- Jugement of March 7, 2011

07/03/2011 - 10/7835/A

Case law

Summary

Samenvatting 1

De overdracht van onderneming moet eerst voor homologatie aan de arbeidsrechtbank worden gevraagd en dan aan de rechtbank van koophandel. De latere vraag bij de arbeidsrechtbank is zonder voorwerp wanneer de rechtbank van koophandel reeds een vonnis geveld heeft.


Jugement - Integral text

VONNIS uitgesproken door de Voorzitter van de TWEEDE KAMER in openbare terechtzitting van de Arbeidsrechtbank van het Gerechtelijk Arrondissement Antwerpen op ZEVEN MAART TWEEDUIZEND EN ELF

INZAKE: A.R. 10/7835/A

BVBA SL, met maatschappelijke zetel te *

EISENDE PARTIJ: ter zitting vertegenwoordigd door Mr. M. V advocaat te *

EN:

BVBA B, met maatschappelijke zetel te *

VERWERENDE PARTIJ: ter zitting vertegenwoordigd door Mr. M. L, advocaat te *

betrokken partijen:

1. VH Bram, *, ter zitting niet verschenen.

2. A. Dirk, *, ter zitting niet verschenen.

3. D.Dirk, *, ter zitting niet verschenen.

4. W. Frank, *, ter zitting niet verschenen.

5. VM. Freddy, * ter zitting niet verschenen.

6. G. Lies, * ter zitting niet verschenen.

7. H. Gunther, * ter zitting niet verschenen.

8. P. Marco, ter zitting niet verschenen.

9. D. Marleen, * ter zitting niet verschenen.

10. M. Beatrijs, * ter zitting niet verschenen.

11. G. Monika, * ter zitting niet verschenen.

12. O.Ronny, * ter zitting niet verschenen.

13. VP. Yves, * ter zitting niet verschenen.

14. W.Christel, * ter zitting verschenen in persoon.

15. VDV. Josephine, * ter zitting verschenen in persoon.

16. P. Ludo, * ter zitting verschenen in persoon.

17. H. Myriam, *, ter zitting verschenen in persoon.

18. W. Guido, * ter zitting vertegenwoordigd door de heer L, afgevaardigde van het A met volmacht,

19. DJ. Lucas, * ter zitting vertegenwoordigd door de heer L, afgevaardigde van het A met volmacht,

20. VB. Michelle, * ter zitting vertegenwoordigd door de heer M, afgevaardigde van het A met volmacht,

VERLEENT DE RECHTBANK HET VOLGENDE VONNIS:

Gelet op de stukken van het geding, gevoegd bij het dossier van de rechtspleging en vermeld op de inventaris ervan, o.m.:

- het inleidend verzoekschrift tot homologatie, ontvangen ter griffie van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen op 19.11.2010.

- de bedenkingen vanuit werknemershoek, neergelegd ter zitting van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen op 17.1.2011.

- de conclusie van eisende partij, neergelegd ter zitting van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen op 31.1.2011.

- de conclusie van verwerende partij, neergelegd ter zitting van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen op 31.1.2011.

- het proces-verbaal van de openbare terechtzittingen.

* * *

De voorschriften van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, werden nageleefd.

Gelet op de wet van 31 januari 2009, betreffende de continuïteit van de ondernemingen.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter openbare zitting van 17.1.2011 en 31.1.2011.

* * *

I. VORDERING

De vordering van de BVBA SL, zoals geformuleerd in het inleidend verzoekschrift, ontvangen ter griffie op 19 november 2010, strekt er toe om de overeenkomst van 13 september 2010, houdende de verkoop van het handelsfonds van de BVBA B aan de BVBA E, in toepassing van artikel 61 § 5 van de Wet van 31 januari 2009 op de continuïteit van de ondernemingen, - hierna verder kortweg de WCO genoemd - , te homologeren wat betreft de werknemers en hun rechten.

In conclusies, neergelegd ter zitting van 31 januari 2011, handhaaft de BVBA SL haar vordering, met dien verstande dat de homologatie wordt gevorderd mits de volgende wijzigingen, en alle andere wijzigingen die de Arbeidsrechtbank zou weerhouden:

- 1. In het artikel 6 van de overeenkomsten voor de winkelverantwoordelijken en de verkopers wordt de tekst "De bediende heeft recht op commissieloon. De berekening volgt in een apart schrijven", vervangen door:

"Maandelijks stelt de werkgever een lijst op met de te verkopen producten en kent aan elk van deze producten een aantal punten toe. Indien de bediende in een maand meer dan 100 punten haalt, worden alle punten boven 100 omgezet in euro en vormen een variabele commissie boven het brutoloon van die maand. De verrekening van deze commissie gebeurt per kalenderkwartaal"

- 2. In het artikel 15 van de overeenkomsten voor bedienden wordt het eerste lid geschrapt.

II. FEITEN EN VOORGAANDEN

De BVBA B was actief als gespecialiseerde detailhandel in bedden en matrassen en telde een 7 tal verkooppunten in Vlaanderen.

De BVBA SL is een 100 % dochteronderneming van de BVBA E, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te *, aan de *, en die actief is in dezelfde sector als de BVBA B en eveneens beschikt over een aantal vestigingen verspreid over Vlaanderen.

Bij vonnis van 30 juli 2009 van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen werd aan de BVBA B het voordeel van de opschorting van betaling in het kader van de WCO toegekend en werd een procedure gerechtelijke organisatie met het oog op het bekomen van een collectief akkoord geopend, waarbij mevrouw Karin Morris werd aangesteld als gerechtsmandataris.

Uit de voorliggende stukken blijkt dat na verscheidene verlengingen van de periode van opschorting van betaling bij vonnis van 13 april 2010 van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen de procedure gerechtelijke reorganisatie met het oog op een collectief akkoord werd omgevormd naar een procedure gerechtelijke reorganisatie met het oog op de overdracht onder gerechtelijk gezag in het kader van hoofdstuk 4 van de WCO, waarbij de aangestelde gerechtsmandataris werd gelast met het organiseren en realiseren van de overdracht van het geheel of een gedeelte van de onderneming of de activiteiten van de BVBA B overeenkomstig artikel 59 van de WCO.

Na analyse van verschillende biedingen van kandidaat-overnemers bleek het bod van de moedervennootschap van de BVBA SL het meest gunstige en werden met deze vennootschap verder onderhandelingen gevoerd, die ertoe geleid hebben dat op 13 september 2010 een overeenkomst houdende de overdracht van het handelsfonds van de BVBA B per 8 oktober 2010 werd ondertekend tussen de BVBA B, vertegenwoordigd door de gerechtsmandataris, en de BVBA E.

De BVBA E is hierbij opgetreden in naam en voor rekening van zichzelf of voor en solidair met een door haar aan te duiden of op te richten derde vennootschap, zijnde de BVBA SL.

Bij vonnis van 5 oktober 2010 van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen werd het verzoek van de BVBA B tot machtiging van de verkoop van de activa van de BVBA B aan de BVBA E tegen de prijs van euro 855.000,00 ontvankelijk en gegrond verklaard.

Op 8 oktober 2010 vond de effectieve overdracht plaats en op 29 oktober 2010 werd de prijs van de overdracht gefactureerd.

In het kader van de beoordeling van het verzoek tot homologatie van het sociale luik van deze overdracht door de Arbeidsrechtbank zijn in het bijzonder volgende bepalingen van de overeenkomst van belang:

"

2. Voorwerp van de overeenkomst

De verkoper verkoopt aan de koper het handelsfonds van de BVBA B, bestaande uit, limitatief opgesomd:

- De in de winkels en magazijnen aanwezige stock, volgens de lijst in de bijlage A

- De vestigingen van de winkels van de verkoper in D., R., W., L., L., W. en B., inclusief de huurovereenkomsten, de inrichting, het cliënteel en de activa die tot de afschrijvingen behoren.

- Het verkoopspersoneel en de chauffeurs volgens de lijst in de bijlage B.

- De cashgelden en tegoeden op de rekeningen van de verkoper behoudens deze bij de NV D.

3. Wat niet wordt overgenomen - lopende verbintenissen - taksen en lasten

De koper neemt uitsluitend de activa over zoals beschreven onder artikel 2 van de huidige overeenkomst. De koper neemt geen andere activa noch passiva over . De koper neemt geen verbintenissen over van de verkoper behoudens de verbintenissen op grond van de arbeidscontracten vanaf de datum van de overname zoals bepaald in artikel 8 van deze overeenkomst.

....

8. Overname van het personeel

Omwille van de noodzakelijke integratie van het personeel in de structuur van de koper, die actief is in dezelfde sector als de verkoper, ter bevordering van de goede werking van het nieuwe geheel, neemt de koper om technische, organisatorische en economische redenen enkel het verkoopspersoneel en de chauffeurs over opgenomen in de lijst in de bijlage B onder de hierna genoemde opschortende voorwaarde. Om dezelfde redenen wordt de overname van het personeel gedaan met behoud van hun anciënniteit, maar onder de arbeidsvoorwaarden en loonvoorwaarden die gelden bij de koper.

De beide partijen koper en verkoper, alsmede de Gerechtsmandataris, verbinden er zich toe samen de formaliteiten te vervullen als bedoeld in het artikel 61 van de Wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen. De koper zal aan de werknemers een voorstel tot nieuwe arbeidsovereenkomst overleggen conform de voornoemde voorwaarden. Voor zover als nodig zullen zij samen de arbeidsrechtbank verzoeken om de voorgenomen overdracht te homologeren.

De partijen voegen aan de huidige overeenkomst onder de bijlage B een lijst met de personeelsleden waaromtrent de intentie bestaat bij de koper om met hen verder te werken onder de opschortende voorwaarde dat met deze werknemers een overeenkomst wordt gesloten.

..."

De rechtbank stelt vast dat de bijlage B houdende de lijst met de over te nemen werknemers niet wordt voorgebracht.

Het staat evenwel niet ter discussie dat de BVBA SL als uiteindelijke overnemer aan 14 van de 20 tewerkgestelde werknemers van de BVBA B heeft aangeboden om mee over te gaan en een nieuwe arbeidsovereenkomst af te sluiten aan andere loons- en arbeidsvoorwaarden.

Een afwijking van de loonsvoorwaarden en sommige arbeidsvoorwaarden zoals deze golden bij de BVBA B was volgens de BVBA SL noodzakelijk om de integratie van de groep overgenomen werknemers mogelijk te maken in het reeds bestaand personeelsbestand van de BVBA SL en geen ongelijkheid te creëren tussen de werknemers van de beide groepen.

Met deze 14 werknemers werden individuele onderhandelingen gevoerd en uiteindelijk hebben slechts 6 werknemers besloten om een nieuwe arbeidsovereenkomst te ondertekenen met de BVBA SL.

Het gaat om volgende werknemers, van wie de nieuwe arbeidsovereenkomsten als bijlage bij het inleidend verzoekschrift werden gevoegd:

- D. Marleen ( bediende - winkelverantwoordelijke)

- A. Dirk ( bediende - winkelverantwoordelijke)

- G. Lies (bediende - verkoopster)

- M. Beatrijs (bediende - verkoopster)

- VM. Freddy (bediende - winkelverantwoordelijke)

- G. Monika (arbeidster - schoonmaakster)

Deze nieuwe arbeidsovereenkomsten werden op 7 oktober 2010 ondertekend en afgesloten voor onbepaalde duur, ingaande op 8 oktober 2010, en dit telkens " onder de voorwaarde van goedkeuring door de arbeidsrechtbank", zoals bepaald in een addendum aan elke arbeidsovereenkomst.

Op vlak van bezoldigingsvoorwaarden voorzien de arbeidsovereenkomsten van de 5 overgenomen bedienden, te weten mevrouw D., de heer A., mevrouw G., mevrouw M. en de heer VM., in de betaling van een vast bruto maandloon. Verder wordt bepaald dat de bediende recht heeft op commissieloon en dat

" de berekening volgt in een apart schrijven".

De arbeidsovereenkomst van de enige overgenomen arbeidster, mevrouw G., voorziet in de betaling van een bruto uurloon van euro 11,80.

De BVBA B stelt dat de andere 8 werknemers, die er de voorkeur aan gaven niet mee over te gaan, door haar werden ontslagen en dat zij instaat voor de betaling van de ontslagvergoedingen en de daaraan verbonden sociale verplichtingen.

Met haar verzoekschrift vraagt de BVBA SL aan de Arbeidsrechtbank om de overdracht van het handelsfonds van de BVBA B te homologeren, in zoverre dat deze overdracht met zich brengt dat 6 werknemers van de 14 werknemers die konden mee overgenomen worden, effectief in dienst treden met behoud van hun anciënniteit.

III. BEOORDELING

Artikel 16 van de WCO bepaalt dat de procedure gerechtelijke organisatie strekt tot het behouden van de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de onderneming in moeilijkheden of van haar activiteiten, en dit onder toezicht van de rechter.

De derde en laatste mogelijkheid (naast het minnelijk akkoord en het reorganisatieplan) die de wet voorzien om de continuïteit van een onderneming in moeilijkheden te vrijwaren bestaat in een overdracht onder gerechtelijk gezag, die er in essentie op gericht is om de rendabele activiteit(en) van de onderneming te kunnen overdragen in going concern zonder de schulden mee te moeten overdragen, eerder dan een faillissement af te wachten. (Zie VANMEENEN M. " De wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de onderneming", R.W. 2008-09, p. 1315)

Het behouden van de werkgelegenheid is een beslissende factor bij de overdracht onder gerechtelijk gezag. (Zie Parl.St. Kamer buitengewone zitting 2007, nr. 160/001, 7 en nr. 160/002, 43)

De wettelijke bepalingen uit de WCO met betrekking tot de (rechts)positie van de werknemers bij de overdracht onder gerechtelijk gezag en de homologatie van het sociale luik van deze overdracht door de Arbeidsrechtbank luidden als volgt:

Artikel 61.§ 1. Onverminderd wat in de volgende paragrafen wordt bepaald, gaan de rechten en verplichtingen welke voor de vervreemder voortvloeien uit de op het tijdstip van de overdracht bestaande arbeidsovereenkomsten door deze overdracht over op de verkrijger.

§ 2. De verkrijger en de vervreemder of de gerechtsmandataris en alle in de vakbondsafvaardiging vertegenwoordigde organisaties kunnen in het raam van een collectieve onderhandelingsprocedure overeenkomen om in de arbeidsvoorwaarden wijzigingen aan te brengen die bedoeld zijn om de werkgelegenheid veilig te stellen door het voortbestaan van de onderneming of van haar activiteiten, of een deel ervan, te verzekeren.

De verkrijger en de werknemers kunnen daarenboven overeenkomen wijzigingen aan de individuele arbeidsovereenkomst aan te brengen, voor zover die wijzigingen hoofdzakelijk verbonden zijn aan technische, economische of organisatorische redenen en geen zwaardere verplichtingen opleggen aan de verkrijger dan die welke volgen uit de collectieve onderhandelingen.

§ 3. De vervreemder of de gerechtsmandataris lichten schriftelijk de kandidaat-verkrijger in over alle verplichtingen die betrekking hebben op de werknemers die betrokken zijn in de overdracht en over alle bestaande vorderingen die deze werknemers zouden hebben ingesteld tegen de werkgever.

Zij geven gelijktijdig aan de individuele werknemers kennis van de verplichtingen die ten aanzien van hen gelden en bezorgen een afschrift van die kennisgeving aan de verkrijgers.

De verkrijger kan niet gebonden zijn tot andere verplichtingen dan die welke aldus schriftelijk worden meegedeeld. Als de gegevens onjuist of onvolledig zijn, kan de werknemer schadevergoeding eisen van de vervreemder. De arbeidsrechtbank neemt kennis van de vorderingen en spreekt zich uit bij hoogdringendheid.

....

§ 4. De keuze van de werknemers die hij wenst over te nemen berust bij de verkrijger. De keuze van de verkrijger moet bepaald worden door technische, economische en organisatorische redenen en gebeuren zonder verboden differentiatie, inzonderheid ingegeven door de activiteit uitgeoefend als vertegenwoordiger van het personeel in de overgedragen onderneming of het overgedragen deel van de onderneming.

De afwezigheid van verboden differentiatie op dat vlak wordt geacht bewezen te zijn indien het deel van de werknemers of van hun vertegenwoordigers dat in de overgenomen onderneming of een deel van onderneming actief was en dat door de verkrijger gekozen wordt, evenredig is in het totaal aantal gekozen werknemers.

§ 5. De verkrijger, de vervreemder of de gerechtsmandataris kunnen, bij verzoekschrift aan de arbeidsrechtbank van de zetel van de vennootschap of hoofdinrichting van de schuldenaar, de homologatie vragen van de voorgenomen overdracht in zoverre de overdrachtovereenkomst de in dit artikel bepaalde rechten aanbelangt. Met de voorgenomen overdracht worden in dit artikel de overdracht zelf, de lijst van de overgenomen of over te nemen werknemers, het lot van de arbeidsovereenkomsten, de vastgestelde arbeidsvoorwaarden en de schulden bedoeld.

De arbeidsrechtbank spreekt zich uit, bij hoogdringendheid, na de vertegenwoordigers van de werknemers en verzoeker te hebben gehoord. De werknemers die de in paragraaf 3 bedoelde kennisgeving betwisten, worden door de vervreemder of de gerechtsmandataris gedagvaard om voor de arbeidsrechtbank te verschijnen op dezelfde zitting.

Als de homologatie wordt verleend, kan de verkrijger tot geen andere verplichtingen worden gehouden dan die welke voorkomen in de akte waarvan de homologatie is gevraagd.

§ 6. De bepalingen van dit artikel gelden tot de bekrachtiging door de Koning van een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de Nationale Arbeidsraad waarbij de rechten van de werknemers die betrokken zijn bij de overdracht van ondernemingen in het kader van een gerechtelijke reorganisatie nader worden geregeld. De bepalingen van die collectieve arbeidsovereenkomst mogen afwijken van wat in dit artikel wordt bepaald.

...

Het uitgangspunt van artikel 61 § 1 van de WCO met betrekking tot de positie van de werknemers bij de overdracht onder gerechtelijk gezag is analoog aan het beginsel vervat in de CAO 32bis van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen en de Europese richtlijn 2001/23 van 12 maart 2001, die de vroegere Richtlijn 77/187 van 14 februari 1977 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan heeft opgeheven.

De bijzondere beschermingregeling ten voordele van werknemers ingeval van overdracht van onderneming krachtens overeenkomst houdt overeenkomstig de bepalingen van de CAO 32bis in beginsel in dat de rechten en de verplichtingen die voor de vervreemder voortvloeien uit de op het tijdstip van de overgang bestaande arbeidsovereenkomsten, op de verkrijger overgaan en dat de overgang van onderneming in principe geen reden tot ontslag mag vormen.

Op deze regel voorziet de WCO evenwel twee uitzonderingen:

* Artikel 61 § 2 biedt de mogelijkheid om in het kader van een collectieve onderhandelingsprocedure wijzigingen aan te brengen aan de arbeidsvoorwaarden die bedoeld zijn om de werkgelegenheid veilig te stellen door het voortbestaan van de onderneming of van haar activiteiten, of een deel ervan te verzekeren met het oog op het behoud van de werkgelegenheid.

* artikel 61 § 2 biedt tevens de mogelijkheid aan de overnemer en de werknemers om individueel overeen te komen wijzigingen aan te brengen aan de individuele arbeidsovereenkomst, voor zover die wijzigingen:

- hoofdzakelijk verbonden zijn aan technische, economische of organisatorische redenen en

- geen zwaardere verplichtingen opleggen aan de verkrijger dan die welke volgen uit de collectieve onderhandelingen.

Bij gebreke aan werknemersafvaardiging in de onderneming van de BVBA B werd in onderhavige zaak overgegaan tot het oproepen van alle 20 werknemers die tewerkgesteld waren in dienst van de BVBA B op het ogenblik van de overdracht, teneinde tegemoet te komen aan de bepaling van artikel 61 § 5, 2°lid van de WCO.

Geen van de 6 overgenomen werknemers is ter zitting verschenen. Van de overige werknemers zijn verschenen mevrouw Christel W., mevrouw Josephine VDV., mevrouw Myriam H. en de heer Ludo P. , terwijl de heer Lucas DJ. en de heer Guido W. vertegenwoordigd werden door een gevolmachtigde van het A. en mevrouw Michelle VB. door een gevolmachtigde van het A.

Op grond van de voorliggende stukken en de toelichtingen ter zitting verschaft door de BVBA SL, de BVBA B en de vertegenwoordigers van 3 niet overgenomen werknemers, te weten de heren Lucas D. Guido W. en mevrouw Michelle VB. komt de rechtbank tot het besluit dat de door de BVBA SL gevraagde homologatie niet kan worden verleend.

Overeenkomstig artikel 61 § 5 kan aan de Arbeidsrechtbank de homologatie worden gevraagd van de "voorgenomen overdracht" , waarmee wordt bedoeld de overdracht zelf, de lijst van de overgenomen of over te nemen werknemers, het lot van de arbeidsovereenkomsten, de vastgestelde arbeidsvoorwaarden en de schulden.

Vooreerst moet worden vastgesteld dat van een "voorgenomen overdracht" in casu geen sprake meer kan zijn, nu deze reeds een feit is, gelet op het vonnis van de Rechtbank van Koophandel van 5 oktober 2010, waarbij in toepassing van artikel 64 § 1 van de WCO machtiging werd verleend om over te gaan tot uitvoering van de verkoopsovereenkomst en de overdracht op 8 oktober 2010 effectief plaats vond.

Waar de eventueel gevraagde homologatie van de overdracht door de Arbeidsrechtbank logischerwijze en chronologisch gezien de homologatie door de Rechtbank van Koophandel moet voorafgegaan kan de Arbeidsrechtbank in onderhavige zaak geen nuttige uitspraak meer doen.

De in de WCO gestelde vereiste dat, indien de homologatie gevraagd wordt, de Arbeidsrechtbank het verzoek bij hoogdringendheid moet behandelen is duidelijk mede ingegeven door het feit dat de homologatie voorafgaand moet gebeuren aan de machtiging van het ontwerp van overdracht door de Rechtbank van Koophandel conform artikel 64 van de WCO. ( Zie COUSSEMENT P., " De wet op de Continuïteit van de Ondernemingen van 31 januari 2009", T.B.H 2009, 318-319)

Deze vaststelling volstaat op zich om te besluiten tot de ongegrondheid van de vordering van de BVBA SL.

Het is dan ook slechts ten overvloede dat wordt opgemerkt dat in onderhavige zaak nog aan een aantal andere, essentiële voorwaarden niet is voldaan om de homologatie toe te staan.

Zo is het vooreerst duidelijk dat de arbeidsrechtelijke verplichtingen inzake informatie en raadpleging, zoals omschreven in artikel 61 § 3 WCO, geenszins werden gerespecteerd.

Evenmin is aangetoond dat de in deze bepaling bedoelde inlichtingen op enigerlei wijze werden verschaft aan de kandidaat-verkrijger en aan de individuele werknemers.

Het feit dat het personeel van de BVBA B op 20 september 2010 werd samengeroepen voor een meeting, waarbij de personeelsleden werden ingelicht over de overname door de BVBA E en de verantwoordelijken van laatstgenoemden werden voorgesteld houdt geenszins in dat aan voormelde verplichtingen werd voldaan.

Blijkens de inlichtingen verstrekt door 2 werknemers die niet werden overgenomen, te weten de heer Lucas D. en de heer Guido W., werd hierbij aan een aantal werknemers meegedeeld dat het niet de bedoeling was dat zij zouden worden overgenomen, terwijl met andere werknemers individuele gesprekken werden aangevat met het oog op het afsluiten van een nieuwe arbeidsovereenkomst.

Niets wijst er echter op dat er aan de werknemers een kennisgeving gebeurde aangaande hun rechten in de zin van artikel 61 § 3 en bij gebreke hieraan werd aan de werknemers de mogelijkheid ontnomen om ter zake betwisting te voeren en desgevallend een vordering te stellen tot schadeloosstelling ingeval van onjuiste kennisgeving over hun rechten.

Op dit punt werd de regelgeving van artikel 61 van de WCO alleszins niet nageleefd.

Wat de overgenomen werknemers betreft stelt de BVBA SL dat zij zich in het licht van de vrije keuze die artikel 61 § 4 aan de overnemer toekent met betrekking tot de werknemers die hij wenst over te nemen bij haar keuze voor het overnemen van 14 van de 20 werknemers heeft laten leiden door technische, economische en organisatorische redenen. Zij wijst hierbij naar het feit dat zij beschikt over een eigen administratie wat de overname van de administratieve bedienden niet mogelijk maakte en ervoor geopteerd werd om enkel de commerciële bedienden over te nemen.

Met deze 14 werknemers werden individuele onderhandelingen gevoerd en uiteindelijk hebben 6 werknemers besloten om een nieuwe arbeidsovereenkomst met gewijzigde loons- en arbeidsvoorwaarden te ondertekenen met de BVBA SL.

Laatstgenoemde wijst erop dat zulks in overeenstemming is met de bepaling van artikel 61 § 2 van de WCO dat toe laat dat tussen de verkrijger en de werknemers wijzigingen aan de individuele arbeidsovereenkomsten worden aangebracht, voor zover die wijzigingen hoofdzakelijk verbonden zijn aan technische, economische of organisatorische redenen en geen zwaardere verplichtingen opleggen aan de verkrijger dan die welke volgen uit het collectief overleg.

Er zijn echter nogal wat onduidelijkheden en bezwaren voorhanden met betrekking tot de gewijzigde loons- en arbeidsvoorwaarden van de 6 werknemers die door de BVBA E werden overgenomen.

De overnameovereenkomst bevat de vage omschrijving dat de overname geschiedt met behoud van de anciënniteit, maar mits toekenning van de loons- en arbeidsvoorwaarden, van toepassing bij de overnemer.

Afgezien van het feit dat een dermate vage omschrijving het de rechtbank niet mogelijk maakt om na te gaan of de afwijkingen, die individueel werd bedongen met de werknemers die mee werden overgenomen, wel wetsconform zijn, biedt de inhoud van de nieuwe afgesloten arbeidsovereenkomsten ter zake evenmin de vereiste duidelijkheid, temeer daar geen opgave wordt gedaan van de loons- en arbeidsvoorwaarden die van kracht waren voor deze werknemers bij de BVBA B.

Nu geen van de 6 overgenomen werknemers ter zitting verschijnt kan enkel worden voortgegaan op de inlichtingen die ter zake door de BVBA SL en de BVBA B worden verstrekt.

Hieruit blijkt dat op vlak van bezoldiging een belangrijke afwijking werd bedongen ten aanzien van de loonsvoorwaarden die golden bij de BVBA B: de nieuwe arbeidsovereenkomsten van de overgenomen bedienden voorzien in de betaling van een vast bruto loon enerzijds en een commissieloon anderzijds, met de vermelding dat de berekening hiervan " volgt in een apart schrijven", waarbij door de BVBA SL wordt aangegeven dat in haar onderneming een andere bedrijfscultuur heerst dan bij de BVBA B, die erop te gericht is om het verkoopspersoneel te motiveren om de verkoop te optimaliseren door middel van een specifiek, bedrijfseigen variabel verloningssysteem.

Het "apart schrijven" waarvan gewag wordt gemaakt in de 5 arbeidsovereenkomsten wordt door de BVBA B echter niet voorgebracht. Om tegemoet te komen aan de opmerking van de rechtbank dat de voorwaarden met betrekking tot het recht op variabel loon op deze wijze totaal ondoorzichtig zijn verzoekt de BVBA B in conclusies om de homologatie toe te staan mits in het artikel 6 van de overeenkomsten voor de winkelverantwoordelijken en de verkopers de tekst "De bediende heeft recht op commissieloon. De berekening volgt in een apart schrijven" te vervangen door de volgende bepaling:

"Maandelijks stelt de werkgever een lijst op met de te verkopen producten en kent aan elk van deze producten een aantal punten toe. Indien de bediende in een maand meer dan 100 punten haalt, worden alle punten boven 100 in euro omgezet en vormen een variabele commissie boven het brutoloon voor die maand. De verrekening van deze commissie gebeurt per kalenderkwartaal"

Naar het oordeel van de rechtbank kan deze wijziging er niet aan verhelpen dat de omschrijving van de voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op commissieloon uiterst onduidelijk blijven en niet kan worden nagegaan of de rechten van de overgenomen werknemers werden gerespecteerd, inzonderheid of de loonsvoorwaarden behouden zijn gebleven, weze het in gewijzigde vorm.

De terughoudendheid die de BVBA SL als overnemer in dit verband aan de dag legt doet vermoeden dat de rechten van de overgenomen werknemers werden teruggeschroefd, wat vanuit het oogpunt van de rechtsbescherming van de werknemers de nodige vragen en bedenkingen oproept.

Afgezien van de niet naleving van de regels inzake raadpleging en kennisgeving, en de bestaande onduidelijkheid omtrent de loons- en arbeidsvoorwaarden van de werknemers wordt evenmin opgave gedaan van de schulden die voortvloeien uit het tijdstip van de overdracht van de onderneming bestaande arbeidsovereenkomsten, wat nochtans een punt is dat overeenkomstig artikel 61 § 5 eveneens ter beoordeling van de arbeidsrechtbank moet worden voorgelegd.

Rekening houdend met voorgaande overwegingen, inzonderheid met de overweging dat de homologatie door de Arbeidsrechtbank onmogelijk is geworden door de voorafgaande machtiging tot overdracht die verleend werd door de Rechtbank van Koophandel, moet het verzoek tot homologatie van deze overdracht door de Arbeidsrechtbank worden geweigerd in zoverre deze overnameovereenkomst de in artikel 61 van de WCO bedoelde rechten aanbelangt.

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtsprekende op tegenspraak,

Na erover beraadslaagd te hebben,

Alle andersluidende conclusies verwerpende,

Verklaart de vordering van de BVBA SL tot homologatie van de overeenkomst van 13 september 2010, houdende de verkoop van het handelsfonds van de BVBA B aan de BVBA E, in zoverre deze overnameovereenkomst de in artikel 61 van de WCO bedoelde rechten aanbelangt ONTVANKELIJK, doch ONGEGROND.

Veroordeelt de BVBA SL tot de kosten van het geding.

Deze kosten aan de zijde van de BVBA SL niet begroot zijnde en aan de zijde van de BVBA B eveneens niet begroot zijnde.

Free keywords

  • Collectieve arbeidsverhoudingen

  • continuïteit van de ondernemingen

  • overgang van onderneming onder gerechtelijk gezag

  • homologatie door de rechtbank van koophandel

  • latere vraag aan de arbeidsrechtbank

  • zonder voorwerp