- Arrêt of February 4, 2013

04/02/2013 - 2012/AB/1237

Case law

Summary

Samenvatting 1

Een niet uitgelegde vermindering van inkomsten impliceert een gebrek aan transparantie rond zijn financiële toestand. Het ontbreken van de noodzakelijke transparantie m.b.t. een inschrijving aan een laag loon kan wijzen op een intentie om de schuldeisers af te houden, wat neerkomt op het kennelijk bewerken van zijn onvermogen.

Het bewerkstelligen van het onvermogen kan afgeleid worden uit elke omstandigheid, waaruit de wil blijkt om zich onvermogend te maken.

Hierdoor is het verzoek tot collectieve schuldenregeling niet toelaatbaar.


Arrêt - Integral text

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 4 FEBRUARI 2013

11 e KAMER

COLLECTIEVE SCHULDENREGELING - vorderingen collectieve schuldenregeling

definitief

In de zaak:

R. , wonende te xxx

appellant,

vertegenwoordigd door mr. DRAYE Ann, advocaat te

3520 ZONHOVEN, Halveweg 96 bus 1.

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van de beschikking, uitgesproken op 20 november 2012 door de arbeidsrechtbank te Leuven, 6e kamer (A.R. 12/416/B),

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 19 december 2012,

- de voorgelegde stukken.

***

*

Gehoord de appellant in zijn middelen en verdediging op de zitting in raadkamer van 21 januari 2013, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. De heer R. legde op 24 september 2012 bij de arbeidsrechtbank te Leuven een verzoekschrift neer om toegelaten te worden tot de collectieve schuldenregeling.

Bij brieven van 24 september 2012 en 18 oktober 2012 stelde de arbeidsrechtbank bijkomende vragen, die werden beantwoord op 16 oktober 2012 en 7 november 2012.

2. Bij beschikking van 20 november 2012 verklaarde de arbeidsrechtbank het verzoek ontoelaatbaar, omdat de heer R. kennelijk zijn onvermogen bewerkt om zijn schuldeisers te ontlopen.

3. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 19 december 2012, tekende de heer R. hoger beroep aan.

II. BEOORDELING.

1. Het hoger beroep van de heer R. werd tijdig ingesteld en voldoet aan de ontvankelijkheidvereisten, zodat het hoger beroep ontvankelijk kan worden verklaard.

2. Op grond van artikel 1675/2 Ger. W. kan de collectieve schuldenregeling worden toegestaan aan een natuurlijke persoon, die geen koopman is in de zin van art. 1 van het wetboek van koophandel, die niet in staat is, om op duurzame wijze, zijn opeisbare of nog te vervallen schulden te betalen en voor zover hij niet kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkstelligd.

3. Wat betreft het niet kennelijk bewerken van zijn onvermogen, wordt in de Memorie van Toelichting van het wetsontwerp dat tot deze bepaling heeft geleid, gezegd dat de rechter oplettend zal zijn voor een hele reeks elementen die, alleen of gecombineerd, toelaten te denken dat de schuldenaar zijn onvermogen bewerkt heeft. Voorbeelden daarvan zijn, een niet uitgelegde vermindering van zijn inkomsten, ... (Parl. St. Kamer 1996-97, Doc. 49 1073/01, 17)

In deze opsomming wordt ook melding gemaakt van de weigering zijn rechten te laten gelden, weliswaar m.b.t. vervangingsinkomsten, maar het is duidelijk dat dit ook geldt voor andere rechten, zoals deze t.a.v. de werkgever. Ook een niet uitgelegde vermindering van inkomsten wordt hierbij vermeld.

De opsomming wordt immers duidelijk ten titel van voorbeeld gegeven, wat blijkt uit de afsluiting met enz.

4. Het hof kan zich aansluiten bij de toetsing door de eerste rechter, die van oordeel was dat verzoeker kennelijk zijn onvermogen bewerkte.

Hij bleef na het faillissement van zijn BVBA verder werken bij de overnemer, maar elke transparantie ontbreekt over het minieme loon, rekening houdend met het dwingend verzoek van de overnemer om de voorheen zeer bloeiende uitbating verder te zetten.

Hierdoor oordeelde de eerste rechter terecht dat de in de arbeidsovereenkomst voorziene beloning niet kan overeenkomen met de realiteit, minstens dat de heer R. gelet op zijn functie zijn rechten niet laat gelden.

5. De door de eerste rechter weerhouden beroepskwalificatie B2 Verkooppersoneel cat. 2 heeft betrekking op het paritair comité 201, zoals blijkt uit de vermelding op de loonfiche. Dit betreft het paritair comité van de zelfstandige kleinhandel, waar eerder lage lonen van toepassing zijn. De categorie 2 is binnen deze sector het op één na laagste.

Thans verwijt verzoeker de eerste rechter dat hij geen manager zou zijn, doch slechts bakker.

Nochtans vermelden dezelfde loonfiches onder beroep/functie: manager.

Dit stemt overeen met art. 2 van de arbeidsovereenkomst van 1 november 2011, waar uitdrukkelijk en handgeschreven als functie manager wordt vermeld.

Een manager wordt doorgaans buiten categorie verloond, maar zeker niet volgens de op één na laagste categorie van een dan toch al goedkoop paritair comité.

Hier komt nog bij dat volgens verzoeker de overnemer aandrong op zijn verdere activiteit en op het behoud van zijn know how. In het paritair comité 201 werden de leeftijdsbarema's afgeschaft en vervangen door ervaringsbarema's bij CAO van 15 juni 2010.

6. Deze niet uit te leggen inschrijving aan een laag loon, is gelet op de voorgehouden omstandigheden, dan ook niet geloofwaardig.

Het ontbreken van de noodzakelijke transparantie wijst in de richting van een inschrijving aan een laag loon om de schuldeisers af te houden, wat volgens de geciteerde Memorie van Toelichting neerkomt op het kennelijk bewerken van zijn onvermogen.

Het bewerkstelligen van het onvermogen kan immers afgeleid worden uit elke omstandigheid, waaruit de wil blijkt om zich onvermogend te maken. (vgl. Cass. 7 januari 2013, S.12.0016.F, www.juridat.be)

Hierdoor voldoet verzoeker niet aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de collectieve schuldenregeling.

Het hoger beroep is ongegrond.

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht doende na eenzijdig verzoekschrift;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Bevestigt de bestreden beschikking,

Kosteloze procedure.

Aldus gewezen en ondertekend door de elfde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door :

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER.

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van maandag 4 februari 2013 door:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER.

Free keywords

  • SCHULOVERLAST

  • Bewerken onvermogen geen transparantie.