Tribunal du Travail - Jugement du 25 octobre 2006 (Anvers)

Publication date :
25-10-2006
Language :
French
Size :
5 pages
Section :
Case law
Source :
Justel 20061025-14
Role number :
389.114 en 390.439

Summary

Een persoon die illegaal op het grondgebied verblijft, heeft pas recht op dringende medische hulpverlening indien zij behoeftig is in de zin van artikel 1 OCMW-wet.

Jugement

VONNIS 25/10/2006 - A.R. 389.114 - 14DE KAMER ARBEIDSRECHTBANK ANTWERPEN - S.P.S. / O.C.M.W.

1. VOORWERP VAN DE VORDERING:

1.1. AR 389.114

Met een verzoekschrift, ontvangen ter griffie van de Arbeidsrechtbank op 19 mei 2006, tekent eiseres beroep aan tegen de beslissing genomen door het Bijzonder Comité Sociale Dienst van het OCMW dd. 12.04.2006 waarbij beslist wordt :

Weigering van uw F&OK Medische kosten ILLEGALEN met ingang van 01/04/2006 om reden van:

* Weigering betaling medische kosten vanaf 01.04.2006 aangezien uit het sociaal onderzoek blijkt dat betrokkene samenwoont met iemand die inkomsten (loon) heeft, (omzendbrief d.d. 09.01.2006 betreffende de terugbetaling medische kosten in het kader van de wet van 02 april 1965 en het Ministerieel Besluit van 30 januari 1995 en art. 60 § 1 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn)

1.2. AR 390.439

Met een verzoekschrift, ontvangen ter griffie van de Arbeidsrechtbank op 20 juli 2006, tekent eiseres beroep aan tegen de beslissing genomen door het Bijzonder Comité Sociale Dienst van het OCMW dd. 23.06.2006 waarbij eveneens de kosten van de medische hulpverlening worden afgewezen.

2. SAMENHANG

De zaken gekend onder A.R. 389.114 en 390.439 zijn onderling zo nauw verbonden, dat het wenselijk is ze samen te behandelen en te berechten teneinde oplossingen te vermijden die onverenigbaar kunnen zijn wanneer de zaken afzonderlijk worden berecht.

3. ONTVANKELIJKHEID:

De vorderingen werden naar tijd en vorm op regelmatige wijze ingesteld en zijn derhalve ontvankelijk.

4. DE FEITEN:

Eiseres kwam in 2003 naar België.

Zij deed een asielaanvraag op 17.02.2003.

Op 11.03.2003 kreeg eiseres een negatieve beslissing in haar asielprocedure.

Zij ging in beroep bij het Commissariaat Generaal Voor Vluchtelingen en Staatslozen. Op 18.04.2003 kreeg betrokkene opnieuw een negatieve beslissing.

Zij ging in beroep bij de Raad van State. Op 10.05.2004 werd bij de Raad van State het dossier gesloten.

Toen de asielvraag werd afgewezen, kreeg betrokkene een bevel om het grondgebied te verlaten.

Aangezien eiseres dit bevel niet opvolgde, verblijft zij illegaal in ons land.

Zij deed op 19.07.2004 een aanvraag om geregulariseerd te worden in het kader van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (art. 9 § 3).

In maart 2005 deed zij opnieuw een aanvraag art. 9 § 3. Er werd echter nog geen beslissing genomen in het dossier.

Aangezien betrokkene illegaal in ons land verblijft, richtte zij zich tot het O.C.M.W. om dringende medische steun te vragen.

Het OCMW kende tussenkomst in de medische kosten toe, in het kader van de dringende medische hulp die verleend wordt aan illegalen.

Het OCMW betaalde reeds euro 4 201 aan ziekenhuisfacturen en medische kosten.

Vermits eiseres dringend diende te worden geopereerd, werd de tussenkomst verleend zonder enig sociaal onderzoek.

Na een huisbezoek stelt het OCMW vast dat eiseres samenwoont met een persoon die inkomsten heeft.

Aangezien deze persoon weigerde om zijn inkomsten bekend te maken kon het OCMW de behoeftigheid niet nagaan waarna beslist werd bij beslissing van 12 april 2004 om de medische kosten vanaf 01.04.2006 niet langer terug te betalen.

Tegen deze beslissing wordt beroep aangetekend bij verzoekschrift van 19 mei 2006. Deze zaak is gekend onder A.R. nr. 389.114.

Ook de volgende aanvraag tot verlening van dringende medische hulpverlening wordt geweigerd bij beslissing van 23 juni 2006.

Tegen deze beslissing wordt beroep aangetekend bij verzoekschrift van 20 juli 2006. Deze zaak is gekend onder A.R. nr. 390.439.

5. TEN GRONDE

Artikel 57 § 2 OCMW-Wet bepaalt: "In afwijking van de andere bepalingen van deze wet, is de taak van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn beperkt tot: 1° het verlenen van dringende medische hulp, wanneer het gaat om een vreemdeling die illegaal in het Rijk verblijft".

Aan deze bepaling werd uitvoering gegeven door het KB van 12 december 1996 betreffende de dringende medische hulp die door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn wordt verstrekt aan de vreemdelingen die onwettig in het rijk verblijven ( B.S. 31 december 1996, 3° ed.) .

Artikel 1 bepaalt wat moet verstaan worden onder dringende medische hulp:

"De dringende medische hulp, bedoeld in artikel 57, § 2, lid 1, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, betreft hulp die een uitsluitend medisch karakter vertoont en waarvan de dringendheid met een medisch getuigschrift wordt aangetoond. Deze hulp kan geen financiële steunverlening huisvesting of andere maatschappelijke dienstverlening in natura zijn.

Dringende medische hulp kan zowel ambulant worden verstrekt als in een verplegingsinstelling, zoals bedoeld in artikel 1, 3°. van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Dringende medische hulp kan zorgverstrekking omvatten van zowel preventieve als curatieve aard.

In geval van besmettelijke ziekten die door de bevoegde overheden als zodanig erkend zijn en onderworpen zijn aan profylactische maatregelen, moet de dringende medische hulp die aan de patiënt verstrekt wordt de nazorg inhouden die noodzakelijk is voor de algemene volksgezondheid".

Het OCMW moet derhalve beoordelen of betrokkene in aanmerking komt voor de verlening van de dringende medische hulpverlening.

Het OCMW moet nagaan of er voldaan is aan de voorwaarden van het KB van 12 december 1996.

Door het in het verleden verlenen van medische tussenkomst erkent het OCMW dat eiseres in principe in aanmerking komt voor dringende medische hulp voor illegalen.

Dringende medische hulp is een vorm van maatschappelijke dienstverlening.

Maatschappelijke dienstverlening heeft tot doel "eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid" , aldus artikel 1 van de OCMW-Wet.

Aldus dient onderzocht te worden of eiser voldoet aan de voorwaarden voor het bekomen van maatschappelijke dienstverlening.

De maatschappelijke dienstverlening heeft tot doel "eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid" volgens art. 1 van de OCMW-wet.

Hieruit volgt dat de allereerste voorwaarde om recht te hebben op de dienstverlening is dat de aanvrager "in zodanige toestand verkeert dat hij niet over de middelen beschikt om een leven te leiden dat met de waardigheid van zijn mens-zijn overeenstemt".

Het doel van de OCMW's zoals in artikel 1 van de OCMW -Wet omschreven, houdt uiteraard een beperking in wat de maatschappelijke dienstverlening betreft. De Raad van State overwoog dan ook in een arrest "dat deze dienst alleen verleend wordt in zoverre die noodzakelijk is om aan de betrokkene toe te laten een menswaardig leven te leiden" (21.05.1981, nr.21.190, Arr.Rv.St., 1981, 774, T.P.B., 1982,74).

Naar de letter van de wet dient dan ook de voorwaarde als volgt te worden gepreciseerd:

* niet doorslaggevend is dat men in feite een leven leidt dat niet beantwoordt aan de menselijke waardigheid,

* wel doorslaggevend is dat men niet over de mogelijkheid, de middelen beschikt om een menswaardig bestaan te leiden.

Uit het sociaal onderzoek blijkt dat eiseres samenwoont met haar vriend, die inkomsten geniet.

Eiseres bewijst niet een mensonwaardig bestaan te leiden. Noch is aangetoond dat er bestaande gevolgen dienen verholpen te worden die beletten dat eiseres en haar vriend geen leven kunnen leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid.

In zijn schriftelijk advies stelt de Auditeur dat de behoeftigheid niet dient onderzocht, omdat artikel 57 § 2 van de OCMW -Wet een dergelijke voorwaarde niet voorziet.

Dit wel onderzoeken, zou volgens de Auditeur een voorwaarde toevoegen zijn, die niet voorzien is in de wet.

Hierbij gaat de Auditeur voorbij aan het feit, dat dringende medische hulp een vorm is van maatschappelijke dienstverlening en dat dergelijke hulp alleen kan worden verleend aan behoeftigen.

Het zou trouwens zeer onlogisch zijn dat legale personen, die medische hulp vragen, wel hun behoeftigheid dienen aan te tonen, daar waar illegalen dat niet zouden moeten doen.

Anders oordelen zou het medisch toerisme dermate in de hand werken.

Dit kan niet de bedoeling van de wetgever zijn geweest.

Het komt de rechter toe de bedoeling van de wet na te gaan en toe te passen.

Door geen medewerking te verlenen aan het sociaal onderzoek, inzake de inkomsten van de samenwonende vriend, toont eiseres haar behoeftigheid niet aan en kan zij geen aanspraak maken op dringende medische hulpverlening.

Niets houdt eiseres tegen, een nieuwe aanvraag te doen bij het OCMW , van zodra zij beslist heeft, toch medewerking te verlenen aan het sociaal onderzoek.

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Gehoord Dhr. D. T., 1° substituut-arbeidsauditeur, in de voorlezing van zijn andersluidend schriftelijk advies, uitgebracht in de Nederlandse taal ter openbare terechtzitting van 20/9/2006,

Rechtdoende op tegenspraak,

Na erover beraadslaagd te hebben,

Alle andersluidende conclusies verwerpende,

Voegt de zaken gekend onder A.R. 389.114 en 390.439 samen onder A.R. 389.114,

Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond,

Bevestigt de beslissingen van het Bijzonder Comité voor Sociale Dienst van het OCMW d.d. 12 april 2006 en 23 juni 2006 waarbij de dringende medische hulp wordt stopgezet vanaf 01.04.2006,

Veroordeelt verwerende partij tot de kosten van het geding, in toepassing van artikel 1017, 2° van het Gerechtelijk Wetboek, deze tot op heden aan de zijde van eisende partij begroot op 4,50 EUR aantekenrecht en 109,32 EUR rechtsplegingsvergoeding en aan de zijde van verwerende partij niet begroot.