- Arrêt of October 1, 2012

01/10/2012 - 2011/AB/1133

Case law

Summary

Samenvatting 1

Wanneer een schuldenaar weigert zijn werkelijke inkomsten mee te delen aan de schuldbemiddelaar, kan de herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid worden uitgesproken omdat hij zijn verplichtingen niet nakomt, maar ook omwille van het afleggen van valse verklaringen.

Het begrip valse verklaringen in art. 1675/15 §1, 5° Ger. W. duidt niet op een strafrechtelijke valsheid, maar wel op onjuiste en zelfs ook op onvolledige verklaringen. Deze herroepinggrond kan worden toegepast bij het verzwijgen van inkomsten.


Arrêt - Integral text

rep.nr.: 2012/

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 1 OKTOBER 2012

11 e KAMER

COLLECTIEVE SCHULDENREGELING - vorderingen collectieve schuldenregeling

tegensprekelijk o.g.v. art. 747, § 2, Ger. W.

definitief (herroeping collectieve schuldenregeling)

in de zaak:

FORTIS BANK NV, met maatschappelijke zetel te

1000 BRUSSEL, Warandeberg 3, appellant, vertegenwoordigd door

mr. CROUX Bart, advocaat te 1082 BRUSSEL, Basilieklaan 115 b 1

tegen:

1. K. K. A., , eerste geïntimeerde,

2. M. L. J., , tweede geïntimeerde,

vertegenwoordigd door mr. SNIJKERS Frank, advocaat te 1731 ZELLIK, Nachtegaallaan 12

3. VAN CAMPENHOUT Jo, schuldbemiddelaar, wonende te 1702 GROOT-BIJGAARDEN, R. Dansaertlaan 82, die in persoon verschijnt,

4. VLAAMS WONINGFONDS CVBA, met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, De Meeussquare 26-27, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

4. APRIO CVBA, met maatschappelijke zetel te 1730 ASSE, Kalkolven 50A, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

5. LEKKERLAND BRABANT CVBA, met maatschappelijke zetel te 1300 WAVRE, Avenue Vésale 27, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

6. TRUVO BELGIUM, met maatschappelijke zetel te 2018 ANTWERPEN, De Kerserlei 5/7, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

7. DIGITEC SOLUTION BVBA, met maatschappelijke zetel te 1410 WATERLOO, Chaussée De Tervuren 174, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

8. CONWAY NV, met maatschappelijke zetel te 9140 TEMSE, Laagstraat 63, Industriezone C, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

9. MALLENTJER NV, met maatschappelijke zetel te 1851 HUMBEEK, Mechelstraat 24, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

10. FIDEXIS NV, met maatschappelijke zetel te 1160 AUDERGHEM, Boulevard Du Souverain 191, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

11. L.P CO-ORDINATION CENTRE, met maatschappelijke zetel te 1080 BRUSSEL, De Koninckstraat 38, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

12. BECQUEVORT NV, met maatschappelijke zetel te 1150 SINT-PIETERS-WOLUWE, Generaal Baron Empainlaan 21, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

13. JURI-DESK, met maatschappelijke zetel te 8200 SINT-ANDRIES, Peter Benoitlaan 49, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

14. J.CORTES CIGARS NV, met maatschappelijke zetel te 8552 MOEN, Pannenbakkerstraat 1, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

15. VLABEL, met maatschappelijke zetel te 1210 BRUSSEL, Koning Albert II Laan 19/7, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

16. EANDIS CVBA, met maatschappelijke zetel te 9090 MELLE, Brusselsesteenweg 199, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

17. ELECTRABEL NV, met maatschappelijke zetel te 9000 GENT, F. Rooseveltaan 1, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

18. F.O.D FINANCIEN, met maatschappelijke zetel te 1730 ASSE, Mollestraat 57, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

19. NUON NV, met maatschappelijke zetel te 1800 VILVOORDE, PB 5400, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

20. FOD FINANCIEN - DIENST ONROERENDE VOORHEFFEING, met maatschappelijke zetel te 9300 AALST, Bauwenplaats 13, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

21. VMM, met maatschappelijke zetel te 8400 OOSTENDE, Zandvoordestraat 375, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

22. TMVW, met maatschappelijke zetel te 9000 GENT, Stropkaai 14, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

23. GROEP S, met maatschappelijke zetel te 1060 BRUSSEL, Poincarélaan 78, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

24. VRIJE UNIVERSITEIT BRUSSEL (VUB), DIENST TANDHEELKUNDE, 1090 BRUSSEL, Laarbeeklaan 103, die niet verschijnt, noch wordt vertegenwoordigd,

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 04-11-2011 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 32e kamer (A.R. 08/8255/A),

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 8 december 2011,

- de neergelegde conclusies,

- de voorgelegde stukken.

***

*

De aanwezige partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 17 september 2012, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. De heer K. K. en mevrouw L. M. legden op 14 november 2008 een verzoekschrift neer bij de arbeidsrechtbank te Brussel om toegelaten te worden tot de collectieve schuldenregeling.

Het verzoek werd op 18 november 2008 toelaatbaar verklaard; advocaat Jo van Campenhout werd aangesteld als schuldbemiddelaar.

2. Verzoekers zijn eigenaar van een onroerend goed te Asse, Frans Timmermansstraat 31, waarop een hypothecaire inschrijving in eerste rang door het Vlaams Woningfonds en een inschrijving in tweede rang door de n.v. Fortis Bank werd genomen.

Verzoekers wensen dit pand te kunnen behouden.

De schuldenmassa beloopt euro 189.562,36; de verkoopswaarde van het onroerend goed werd geschat tussen euro 170.000 en euro 190.000.

Verzoekers stellen voor om euro 1.000/maand ter beschikking te stellen voor de aanzuivering van hun schulden, wat de schuldbemiddelaar ertoe noopte vast te stellen dat hij dan een afbetalingsplan van 16 jaar voor de schulden alleen zou moeten voorstellen, wat hij onrealistisch achtte. (zie zijn schrijven aan de arbeidsrechter van 12 oktober 2009)

Niettemin heeft de schuldbemiddelaar op 14 april 2010 een voorstel tot minnelijk aanzuiveringplan voorgelegd met een duurtijd van 180 maanden of 15 jaar.

De N.V. Fortis Bank kon hiermee niet akkoord gaan en wenste hetzij een regeling op maximum 5 jaar, hetzij de verkoop van het onroerend goed. (zie het bezwaar van 2 maart 2010) Er volgde ook nog een bezwaar van de N.V. Conway.

Op 19 april 2010 legde de schuldbemiddelaar zijn ontwerp voor aan de arbeidsrechtbank te Brussel, voor hetzij een homologatie, hetzij de opstelling van een gerechtelijk plan.

De schuldbemiddelaar vroeg om de behandeling van de zaak naar de rol te verzenden omdat hij niet de volledige gegevens had over de werkloosheidsinkomsten dan wel de inkomsten uit een handelszaak.

Uit het ontwerp van minnelijk aanzuiveringplan van 19 april 2010 kan immers afgeleid worden dat de schuldbemiddelaar er tot dan toe vanuit ging dat de heer K. een werkloosheidsuitkering ontving, terwijl er plots sprake was van een activiteit van beide verzoekers in een textielhandel te Luik, waarnaar ze zich dagelijks verplaatsten.

3. Op basis van deze onduidelijkheid heeft de N.V. Fortis Bank op 8 november 2010 een vraag tot herroeping ingediend wegens gebrek aan procedurele goede trouw van de verzoekers.

Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 4 november 2011 werd dit verzoek ongegrond verklaard. De kennisgevingen van dit vonnis gebeurden op 10 november 2011.

4. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 8 december 2012, tekende de N.V. Fortis Bank hoger beroep aan en hernam ze haar vraag tot herroeping.

II. BEOORDELING.

1. Het hoger beroep van de N.V. Fortis Bank werd tijdig ingesteld en voldoet aan de ontvankelijkheidvereisten, wat overigens niet wordt betwist, zodat het hoger beroep ontvankelijk kan worden verklaard.

2. Artikel 1675/15 §1 Ger. W. bepaalt dat de herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid of van de minnelijke aanzuiveringregeling kan worden uitgesproken, wanneer de schuldenaar:

1° ...

2° hetzij zijn verplichtingen niet nakomt, zonder dat zich nieuwe feiten voordoen die de aanpassing of herziening van de regeling rechtvaardigen;

3° ...

4° ...

5° hetzij bewust valse verklaringen heeft afgelegd

Ter zitting van 17 september 2012 preciseert appellante dat ze de herroeping steunt op artikel 1675/15 §1, 2° en 5° Ger. W.

3. In de parlementaire voorbereiding van de wetgeving betreffende de collectieve schuldenregeling werd benadrukt dat de gronden tot herroeping in essentie neerkomen op het niet nakomen van de procedurele goede trouw. (Gedr. St. Kamer, 1996-97, 1073/11, 87-88; 1073/1, 17 en 1073/11, 23)

Deze veronderstelt een loyale en actieve medewerking van de schuldenaar bij de uitvoering van de aanzuiveringregeling.

Het niet nakomen door de schuldenaar van zijn verplichtingen (artikel 1675/15 §1, 2° Ger. W.) is een herroepinggrond waarvoor geen intentioneel element vereist is, wel moet het niet nakomen een zekere zwaarwichtigheid hebben, wat kan blijken uit het herhaald niet nakomen van de verplichtingen (De Coster S., Artikel 1675/15 Ger. W. in Artikelsgewijze commentaar Ger.W., nr. 19).

Het begrip valse verklaringen in art. 1675/15 §1, 5° Ger. W. duidt niet op een strafrechtelijke valsheid, maar wel op onjuiste en zelfs ook op onvolledige verklaringen, met name onvolledig op het vlak waar het juist van het grootste belang was om de betrokken verklaring of inlichting wel te geven. Een standaardvoorbeeld is het verzwijgen van inkomsten (De Coster S., Artikel 1675/15 Ger. W. in Artikelsgewijze commentaar Ger.W., nr. 27).

4. De eerste rechter heeft zich voornamelijk gesteund op de meldingen van verzoekers in het verzoekschrift van 14 november 2008.

Hierin geeft de heer K. inderdaad aan dat hij vanaf 1 november 2008 een maandelijks netto-inkomen van euro 1.500 heeft als loon bij de b.v.b.a. International Trading Kis; (rubriek A.4.1.); mevrouw L. heeft bij dezelfde vennootschap een loon van euro 750 (rubriek A.4.2.)

Ook de inbreng van een handelsfonds (boekhandel) in voormelde b.v.b.a. tegen 99 aandelen ter waarde van euro 9.900 wordt vermeld (rubriek A.3.)

Anders dan de n.v. Fortis Bank doet, kan men aan verzoekers niet verwijten dat ze bij het begin van de procedure onduidelijk zouden zijn geweest en inkomsten zouden hebben verzwegen.

5. Maar daarmee houdt het op. Uiteraard dienen verzoekers volledig transparant te blijven in verband met hun werk- en inkomenssituatie. Deze gegevens vormen de basis van de schuldsanering en de aanzuiveringregeling.

In het voorstel van aanzuiveringregeling bestaat het inkomen van de heer K. uit werkloosheidsuitkeringen van euro 1.046,25/maand, wat klaarblijkelijk een uitkering als gezinshoofd betreft, terwijl uit hetzelfde plan volgt dat mevrouw L. haar loon binnen de b.v.b.a behouden heeft en dat het zelfs werd opgetrokken tot euro 1.200/maand.

Tot op heden blijft elke toelichting uit over hoe een werkloosheidsuitkering als gezinshoofd kan samensporen met een inkomen van de partner.

6. Het bijkomend onderzoek van de schuldbemiddelaar vond zijn oorsprong in de vaststelling dat beide verzoekers blijkbaar werkten in een textielhandel te Luik, wat hem niet gemeld was.

Verzoekers verwijzen hiervoor naar b.v.b.a. I.T.K.C., wat staat voor International Trading Kis Company.

Deze vennootschap werd opgericht op 14 december 2010, oprichtingsakte neergelegd op 7 januari 2011. Dit is meer dan 2 jaar na het begin van de collectieve schuldenregeling, zodat het om een andere vennootschap gaat dan de in het inleidend verzoekschrift vermelde b.v.b.a. International Trading Kis, waarvan tot dan toe sprake was. Deze laatste vennootschap is overigens te Anderlecht gevestigd en niet te Luik.

7. Het is evident dat deze gegevens door de verzoekers aan de schuldbemiddelaar spontaan moesten meegedeeld worden, want het hoorde tot hun plicht om over deze werk- en inkomenssituatie volledig transparant te zijn.

Ze kunnen in die omstandigheden onmogelijk op een redelijke manier aan de schuldbemiddelaar een gebrek aan communicatie verwijten, nog meer daar deze in een brief van 29 november 2010 juist schreef dat het een noodzaak was om van verzoekers te vernemen wat hun werkelijke inkomsten zijn. ( zie stuk 1 van verzoekers)

8. De heer K. legt vervolgens een brief voor van 1 augustus 2011, zijnde pas 9 maanden na bovenvermeld verzoek, waarin hij meedeelt dat zijn vrouw werkt als actieve vennoot in I.T.K.C. met een maandloon van euro 2.000, waardoor zijn werkloosheidsuitkering daalt naar euro 400/maand. (zijn stuk 4)

Ook wordt het uittreksel uit het B.S. bijgevoegd waaruit deze aanstelling tot werkend vennoot wordt vastgelegd met ingang van 1 juli 2011 en dit voor onbepaalde tijd. (zijn stuk 3)

Deze aanstelling werd nooit ingetrokken; alleszins werd er niets in die zin gepubliceerd.

Verzoekers verwijzen naar deze stukken, alsook naar een brief van 2 september 2010 - dus daterend van voor het verzoek van de schuldbemiddelaar van 29 november 2010-, om voor te houden dat ze wel de schuldbemiddelaar op de hoogte hielden.

Het is nochtans duidelijk dat de eerder karige informatie in die documenten geen opheldering geeft over de vragen, die besproken zijn in de randnummers 5 en 6 en dat in wezen de dringende vraag van de schuldbemiddelaar naar de werkelijke inkomsten geen respons kreeg.

9. Immers, na de brief van 1 augustus 2011, ontving de schuldbemiddelaar vanaf november 2011 geen inkomen van mevrouw L. meer.

De R.V.A. startte blijkbaar een onderzoek, waarover ook niets werd meegedeeld, waardoor er sinds februari 2012 ook langs de zijde van de man geen inkomsten meer binnenkwamen.

Einde juli 2012 gebeurde er wel een regularisatie, maar de vraag van de schuldbemiddelaar ter zitting naar de inhoud van het R.V.A.-onderzoek en de regularisatie, blijft ook nu onbeantwoord.

Juist voor de zitting is er voor mevrouw L. nog euro 1.000 gestort (in de brief van 1 augustus 2011 was er nochtans sprake van een maandinkomen van euro 2.000), andermaal is er geen duidelijkheid in hoeverre dit een weerslag kan of zal hebben op de werkloosheidsuitkering en in hoeverre men hier open kaart gespeeld heeft ten aanzien van de R.V.A.

10. De vraag van de schuldbemiddelaar naar de werkelijke inkomsten is meer dan pertinent.

Enerzijds werden alle ‘gekende' inkomsten, zij het niet met een regelmaat, aan de schuldbemiddelaar gestort; anderzijds willen verzoekers toch enige reservering voorstellen om appellante als hypothecaire schuldeiser te kunnen sussen, zodat ze geen leefgeld verwachten. De schuldbemiddelaar betaalt dit om die reden ook niet uit.

Waarvan leven ze dan?

Het antwoord zou moeten gevonden worden bij hun kinderen die hun ouders steunen, maar hier wordt gesproken over een - niet controleerbaar - bedrag van euro 500/maand, wat uiteraard totaal ontoereikend is voor het gezin van de 2 verzoekers en een minderjarig schoolgaand kind. Er dienen dus nog andere ‘niet gekende inkomsten' te zijn.

11. Terecht beroept appellante, hierin gesteund door de schuldbemiddelaar, zich op art. 1675/15 §1, 2° en 5° Ger. W. om de schuldbemiddeling te herroepen.

Het volstaat niet enkel te kijken naar de beginverklaringen in het verzoekschrift, maar ook tijdens de procedure moeten alle gegevens in verband met inkomsten en werk doorgegeven worden zodat de schuldbemiddelaar een realistisch plan kan voorstellen.

De verzoekers verklaarden overigens op pagina 7 van hun verzoekschrift dat ze kennis genomen hadden van het feit dat, na de beschikking van toelaatbaarheid

zij de schuldbemiddelaar moeten in kennis stellen van elk nieuw feit dat een invloed heeft op hun inkomen.

Bovendien werden ze hierover uitdrukkelijk bevraagd in de brief van de schuldbemiddelaar van 29 november 2010.

Het verzwijgen van inkomsten wordt beschouwd als een standaardvoorbeeld in de zin van art. 1675/15 §1, 5°

Het hoger beroep is daardoor gegrond.

12. De schuldbemiddelaar legt zijn staat van ereloon- en kosten van euro 5.603,20 over, die is opgemaakt in overeenstemming met het KB van 18 december 1998 en die kan worden goedgekeurd, rekening houdend met de uitgevoerde plichten.

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewij¬zigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht doende op tegenspraak o.g.v. art. 747, § 2, Ger. W.,

Verklaart het hoger beroep van appellant ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond,

Vernietigt het bestreden vonnis en opnieuw recht doende,

Herroept de beschikking van toelaatbaarheid van 18 november 2008 op grond van art. 1675/15 §1, 2° en 5°,

Zegt voor recht dat de procedure collectieve schuldenregeling hierdoor wordt beëindigd en dat de schuldeisers hun individuele executierechten herwinnen.

Beveelt de schuldbemiddelaar de berichten van collectieve schuldenregeling aan te passen.

Bepaalt de staat van kosten en erelonen van de schuldbemiddelaar op euro 5.603,20 waarvoor dit arrest als uitvoerbare titel geldt.

Zegt dat deze staat ten laste wordt gelegd van de rubriekrekening.

Beveelt dat na aftrek van de kosten eigen aan de collectieve schuldenregeling het positief saldo van de rubriekrekening overgemaakt wordt aan de Deposito- en Consignatiekas voor rekening van wie het behoort.

Kosteloze procedure.

Aldus gewezen en ondertekend door de elfde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door :

Sven VAN DER HOEVEN, griffier.

Sven VAN DER HOEVEN, Lieven LENAERTS.

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van maandag 1 oktober 2012 door:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door

Sven VAN DER HOEVEN, griffier.

Sven VAN DER HOEVEN, Lieven LENAERTS.

Free keywords

  • Schuldoverlast

  • Ger. W. 1675/15 §1, 2° en 5°

  • Herroeping niet nakomen verplichtingen en valsheid