- Arrêt of June 4, 2012

04/06/2012 - 2012/AB/369

Case law

Summary

Samenvatting 1

Wanneer iemand in collectieve schuldenregeling de nodige informatie over de verkoop van zijn eigen woning en zover zijn woonsituatie niet geeft aan de schuldbemiddelaar, komt de betrokkene zijn verplichtingen niet na en kan de schuldbemiddeling worden herroepen op grond van art. 1675/15 §1, 2° Ger. W.

Voor een herroeping op basis van art. 1675/15 §1, 5° ( het bewust afleggen van valse verklaringen) is een intentioneel element noodzakelijk.

De verzwijgingen in verband met de woonsituatie en belangrijke niet aangegeven schulden, dienen beschouwd als valse verklaringen met het oog op een correcte afhandeling van de collectieve schuldenregeling. De herhaling en de context duiden op een doelbewuste handelwijze.


Arrêt - Integral text

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 4 JUNI 2012

11 e KAMER

COLLECTIEVE SCHULDENREGELING - vorderingen collectieve schuldenregeling

tegensprekelijk

definitief

In de zaak:

D. R. P.,

appellant,

verschijnend in persoon en bijgestaan door mr. GOOSSENS Marc, advocaat te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 174 bus 8.

Tegen:

1. EOS AREMAS BELGIUM, met zetel te 1000 BRUSSEL, Ravensteinstraat 60/28,

2. KPN GROUP BELGIUM NV, met zetel te 1200 BRUSSEL, Neerveldstraat 105,

3. ELECTRABEL NV, met zetel te 9000 GENT, F. Rooseveltlaan 1,

4. F.O.D.FINANCIEN - 9e registratiekantoor, met zetel te 1000 BRUSSEL, Regentschapsstraat 54,

5. F.O.D.FINANCIEN - 1e ontvangkantoor domeinen en penale boeten Brussel, 1000 BRUSSEL, Regentschapsstraat 54,

6. AGENTSCHAP VLAAMSE BELASTINGDIENST, met zetel te 9300 AALST, Bauwensplaats 13,

7. F.O.D.FINANCIEN - ontvangkantoor domeinen en penale boeten Vilvoorde, 1800 VILVOORDE, Groenstraat 51,

8. BUY WAY PERSONAL FINANCE, met zetel te 1000 BRUSSEL, Anspachlaan 1/13,

9. CITIBANK NV, met zetel te 1050 BRUSSEL, Generaal Jacqueslaan 263g,

10. De heer V.

11. De heer T.,

geïntimeerden, ter zitting niet verschijnend en niet vertegenwoordigd.

In aanwezigheid van:

FLAMEND Carine, schuldbemiddelaar, met kantoor te

1860 MEISE, Vilvoordsesteenweg 101,

verschijnt in haar hoedanigheid van schuldbemiddelaar;

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 20 maart 2012 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 32e kamer (A.R. 10/965/B),

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 13 april 2012,

- de voorgelegde stukken.

***

*

De aanwezige partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 7 mei 2012, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. De heer D. P. R. legde op 23 juli 2010 ter griffie van de arbeidsrechtbank te Brussel een verzoekschrift neer met de vraag om toegelaten te worden tot de collectieve schuldenregeling.

De rechter stelde bij schrijven van 4 augustus 2010 bijkomende vragen aan de raadsman van de heer D., waarna op 4 oktober 2010 en 16 november 2010 bijkomende informatie werd neergelegd.

Bij beschikking van 9 december 2010 werd het verzoek toelaatbaar verklaard en werd advocaat C. Flamend aangesteld als schuldbemiddelaar.

2. Op 26 april 2011 legde de schuldbemiddelaar een verzoekschrift neer tot herroeping op grond van art. 1675/15 §1 Ger. W. wegens het organiseren van zijn onvermogen, de verkoop van een onroerend goed en de besteding van de opbrengst alsook wegens het gebrek aan medewerking om dit op te helderen.

Bij vonnis van 20 maart 2012 werd de beschikking van toelaatbaarheid herroepen op grond van art. 1675/15 §1, 2° en 5°; de staat van ereloon en kosten van de schuldbemiddelaar ter waarde van euro 1.443,70 werd gehomologeerd en ten laste gelegd van de rubriekrekening en voor zover deze ontoereikend zou zijn, ten laste van het Fonds ter bestrijding van de overmatige schuldenlast.

3. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 13 april 2012, tekende de heer D. hoger beroep aan omdat hij niet akkoord kon gaan met dit vonnis.

II. BEOORDELING

1. Het hoger beroep werd tijdig ingesteld en ook aan de andere ontvankelijkheid-voorwaarden werd voldaan, wat overigens niet wordt betwist, zodat het hoger beroep toelaatbaar is.

2. Artikel 1675/15 §1 Ger. W. bepaalt dat de herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid of van de minnelijke aanzuiveringregeling kan worden uitgesproken, wanneer de schuldenaars:

1° ...

2° hetzij zijn verplichtingen niet nakomt, zonder dat zich nieuwe feiten voordoen die de aanpassing of herziening van de regeling rechtvaardigen;

3° ...

4° ...

5° hetzij bewust valse verklaringen heeft afgelegd

...

3. De rechter is niet verplicht om de herroeping uit te spreken, ook al stelt hij vast dat is voldaan aan één of meerdere van de herroepinggronden; de rechter dient de opportuniteit van de herroeping te beoordelen in het licht van alle belangen, zowel die van de schuldenaar als deze van de schuldeisers.

(P. Dauw, Topics van de collectieve schuldenregeling, p. 75, nr. 110).

In de parlementaire voorbereiding van de wetgeving betreffende de collectieve schuldenregeling werd benadrukt dat de gronden tot herroeping in essentie neerkomen op het niet nakomen van de procedurele goede trouw (Gedr. St. Kamer, 1996-97, 1073/11, 87-88; 1073/1, 17 en 1073/11, 23).

Deze veronderstelt een loyale en actieve medewerking van de schuldenaar bij de uitvoering van de aanzuiveringregeling.

Artikel 1675/15 §1, 2° Het niet nakomen van zijn verplichtingen

4. Het niet nakomen door de schuldenaar van zijn verplichtingen is een herroepinggrond waarvoor geen intentioneel element vereist is, wel moet het niet nakomen een zekere zwaarwichtigheid hebben, wat kan blijken uit het herhaald niet nakomen van de verplichtingen (De Coster S., Artikel 1675/15 Ger. W. in Artikelsgewijze commentaar Ger.W., nr. 19).

Het hof verwijst naar de motivering van de eerste rechter en naar de vastgestelde feiten, die hier als hernomen moeten worden beschouwd en die de beslissing van de eerste rechter naar recht verantwoorden.

In zijn verzoekschrift tot hoger beroep verwijst de heer D. naar enkele algemene beginselen en naar het feit dat hij thans pastoor is in een kleine kerkgemeenschap; hij blijft echter in gebreke om enige uitleg en transparantie te geven over zijn financiële situatie, meer bepaald over het door de schuldbemiddelaar ontdekte feit dat hij in een op naam van zijn echtgenote opgerichte nieuwbouw woont, zodat hij - anders dan in zijn oorspronkelijk verzoekschrift beweerd werd - geen huur moet betalen. Een eigen woning werd verkocht zonder dat enige uitleg wordt gegeven over de besteding van het toch aanzienlijke bedrag van euro 415.000.

Terecht heeft de eerste rechter er op gewezen dat de schuldbemiddelaar de heer D. geïnformeerd heeft over zijn rechten en plichten, waaronder de noodzaak aan volledige transparantie. Het gaat dan ook niet op ook in graad van hoger beroep te blijven volhouden dat hij hierover verder moet worden ingelicht en voor het overige slechts vage en niet te verifiëren beweringen te doen.

5. Ten onrechte wil de heer D. zijn stilzwijgen over de besteding van de opbrengst van zijn eigen woning verklaren doordat de verkoop plaatsvond voor zijn aanvraag collectieve schuldenregeling. De noodzakelijke procedurele goede trouw vereist dat hij geloofwaardig aantoont hoe dit bedrag werd besteed, temeer gelet op de nieuwbouw van zijn vrouw waarin hij woont.

De enkele verwijzing naar een lening van zijn vrouw, zonder dat enige precisering wordt gegeven over het geleende bedrag ten opzichte van de gedane investering en zonder dat enig rechtvaardigend stuk wordt neergelegd, volstaat niet.

Ook de uitleg dat hij zou afgeperst zijn door het criminele milieu is vaag, niet te verifiëren, maar bovendien niet te verenigen met wat hij volgehouden heeft in zijn strafzaak voor het Hof van Beroep te Brussel, waar hij juist zoals voor ons hof verwees naar het feit dat hij zich afgewend had van het criminele milieu, doordat hij zich sinds 2001 gekeerd had naar God, pastor is en zich schaamt over zijn gepleegde wandaden (Brussel, 26 januari 2010, blad 10, randnummer 7; zie ook blad 12 bovenaan).

Maar de verkoop van zijn eigendom vond plaats in 2008.

Zelfs indien hij in 2008 nog afgeperst zou zijn voor niet nader genoemde, maar toch belangrijke bedragen, dan begrijpt men niet hoe hij als eervol burger geen aangifte hiervan zou gedaan hebben, al was het maar om criminele circuits te stoppen.

6. Het is dan ook duidelijk dat de vereiste procedurele goede trouw ontbreekt doordat de heer D. geen klare financiële duidelijkheid geeft.

Minstens had hij na het niet mis te verstane vonnis van de eerste rechter in graad van hoger beroep volledige transparantie moeten geven.

Artikel 1675/15 §1, 5° doelbewust afleggen van valse verklaringen

7. Het begrip valse verklaringen duidt niet op een strafrechtelijke valsheid, maar wel op onjuiste en zelfs ook op onvolledige verklaringen, met name onvolledig op het vlak waar het nu net van het grootste belang was om de betrokken verklaring of inlichting wel te geven. Een standaardvoorbeeld is het verzwijgen van inkomsten (De Coster S., Artikel 1675/15 Ger. W. in Artikelsgewijze commentaar Ger.W., nr. 27).

8. In zijn inleidend verzoekschrift van 23 juli 2010 vermeldt de heer D. onder VI.6 dat hij maandelijks een persoonlijk aandeel als huur betaalt van euro 200.

Ter zitting van 7 mei houdt hij voor dat hij nooit verklaard heeft dat hij een huur betaalde.

De schuldbemiddelaar is maar te weten gekomen dat zijn bewering in verband met zijn huur onjuist was, doordat er een aanslagbiljet voor een onroerende voorheffing voor een eigen woning binnenkwam. Deze woning werd verkocht, maar ondertussen woonde hij in de nieuwbouw van zijn vrouw.

9. Bij arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 26 januari 2010 werd de burgerlijke partijstelling van G. gegrond verklaard ten bedrage van euro 17.599,67 en euro 170.581,46, te vermeerderen met intresten vanaf 1 mei 2000 en met een rechtsplegingsvergoeding van euro 5.000.

Terecht merkt de eerste rechter op dat de heer D. deze belangrijke schuld niet opnam in zijn verzoekschrift van 23 juli 2010, waarin de samengetelde schulden slechts euro 48.360 bedroegen. De niet aangegeven schulden beliepen dus bijna viermaal het bedrag van de aangegeven schuld.

10. De verzwijgingen, aangehaald inde randnummers 8 en 9, dienen beschouwd als valse verklaringen met het oog op een correcte afhandeling van de collectieve schuldenregeling. De herhaling en de context, geschetst in de randnummers 4 tot en met 6, duiden op een doelbewuste handelwijze.

11. De eerste rechter heeft de beschikking van toelaatbaarheid terecht herroepen, zodat het hoger beroep ongegrond is.

Ereloon en kostenstaat

12. De schuldbemiddelaar legt een aangepaste ereloon en kostenstaat neer omwille van de behandeling in graad van hoger beroep. De oorspronkelijke staat van euro 1.443,70 wordt verhoogd met euro 153,12 wegens bijkomende vacatie, briefwisseling en reiskosten. Hij bedraagt thans euro 1.596,82

Deze aangepaste staat dient uitvoerbaar te worden verklaard en ten laste gelegd, zoals door de eerste rechter bepaald.

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewij¬zigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht doende op tegenspraak ten aanzien van appellant en de schuldbemiddelaar en bij verstek ten aanzien van de geïntimeerden schuldeisers;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond;

Bevestigt het bestreden vonnis, met die wijziging dat de staat van erelonen en kosten van de schuldbemiddelaar thans aangepast wordt op euro 1.596,82 en uitvoerbaar wordt verklaard en ten laste gelegd, zoals door de eerste rechter bepaald.

Kosteloze procedure.

Aldus gewezen en ondertekend door de elfde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door :

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER.

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van maandag 4 juni 2012 door:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door

Linda HERREGODTS, griffier.

Lieven LENAERTS, Linda HERREGODTS.

Free keywords

  • XVI Schuldoverlast Ger. W. art. 1675/15 §1, 2°,en 5° herroeping