- Arrêt of November 2, 2012

02/11/2012 - 2011/AB/1151

Case law

Summary

Samenvatting 1

Een verkoper in een stand aan een supermarkt is geen handelsvertegenwoordiger, omdat de klanten naar hem toekomen en hij de klanten niet bezoekt.


Arrêt - Integral text

Rep.Nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 2 NOVEMBER 2012.

3DE KAMER

Bediendecontract

Tegensprekelijk

Definitief

In de zaak:

E C.,

Appellant, vertegenwoordigd door

Mr A. VERMOORTELE, advocaat te Herne.

Tegen:

NV ADECCO CONTRACTING & OUTSOURCING,

met maatschappelijke zetel gevestigd te

1702 GROOT-BIJGAARDEN, Noordkustlaan 16 b.

Geïntimeerde, vertegenwoordigd door

Mr S. VAN LANCKER loco Mr T. MESSIAEN, advocaat te Drongen.

 

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis gewezen op tegenspraak door de Arbeidsrecht-bank van Brussel op 20 juli 2011;

- het verzoekschrift in hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 15 december 2011;

- de conclusies van de partijen;

Gelet op de door partijen neergelegde stukken.

Gehoord de partijen in hun middelen en verdediging ter openbare terechtzitting van 5 oktober 2012 waarna de debatten gesloten werden, waarna de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak gesteld op heden.

 

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. Op 10 april 2007 ondertekenden de heer C. E (hierna afgekort tot E)en de n.v. Adecco Contracting & Outsourcing (hierna afgekort tot Adecco) een arbeidsovereenkomst voor bedienden van onbepaalde tijd, waarbij de heer E met ingang van 16 april 2007 werd aangeworven als sales representative.

Aanvankelijk verkocht hij deur aan deur Belgacom-producten. Vanaf oktober 2007 (de precieze datum is niet duidelijk: 1 of 27 oktober?) verkocht hij voornamelijk deze producten aan de ingang van supermarkten in een stand. Bij weinig interesse zou hij ook nog wat deur aan deur verkoop hebben gedaan.

2. Bij schrijven van 7 oktober 2008 verbrak Adecco deze overeenkomst met uitbetaling van een opzeggingsvergoeding van 3 maanden.

3. Bij brieven van de vakorganisatie van de heer E van 25 november 2008, 12 december 2008 en 14 januari 2009 werd Adecco in gebreke gesteld in betaling van loonachterstallen wegens toepassing van een verkeerde categorie en in betaling van een uitwinningsvergoeding.

Op 20 januari 2008 antwoordde Adecco op deze brieven en stelde o.m. dat de heer E geen handelsvertegen-woordiger, maar een commercieel medewerker was.

Op 20 januari 2008 legde de vakorganisatie bij de Inspectie van de Sociale Wetten klacht neer i.v.m. de categoriediscussie, waarna dit probleem werd opgelost.

4. Partijen kwamen dus niet tot een oplossing wat betreft de uitwinningsvergoeding, zodat de heer E op 6 oktober 2009 Adecco dagvaardde in betaling van een dergelijke vergoeding ter waarde van euro 6.579,29, vermeerderd met intresten en kosten en in afgifte van de overeenstemmende sociale en fiscale documenten onder verbeurte van een dwangsom.

5. Bij vonnis van 20 juli 2011 van de arbeidsrechtbank te Brussel werd deze vordering ontvankelijk, maar ongegrond verklaard, omdat de heer E geen handelsvertegenwoordiger was.

6. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 15 december 2011, tekende de heer E hoger beroep aan en hernam hij zijn oorspronkelijke vordering.

II. BEOORDELING.

1. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan.

De uitwinningsvergoeding.

2. Adecco verwerpt de aanspraak van de heer E op een uitwinningsvergoeding, omdat hij niet de hoedanigheid van handelsvertegenwoordiger had en omdat hij geen aanbreng van cliënteel bewijst; zelfs indien hij handelsvertegenwoordiger zou zijn, toont hij niet aan dat hij dit gedurende meer dan 1 jaar was.

Was de heer E handelsvertegenwoordiger?

3. In artikel 4 van de arbeidsovereenkomstenwet wordt de activiteit van een handelsvertegenwoordiger omschreven als volgt:

" De arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordiger is de overeenkomst waarbij een werknemer, de handelsvertegenwoordiger, zich verbindt tegen loon cliënteel op te sporen en te bezoeken met het oog op het onderhandelen over en het sluiten van zaken, verzekeringen uitgezonderd, onder het gezag, voor rekening en in naam van een of meer opdrachtgevers ".

De vertegenwoordigingsactiviteit dient in hoofdzaak te worden uitgeoefend, wat volgt uit artikel 88 van de arbeidsovereenkomstenwet:

‘Op de bepalingen van deze titel kan zich alleen beroepen de handelsvertegenwoordiger die in dienst wordt genomen om op bestendige wijze zijn beroep uit te oefenen, zelfs indien hij door zijn werkgever wordt belast met bijkomstig werk dat van andere aard is dan de handelsvertegenwoordiging. Dat voordeel wordt... niet verleend aan de bediende die er af en toe mede wordt belast, samen met zijn arbeid binnen de onderneming, stappen te doen bij de cliëntele.'

Degene die zich op het bestaan van een arbeidsover-eenkomst voor handelsvertegenwoordiger beroept, moet zijn hoedanigheid bewijzen (Arbh. Antwerpen, 13 februari 2004, JTT 2004, 361 met een omstandige analyse van de parlementaire voorbereiding in verband met de bewijslast en P. Leclercq, Het statuut van de handelsvertegenwoordiger, Kluwer, Sociale Praktijk-studies, 2006, 19; Arbh. Antwerpen 1 februari 2010, RW 2011-12, 248); de bediende wiens activiteiten zowel commerciële als andere aspecten vertoont, maar die niet bewijst welke van beide aspecten doorslaggevend is, kan zich niet beroepen op de hoedanigheid van handelsvertegenwoordiger (Arbh. Brussel, 27 januari 2004, AR 39.550).

4.Adecco betwist dat de heer E voor haar rekening en in haar naam contracten afsloot.

De heer E verkocht producten van Proximus en Belgacom, zoals blijkt uit zijn stukken 9 tot 526; hij werd ook betrokken bij de verkoop van displays van Kellog (zie zijn stukken 527 en 528)

Uit de volledige handelsbenaming van Adecco blijkt dat ze zich bezig houdt met ‘contracting' en ‘outsourcing'.

Uit de definitie van art. 4 van de arbeidsovereen-komstenwet volgt dat niet vereist is dat de onder-handelde zaken moeten afgesloten zijn voor rekening van de werkgever; voldoende is dat dit in naam en voor rekening van één of meerdere opdrachtgevers gebeurt.

Gelet op de outsourcing van de verkoopsactiviteit aan Adecco, handelde de heer E voor rekening en in naam van één of meer opdrachtgevers en stemde zijn activiteit overeen met dit onderdeel van de wettelijke definitie.

5. Adecco roept echter voornamelijk in dat de heer E een commercieel medewerker en daardoor geen handelsvertegenwoordiger was.

De heer E stond immers met een stand aan de ingang van grootwarenhuizen om zo contracten af te sluiten voor Belgacom/Proximus.

Het feit dat hij bij weinig klandizie ook deur aan deur zou gegaan zijn, was duidelijk occasioneel, zodat dit niet op bestendige en doorslaggevende wijze gebeurde, wat op grond van art. 88 AOW vereist is voor het recht op een uitwinningsvergoeding. Hetzelfde geldt voor de verkoop van Kellogdisplays wat een eenmalige actie was tussen 7 en 11 juli 2008. (zie stuk 528 van de heer E)

6. Een commercieel medewerker en een handelsvertegen-woordiger houden zich beiden bezig met verkoop.

Anders dan een commercieel medewerker bezoekt een handelsvertegenwoordiger het cliënteel en spoort het op.

Opsporen en bezoeken van cliënteel zijn twee onderscheiden activiteiten die elkaar aanvullen en die samen moeten worden uitgeoefend. (P. Leclercq, De arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordigers, ATO - Actuele Voorinformatie, p. 18-19, nr. 7; J. Petit, De arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordigers, CAD II-8-16, nr. 8),

Cliënteel bezoeken veronderstelt dat de handelsvertegenwoordiger zich naar een klant begeeft. (J. Petit, a.w., p. 18, nr. 11) Er is dus geen sprake van handelsvertegenwoordiging wanneer de activiteit uitgeoefend wordt op een plaats waar potentiële klanten samenkomen, zoals een jaarbeurs, een grootwarenhuis, een tentoonstelling of een winkel. (J. Petit, p. 20-21, nr. 14) Wanneer de klant zelf naar de verkoper toekomt, spreekt men niet over een handelsvertegenwoordiger, (J. Petit, p. 22, nr. 17) wat het geval is bij een showroomverkoop of een verkoop in een vestiging van de werkgever.

Op een zelfde wijze leidt de standverkoop in een supermarkt niet tot handelsvertegenwoordiging, omdat de klant zich daar naartoe begeeft en de verkoper de klant niet bezoekt.

7. De loonbetaling volgens categorie 3 van de functieclassificatie bepaald in de CAO van 29 mei 1989 van het PC 218 volstaat evenmin om te besluiten dat iemand handelsvertegenwoordiger (- 25 jaar) is.(vgl. art 8.2) Immers, ook een commercieel medewerker binnendienst kan op basis van art. 2 tot deze categorie behoren.

8. De verkoopswerkzaamheden van de heer E voldoen dus niet aan één van de constitutieve elementen van de definitie van een handelsvertegenwoordiger, zoals bepaald in art. 4 van de arbeidsovereenkomstenwet.

Hierdoor kan de heer E geen aanspraak maken op een uitwinningsvergoeding; het onderzoek van de andere voorwaarden van art. 101 van de wet is daardoor overbodig.

Evenmin dienen de sociale en fiscale documenten te worden aangepast.

Het hoger beroep is ongegrond.

 

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Rechtsprekend op tegenspraak,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk maar ongegrond;

Bevestigt het bestreden vonnis.

Veroordeelt de heer E tot de gerechtskosten van het hoger beroep, deze aan de zijde van Adecco vereffend op

rechtsplegingsvergoeding beroep basisbedrag euro 990

Aldus gewezen door de 3de kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door :

L. LENAERTS: Raadsheer,

S. ALAERTS: Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever,

D. HEYVAERT : Raadsheer in Sociale Zaken als werknemer-bediende,

En bijgestaan door :

D. DE RAEDT : Griffier,

S. ALAERTS, D. HEYVAERT,

D. DE RAEDT, L. LENAERTS.

En uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 2 november 2012 door de heer L. LENAERTS, Raadsheer, en bijgestaan door D. DE RAEDT, Griffier,

D. DE RAEDT, L. LENAERTS.

Free keywords

  • ARBEIDSOVEREENKOMSTEN

  • ALGEMENE REGELEINGEN

  • HANDELSVERTEGENWOORDIGERS -