- Jugement of February 3, 2012

03/02/2012 - 12/423/A

Case law

Summary

Samenvatting 1

Jugement - Integral text

ARBEIDSRECHTBANK VAN BRUSSEL

33ste kamer - openbare zitting van 3 februari 2012

VONNIS

A.R. nr 12/423/A

Sociale verkiezingen - ongegrond Aud. nr

Rép. nr 12/

IN ZAKE :

HET ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBOND, representatieve werknemersorganisatie met zetel gevestigd te 1031 BRUSSEL, Haachtsesteenweg, 579,

eisende partij, vertegenwoordigd door Mr Veerle STROOBANTS loco Mr Veerle SIMEONS, advocaat te 1080 BRUSSEL, Schoonslaapsterstraat 29, bus 1 ;

TEGEN

1. DE NV TNT EXPRESS ( BELGIUM), (KBO 0406.383.379), met maatschappelijke zetel te 1931 BRUCARGO/MACHELEN, Gebouw 711,

eerste verwerende partij, vertegenwoordigd door Mr Bruno BLANPAIN, advocaat te 1150 Brussel, Tervurenlaan, 270 ;

2. DE NV G3 WORLDWIDE (BELGIUM), (KBO n° 0473.864.794), met maatschappelijke zetel te 2800 MECHELEN, Generaal De Wittelaan, 11C,

3. DE NV G3 WORLDWIDE (SERVICES), (KBO n° 0475.064.527), met maatschappelijke zetel te 2800 MECHELEN, Generaal De Wittelaan, 11C,

tweede en derde verwerende partijen, vertegenwoordigd door Mr Jan HOFKENS, advocaat te 1000 BRUSSEL, Tour & Taxis, Havenlaan, 86, bus 113 ;

MEDE IN ZAKE :

1) HET ALGEMEEN BELGISCH VAKVERBOND (A.B.V.V.) , representatieve werknemersorganisatie met zetel gevestigd te 1000 BRUSSEL, Hoogstraat, 42,

eerste betrokken partij, vertegenwoordigd door Mr A. VERMOORTELE, advocaat te 1540 HERNE, Ekkelenberg, 36 ;

2) DE ALGEMENE CENTRALE DER LIBERALE VAKBONDEN (ACLVB), representatieve werknemersorganisatie met sociale zetel gevestigd te 1070 BRUSSEL, Poincarélaan, 72-74 en met administratieve zetel gevestigd te 9000 GENT, Koning Albertlaan, 95,

tweede betrokken partij, vertegenwoordigd door de heer Andy VITS, gevolmachtigde afgevaardigde ;

3) DE NATIONALE CONFEDERATIE VOOR KADERPERSONEEL (NCK), representatieve organisatie van kaderleden met zetel gevestigd te 1030 BRUSSEL, Lambermontlaan, 171 bus 4,

derde betrokken partij, die niet verschijnt ;

* * *

Gelet op de wet van 15 juni 1935 houdende het gebruik der talen in gerechtszaken ;

Gelet op de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek ;

Gelet op de Bedrijfsorganisatiewet van 20 september 1948 en de Welzijnswet van

4 augustus 1996;

Gelet op de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen van het jaar 2008;

Gelet op de wet van 28 juli 2011 tot wijziging van de wet van 4 december 2007 tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande de sociale verkiezingen van 2008 ;

Gelet op de wet van 28 juli 2011 tot wijziging van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen van het jaar 2008 ;

I. DE PROCEDURE

De rechtbank nam kennis van volgende procedurestukken :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 11 januari 2012

- de conclusie en syntheseconclusie neergelegd door tweede en derde verwerende partijen op respectievelijk 20 januari 2012 en 25 januari 2012

- de conclusie en aanvullende conclusie neergelegd door eerste verwerende partij op respectievelijk 20 januari 2012 en 25 januari 2012

- de conclusie neergelegd door het ACLVB op 23 januari 2012

- de conclusie neergelegd door het ACV op 23 januari 2012

- de conclusie neergelegd door het ABVV op 25 januari 2012 ;

- de bundels van partijen;

De partijen werden bij aangetekend schrijven opgeroepen voor de zitting van 19 januari 2012 waarop de zaak gesteld werd naar de zitting van 26 januari 2012 voor pleidooien ;

Op aanwijzing van eisende partij werden als in het geding betrokken partij opgeroepen onder meer de NCK die ter zitting niet verschenen is;

Gehoord de aanwezige partijen ter openbare terechtzitting van 26 januari 2012 waarna de debatten gesloten werden;

Gehoord de heer Jan GEYSEN, substituut in zijn mondeling advies gegeven ter zitting van 26 januari 2012 waarop eisende partij repliceert, waarna de zaak in beraad genomen werd voor uitspraak uiterlijk op 3 februari 2012;

II. DE VORDERINGEN

Het ACV vordert :

- te zeggen voor recht dat de technische bedrijfseenheid voor de verkiezingen van de ondernemingsraad van 8 mei 2012 overeenkomt met TNT EXPRESS (Belgium) NV, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1931 BRUCARGO/MACHELEN, Gebouw 771 en G3 WORLDWIDE (Belgium) NV en G3 WORLDWIDE (Services) NV, beiden met maatschappelijke zetel gevestigd te 2800 MECHELEN, Generaal De Wittelaan, 11C;

- verweerders in solidum te veroordelen tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtplegingsvergoeding begroot op 1.320 euro .

Het ABVV verklaart in conclusies dat het zich aansluit bij de vordering van eiseres.

Het ACLVB verklaart in conclusies dat het zich aansluit bij de beslissing van verwerende partij. Hij vraagt dat de vordering van het ACV onontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en vraagt de rechtbank

- te zeggen voor recht dat de technische bedrijfseenheid bestaat uit de juridische eenheid TNT Express (Belgium) NV zoals beslist op X-35;

- te zeggen voor recht dat de sociale verkiezingen voor de ondernemingsraad op 8 mei 2012 in de technische bedrijfseenheid TNT Express (Belgium) NV verder dienen te worden georganiseerd op basis van deze beslissing;

- het ACV te veroordelen tot de kosten van het geding.

III. DE FEITEN

(1)

De nv G3 Worldwide (Belgium) werd in 2001 opgericht, met als hoofdaandeelhouder de nv TNT Express Belgium, die inbreng deed van haar bedrijfstak "internationale post" (stuk 1 G3).

De nv G3 Worldwide (Services) NV werd eveneens in 2001 opgericht als een managementvennootschap, met als hoofdaandeelhouder de Nederlandse vennootschap TNT Post Group (stuk 2 G3).

De nv TNT Express Belgium zelf bleef verder actief als koerierbedrijf.

Tot januari 2009 waren zowel de postdiensten van G3 als de koerierdiensten van TNT Express gehuisvest op "Brucargo" te Machelen. G3 huurde er de locatie van TNT Express.

In 2008 hielden TNT Express en G3, als één technische bedrijfseenheid, sociale verkiezingen voor een ondernemingsraad en een comité voor preventie en bescherming op het werk.

In 2009 verhuisden de beide G3-vennootschappen integraal naar het adres in Mechelen waar zij nog steeds gevestigd zijn.

(2)

De nv TNT Express Belgium, die een 600-tal werknemers tewerkstelt, heeft beslist om op 8 mei 2012 sociale verkiezingen te organiseren voor de oprichting van een ondernemingsraad en een comité.

In het formulier X-60 en het formulier X-35 gaf zij te kennen dat de technische bedrijfseenheid bestaat uit de juridische eenheid nv TNT Express Belgium en dat nv TNT Express Belgium en G3 Worldwide sinds juni 2011 niet meer tot dezelfde economische groep TNT behoren.

De nv G3 Worldwide (Belgium) en de nv G3 Worldwide (Services) , die een 60-tal werknemers tewerkstellen, hebben van hun kant beslist om op 10 mei 2012 sociale verkiezingen te organiseren voor de oprichting van een comité.

In het formulier X-60 en het formulier X-35 gaven zij te kennen dat de technische bedrijfseenheid bestaat uit nv G3 Worldwide (Belgium) en de nv G3 Worldwide (Services), samen "Spring Global Mail België" genoemd, en dat in vergelijking met de verkiezingen in 2008 de TBE niet meer samen met de juridische eenheid nv TNT Express Belgium werd gevormd omdat zij niet meer tot dezelfde economische groep behoren.

(3)

Wat betreft het comité, heeft eiseres geen bezwaar dat afzonderlijke sociale verkiezingen worden georganiseerd bij enerzijds de nv TNT Express Belgium met vestiging te Brucargo (Machelen) en anderzijds de nv G3 Worldwide (Belgium) en de nv G3 Worldwide (Services) , samen "Spring Global Mail België", gevestigd te Mechelen.

Eiseres wenst daarentegen dat voor wat betreft de ondernemingsraad, de juridische entiteiten de nv G3 Worldwide (Belgium) en de nv G3 Worldwide (Services), bij de nv TNT Express Belgium worden gevoegd, om als één enkele technische bedrijfseenheid te worden beschouwd.

IV. DE ONTVANKELIJKHEID

Het beroep werd met een geldig verzoekschrift ingeleid binnen de termijn van 7 dagen als bepaald in artikel 3 van de wet van 4 december 2007 tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande de sociale verkiezingen, zoals gewijzigd bij wet van 28 juli 2011.

De vordering is ontvankelijk.

V. BESPREKING

A. De wettelijke bepalingen

(1)

Ter gelegenheid van de sociale verkiezingen van 2012 moeten ondernemingsraden worden ingesteld in al de ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld ten minste 100 werknemers tewerkstellen (artikel 2 van de Wet van 28 juli 2011 tot bepaling van de drempel van toepassing voor de instelling van de ondernemingsraden of de vernieuwing van hun leden ter gelegenheid van de sociale verkiezingen van het jaar 2012).

De Wet van 20 september 1948 houdende de organisatie van het bedrijfsleven

bepaalt het volgende:

Artikel 14:

"(...) Onverminderd de bepalingen van artikel 21 §10 en § 11, dient te worden verstaan onder :

1° onderneming : de technische bedrijfseenheid, bepaald in het kader van deze wet op grond van de economische en sociale criteria; in geval van twijfel primeren de sociale criteria (...)"

Artikel 14, § 2 b.:

"Meerdere juridische entiteiten worden vermoed, tot het tegendeel wordt bewezen, een technische bedrijfseenheid te vormen, indien het bewijs kan worden geleverd :

(1) dat ofwel deze juridische entiteiten deel uitmaken van eenzelfde economische groep of beheerd worden door eenzelfde persoon of door personen die onderling een economische band hebben,

ofwel dat deze juridische entiteiten éénzelfde activiteit hebben of activiteiten die op elkaar afgestemd zijn;

(2) en dat er elementen bestaan die wijzen op een sociale samenhang tussen deze juridische entiteiten, zoals met name een gemeenschap van mensen verzameld in dezelfde gebouwen of in nabije gebouwen, een gemeenschappelijk personeelsbeheer, een gemeenschappelijk personeelsbeleid, een arbeidsreglement of collectieve arbeidsovereenkomsten die gemeenschappelijk zijn of die gelijkaardige bepalingen bevatten.

Wanneer het bewijs wordt geleverd van één van de voorwaarden bedoeld in (1) en het bewijs van bepaalde elementen bedoeld in (2), zullen de betrokken juridische entiteiten beschouwd worden als vormend een enkele technische bedrijfseenheid behalve indien de werkgever(s) het bewijs levert(en) dat het personeelsbeheer en -beleid geen sociale criteria aan het licht brengen, kenmerkend voor het bestaan van een technische bedrijfseenheid in de zin van artikel 14 par.1, tweede lid, punt 1.

Dat vermoeden mag geen weerslag hebben op de continuïteit, de werking en de bevoegdheidssfeer van de nu bestaande organen en mag enkel worden ingeroepen door de werknemers en de organisaties die hen vertegenwoordigen in de zin van par.1, tweede lid, punt 4 en 5."

(2)

De representatieve organisatie of werknemer die zich op het vermoeden wil beroepen, moet dus bewijzen dat alle verschillende betrokken juridische entiteiten zich bevinden in één van de volgende drie gevallen:

• deel uitmaken van éénzelfde economische groep;

• beheerd worden door éénzelfde persoon of door personen die onderling een economische band hebben;

• éénzelfde activiteit hebben of activiteiten die op elkaar zijn afgestemd.

De representatieve organisatie of werknemer die het wettelijk vermoeden inroept moet tevens bewijzen dat er meerdere elementen bestaan die wijzen op een sociale samenhang tussen alle verschillende betrokken juridische entiteiten. De wet geeft een niet limitatieve opsomming van deze sociale criteria:

• gemeenschap van mensen verzameld in dezelfde gebouwen of in nabije gebouwen;

• een gemeenschappelijk personeelsbeheer;

• een gemeenschappelijke personeelsbeleid;

• een arbeidsreglement of collectieve arbeidsovereenkomsten die gemeenschappelijk zijn of die gelijkaardige bepalingen bevatten.

In de voorbereidende werken bij de wet (het verslag Goutry ,Kamer 1998-'99, stuk 1856/3, 98/99, 12) staat in dat verband:

"de versoepeling van de criteria maken het mogelijk komaf te maken met de fictieve splitsingen van ondernemingen in diverse entiteiten."

B. De elementen die eiseres inroept

(3)

Eiseres stelt in haar verzoekschrift en conclusies dat volgende elementen worden aangetoond :

- het bestaan van een economische band op niveau van aandeelhoudersschap

- éénzelfde revisor

- gezamenlijke dienstencontracten voor Spring en TNT :

Zo is er éénzelfde contract met Van Gansewinkel voor de ophaling van containers (stuk 17); zo worden er bestellingen gedaan voor Spring, gefactureerd aan TNT - ook voor bestellingen die nu reeds geplaatst werden voor het jaar 2012 zoals levering warme dranken SODEXO (duurtijd contract 12/2012), drankfontein (duurtijd contract: 12/2012), jaarlijkse controle brandblussers - periode 2012, jaarabonnement 2012 bestrijding knaagdieren, huur perscontainer papier en hout - periode 2012 (stukken 17, 20-27), jaarabonnement 2012 Securitas (stuk 23) ;

- de vrachtwagens van Spring rijden op een vervoersvergunning die toegekend is aan TNT. Gelet op het feit dat de activiteit van Spring gebaseerd is op transport, dient dit beschouwd te worden als een wezenlijk bestanddeel.

- het bestaan van een service level agreement tussen TNT en Spring (stukken 13-15 )

- éénzelfde arbeidsreglement

- dezelfde loonfiches

- hetzelfde sociaal secretariaat, met dezelfde contactpersoon - een zekere Isabelle. Niettegenstaande er trouwens lokale vestigingen van SD Works bestaan, blijkt uit de stukken van Spring dat zij nog steeds verbonden blijft met het bureau in Brussel - hoewel zij inmiddels reeds twee jaar gevestigd is in Mechelen.

- zelfde vakantiekas, zelfde kinderbijslagfonds

- het HR beleid wordt uitgevoerd door TNT, waar de loonverwerking gebeurt en waar ook afwezigheden en verlofaanvragen moeten ingediend worden (stukken 15, 16, 34 tot 36)

- interne vacatures TNT worden verspreid bij Spring en vice versa. Jobaanbiedingen worden gepubliceerd op een website waar TNT en POSTNL zusterlijk naast elkaar vermeld staan (http://jobs.tnt.com/- stuk 33)

Volgens eiseres zijn er bijgevolg voldoende elementen om toepassing te maken van het wettelijk vermoeden van het bestaan van één enkele TBE.

C. De beoordeling door de rechtbank

C1. Wat betreft de economische criteria opdat het wettelijk vermoeden zou gelden.

(4)

Anders dan wat eiseres beweert, betwisten verweersters in hun conclusies wel degelijk dat voldaan is aan de in de wet vermelde economische criteria opdat sprake zou zijn van het wettelijke vermoeden.

C1.1. De vennootschappen

(5)

Tot juni 2011 maakten verweersters (TNT Express enerzijds en G3 anderzijds) deel uit van een zelfde groep (vgl. de oprichtingsakten besproken in de " feiten" hierboven).

Alle stukken die worden neergelegd en ook de eigen verklaringen van eiseres in conclusies wijzen erop dat de TNT-groep van vennootschappen en de G3 ("Spring")- groep van vennootschappen in juni 2011 op verregaande wijze gescheiden werden.

Zo zet TNT in conclusies uiteen en toont zij aan met haar stukken:

- dat op 19 oktober 2010 door het moederbedrijf TNT binnen de bevoegde Europese en Centrale overlegorganen een informatie en consultatieronde werd opgestart met betrekking tot een voorstel tot splitsing van de Postactiviteit van de Expresszendingen en een positief advies uitbracht (stuk nr. 3bis), waarna op 25 mei 2011 met de goedkeuring van door de algemene vergadering van aandeelhouders van de TNT holding de afsplitsing een feit is (zie stuk nr. 4: Aankondiging van de TNT express CEO Marie-Christine Lombard naar aanleiding van de door de aandeelhouders goedgekeurde afsplitsing van TNT Express van PostNL de dato 26 mei 2011).

- dat sindsdien TNT Express en POSTNL twee aparte economische groepen zijn, die onafhankelijk, elk een eigen management, kredietrating, notering op de beurs (Euronext Amsterdam), een eigen Europese ondernemingsraad, etc. hebben (zie bedrijfsprofielen in stukken nrs 5 en 6 ).

- dat een aparte Europese ondernemingsraad werd opgericht (overeenkomst van mei 2011 waarin de economische zelfstandigheid van beide concerns wordt bevestigd, stuk nr. 3ter).

- dat de afsplitsing juridisch zo wordt georganiseerd dat een gedeelte van de aandelen TNT Express onder de aandeelhouders van POSTNL wordt verdeeld, waarbij zij die aandelen gedurende een overgangsfase van 6 maanden niet mogen verkopen. TNT verklaart in conclusies dat deze periode nu voorbij is en dat de aandelen nu vrij verhandeld worden op Euronext.

Eiseres verwijst in conclusies enkel naar deze laatste verklaring van TNT om te stellen dat er nog een economisch verband bestaat.

Het zou inderdaad kunnen dat over en weer de twee groepen nog aandelen van elkaar in hun portefeuille bezitten. Eiseres bewijst dit als dusdanig niet.

(6)

Bovendien blijkt voor het overige dat de scheiding van beide groepen zeer ver en consequent werd doorgevoerd en alleszins volledig is op het vlak van de Belgische vennootschappen :

Zo blijkt dat de verweersters (TNT Express enerzijds en G3 anderzijds) alleszins verschillende aandeelhouders hebben (vgl. bladzijde 3 van de jaarrekening van G3 waaruit blijkt dat de aandelen van G3 voor 67,55% in handen van PostNL zijn en bezit Royal Mail Investment de overige 32,45 % van de aandelen (stuk 78). TNT Express bezit geen aandelen van G3.

Zij hebben ook elk verschillende bestuurders : de bestuurders van G3 Worldwide (Belgium) NV zijn: X, Y en Z .

G3 Worldwide (Services) NV heeft dezelfde bestuurders (benoemingsakten worden als stukken 11 tot 15 van G3 neergelegd).

Geen van de bovengenoemde personen blijkt banden of mandaten bij de TNT-groep of TNT Express (Belgium) te hebben.

Ook het personeel van de Spring/G3-groep werd geïnformeerd over de splitsing door de mededeling van I. (CEO van Spring) van 26 mei 2011 (stuk 74 G3), een powerpoint-presentatie voorgesteld door de heer X (stuk 75 G3) evenals een vraag en antwoordlijst - Q&A (stuk 76 G3).

Daarnaast werd een standaardbrief gericht aan de bestaande klanten (stuk 77 G3). Ten aanzien van het brede publiek werd de splitsing aangekondigd door middel van een pop-up bij het openen van de oude website van TNT (stuk 6 G3):

"Op 25 mei 2011 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van TNT N.V. de opsplitsing van het bedrijf goedgekeurd in een postbedrijf, PostNL en een expressbedrijf, TNT Express. Daardoor is de corporate website van TNT, group.tnt.nl, opgeheven."

C1.2. De activiteiten

(7)

In haar verzoekschrift stelde eiseres nog dat verweersters dezelfde activiteit hebben omdat dit blijkt uit de toewijzing van dezelfde "NACE -code 53200".

Verweersters stellen daarover dat deze NACE code 53200 staat voor "overige posterijen en koeriers" en dus zowel postbedrijven zoals G3 als koerierbedrijven zoals TNT Express omvat en dat G3 eveneens ressorteert onder NACE code 82110, hetgeen duidt op "diverse administratieve activiteiten ten behoeve van kantoren".

Uit de stukken met betrekking tot de splitsing (zie hierboven) en met name de besprekingen in de Europese ondernemingsraad van TNT, blijkt voldoende dat het voor alle betrokkenen (aandeelhouders, bestuurders en werknemers) duidelijk is dat het om twee verschillende activiteiten gaat die los staan van elkaar.

De rechtbank merkt op dat eiseres in conclusies ook niet meer verklaart dat de TNT-activiteit (koerierdiensten of " Express"-zendingen) en de Spring-activiteit van G3 ( "internationale postdiensten) hetzelfde zijn. De rechtbank stelt vast dat dit niet blijkt en ook niet bewezen wordt.

Tenslotte bewijst eiseres ook niet haar bewering dat de vrachtwagens van Spring zouden rijden op een vervoersvergunning die toegekend is aan TNT.

G3 zet uiteen, en eiseres betwist dit niet, dat zij in België naar buiten treedt onder het merk "Spring" en dat de website www.springglobalmail.be nergens verwijst naar een mogelijke band met TNT Express; Spring heeft ook haar eigen logo dat niet lijkt op dat van TNT Express.

C2. Wat betreft de sociale criteria

(8)

Eiseres hecht veel belang aan het feit dat tussen de verweersters een "Service Level Agreement" bestaat, die ook na de splitsing werd verlengd voor het jaar 2012.

Het betreft een overeenkomst waarbij TNT Express (die meer dan 600 werknemers in dienst heeft), tegen betaling, een opgesomde lijst van diensten levert aan G3 (die slechts een 60-tal werknemers in dienst hebben) op het vlak van personeelsadministratie en loonsverwerking (stuk 14 eiseres).

(9)

Daar staat tegenover dat verweersters aantonen dat het personeelsbeleid bij elk van hen op een autonome wijze wordt gevoerd :

G3 :

Eiseres betwist niet en het blijkt uit de stukken dat de HR Manager van G3 P. is waarbij G3 aan de hand van stukken aantoont :

- dat deze haar eigen aanwervings- en personeelsbeleid voert, met een eigen uitgestippelde interne werkwijze (stuk 30);

- dat het volledige personeelsdossier op een eigen wijze wordt opgebouwd (stuk 31 controlelijst personeelsdossier Spring);

- dat G3 aanwerft onder de naam Spring, zoals blijkt uit haar vacatures (stuk 81), waarbij haar eigen aanwervings- en personeelsbeleid verder blijkt uit :

o Standaardformulier voor de kandidatuurstelling (stuk 32);

o Spring Introductiebrochure HR (stuk 33);

o Formulier persoonlijke gegevens (stuk 34);

o Procedure nieuwe werknemer (stuk 35);

o Formulier voor ontvangst van toegangsbadge (stuk 36);

o Formulier voor overhandiging van eigendommen (stuk 37);

o Checklist contractwijziging (stuk 38);

o Eigen ontslagdocumenten (stukken 41,42 en 82 G3)

o Eigen loonvoorwaarden, voordelen en groepsverzekeringen (stukken 47,48,49-53,54-56 )

De stukken die eiseres in dat verband neerlegt, tonen slechts aan dat G3 de loutere administratieve afhandeling van de loonadministratie via TNT Express laat uitvoeren, wat op zich verklaart dat b.v. ziekteattesten en verlofdagen aan de TNT worden doorgegeven om te worden geregistreerd.

Daarentegen blijkt uit het artikel 11 van het arbeidsreglement zeer duidelijk dat bij G3 de melding van ziekte en het overmaken van het bijhorend medisch attest in Mechelen en volgens eigen regels dient te gebeuren (stuk 65 G3).

Het blijkt dus enkel dat G3 vooralsnog beroep doet op TNT Express voor een aantal louter uitvoerende taken zoals het doorgeven van loonverwerkinggegevens, evenwel na beslissing en goedkeuring door G3 (bv. verlofdagen, ondertekening van formulieren voor loopbaanonderbreking).

Nergens blijkt echter uit en eiseres beweert zelfs niet dat TNT Express enige beslissingsmacht inzake het personeelsbeheer en -beleid bij G3 zou hebben. Integendeel wijzen de stukken er duidelijk op dat de feitelijke beslissingen die genomen moeten worden (dus ook deze m.b.t. de loonadministratie) door G3 genomen worden (b.v. diverse e-mails waaruit blijkt dat aanvragen voor het opnemen van ADV-dagen, verlof,... gericht worden aan de HR Manager van G3 (stuk 83 G3).

Het blijkt dus dat de Service Level Agreement vergelijkbaar is met de diensten die aan een sociaal secretariaat worden uitbesteed.

(9)

TNT :

TNT zet in conclusies ook uitgebreid uiteen en toont aan de hand van stukken aan dat zij een eigen personeelsbeheer en -beleid heeft dat beperkt is tot haar eigen personeel:

b.v. werd op 27 oktober 2011 een nieuw structuur en werking van het personeelsdepartement van TNT Express voorgesteld (slides neergelegd als stuk nr 10 TNT), met drie HR Consultants die fungeren als eerste aanspreekpunt voor management en medewerkers voor alle HR onderwerpen; elk met een eigen portefeuille (deels Brucargo, deels kantoor) ; elke HR consultant behandelt in samenwerking met het lijnmanagement en met de "Recruitment consultant" alle vacatures in zijn/haar portefeuille; de Recruitment consultant behoudt dezelfde kernverantwoordelijkheden; elke HR Consultant verdiept zich in een specifiek HR-onderwerp en treedt als dusdanig op als "referentie HR consultant"; elke HR consultant heeft een 3 à 4 wekelijks overleg met het management uit zijn/haar portefeuille. Deze nieuwe werking wordt op 22 december 2012 binnen TNT Express gecommuniceerd (stuk nr 11 TNT).

Verder legt TNT stukken neer waaruit blijkt :

- dat op 24 april 2011 en 1 juni 2011 afzonderlijke CAO's werden gesloten door TNT Express over loonsvoorwaarden;

- dat met ingang van 1 januari 2012 TNT Express een nieuwe makelaar voor de voordelen groepsverzekering risico's pensioen en hospitalisatie heeft (stuk nr 13 TNT);

- op 6 januari 2012 zendt TNT Express's HR manager aan alle TNT Express medewerkers een epost betreffende het zorgvuldig reglementair omgaan met interimarbeid (stuk nr 14 TNT).

- dat er een eigen regeling voor anciënniteitcadeaus, Sinterklaas, Kerstfeest, Pasen is bij TNT;

- dat er een eigen elektronische verlofregistratie bij TNT en niet bij G3 werd ingevoerd;

- dat TNT Express in haar vestigingen een enquête organiseerde betreffende het woon-werkverkeer met het oog op mogelijke toekomstige initiatieven van maatschappelijk verantwoord ondernemen ( stuk nr 18 TNT).

- dat er eigen toegangsbadges, personeelslijsten en intranet zijn bij TNT Express (vermeld in de formulieren x-60 en X-35). Deze belangrijke verschillen worden door eiseres niet betwist.

De huidige HR manager van TNT Express (...) verklaart schriftelijk dat hij geenszins bevoegd is voor Spring en geenszins overlegt noch overlegd heeft met Mevrouw P, HR manager van G3 (stuk nr 27 TNT).

(10)

Eiseres wijst op het bestaan van één arbeidsreglement. Zoals verweersters terecht aangeven is dit logisch te verklaren door het feit dat de vennootschappen een gezamenlijk verleden hebben en tot op heden één ondernemingsraad hebben die tot taak heeft om het arbeidsreglement goed te keuren. Het is bovendien opmerkelijk dat zowel in het arbeidsreglement zelf als in de bijlagen een duidelijk onderscheid naar arbeidsvoorwaarden wordt gemaakt, wat wijst op de verschillen tussen de beide vennootschappen. Dit blijkt uit :

- de uurroosters voor de arbeiders (bijlage 1 en 1A van het arbeidsreglement)

- specifiek huishoudelijk reglement voor Spring (bijlage 7 van het arbeidsreglement)

- de wekelijkse arbeidsduur die bij TNT Express 38 uur per week is terwijl dat bij G3 39 uur per week is (bijlage 18 en 18bis van het arbeidsreglement)

- verschillende procedure bij melding van ziekte (artikel 11) .

Daarnaast zijn de door eiseres aangehaalde bepalingen omtrent camera's (bijlage 12), uitgangcontroles (bijlage 13), uitleverdocumenten ICS equipment en internet (bijlage 17) juist niet van toepassing op G3.

Het vooralsnog gemeenschappelijke arbeidsreglement is op zich daarom onvoldoende doorslaggevend, te meer daar ook G3 in conclusies en stukken toont dat er bij haar afzonderlijke CAO's werden gesloten (op 26 januari 2009, 19 januari 2009 en 22 november 2010 en 24 mei 2011).

(11)

Verder legt eiseres een aantal interne emails neer waaruit blijkt dat het personeel van verweersters vacatures in de respectievelijke bedrijven doormailen aan elkaar.

Verweersters lichten in conclusies toe, zonder verder betwisting door eiseres, dat in Nederland, naar aanleiding van de splitsing, was ingegaan op de vraag van de vakorganisaties om nog tot einde 2013 "mail" en "express" als één arbeidsmarkt voor de medewerkers te beschouwen en dat deze toezegging ook in België werd gedaan. Zij leggen stukken neer die deze tijdelijke regeling bevestigen (stuk 39 van G3). Concreet komt het er dus op neer dat tijdelijk de vacatures worden doorgegeven en dat tot einde 2013 de anciënniteit behouden kan worden ingeval van overgang van een personeelslid. Naast het feit dat niet eens blijkt dat deze regeling in de praktijk ook daadwerkelijk toepassing kent, is het hoe dan ook een tijdelijke regeling. Bovendien is dit zonder invloed op het onafhankelijke personeelsbeleid in beide ondernemingen dat is aangetoond.

(12)

Eiseres wijst ook nog op het feit dat verweersters beroep doen op een zelfde sociaal secretariaat (dat dezelfde type loonfiches opmaakt), een zelfde kas voor kinderbijslag en vakantie en externe preventiedienst, zoals zij ook beroep doen op dezelfde bedrijfsrevisor en nog steeds een aantal gezamenlijke dienstencontracten hebben (afvalcontainers, drank, brandblusapparaten, veiligheidsfirma) en tenslotte het "World Food Program" van de Verenigde Naties steunen.

Ook deze gegevens kunnen beschouwd worden als een restant van het gezamenlijk verleden toen verweersters tot dezelfde groep behoorden, met dezelfde overlegorganen en die samen op dezelfde site waren gevestigd.

Meerdere van deze dienstenverleners behoren tot de grootste van het land met een zeer groot cliënteel zoals verweersters aantonen in conclusies wat al evenzeer kan verklaren dat beide verweersters er verder beroep op blijven doen.

Daartegenover staat dat verweersters aparte aansluitingen hebben bij het sociaal secretariaat en met andere uitzendkantoren werken (stuk 43 G3).

Daarom zijn deze elementen die eiseres opsomt verwaarloosbaar vergeleken bij de vele andere sociale criteria die wijzen op afzonderlijke technische bedrijfseenheden.

Dat er geen sprake is van economische noch sociale criteria die zouden wijzen op één enkele technische bedrijfseenheid wordt tenslotte ook op treffende wijze bevestigd door een van de syndicale afgevaardigden bij TNT, (...), in een email aan haar secretaris, de heer (...), (zie email van 16 januari 2012, stuk 26 TNT):

"Hallo T., Moeten wij jullie bepaalde bewijsstukken doorsturen om het feit dat wij

(Y en ikzelf) tegen de stelling zijn om gezamenlijke verkiezingen te laten organiseren voor G3 / SPRING/ en TNT EXPRESS als zijnde één technische bedrijfseenheid ?

Wij zijn inderdaad 2 aparte technische bedrijfseenheden met andere budgetten, andere CEO's, CFO's, HO,andere regionindelingen, andere visie/missie, andere lonen en dit zowel voor arbeiders als bedienden, ander product (post vs koerierdienst), wel 1 arbeidsreglement maar met verschillen (waar er zijn) tussen G3/SPRING en TNT EXPRESS ( staat duidelijk vermeld indien dezelfde of wanneer ze verschillen), volledig ander sociaal plan (werd ten andere ook apart onderhandeld) voor arbeiders en bedienden, we beschikken ook allebei over een verschillend CAO 90, bonussen en KPI's verschillen ook, enz, enz.

Er bestaat wel een SLA tussen hen en ons maar dit enkel voor het werk dat een HR medewerker gedeeltelijk doet , ttz doorgeefsluis naar SD Worx.

Moesten jullie hier nog meer info over nodig hebben, vraag het maar, maar voor ons is het heel duidelijk wij willen wel degelijk aparte verkiezingen om alzo een aparte OR en een aparte CPBW te hebben."

C3. Besluit

Zelfs ongeacht de vraag of eiseres voldoende bewijs aanbrengt van de economische elementen opdat het wettelijk vermoeden zou gelden, dan nog is op basis van de hierboven besproken feitelijke elementen, door verweersters op overtuigende wijze aangetoond dat het personeelsbeheer en -beleid geen sociale criteria aan het licht brengen, kenmerkend voor het bestaan van één enkele technische bedrijfseenheid.

Het gaat bij verweersters duidelijk om onderscheiden mensengemeenschappen.

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Gehoord de heer Jan GEYSEN, Substituut in zijn eensluidend mondeling advies gegeven ter zitting van 26 januari 2012 ;

Verklaart de vordering van eisende partij , het ACV, ontvankelijk maar ongegrond.

Zegt dat de nv TNT Express Belgium enerzijds en de nv G3 Worldwide (Belgium) en de nv G3 Worldwide (Services) anderzijds , twee verscheiden technische bedrijfseenheden vormen.

Veroordelen eiseres tot de kosten tot op heden begroot op 1320 euro, rechtsplegingsvergoeding in hoofde van de NV TNT Express en 1320 euro, rechtsplegingsvergoeding in hoofde van de NV G3 Worldwide ;

Aldus gevonnist door de drieendertigste kamer van de Arbeidsrechtbank van Brussel waar zitting hielden :

Mevrouw Carla CORBISIER, rechter,

Mijnheer Luc PROESMANS, rechter in sociale zaken, werkgever

Mijnheer Jean DE KEYZER, rechter in sociale zaken, bediende

En uitgesproken ter openbare zitting van 3 februari 2012

waar aanwezig waren

Mevrouw Carla CORBISIER , rechter

bijgestaan in de uitspraak door Mevrouw Sabine DE BRUYCKER, griffier - Hoofd van Dienst

De Griffier-Hoofd van Dienst , De Rechters in Sociale Zaken, De Rechter,

S. DE BRUYCKER J. DE KEYZER & L. PROESMANS C. CORBISIER

Free keywords

  • sociale verkiezingen

  • technische bedrijfseenheid