- Jugement of May 2, 2012

02/05/2012 - 11/1536/A

Case law

Summary

Samenvatting 1

Jugement - Integral text

ARBEIDSRECHTBANK VAN BRUSSEL

VONNIS

28ste Kamer - openbare zitting van 02 mei 2012

A.R. nr. 11/1536/A Aud. Nr. 2011/6/02/44

Z.I.V.

Tussenvonnis - aanstelling deskundige

Rep. nr. 12/

INZAKE :

X

eisende partij, vertegenwoordigd door Meester Fr. D. K., advocaat ;

TEGEN :

Het RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING (RIZIV), met zetel te 1150 BRUSSEL, Tervurenlaan 211,

verwerende partij, vertegenwoordigd door Meester T.L. loco

Meester Cl. V., advocaten;

Gelet op de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek ;

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken ;

Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, zoals gecoördineerd bij Koninklijk Besluit van 14 juli 1994 (B.S. 27 augustus 1994), hierna de Ziekteverzekeringswet genoemd ;

Gelet op het K.B. van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994,

I. De procedure

De rechtbank nam kennis van volgende procedurestukken :

- het verzoekschrift van eisende partij, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 4 februari 2011,

- de conclusies voor verwerende partij, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 6 september 2011.

De partijen hebben gepleit ter openbare zitting van 2 maart 2012 en de heer ..., Substituut Arbeidsauditeur heeft zijn advies na sluiting der debatten gegeven, waarop niet werd gerepliceerd door de partijen en waarna de zaak in beraad werd genomen.

II. De vordering

De vordering strekt tot de vernietiging van de beslissing van 5 november 2011 van de Hoge Commissie van de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit waarbij de behoefte van eiseres aan andermans hulp niet langer werd erkend vanaf 1 augustus 2010.

III. De ontvankelijkheid

Het beroep is regelmatig naar vorm en termijn, namelijk de termijn van drie maanden na de kennisgeving van de bestreden beslissing (artikel 23 van de wet van 11 april 1995 betreffende Het Handvest van de Sociaal Verzekerde) en is bijgevolg ontvankelijk.

IV. De grond

Binnen het RIZIV heeft de Hoge commissie van de Geneeskundige raad voor invaliditeit tot opdracht onder de in artikel 215bis, § 1, bepaalde voorwaarden uitspraak te doen over de voorstellen van de adviserend geneesheer om te erkennen dat een arbeidsongeschikt erkende gerechtigde andermans hulp behoeft; alvorens te beslissen kan zij, hetzij het advies vragen van één van haar leden of van een afdeling van een gewestelijke commissie, hetzij betrokkene vragen voor haar te verschijnen, hetzij een onderzoek door een verpleegkundige, ambtenaar van de Dienst voor uitkeringen, bevelen in de gevallen waarin de gevraagde inlichtingen niet de tussenkomst van een geneesheer vergen; (artikel 170,8° van het K.B. van 3 juli 1996).

De arbeidsongeschikt erkende gerechtigde die niet ter verpleging opgenomen is, noch in een rust- of verzorgingstehuis, een psychiatrisch verzorgingstehuis of een rustoord voor bejaarden verblijft, noch in voorlopige hechtenis is, noch van zijn vrijheid beroofd is, en voor wie andermans hulp door de Geneeskundige raad voor invaliditeit als onontbeerlijk is erkend, doordat hij ten gevolge van zijn lichamelijke of geestestoestand de gewone handelingen van het dagelijks leven niet alleen kan verrichten, kan, vanaf de vierde maand van arbeidsongeschiktheid, aanspraak maken op een forfaitaire tegemoetkoming voor hulp van derden.

De graad van de behoefte aan andermans hulp wordt bepaald door het totale aantal punten, toegekend volgens de handleiding die voor het ramen van de graad van zelfredzaamheid wordt gebruikt in de wetgeving betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de mindervaliden. De gerechtigde moet in het totaal minstens 11 punten behalen.

De behoefte aan andermans hulp kan slechts worden erkend, als zij noodzakelijk wordt geacht voor een onafgebroken periode van ten minste drie maanden. (artikel 215 bis §1 van het K.B. van 3 juli 1996).

De handleiding waarnaar wordt verwezen is deze vastgesteld bij het M.B. van 30 juli1987 tot vaststelling van de categorieën en van de handleiding voor de evaluatie van de graad van zelfredzaamheid met het oog op het onderzoek naar het recht op de integratietegemoetkoming.

Eisende partij betwist de beslissing van de Hoge Commissie van de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit aan de hand van een attest van Dr. De R. dd. 30 november 2010. Deze arts verklaart dat betrokkene CVA vertoonde in 2000 met hemipareze rechts en belangrijke problemen sindsdien met het geheugen. Verder arteriële hypertensie en diabetes. Chronische aortevi-ectomie in 2000. Sindsdien is er een sterke beperking van al haar fysische mogelijkheden o.a. eten maken, bad nemen, zich zelfstandig verplaatsen gaat niet wegens permanente desoriëntatie. Wassen en strijken gaat niet tenzij er iemand bij staat. Leven zonder toezicht is onmogelijk en de mogelijkheden tot sociaal contact zijn sterk beperkt.

Later wordt nog een formulier 4 dd .19 januari 2012 ingediend door Dr. R..

1. Verplaatsingsmogelijkheden : onmogelijk zonder hulp van derden wegens dementie

2. mogelijkheden om zijn voedsel te nuttigen of te bereiden : onmogelijk zonder hulp van derden

3. persoonlijke hygiëne en kleden : grote moeilijkheden

4. mogelijkheden om woning te onderhouden en huishoudelijk werk te verrichten : grote moeilijkheden

5. mogelijkheden om te leven zonder toezicht, bewust zijn van gevaar en gevaar kunnen vermijden : grote moeilijkheden

6. mogelijkheden tot communicatie en sociaal contact : grote moeilijkheden.

Uit het voorgaande blijkt dat de betwisting voornamelijk van medische aard is.

Bijgevolg acht de rechtbank het nodig om, alvorens over de grond van de zaak uitspraak te doen, het advies van een geneesheer -deskundige in te winnen.

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Gehoord de heer ..., Substituut van de Arbeidsauditeur, in zijn eensluidend mondeling advies, gegeven ter openbare zitting van 2 maart 2012;

Rechtsprekende op tegenspraak ;

Verklaart de vordering ontvankelijk ;

Vooraleer uitspraak te doen over de grond van de zaak, stelt tot deskundige aan

Dokter M.

met als opdracht :

- de gezondheidstoestand van eisende partij te beschrijven en advies te geven over de vraag of eisende partij vanaf 1 augustus 2010 behoefte heeft aan andermans hulp doordat zij ingevolge haar lichamelijke en geestestoestand de gewone handelingen van het dagelijks leven niet alleen kan verrichten, zoals bepaald bij artikel 215 bis §1 van het Koninklijk Besluit van 3 juli 1996 waarbij de graad voor de behoefte aan andermans hulp wordt bepaald door het totale aantal punten toegekend volgens de handleiding die voor het ramen van de graad van zelfredzaamheid wordt gebruikt in de wetgeving betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de mindervaliden (M.B. van 30 juli 1987) en waarbij de gerechtigden die in het totaal minder dan 11 punten behalen niet als werknemer met behoefte aan andermans hulp kunnen worden beschouwd.

- aan te duiden hoeveel punten voor de verminderde zelfredzaamheid kunnen worden toegekend.

De rechtbank zegt dat de deskundige als volgt tewerk zal gaan :

- hij zal zich dienen te gedragen naar de bepalingen van de artikelen 962 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek;

- hij zal binnen een termijn van 15 dagen na de kennisgeving van dit vonnis door de griffie, PLAATS, DAG en UUR bepalen waarop hij zijn werkzaamheden zal aanvatten;

- hij zal de partijen uitnodigen om hem overeenkomstig artikel 972 bis §2 van het Gerechtelijk Wetboek hun volledig dossier met inventaris en de naam van hun raadgevend geneesheer te bezorgen en hij zal kennis nemen van deze dossiers;

- hij zal eisende partij ten laatste binnen de maand na de kennisgeving van dit vonnis door de griffie, een eerste maal op tegensprekelijke wijze onderzoeken;

- indien het strikt noodzakelijk is, zal hij beroep doen op geneesheren - specialisten overeenkomstig het Koninklijk Besluit van 14 november 2003;

- hij zal zijn VOORLOPIG verslag aan de rechtbank, de partijen en hun raadslieden sturen en zal de termijn van ten minste 15 dagen bepalen waarbinnen de partijen hun opmerkingen kunnen maken;

- hij zal een EINDVERSLAG opstellen met vermelding van zijn werkzaamheden en vaststellingen en het ter griffie neerleggen binnen de ZES MAANDEN vanaf de datum waarop de griffie hem kennis gaf van zijn opdracht ;

- indien er redenen zouden zijn om de termijn voor het indienen van het eindverslag te verlengen, zal de deskundige daartoe een gemotiveerd verzoek aan de rechtbank richten met vermelding van de noodzakelijke termijn (art.974 §2 Gwb)

- hij zal zijn gedetailleerde staat van kosten en ereloon opstellen in overeenstemming met het K.B. van 14 november 2003, dat eveneens van toepassing is op de geneesheren - specialisten waarop hij beroep heeft gedaan.

Zegt dat de zaak vervolgens opnieuw door de rechtbank zal behandeld worden op verzoek van de meest gerede partij;

Houdt de beslissing over de kosten aan.

Aldus gevonnist door de 28ste kamer van de Arbeidsrechtbank van Brussel waar zitting hielden:

Mevrouw C. CORBISIER, Rechter,

De heer A. GHYSENS, Rechter in sociale zaken - werkgever,

De heer D. DE MEULEMEESTER, Rechter in sociale zaken - arbeider,

en uitgesproken ter openbare zitting van 02 mei 2012

waar aanwezig waren:

Mevrouw C.C ORBISIER, Rechter,

bijgestaan door Mevrouw A. GENETELLO, Afgevaardigd griffier.

De afgevaardigd De Rechters in Sociale Zaken, De Rechter,

griffier,

A. GENETELLO C. CORBISIER

A. GHYSENS D. DE MEULEMEESTER

Free keywords

  • behoefte andermans hulp ZIV