 mei 2007 niet mag in aanmerking genomen worden omdat ze behept is met een wilsgebrek.

In overeenstemming met artikel 1109 van het Burgerlijk Wetboek is een instemming niet geldig indien zij alleen door dwaling is ingegeven, door geweld is afgeperst of door bedrog is verkregen. In overeenstemming met artikel 1112 van het Burgerlijk Wetboek kan geweld enkel als wilsgebrek worden ingeroepen indien het van aard is dat het op een redelijk mens indruk maakt en hem kan doen vrezen dat hijzelf of zijn vermogen aan een aanzienlijk en dadelijk kwaad is blootgesteld. Daarbij wordt, volgens dezelfde bepaling, gelet op de leeftijd, het geslacht en de ‘stand' van de personen.

Uit deze laatste bepaling volgt, volgens een vaststaande rechtspraak en rechtsleer dat, opdat er sprake kan zijn van het wilsgebrek ‘geweld', moet voldaan zijn aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

 het geweld (dat kan bestaan in een morele dwang) moet determinerend geweest zijn voor de toestemming van het slachtoffer;

 het geweld moet van aard geweest zijn om indruk te maken op een redelijke persoon;

 het geweld moet aanleiding geven tot een vrees voor een aanzienlijk en dadelijk kwaad;

 het geweld moet ongeoorloofd of onrechtmatig zijn.

In verband met de laatste voorwaarde heeft het Hof van Cassatie gepreciseerd dat het loutere feit dat de werkgever de werknemer voor het alternatief plaatst hetzij om ontslagen te worden om dringende reden, hetzij zelf zijn ontslag te geven of de overeenkomst te beëindigen in onderling akkoord, op zichzelf niet inhoudt dat op de werknemer een ongeoorloofde of onrechtmatige dwang wordt uitgeoefend (Cass.7 november 1977, Arr. Cass. 1978, 288; Cass. 23 maart 1998, JTT 1998, 378).

Op basis van de elementen van het dossier komt het hof tot de bevinding dat er geen sprake geweest is van een morele dwang, die onder de noemer "geweld" valt zoals bedoeld door artikel 1112 van het Burgerlijke Wetboek.

Hierbij komt nog dat ook de heer A.L. zich steunt op een gelijklopende door hem ondertekende verklaring (zijn stuk 5).

7. Terecht verwijst Keysource in de ontslagbrief naar het feit dat het installeren van illegale software strafbaar is.

Op grond van de artikelen 1 en 2 van de wet van 30 juni 1994 houdende omzetting in het Belgische recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's (BS 27 juli 1994) worden deze programma's, het voorbereidend materiaal daaronder begrepen, auteursrechtelijke beschermd, indien het computerprogramma oorspronkelijk is.

Artikel 11 van deze wet bepaalt:

Met een gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en met een geldboete van 100 tot euro 100.000 of met een van die straffen alleen worden gestraft degenen die een kopie van een computerprogramma in het verkeer brengen of voor commerciële doeleinden bezitten, terwijl zij weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat het een onrechtmatige kopie is. ...

In het licht van deze strafbaarstelling, gebaseerd op een Europese richtlijn, wil de heer A.L. ten onrechte de feiten minimaliseren, temeer daar hij in zijn verklaring van 2 mei 2007 toegeeft dat hij de aangebrachte software gebruikt voor persoonlijke doeleinden om een dringende wijziging te kunnen aanbrengen op een persoonlijke site zonder enig verband met Keysource.

In artikel 7 van zijn arbeidsovereenkomst had hij zich nochtans verbonden om al zijn werktijd te besteden aan de zaken van zijn werkgever.

Terecht heeft Keysource dan ook de dringende reden ingeroepen, daar de heer A.L. een ernstige tekortkoming maakte die elke professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt.

De bijkomende elementen en vergoelijkingen kunnen daaraan geen afbreuk doen.

8. De eerste rechter heeft terecht de vorderingen die verband houden met deze dringende reden, ongegrond verklaard, zoals de opzeggingsvergoeding, de pro rata eindejaarspremie, het vakantiegeld hierop en de afgifte van de overeenstemmende sociale documenten.

Het incidenteel beroep wat betreft de hoofdeis is daardoor ongegrond.

Het hoofdberoep: de schadevergoeding

9. De tegenvordering, ingesteld bij conclusie van 9 januari 2009, is verjaard vanuit het oogpunt van artikel 15 van de arbeidsovereenkomstenwet, daar zij meer dan een jaar na het ontslag van 4 mei 2007 werd ingesteld.

De vordering tot schadevergoeding is gebaseerd op het niet naleven van de contractuele verplichtingen van de heer A.L., zodat ze voortspruit uit de arbeidsovereenkomst.

10. Terecht nochtans roept Keysource in dat ook rekening moet gehouden worden met het feit dat de schadevergoeding gevorderd wordt voor een strafbaargesteld feit en zij steunt zich uitdrukkelijk op de delictuele aard van de vordering.

In randnummer 7 werd reeds vastgesteld dat de handelwijze van de heer A.L. strafbaar is op grond van artikel 11 van de wet van 30 juni 1994 houdende omzetting in de Belgische recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's (B. S. 27 juli 1994).

Hierdoor kan Keysource een burgerlijke vordering ex delicto stellen, die in overeenstemming met artikel 26 V.T. Wb. Sv. verjaart vijf jaar na het strafbaar gepleegde feit.

Het materieel element van dit misdrijf wordt door de heer A.L. toegegeven en tevens staat vast dat hij als systeemingenieur wist of redelijkerwijze diende te weten dat het om een onrechtmatige softwarekopie ging.

11. Keysource begroot haar schade op euro 22.500 provisioneel en zij baseert zich hiervoor op het als gevolg van de dading betaalde bedrag, aangevuld met een schadevergoeding wegens schending van haar naam ten bedrage van euro 2.500.

Keysource gaat er aan voorbij dat in artikel 1 van de dading voor de feiten verwezen wordt naar de preambule.

Hierin wordt vastgesteld dat Keysource op meerdere computers van cliënten illegale software heeft geïnstalleerd en dat zij dit ook erkende.

Daarenboven (‘en outre') hebben de vaststellingen via het beschreven beslag aangetoond dat Keysource in het bezit was van illegale exemplaren waaronder meerdere cracks van Macromedia (Adobe); ten aanzien van Autodesk en Microsoft werd niets vastgesteld.

De dading en de erin overeengekomen vergoeding heeft dus betrekking op een dubbel vergrijp. Het valt het hof daarbij op dat de stukken in verband met het beschrijvend beslag niet worden voorgelegd, zodat precies zou kunnen kennis genomen worden van de aard en de verantwoordelijken van de vastgestelde vergrijpen.

In zijn verklaring van 2 mei 2007 heeft de heer A.L. echter op geen enkele wijze erkend dat hij illegale software op de computers van cliënten zou hebben geïnstalleerd.

Dit wordt hem in de ontslagbrief ook niet verweten.

Hij erkende immers enkel in 2006 op de server van Keysource een macromedia repertorium met een gekraakte versie te hebben gekopieerd.

De installatie van illegale software bij klanten gaat over veel meer dan Adobe, daar in verband met dit vergrijp in de dading ook wordt verwezen naar MS Win, MS Office. De dading geeft aan dat de opsomming niet beperkend is, daar de talrijke voorbeelden worden afgesloten met etc.,

De in de dading overeengekomen schadevergoeding heeft derhalve deels betrekking op de installatie van talrijke illegale softwareprogramma's bij klanten, die de heer A.L. niet heeft erkend en waarvan ook niet kan vastgesteld worden in hoeverre hij daarvoor verantwoordelijk is. Aldus kan niet zonder meer het volledige bedrag van de schadevergoeding in de dading ten laste van de heer A.L. worden gelegd.

Keysource dient immers haar schade en het oorzakelijk verband met de precieze fout van de heer A.L. in concreto te bewijzen.

Het hof aanvaardt dan ook slechts een gedeelte van het bedrag van de dading als schadevergoeding voor het installeren van de gekraakte versie van het macromedia repertorium op de server van Keysource en zij waardeert deze naar billijkheid op euro 5.000.

12. Evenmin bewijst Keysource in concreto dat haar goede naam en faam in het gedrang zou zijn gebracht. Zij brengt geen bewijzen aan van het feit dat zij door het beschrijvend beslag naar buiten uit gezichtsverlies zou hebben geleden en zij vordert overigens geen schade wegens klanten- of opdrachtenverlies.

De door Keysource gevorderde schadevergoeding dient dan ook te worden beperkt tot euro 10.000 en in zoverre is haar hoger beroep gegrond.

13. Aangezien beide partijen deels in het gelijk, deels in het ongelijk zijn gesteld, dienen in overeenstemming met art. 1017, vierde lid Ger. W. de gerechtskosten te worden gecompenseerd zoals hierna bepaald.

OM DEZE REDENEN

HET ARBEIDSHOF

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht sprekend op tegenspraak,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, en gedeeltelijk gegrond;

Verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk en ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis wat betreft de beoordeling van de hoofdeis, doch vernietigt het wat betreft de tegeneis en de veroordeling tot betaling van de gerechtskosten.

Hierover opnieuw recht doende,

Verklaart deze ontvankelijk en in hiernabepaalde mate gegrond;

Veroordeelt de heer A.L. Alberick tot betaling aan CV Keysource van een schadevergoeding van euro 5.000, te vermeerderen met de vergoedende intresten vanaf 28 juni 2007, de gerechtelijke intresten.

Compenseert de gerechtskosten van beide aanleggen in de zin dat elk van de partijen zijn eigen kosten van rechtspleging draagt.

Aldus gewezen en ondertekend door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

Marcel VAN AKEN, raadsheer in sociale zaken, werkgever,

Steven MARCHAND, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende,

bijgestaan door :

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER,

Marcel VAN AKEN, Steven MARCHAND.

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 17 juni 2011 door:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER.

Free keywords

  • RECHTSWETENSCHAP

  • RECHT

  • WETGEVING

  • BURGERLIJK RECHT.