- Arrêt of July 4, 2012

04/07/2012 - 2012/AB/177

Case law

Summary

Samenvatting 1

Wanneer iemand in collectieve schuldenregeling de nodige informatie niet geeft aan de schuldbemiddelaar en deze laatste via derden het noodzakelijke moet vernemen, komt de betrokkene zijn verplichtingen niet na en kan de schuldbemiddeling worden herroepen op grond van art. 1675/15 §1, 2° Ger. W.

Voor een herroeping op basis van art. 1675/15 §1, 4° (het bewerken van zijn onvermogen) en 5° ( het bewust afleggen van valse verklaringen) is een intentioneel element noodzakelijk.


Arrêt - Integral text

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

BUITENGEWONE OPENBARE TERECHTZITTING VAN 4 JULI 2012

11 e KAMER

COLLECTIEVE SCHULDENREGELING - vorderingen collectieve schuldenregeling

tegensprekelijk

definitief

In de zaak:

G. J.,

appellant,

vertegenwoordigd door mr. DE GREVE Daniel, advocaat te 1090 BRUSSEL, G. Gilsonstraat 11

Tegen:

1. VAN DER SYPT Chantal, schuldbemiddelaar, wonende te

1020 BRUSSEL, E.Bockstaellaan 137,

geïntimeerde,

2. DESMET EN VANDENBRAEMBUSSCHE, met maatschappelijke zetel te 8940 WERVIK, Nieuwstraat 38,

geïntimeerde,

3. PATRICIPATIEFONDS, met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, De Lignestraat 1,

geïntimeerde,

4. F.O.D FINANCIEN-ontvangkantoor der domeinen en, penale boeten Kortrijk, 8500 KORTRIJK, Engelse Wandeling 2F 3,

geïntimeerde,

5. CENTEA NV-AFDELING KREDIETEN-, met maatschappelijke zetel te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 180,

geïntimeerde,

6. BKCP C.V.B.A, met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Waterloolaan 16,

geïntimeerde,

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 20-01-2012 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 32e kamer (A.R. 10/457/B),

- de beschikking van gerechtelijke in staatstelling d.d. 22-03-2012,

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 27-02-2012,

- de conclusies van de schuldbemiddelaar ontvangen ter griffie op 16-04-2012,

- de conclusies voor de appellant, neergelegd ter griffie op 07-05-2012,

- de voorgelegde stukken.

***

*

De aanwezige partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 18 juni 2012, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en vervroegd wordt uitgesproken op heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. De heer G. J. legde op 14 april 2010 ter griffie van de arbeidsrechtbank te Brussel een verzoekschrift neer met de vraag om toegelaten te worden tot de collectieve schuldenregeling.

Op 5 mei 2010 stortte de heer G. een bedrag van euro 9.500 van zijn Centea-rekening naar de rekening van de B.V.B.A. Despered, waarin hij werkend vennoot was. In zijn verzoekschrift wordt van dit bedrag en van de bestaande rekening geen melding gemaakt.

Bij beschikking van 19 mei 2010 werd het verzoek toelaatbaar verklaard en werd advocaat C. Van der Sypt aangesteld als schuldbemiddelaar.

2. Op 4 oktober 2010 legde de schuldbemiddelaar een verzoekschrift neer tot herroeping op grond van art. 1675/15 §1, 3°, 4° en 5° Ger. W. wegens de onduidelijke verhouding met de B.V.B.A. Despered en de storting van euro 9.500.

Bij vonnis van 20 januari 2012 werd de beschikking van toelaatbaarheid herroepen op grond van art. 1675/15 §1, 2°, 4° en 5°; de staat van ereloon en kosten van de schuldbemiddelaar ter waarde van euro 1.038,37 werd gehomologeerd en ten laste gelegd van de rubriekrekening en voor zover deze ontoereikend zou zijn, ten laste van het Fonds ter bestrijding van de overmatige schuldenlast.

3. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 27 februari 2012, tekende de heer G. hoger beroep aan omdat hij niet akkoord kon gaan met dit vonnis.

II. BEOORDELING

1. Het hoger beroep werd tijdig ingesteld en ook aan de andere ontvankelijkheid-voorwaarden werd voldaan, wat overigens niet wordt betwist, zodat het hoger beroep toelaatbaar is.

2. Artikel 1675/15 §1 Ger. W. bepaalt dat de herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid of van de minnelijke aanzuiveringregeling kan worden uitgesproken, wanneer de schuldenaars:

1° ...

2° hetzij zijn verplichtingen niet nakomt, zonder dat zich nieuwe feiten voordoen die de aanpassing of herziening van de regeling rechtvaardigen;

3° hetzij onrechtmatig zijn lasten heeft verhoogd of zijn baten heeft verminderd

4° hetzij zijn onvermogen heeft bewerkt

5° hetzij bewust valse verklaringen heeft afgelegd

...

3. De rechter is niet verplicht om de herroeping uit te spreken, ook al stelt hij vast dat is voldaan aan één of meerdere van de herroepinggronden; de rechter dient de opportuniteit van de herroeping te beoordelen in het licht van alle belangen, zowel die van de schuldenaar als deze van de schuldeisers.

(P. Dauw, Topics van de collectieve schuldenregeling, p. 75, nr. 110).

In de parlementaire voorbereiding van de wetgeving betreffende de collectieve schuldenregeling werd benadrukt dat de gronden tot herroeping in essentie neerkomen op het niet nakomen van de procedurele goede trouw.

(Gedr. St. Kamer, 1996-97, 1073/11, 87-88; 1073/1, 17 en 1073/11, 23).

Deze veronderstelt een loyale en actieve medewerking van de schuldenaar bij de uitvoering van de aanzuiveringregeling.

Artikel 1675/15 §1, 2° Het niet nakomen van zijn verplichtingen

4. Het niet nakomen door de schuldenaar van zijn verplichtingen is een herroepinggrond waarvoor geen intentioneel element vereist is. Wel moet het niet nakomen een zekere zwaarwichtigheid hebben, wat kan blijken uit het herhaald niet nakomen van de verplichtingen (De Coster S., Artikel 1675/15 Ger. W. in Artikelsgewijze commentaar Ger.W., nr. 19).

5. De heer G. benadrukt dat er misbruik van hem gemaakt is door hem in te schakelen in de B.V.B.A. Despered omwille van zijn diploma, terwijl hijzelf vooral naar werk zocht. Hij zegt ook dat hij in het verzoekschrift tot aanvraag van de collectieve schuldenregeling wel de B.V.B.A. Despered als zijn schuldenaar vermeld heeft.

Dit laatste is in die mate juist dat de B.V.B.A. als schuldenaar wordt aangeduid in verband met zijn maandelijks inkomen van euro 1.000 als werkend vennoot (door hem verkeerdelijk voorgesteld als zaakvoerder).

Maar het belangrijkste verwijt dat de schuldbemiddelaar aanhaalt voor de herroeping, is dat hij een vordering van euro 9.500 niet heeft aangegeven en dat hij dit bedrag juist voor de beschikking van toelaatbaarheid op 5 mei 2010 naar de B.V.B.A. doorsluisde. Dit bedrag waarover hij klaarblijkelijk beschikte, werd door hem niet aangegeven in zijn verzoekschrift.

De rubrieken bank- en postrekening en saldo spaarboekje in A.2.1 werden niet ingevuld.

De schuldbemiddelaar kreeg van één en ander notie via een telefonisch onderhoud met Centea.

Terecht heeft de eerste rechter vastgesteld dat de uitleg over deze operatie alle nodige transparantie mist. Het verhaal van het ‘parkeren' van gelden is doorweven met een (toenmalige) liefdesrelatie met de uitbaatster van het handelsfonds.

Ook haar zoon wordt daarbij betrokken. Uiteindelijk werd gestort aan de B.V.B.A. Het verhaal start met euro 8.800 en eindigt met euro 9.500. ... De verklaring van mevrouw U. doet aan het verward verhaal geen afbreuk.

Door het niet invullen van de rubrieken ‘bank- en postrekening en saldo spaarboekje' in A.2.1 in het inleidend verzoekschrift kan geen vergelijking gebeuren met het rekeninguittreksel van 8 december 2009, dat de heer G. thans voorlegt.

Uiteindelijk vernam de schuldbemiddelaar dat er ook nog een effectenrekening van de heer G. bij Centea was met euro 5.708.

Ook over de overlating van het handelsfonds van de B.V.B.A., waarin de heer G. vennoot was, werd de schuldbemiddelaar in het ongewisse gelaten.

Al deze informatie werd achterwege gelaten en maakte het aan de schuldbemiddelaar niet mogelijk om een ordentelijk overzicht te bekomen van de baten en de lasten, wat een eerste vereiste is voor het opstellen van een aanzuiveringvoorstel.

6. Eens men in de collectieve schuldenregeling stapt, is de procedurele goede trouw een noodzaak, wat vereist dat de opgave van baten en lasten correct moet gebeuren.

De schuldbemiddelaar moet niet bij mondjesmaat via derden de relevante gegevens vernemen, doch deze dienen door de verzoeker te worden aangebracht.

De feiten, vermeld in randnummer 5, vertonen de nodige zwaarwichtigheid, want systematisch kwamen nieuwe elementen naar boven. De vergoelijking dat dit alles niet intentioneel gebeurde, is niet ter zake. (zie randnummer 4)

Dit neemt niet weg dat volgens de parlementaire voorbereiding van art. 1675/15 §1, 2° niet onmiddellijk naar de herroeping moet worden gegrepen, maar dat moet worden nagezien of er geen herstel mogelijk is via andere maatregelen.

(Gedr. St. Kamer, 1996-97, 1073/11, 93; S. De Coster, a.w., nr. 20)

Dit heeft de schuldbemiddelaar gedaan via de brief van 30 juni 2010 aan de heer G. met uitnodiging tot terugbetaling van de euro 9.500. Dit gebeurde niet.

Terecht heeft de eerste rechter op verzoek van de schuldbemiddelaar de herroeping uitgesproken op grond van art. 1675/15 §1, 2° Ger. W., daar de heer G. zijn essentiële verplichtingen niet heeft nagekomen en evenmin voldoening heeft gegeven bij de vraag tot herstel.

Op dit onderdeel is het hoger beroep ongegrond.

Artikel 1675/15 §1, 4° Ger. W. Het bewerken van zijn onvermogen

7. Anders dan bij de herroepinggrond van art. 1675/15 §1, 2° is bij het bewerken van onvermogen het intentioneel element strikt noodzakelijk. (De Coster S., a.w., nr. 25 en zelfde auteur, Commentaar bij art. 1675/2 - 16, nr. 18)

8. Dit intentioneel element is niet aangetoond.

Het hof houdt rekening met de eerste betrachting van de heer G. om via zijn werk in het restaurant een inkomen te verwerven. Er kwam daarbij een negatieve spiraal tot stand, die mede verklaard wordt door de vermenging van schulden, van vermogens, van familiale en zakelijke moeilijkheden met de zaakvoerster en haar zoon. De hiermee gepaard gaande nonchalance en slordigheid heeft uiteindelijk zeker geleid tot het vergroten van het onvermogen van de heer G., zoals het zgn. ‘parkeren' van het bedrag van euro 9.500 aantoont, maar hiermee is nog niet aangetoond dat dit intentioneel gebeurde.

Het hoger beroep is gegrond wat betreft deze herroepinggrond.

Artikel 1675/15 §1, 5° Ger. W. Bewust afleggen van valse verklaringen

9. Het begrip valse verklaringen duidt niet op een strafrechtelijke valsheid, maar wel op onjuiste en zelfs ook op onvolledige verklaringen. (De Coster S., Artikel 1675/15 Ger. W. in Artikelsgewijze commentaar Ger.W., nr. 27). Ook hier is echter een voldoende intentioneel element nodig, wat volgt uit de formulering bewust afleggen van valse verklaringen.

Met verwijzing naar randnummer 8 kan vastgesteld worden dat dit intentioneel element niet aangetoond is.

Het hoger beroep is gegrond wat betreft deze herroepinggrond.

Ereloon en kostenstaat

10. De schuldbemiddelaar legt een aangepaste ereloon en kostenstaat neer omwille van de behandeling in graad van hoger beroep ten bedrage van euro ...

Deze bijkomende staat dient uitvoerbaar te worden verklaard en ten laste gelegd, zoals door de eerste rechter bepaald.

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewij¬zigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht doende op tegenspraak ten aanzien van appellant en de schuldbemiddelaar en bij verstek ten aanzien van de schuldeisers;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en slechts gedeeltelijk gegrond;

Bevestigt het bestreden vonnis met dien verstande dat de herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid van 19 mei 2010 gegrond wordt op artikel 1675/15 §1, 2° en niet op grond van artikel 1675/15 §1, 4° en 5° Ger. W..

Begroot de bijkomende staat van ereloon, emolumenten en kosten van de schuldbemiddelaar op euro ... en verklaart deze ten belope van dit bedrag uitvoerbaar zoals door de eerste rechter bepaald.

Aldus gewezen en ondertekend door de elfde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

L. LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door :

L. COEN, griffier-hoofd van dienst.

L. COEN, L. LENAERTS.

en uitgesproken op de buitengewone openbare terechtzitting van 4 juli 2012 door:

L. LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door

L. COEN, griffier-hoofd van dienst.

L. COEN, L. LENAERTS.

Free keywords

  • XVI Schuldoverlast

  • herroeping