- Avis du 21 mai 2012

21/05/2012 - M12-1-0015/8679

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Avis - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 3 december 2006 sprak verzoeker in zijn hoedanigheid van politie-inspecteur de genaamde Jan Z. aan omdat deze zijn wagen op een taxistandplaats had geparkeerd.

Uiteindelijk stapte de man toch in en reed in achteruit op verzoeker af (zonder dat hij geraakt werd).

Omdat betrokkene weerspannig was, wilde verzoeker hem boeien. Die handeling ging gepaard met sleuren en trekken waardoor iets in de rug is geschoten van verzoeker.

II. Vervolging

Bij vonnis op verzet dd. 19 mei 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden de volgende tenlasteleggingen bewezen verklaard in hoofde van Jan Z. (° 1961), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 3 maanden gevangenisstraf:

"Verdacht van: te ..., op 3 december 2006:

A. Tegen inspecteur X. Robby, verbonden aan de afdeling Verkeerspolitie, dienst Operationele Afdeling, gehecht aan de lokale politie ..., drager of agent van de openbare macht, wanneer zij handelen ter uitvoering van de wetten, van de bevelen, of de beschikkingen van het openbaar gezag, van rechterlijke bevelen of van vonnissen, weerspannigheid, zijnde elke aanval, elk verzet met geweld of bedreiging te hebben gepleegd; de weerspannigheid gepleegd zijnde door een enkel persoon voorzIen van wapens;

B. Tegen inspecteur X. Robby, verbonden aan de afdeling Verkeerspolitie, dienst Operationele Afdeling, gehecht aan de lokale politie ..., drager of agent van de openbare macht, wanneer zij handelen ter uitvoering van de wetten, van de bevelen, of de beschikkingen van het openbaar gezag, van rechterlijke bevelen of van vonnissen, weerspannigheid, zijnde elke aanval, elk verzet met geweld of bedreiging te hebben gepleegd;

C. In de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van diens bediening, inspecteur X. Robby, verbonden aan. de afdeling Verkeerspolitie, dienst Operationele Afdeling, gehecht aan de lokale politie ..., drager van de openbare macht, door woorden, daden, gebaren of bedreigingen gesmaad te hebben;

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 405 meer de intresten en een RPV van euro 200.

TWO moreel

- 100% gedurende 13 dagen aan euro 25 euro 325,00

- 20 % gedurende 16 dagen aan euro 5 euro 80,00

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde.

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. B. Van Noten in zijn verslag van 4/12/2008:

- distorsio van de cervico-dorsale wervelzuil

- werkonbekwaamheid tot en met 15 december 2006

- langdurige klachten gevolge cervico-dorsaal waarvoor kinesitherapie

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

100% van 03/12/2006 t/m 15/12/2006

20% van 16/12/2006 t/m 31/12/2006

Blijvende invaliditeit: geen

Kinesitherapie: 62 behandelingen

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat op 4 april 2011 weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is. De veroordeelde heeft geen gekende verblijfplaats en is ambtshalve geschrapt.

IV-2. Verzoeker verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

IV-3. De feiten werden gekwalificeerd als ‘arbeidsongeval'.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 971,67 begroot als volgt:

- TWO moreel euro 405,00

- RPV euro 200,00

- betekening verstekvonnis euro 159,95

- betekening verzetvonnis euro 206,72

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De voorgebrachte feiten werden gekwalificeerd als ‘arbeidsongeval'. In het verslag dd. 17 januari 2012 van de verslaggever wordt gevraagd wie de betekeningskosten en de advocaatkosten betaalde. Verzoeker heeft hierop niet geregeerd.

In de regel neemt de werkgever van verzoeker (politie-inspecteur), de advocaatkosten en de betekeningskosten voor zijn rekening. De Commissie veronderstelt dat dit ook in huidige casus het geval is, temeer nu de betekening van de twee vonnissen (verstekvonnis 20/01/2009 + verzetvonnis 19/05/2009) tevens geschiedde in opdracht van de Stad ....

Kortom, indien de Commissie een hulp zou toekennen voor de rechtsplegingsvergoeding en betekeningskosten, dan zou het bedrag toekomen aan de werkgever en dus niet aan het slachtoffer, hetgeen indruist tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

Na bovenstaande aftrek van de schadeposten die niet in aanmerking komen voor een financiële hulp, blijkt dat de enige resterende schadepost, zijnde ‘TWO moreel' ad euro 405, beneden de wettelijke minimumdrempel van euro 500 ligt (art. 33, § 2, van de wet).

In die omstandigheden dient het verzoek als ongegrond te worden afgewezen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 21 mei 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 4 januari 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.