- Jugement of June 25, 2012

25/06/2012 - 10/12293/A

Case law

Summary

Samenvatting 1

Jugement - Integral text

ARBEIDSRECHTBANK VAN BRUSSEL

30ste Kamer - openbare zitting van 25 juni 2012

VONNIS

A.R.nr. 10/12293/A Aud. Nr.2010/4/02/143

Werkloosheid

Eindvonnis Rep. nr. 12/

INZAKE :

Meester V.D.S., met kantoor te .....voorlopig bewindvoerder van de heer X

Eisende partij, vertegenwoordigd door Meester Jasmin Hermans loco

Meester Katrien Van Den Steen, advocaten ;

TEGEN :

DE RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING (RVA),

met zetel te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan, 7,

Verwerende partij, vertegenwoordigd door Meester Valérie Kruyen loco

Meester Ernest De Bock, advocaten;

Gelet op de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek;

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

I. PROCEDURE

De rechtbank nam kennis van het verzoekschrift van eisende partij, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 14 september 2010. :

De partijen werden regelmatig opgeroepen voor de openbare zitting van 7 mei 2012.

De partijen hebben gepleit ter openbare zitting van 7 mei 2012 en de heer M. Dhaene, Substituut Arbeidsauditeur heeft zijn advies na sluiting der debatten gegeven, waarop gerepliceerd werd door eisende partij en waarna de zaak in beraad werd genomen.

II. VOORWERP VAN DE VORDERING

De vordering is gericht tegen de administratieve beslissing van de Directeur van het Werkloosheidsbureau te Vilvoorde dd. 11 juni 2010, waarbij aan eiser voor 4 maanden vanaf 14 juni 2010 een beperkte werkloosheidsuitkering van 27,91 euro wordt toegekend per dag, op grond van de artikel 59 quinquies, §5, 5de lid, §6, 2 lid en §7 van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, omdat eiser de eerste overeenkomst die hij ondertekende in het kader van artikel 59 quater, §5 van het K.B. van 25 november 1991 inzake de activering van het zoekgedrag naar werk, niet heeft nageleefd.

III. BEVOEGDHEID

Artikel 7, § 11 van de Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders bepaalt :

" Geschillen over rechten, ontstaan uit de werkloosheidsreglementering, behoren tot de bevoegdheid van de Arbeidsrechtbank".

De Arbeidsrechtbank is derhalve in casu bevoegd.

IV. ONTVANKELIJKHEID

1. Artikel 7, § 11 van de Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders bepaalt verder:

De beslissingen genomen over rechten, ontstaan uit de werkloosheidsreglementering moeten op straffe van verval, binnen de drie maanden na de kennisgeving, of bij gebrek aan kennisgeving, binnen de drie maanden te rekenen vanaf de dag waarop de betrokkene er kennis van gehad heeft, aan de bevoegde Arbeidsrechtbank voorgelegd worden.

Bij het ontbreken van erkenning van een recht moet het beroep tot erkenning van het recht worden voorgelegd binnen de drie maanden na de vaststelling van het in gebreke blijven."

Artikel 146,§4,1° van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 bepaalt :

De beslissing wordt bovendien ter kennis gebracht van de werkloze (bij gewone brief) indien de beslissing leidt tot

1° een ontzegging, uitsluiting of schorsing van het recht op uitkeringen,

2°...

Artikel 16 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het Handvest van de sociaal verzekerde bepaalt :

Onverminderd specifieke wettelijke of reglementaire bepalingen geschiedt de kennisgeving van een beslissing bij gewone brief of bij de overhandiging van een geschrift aan de belanghebbende.

De Koning kan de gevallen bepalen waarin de kennisgeving bij een ter post aangetekende brief moet geschieden, evenals de toepassingsmodaliteiten van deze kennisgeving.

Artikel 14 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het Handvest van de sociaal verzekerde bepaalt :

De beslissingen tot toekenning of weigering van de prestaties moeten de volgende vermeldingen bevatten :

1° de mogelijkheid om voor de bevoegde rechtbank een voorziening in te stellen;

2° het adres van de bevoegde rechtscolleges

3° de termijn om een voorziening in te stellen en de wijze waarop dit moet gebeuren;

4° de inhoud van de artikelen 728 en 1017 van het Gerechtelijk Wetboek

5° de refertes van het dossier en van de dienst die het beheert;

6° de mogelijkheid om opheldering te verkrijgen omtrent de beslissing bij de dienst die het dossier beheert of bij een aangewezen voorlichtingsdienst.

Indien de beslissing de in het eerste lid genoemde vermeldingen niet bevat, gaat de termijn om een voorziening in te stellen niet in.

...

3. Uit de bepalingen van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het Handvest van de Sociaal verzekerde blijkt dat, opdat de beroepstermijn zou beginnen lopen, het niet volstaat dat de betrokkene kennis had van de beslissing, zoals voorzien door artikel 7, § 11 van de Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vereist is dat de verzekerde een kennisgeving heeft ontvangen die voldoet aan de voorwaarden van artikel 14 van de wet. Bij gebreke hieraan begint de beroepstermijn niet te lopen.

4. Verweerster roept de laattijdigheid in van het verzoekschrift.

De bestreden beslissing dateert van 11 juni 2010 en het verzoekschrift werd aangetekend verzonden op 13 september 2010.

De bestreden beslissing werd conform de wettelijke bepalingen per gewone post verzonden.

De vraag rijst wanneer eisende partij deze beslissing heeft ontvangen.

Een prior-zending wordt gegarandeerd uitgereikt in de werkdag volgend op de afgifte in een postkantoor of een rode postbus.

Een non-prior-zending wordt gegarandeerd uitgereikt binnen de twee werkdagen volgend op de afgifte ervan in een postkantoor of een rode postbus.( www.bpost.be ).

In casu wordt door verwerende partij niet voorgehouden, noch bewezen dat de beslissing van 11 juni 2010 aangetekend of prior werd verzonden, zodat er dient van te worden uitgegaan dat de verzending non-prior gebeurde.

Indien er wordt van uitgegaan dat de bestreden beslissing werd verzonden de dag zelf waarop ze werd genomen, dus op vrijdag 11 juni 2010, dan kan de brief pas op maandag 14 juni 2010 zijn toegekomen.

Volgens de bewoordingen van beslissing van verwerende partij zelf begint de termijn van 3 maanden te lopen de dag nadat de beslissing werd aangeboden. Is de laatste dag een zaterdag, een zondag of een feestdag, dan kan het beroep nog ingesteld worden op de eerstvolgende dag.

De termijn van 3 maanden begint dus in het beste geval te lopen op dinsdag 15 juni 2010 en eindigt op 15 september 2010, zodat eisende partij weldegelijk op 13 september 2010 nog tijdig haar verzoekschrift aangetekend verzond.

Verwerende partij roept ten onrechte de laattijdigheid in.

De vordering werd tijdig ingesteld en is ontvankelijk.

V. DE FEITEN

Eiser, geboren op ..., behaalde een diploma leercontract middenstand motorvoertuigen, scheepsbouw en lucht-en ruimtevaart.

Hij heeft als kwalificatie : handlanger in assemblage.

Eiser is werkloos sedert 1 juni 2002.

Eiser werd bij beschikking van 8 mei 2008 onder voorlopig bewind geplaatst van Meester V.D.S..

Eiser werd in het kader van het aktieve zoekgedrag naar werk opgeroepen door verweerster voor een eerste gesprek op 14 april 2009, in het kader van artikel 59 quater, §1, eerste lid van het K.B. van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.

Op 14 april 2009 werd een verslag opgesteld van dit eerste gesprek, met als evaluatieperiode 14 april 2008 tot 13 april 2009;

Tevens wordt aan eiser een eerste schriftelijke overeenkomst overhandigd, waarbij eiser zich ertoe verbond concrete acties uit te voeren tijdens de volgende maanden.

Eiser werd opgeroepen door verweerster voor een tweede gesprek op 7 juni 2010, in het kader van artikel 59 quinquies, §1, eerste lid van het K.B. van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.

Op 7 juni 2010 werd een verslag opgesteld van dit tweede gesprek, met als evaluatieperiode 14 april 2009 tot 6 juni 2010.

Op 7 juni 2010 werd tevens aan eiser een negatieve beoordeling verstuurd van het tweede gesprek.

Daarbij werd eiser medegedeeld dat hij de eerste overeenkomst niet had nageleefd.

Tevens wordt hem de tweede schriftelijke overeenkomst overhandigd, waarbij eiser zich ertoe verbond concrete acties uit te voeren tijdens de volgende maanden.

Bij beslissing van de Directeur van het werkloosheidsbureau te Vilvoorde d.d. 11 juni 2010 wordt aan eiser voor 4 maanden vanaf 14 juni 2010 een beperkte werkloosheidsuitkering van 27,91 euro toegekend per dag, op grond van de artikel 59 quinquies, §5, 5de lid, §6, 2 lid en §7 van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, omdat eiser de eerste overeenkomst die hij ondertekende in het kader van artikel 59 quater, §5 van het K.B. van 25 november 1991 inzake de activering van het zoekgedrag naar werk, niet heeft nageleefd.

V. IN RECHTE

1. Artikel 44 van het Koninklijk Besluit bepaalt :

Om uitkeringen te kunnen genieten moet de werkloze wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil zonder arbeid en zonder loon moet zijn.

Artikel 58 § 1 van het K.B. bepaalt:

Om uitkeringen te genieten moet de volledig werkloze actief zoeken naar werk.

Artikel 59 quater § 1 stelt dat, ten vroegste wanneer de voorwaarden bedoeld in artikel 59bis vervuld zijn, de directeur de werkloze schriftelijk uitnodigt voor een eerste gesprek op het werkloosheidsbureau met als doel de inspanningen te evalueren die hij heeft verricht om zich te integreren in de arbeidsmarkt.

Tijdens het gesprek evalueert de directeur de inspanningen verricht door de werkloze, voornamelijk gedurende de periode van 12 maanden, gerekend van datum tot datum, die het gesprek voorafgaat.

Indien de directeur vaststelt dat de werkloze geen voldoende inspanningen heeft verricht om zich te integreren in de arbeidsmarkt, informeert hij de werkloze over deze negatieve evaluatie, onmiddellijk na het evaluatiegesprek of ten laatste 10 werkdagen volgend op het gesprek. De werkloze wordt bovendien uitgenodigd om een eerste schriftelijke

overeenkomst te tekenen waarin hij zich verbindt de concrete acties uit te voeren die van hem verwacht worden tijdens de volgende maanden.

De concrete acties vermeld in de in het eerste lid bedoelde overeenkomst

worden, rekening houdend met de specifieke situatie van de werkloze en de bestaande criteria van de passende dienstbetrekking, door de directeur gekozen uit een modellijst van verplichte en facultatieve acties, opgesteld door de Minister, na advies van het Beheerscomité.

Aan de werkloze wordt meegedeeld dat hij, ten vroegste na het verstrijken van een termijn van 4 maanden, die aanvangt de dag na de ondertekening van de overeenkomst, opnieuw zal opgeroepen worden voor een tweede gesprek met het oog op de evaluatie van zijn actieve zoekgedrag naar werk en van de naleving van de verbintenis die hij is aangegaan in de in het eerste lid bedoelde schriftelijke overeenkomst.

Artikel 59 quinquies bepaalt dat, ten vroegste na het verstrijken van een termijn van 4 maanden die aanvangt de dag na de in artikel 59quater bedoelde ondertekening van de overeenkomst, de directeur de werkloze die de in artikel 59quater, § 5 bedoelde overeenkomst heeft onderschreven, uitnodigt voor een tweede gesprek op het werkloosheidsbureau, om de inspanningen te evalueren die hij heeft verricht om zich te integreren in de arbeidsmarkt, overeenkomstig de verbintenis die hij in de voormelde overeenkomst is aangegaan.

Tijdens het onderhoud evalueert de directeur de naleving door de werkloze van de verbintenis die hij is aangegaan in de in artikel 59quater, § 5 bedoelde schriftelijke overeenkomst.

Indien de directeur vaststelt dat de werkloze de verbintenis die hij is aangegaan in de in artikel 59quater, § 5 bedoelde overeenkomst, niet heeft nageleefd, informeert hij de werkloze van deze negatieve beoordeling, onmiddellijk na afloop van de evaluatie of ten laatste 10 werkdagen volgend op het gesprek. De werkloze wordt bovendien uitgenodigd om een nieuwe schriftelijke overeenkomst te ondertekenen, waarin hij zich ertoe verbindt de concrete acties uit te voeren die van hem worden verwacht in de loop van de volgende maanden.

De werkloze die de in het eerste lid bedoelde schriftelijke overeenkomst ondertekent, vormt bovendien het voorwerp van een tijdelijke maatregel tot ontzegging of vermindering van uitkeringen.

2. Welnu, eisende partij tekent beroep aan, via zijn voorlopige bewindvoerder, tegen de beslissing dd. 11 juni 2010, waarbij aan eiser voor 4 maanden vanaf 14 juni 2010 een beperkte werkloosheidsuitkering van 27,91 euro wordt toegekend per dag.

3. Meester V. D. S. werd bij beschikking van 8 mei 2007 aangesteld als voorlopig bewindvoerder over de heer X.

4. Artikel 488 bis van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat wanneer een meerderjarige omwille van zijn gezondheidstoestand niet meer in staat is zijn goederen te beheren, hem met het oog op de bescherming ervan, een voorlopig bewindvoerder kan worden toegewezen.

De wet van 18 juli 1991 betreffende de bescherming van de goederen van personen die wegens hun lichaams- of geestestoestand onbekwaam zijn om die te beheren, beperkt de bevoegdheden van de voorlopige bewindvoerder tot de vertegenwoordiging en het beheer van de goederen van de beschermde persoon. De laatstgenoemde wordt volledig onbekwaam om nog zelf op te treden. De voorlopige bewindvoerder beschikt in dat geval over een algemene en uitsluitende vertegenwoordigingsbevoegdheid om alle rechtshandelingen te stellen en alle procedures als eiser en verweerder te voeren in naam en voor rekening van de beschermde persoon.

De beschermde persoon is niet algeheel onbekwaam wanneer de bewindvoerder een algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft. De plaatsing onder voorlopig bewind treft de beschermde persoon slechts met onbekwaamheid binnen de perken van de

bescherming van zijn goederen, in zijn voordeel.

De vorderingen betreffende de persoon, de staat, de erkenning van een kind en de vorderingen inzake echtscheiding, enz. maken echter geen deel uit van zijn opdracht. Wat deze handelingen en vorderingen betreft blijft de beschermde persoon, voor zover hij of zij althans een geldige toestemming in zijn of haar proceshandelingen kan geven volledig bekwaam.

Daarenboven voorziet voormeld artikel 488bis Burgerlijk wetboek dat betekeningen en kennisgevingen aan personen aan wie een voorlopig bewindvoerder is toegevoegd, worden gedaan aan diens woonplaats of verblijfplaats.

5. Welnu, in casu loopt eiser met de bestreden beslissing een financiële sanctie op omdat hij de overeenkomst, die hij heeft ondertekend na het eerste gesprek, niet heeft nageleefd.

De oproeping voor het gesprek en voor de ondertekening van deze overeenkomst werden niet aan de voorlopige bewindvoerder betekend.

Daarenboven werd de overeenkomst die eiser niet zou hebben nageleefd en waarvoor hij financieel wordt gesanctioneerd, door hem persoonlijk ondertekend.

Deze overeenkomst heeft verstrekkende gevolgen voor zijn patrimonium. Bij niet niet-naleving van de verplichtingen die hij in de overeenkomst op zich neemt, verliest hij een deel van zijn werkloosheidsuitkeringen.

Het betreft aldus een overeenkomst, een rechtshandeling, die eiser niet persoonlijk mocht ondertekenen. Eiser is immers onbekwaam zijn goederen te beheren. Het beheer van zijn goederen komt toe aan de voorlopig bewindvoerder, niet aan eiser zelf, nu de voorlopige bewindvoerder beschikt over een algemene en uitsluitende vertegenwoordigingsbevoegdheid om alle rechtshandelingen te stellen in naam en voor rekening van eiser, de beschermde persoon.

Aangezien eiser niet bekwaam was de eerste overeenkomst zonder tussenkomst van de voorlopige bewindvoerder te ondertekenen en de voorlopige bewindvoerder zelfs niet opgeroepen werd om eiser daarbij bij te staan, kan geen rekening worden gehouden met deze overeenkomst.

De RVA bevestigt trouwens zelf op haar website "www. rvatech.be" dienaangaande het volgende:

"In toepassing van art. 488bis van het burgerlijk wetboek kan de vrederechter een voorlopig bewindvoerder aanstellen. De bevoegdheid van de bewindvoerder is algemeen, dus ook t.a.v. de werkloosheidsverzekering (met inbegrip van gerechtelijke procedures), behalve indien de beschikking van de vrederechter dienaangaande beperkingen bevat (F § 2 en § 5, laatste lid). In principe wordt de aanstelling bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad (E § 1), doch in de praktijk wordt de UI en/of de RVA doorgaans door de bewindvoerder op de hoogte gesteld. Betekeningen en kennisgevingen die bestemd zijn voor de werkloze, worden gericht aan de bewindvoerder (K). Doorgaans worden de uitkeringen overgeschreven op een rekening beheerd door de bewindvoerder (module S05, type inhouding "voorlopig bewindvoerder", met rekeningnummer beheerd door de bewindvoerder)."

De rechtbank besluit derhalve dat bij gebreke aan een geldige ondertekening van de eerste overeenkomst door eiser in persoon, eiser niet kan worden gesanctioneerd op grond van artikel 59 quinquies, §5, 5de lid, §6, 2 lid en §7 van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, omwille van het feit dat eiser de eerste overeenkomst die hij ondertekende in het kader van artikel 59 quater, §5 van het K.B. van 25 november 1991 inzake de activering van het zoekgedrag naar werk, niet heeft nageleefd.

De bestreden beslissing wordt vernietigd.

De vordering van eiser is gegrond.

Alle andere middelen zijn terzake niet dienend.

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Gelet op het andersluidend mondeling advies van de heer M. Dhaene, Substituut-Arbeidsauditeur, uitgesproken ter openbare zitting van deze kamer dd. 7 mei 2012;

Rechtsprekende op tegenspraak en in eerste aanleg ;

Verklaart de vordering van eisende partij ontvankelijk en gegrond;

Dienvolgens, vernietigt de administratieve beslissing van de Directeur van het Werkloosheidsbureau te Vilvoorde dd. 11 juni 2010, waarbij werd beslist aan eiser voor 4 maanden vanaf 14 juni 2010 een beperkte werkloosheidsuitkering van 27,91 euro toe te kennen per dag;

Legt de kosten van het geding ten laste van eisende partij, bij toepassing van artikel 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek.

Aldus gevonnist door de 30ste kamer van de Arbeidsrechtbank van Brussel waar zitting hielden:

Mevrouw A. SCHOENMAEKERS, Rechter, voorzitter van de Kamer,

De heer D. APPELTANT, Rechter in sociale zaken - werkgever,

De heer W. LEGROUX, Rechter in sociale zaken -arbeider,

en uitgesproken ter openbare zitting van 25 juni 2012

waar aanwezig waren:

Mevrouw A. SCHOENMAEKERS, Rechter,

bijgestaan door Mevrouw A. GENETELLO, Afgevaardigd Griffier.

De Afg. Griffier, De Rechters in Sociale Zaken, De Rechter,

A. GENETELLO A. SCHOENMAEKERS

D. APPELTANT W. LEGROUX

Free keywords