- Arrêt of October 19, 2012

19/10/2012 - 2011/AB/1014

Case law

Summary

Samenvatting 1

Wanneer de aangetekende opzeggingsbrief, bedoeld in art. 37 §1, vierde lid van de arbeidsovereen-komstenwet werd verzonden aan een foutief adres, terwijl het juiste adres gekend was, is de opzegging nietig.


Arrêt - Integral text

Rep.Nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 19 OKTOBER 2012.

3DE KAMER

Bediendecontract

Tegensprekelijk

Definitief

In de zaak:

CENTHO CHOCOLATES BVBA,

met maatschappelijke zetel gevestigd te

3080 DUISBURG (TERVUREN), Veeweidestraat 3.

Appellante, vertegenwoordigd door

Mr E. VERLINDEN, advocaat te Herselt.

Tegen:

T. S.,

Geïntimeerde, vertegenwoordigd door de heer J.-C. VAN NIEUWENHUYZE, syndicaal afgevaardigde en volmachtdrager te Brussel.

 

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis gewezen op tegenspraak door de Arbeidsrecht-bank van Leuven op 30 juni 2011;

- het verzoekschrift in hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 7 november 2011;

- de conclusies en de syntheseconclusies van de partijen;

Gelet op de door partijen neergelegde stukken.

Gehoord de partijen in hun middelen en verdediging ter openbare terechtzitting van 21 september 2012 waarna de debatten gesloten werden, waarna de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak gesteld op de openbare terechtzitting van heden.

 

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. Mevrouw S. T. kwam in dienst bij de b.v.b.a. Centho-Chocolates op 15 oktober 2004.

Volgens de vermelding op de sociale documenten was ze aangeworven in de hoedanigheid van bediende.

2. Bij aangetekende brief van 8 oktober 2009, doch verzonden naar een vorig adres, werd een einde gemaakt aan de arbeidsovereenkomst per 31 januari 2010.

Op 9 oktober 2009 legde de werkgever deze brief voor aan mevrouw T., die de brief eigenhandig dagtekende en ondertekende met de woorden ‘voor akkoord en ontvangst'

3. Bij schrijven van de vakorganisatie van mevrouw T. van 4 juni 2010 werd de werkgever gewezen op de foute adressering van de ontslagbrief.

Aangezien de ontslagbrief niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden, werd een opzeggingsvergoeding van 6 maanden gevraagd, omdat de arbeidsovereenkomst door de werkgever zou verbroken zijn op 31 januari 2010.

De raadsman van de b.v.b.a. wees op het akkoord van 9 oktober 2009. Dit werd echter door de vakorganisatie als absoluut nietig beschouwd door het ontbreken van een aangetekende brief aan het juiste adres.

4. Partijen kwamen dus niet tot overeenstemming, zodat mevrouw T. haar werkgever dagvaardde op 20 januari 2011 in betaling van een opzeggingsvergoeding van 6 maanden of euro 21.385,16, of minstens 3 maanden hetzij euro 10.692,58, te vermeerderen met intresten en kosten. Tevens werd de afgifte van aangepaste sociale en fiscale documenten gevraagd.

5. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Leuven van 30 juni 2011 werd deze vordering in hoofdorde ontvankelijk en gegrond verklaard en werd de b.v.b.a. gemachtigd de opzeggingsvergoeding te betalen in 6 maandelijkse afbetalingen.

6. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 7 november 2011, tekende de werkgever hoger beroep aan en vroeg dat de vordering ongegrond zou worden verklaard.

II. BEOORDELING.

1. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hogere beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is daardoor ontvankelijk.

Partijen aanvaarden wederzijds de laattijdig neergelegde conclusies.

Dit brengt met zich mee dat de b.v.b.a. niet langer vasthoudt aan het middel in verband met de verjaring en in verband met het overschrijden van de redelijke termijn. In ondergeschikte orde roept ze wel in dat mevrouw T. tewerkgesteld was als arbeidster.

Mevrouw T. van haar kant houdt daardoor haar vordering wegens tergend en roekeloos beroep niet meer aan.

De beëindiging van de arbeidsovereenkomst

2. Mevrouw T. legt veel nadruk op de redenen en omstandigheden van het ontslag; gelet op de ontslagmacht van de werkgever, zijn dit weinig ter zake dienende randgegevens. De betwisting gaat immers over de geldigheid van de ontslagbrief en het al dan niet bestaan van een akkoord over de beëindiging.

3. Artikel 37 §1, vierde lid van de arbeidsovereen-komstenwet bepaalt dat, indien de opzegging uitgaat van de werkgever, de kennisgeving van de opzegging, op straffe van nietigheid enkel kan geschieden hetzij bij een per post aangetekende brief die uitwerking heeft de derde werkdag na de datum van verzending, hetzij bij gerechtsdeurwaarderexploot, met dien verstande dat de werknemer die nietigheid niet kan dekken en dat ze door de rechter van ambtswege wordt vastgesteld.

De opzeggingsbrief van 8 oktober 2009 werd weliswaar bij aangetekende brief betekend aan mevrouw T., doch op een verkeerd adres, terwijl het juiste adres aan de werkgever bekend was, zoals blijkt uit de adressering van de loonfiches.

Behoudens wanneer de werknemer het juiste adres niet aan de werkgever heeft ter kennis gebracht, moet in beginsel de aangetekende opzeggingsbrief worden verzonden aan het correcte adres. (W. van Eeckhoutte, A. Taghon en S. Van Overbeke, Overzicht van rechtspraak arbeidsovereenkomsten (1988-2005), T.P.R. 2006/1, 417, nr. 290; Arbh. Luik, 2 maart 2005, JTT 2005, 383 met noot)

De kennisgeving van de opzegging gebeurde dus niet in overeenstemming met artikel 37 §1, vierde lid en dit leidt tot absolute nietigheid die door de werknemer niet kan worden gedekt.

3. Op 9 oktober 2009 tekende mevrouw T. de ontslagbrief voor akkoord en ontvangst.

De nietigheid van de opzegging tast echter de geldigheid van het ontslag niet aan, wat niet afhangt van welbepaalde vormen (Cass. 14 december 1992, JTT 1993, 226 met noot Votquenne).

Het feit dat bij een nietige opzegging de arbeids-overeenkomst in beginsel onmiddellijk beëindigd wordt, neemt niet weg dat de werknemers vanaf zijn ontslag elke overeenkomst kan sluiten over de modaliteiten van het ontslag, met name dat de arbeidsovereenkomst nog een bepaalde tijd wordt uitgevoerd. Het Hof van Cassatie bevestigde ook dit uitdrukkelijk in het arrest van 14 december 1992 in een zaak waar de werknemer de nietige opzeggingsbrief voor akkoord had ondertekend.

Aldus vernietigde het Hof van Cassatie de beslissing van de feitenrechter omdat hij de draagwijdte van het akkoord niet verder had onderzocht en omdat uit het akkoord bleek dat partijen na het ontslag nog tot een bepaalde datum de arbeidsovereenkomst wilden blijven uitvoeren.

4. Met de ondertekening voor akkoord en ontvangst heeft mevrouw T. zich akkoord verklaard met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst op 31 januari 2010 en ze regelde aldus de modaliteiten van haar ontslag.

Ze roept niet in dat dit akkoord behept is met een wilsgebrek en ze heeft overigens de arbeidsovereenkomst verder uitgevoerd tot de overeengekomen datum van 31 januari 2010. Ze gaf zo uitvoering aan het door haar gesloten akkoord.

Dit akkoord houdt in dat mevrouw T. geen aanspraak kan maken op een opzeggingsvergoeding lastens haar werkgever, omdat deze op 31 januari 2010 de arbeidsovereenkomst niet onrechtmatig beëindigd heeft.

Het hoger beroep is hierdoor gegrond.

De overige middelen dienen niet verder te worden onderzocht.

De gerechtskosten

5. Aangezien mevrouw T. in het ongelijk is gesteld, moeten de gerechtskosten van beide aanleggen ten hare laste worden gelegd.

De b.v.b.a. begroot de rechtsplegingsvergoedingen op het basisbedrag.

Op vraag van het arbeidshof preciseert de vertegenwoor-diger van mevrouw T. dat ze na het ontslag beroep heeft moeten doen op werkloosheidsuitkeringen.

Er is dan ook reden om wegens de financiële draag-kracht van de verliezende partij de rechtsplegings-vergoeding te verminderen tot het minimumbedrag.

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Rechtsprekend op tegenspraak,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond;

Vernietigt het bestreden vonnis en opnieuw recht doende,

Verklaart de oorspronkelijke vordering ontvankelijk, maar ongegrond en wijst mevrouw T. ervan af.

Veroordeelt mevrouw T. tot de gerechtskosten van beide aanleggen, deze door de b.v.b.a. Centho-Chocolates begroot op de rechtsplegingsvergoedingen basisbedrag, maar door het hof herleid tot

- rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg minimumbedrag euro 1.100

- rechtsplegingsvergoeding beroep minimumbedrag euro 1.100

Totaal euro 2.200

 

Aldus gewezen door de 3de kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door :

L. LENAERTS: Raadsheer,

L. REYBROECK: Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever,

D. HEYVAERT : Raadsheer in Sociale Zaken als werknemer-bediende,

En bijgestaan door :

D. DE RAEDT : Griffier,

L. REYBROECK, D. HEYVAERT,

D. DE RAEDT, L. LENAERTS.

En uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 19 oktober 2012 door de heer L. LENAERTS, Raadsheer, en bijgestaan door D. DE RAEDT, Griffier,

D. DE RAEDT, L. LENAERTS.

Free keywords

  • Arbeidsovereenkomsten

  • Algemene regelingen

  • Wet 3 juli 1978 art. 37 §1 vierde lid

  • Aangetekende brief fout adres