- Jugement of September 19, 2013

19/09/2013 - 13/762/A

Case law

Summary

Samenvatting 1

Verweerder bevindt zich in een toestand van diepe geestesgestoordheid, zodat zijn voorlopig bewindvoerder hem op grond van artikel 1255 §7 van het gerechtelijk wetboek als verweerder kan vertegenwoordigen in de echtscheidingsprocedure (die derhalve op tegenspraak wordt gevoerd)


Jugement - Integral text

De rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, derde kamer, rechtsprekend in burgerlijke zaken, wijst het volgende vonnis :

A.R. nr. 13/762/A : INZAKE :

Mevrouw M. R.

eiseres

hebbende als raadsman meester G. Meeus, advocaat te 2830 Willebroek, er kantoorhoudende Mechelsesteenweg 26

Tegen :

De heer C. F.,

verweerder

vertegenwoordigd door zijn voorlopig bewindvoerder meester Roels Yves, advocaat, met kantoor te 2880 Bornem, Sint Amandsesteenweg 76, hiertoe aangesteld bij vonnis van de vrederechter van W. d.d. 12 november 2010

* * * * *

Gelet op de stukken van het geding, meer bepaald :

- de gedinginleidende dagvaarding d.d. 28 mei 2013 van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder I. Heylen in vervanging van gerechtsdeurwaarder K. Discart met standplaats te Willebroek;

- de door eisende partij en de voorlopig bewindvoerder neergelegde stukken.

1. Voorwerp van de vordering

De vordering van eisende partij is gesteund op artikel 229 §3 van het burgerlijk wetboek en strekt ertoe om de echtscheiding uit te spreken op grond van de onherstelbare ontwrichting van het huwelijk.

Eisende partij verzoekt tevens om verweerder te veroordelen tot betaling van de gedingkosten, en om het vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande elk rechtsmiddel en zonder zekerheidsstelling en met uitsluiting van kantonnement.

2. Vertegenwoordiging van verweerder door zijn voorlopig bewindvoerder meester Roels

Op grond van artikel 1255 §7 van het gerechtelijk wetboek, zoals vervangen door de wet van 27 april 2007 betreffende de hervorming van de echtscheiding, kan een echtgenoot die zich in een toestand van krankzinnigheid of van diepe geestesgestoordheid bevindt, zich als verweerder laten vertegenwoordigen door zijn voorlopige bewindvoerder.

Meester Roels brengt een attest d.d. 4 juni 2013 voor van dokter S. V. P. waaruit blijkt dat de heer C. dementerend is, en geen besef heeft van gebeurtenissen in zijn omgeving.

Op grond van dit attest acht de rechtbank bewezen dat de heer C. zich in een toestand van diepe geestesgestoordheid bevindt, zodat zijn voorlopig bewindvoerder meester Roels hem als verweerder kan vertegenwoordigen in de echtscheidingsprocedure (die derhalve op tegenspraak wordt gevoerd).

3. Ontvankelijkheid

De vordering werd regelmatig naar vorm en termijn ingesteld en is derhalve ontvankelijk, waarover geen betwisting.

4. Beoordeling ten gronde

1.

Partijen huwden te C. op 27 december 2004.

De laatste echtelijke woonst was gelegen te W. (zie het vonnis van de vrederechter van W. d.d. 12 november 2010, waar eiseres sinds 12 november 2008 tot op heden ononderbroken woonachtig is.

Verweerder werd op 4 april 2011 ingeschreven op zijn actueel adres in W.

Er is geen indicatie dat partijen na 4 april 2011 nog herenigd zouden zijn.

Partijen leven derhalve ononderbroken feitelijk gescheiden minstens sinds 4 april 2011.

Aangezien de wetgever heeft bepaald dat de onherstelbare ontwrichting van het huwelijk bestaat wanneer de aanvraag tot echtscheiding wordt gedaan door één enkele echtgenoot na meer dan één jaar feitelijke scheiding of wanneer de aanvraag tot tweemaal toe werd gedaan overeenkomstig artikel 1255 §2 van het gerechtelijk wetboek, dient de rechtbank dan ook vast te stellen dat de voorwaarden om de echtscheiding uit te spreken op grond van artikel 229 §3 van het burgerlijk wetboek in casu vervuld zijn.

2.

Artikel 1258 van het gerechtelijk wetboek bepaalt dat in geval de echtscheiding wordt uitgesproken op grond van artikel 229 §3 van het burgerlijk wetboek elke partij zijn eigen kosten dient te dragen, behoudens andersluidende overeenkomst. De rechter kan er evenwel anders over beslissen, rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak.

In casu zijn er geen omstandigheden voorhanden om af te wijken van voormeld wettelijk principe.

3.

Inzake echtscheiding kan de rechtbank het eindvonnis bij toepassing van artikel 1399, alinea 1 van het gerechtelijk wetboek niet uitvoerbaar verklaren bij voorraad.

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Vermeldende de toepassing van de artikelen 2, 34, 36, 37, 40 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en van de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 betreffende de invoering van de euro en de in uitvoering hiervan genomen Koninklijke Besluiten van 20 juli 2000,

Rechtsprekend op tegenspraak, en in eerste aanleg,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond als volgt:

Spreekt de echtscheiding uit, bij toepassing van artikel 229 §3 van het burgerlijk wetboek, op grond van de onherstelbare ontwrichting van het huwelijk dat werd aangegaan te C. op zevenentwintig december tweeduizend en vier tussen:

de heer :

C. F.,

en mevrouw :

M. R.,

Veroordeelt elke partij tot betaling van de eigen gedingkosten, in hoofde van elke partij begroot als volgt:

In hoofde van eisende partij :

stukken burgerlijke stand

dagvaardingskosten en rolstelling euro

rechtsplegingsvergoeding 1.320,00 euro

In hoofde van verwerende partij

nihil

Zegt voor recht dat inzake echtscheiding de rechtbank het eindvonnis bij toepassing van artikel 1399, alinea 1 van het gerechtelijk wetboek niet uitvoerbaar kan verklaren bij voorraad.

Aldus uitgesproken in openbare terechtzitting op negentien september tweeduizend dertien, waar zitting hadden:

Mevrouw J. Bourlet, alleenzetelend rechter

Mevrouw N. Van Couteren, griffier

N. VAN COUTEREN J. BOURLET

Free keywords

  • vertegenwoordiging door voorlopig bewindvoerder in een echtscheidingsprocedure