Arbeidshof - Arrest van 13 februari 2014 (Brussel)

Date de publication :
13-02-2014
Langue :
Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel 20140213-12
Numéro de rôle :
2012/AB/1211

Résumé

1. De verjaringstermijn van 3 jaar, voorzien door art. 42 van de wet van 27 juni 1969, vindt geen toepassing op de vordering tot terugbetaling van de sommen die de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan de werkgever terugbetaald heeft in uitvoering van zijn beslissing om een onderwerping aan het stelsel van sociale zekerheid der werknemers te weigeren, wanneer deze beslissing later door de rechter vernietigd werd. 2. De werkgever is de enige schuldenaar van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, zowel voor de patronale, als voor de werknemersbijdragen. Wanneer hij ten onrechte de bijdragen teruggestort heeft, en deze dan opnieuw opvordert, moet hij zich tegen de werkgever richten, ook al werden de werknemersbijdrage door de werkgever doorgestort aan de werknemer. 3. Wanneer de werkgever de sociale zekerheidsbijdragen teruggestort heeft aan de werkgever, omdat hij oordeelde dat er sprake was van een onterechte onderwerping, en zijn beslissing door de rechtbank vernietigd wordt, dan kan hij, wanneer hij de terugbetaling vraagt van hetgeen hij terugstortte, alleen moratoire intresten opvorderen. Deze intresten lopen vanaf het ogenblik dat de arbeidsrechtbank vastgesteld heeft dat er wel onderwerping was en de beslissing van de Rijksdienst vernietigd. Het is slechts op dat ogenblik dat de betaling opeisbaar wordt. Intresten kunnen slechts gevorderd worden aan het gemeenrechtelijke tarief, en niet aan 7% zoals voorzien in artikel 28 van de wet van 27 juni 1969. Een andere oplossing vloeit niet voort uit art. 2, § 3 van de wet van 5 mei 1865 betreffende de intresten op leningen, zoals ingevoegd door art. 42 van de programmawet van 8 juni 2008. Uit de totstandkoming van deze wetsbepaling en de toelichtingen in de voorbereidende werken blijkt dat met "intrest in sociale zaken" bedoeld worden de intrest verschuldigd op sociale zekerheidsbijdragen, bij analogie met de intrest in fiscale zaken, bedoeld in art. 2, § 2 van de wet.

Arrêt

Pas de contenu