- Decision du 10 janvier 2012

10/01/2012 - M70319/5386

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

- de beslissing van de vijfde kamer van de Commissie d.d. 10 oktober 2008, waarbij het verzoek ontvan¬kelijk werd verklaard, maar waarbij de zaak werd verdaagd teneinde verzoeker toe te laten zijn rechtsbijstandsverzekeraar in tussenkomst aan te spreken op grond van de waarborg ‘onvermogen van derden';

- het vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 25 oktober 2011, waarbij werd geoordeeld dat Ethias, de rechtsbijstandsverzekeraar van (de werkgever van) verzoeker, geen tussenkomst dient te verlenen op grond van de waarborg ‘onvermogen van derden' omdat er geen "proces-verbaal van gebrek aan baten" werd opgesteld, zoals gestipuleerd in de polis;

(...)

I. Feiten

Op 25 maart 2002 diende verzoeker, in de uitoefening van zijn functie als politieambtenaar, een aangehouden persoon (de genaamde Guillaume Z.) over te brengen naar de gevangenis te ....

Aldaar aangekomen haalde Z. plots en verrassend naar verzoeker uit, waarbij hij zijn lichaam met kracht naar rechts bewoog en zijn voorhoofd naar voor stak als bij een kopstoot. Tegelijkertijd spuugde hij in de richting van verzoeker, die zich hierop in een poging tot ontwijking snel naar rechts draaide en hierop een felle pijnscheut voelde in de linkerknie.

Bovendien bedreigde Z. verzoeker met de dood door een gebaar met zijn hand te maken: hand tegen zijn slaap, wijsvinger en duim in een hoek van 90° welke een wapen uitbeeldt. Betrokkene riep verzoeker zeer luid toe "Dans deux ans!".

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 8 december 2004 werd de genaamde Guillaume Z., wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (weerspannigheid + bedreigingen ten aanzien van onder meer verzoeker), veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van zes maanden. De beklaagde bevond zich in staat van wettelijke herhaling.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een provisie van EUR 2.500 meer intresten aan verzoeker. Tevens werd Dr. J. Van M. als deskundige aangesteld, met de gebruikelijke opdracht.

In de zaak ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd de beklaagde bij vonnis van voornoemde rechtbank d.d. 12 april 2006 veroordeeld tot betaling van de som van EUR 6.740,77 meer intresten aan verzoeker.

Blijkens een attest van de griffie verkreeg dit vonnis kracht van gewijsde.

III. Gevolgen van de feiten

Ingevolge de sub I vermelde feiten liep verzoeker een kraakbeenletsel en een scheur op ter hoogte van de mediale meniscus van de linkerknie. Dit letsel werd aanvankelijk conservatief behandeld met punctie en intra-articulaire injecties met corticoïden. Wegens blijvende last werd een artroscopie verricht (27 september 2002), die een scheur bevestigde. Er werd een partiële mediale meniscectomie uitgevoerd.

In zijn expertiseverslag d.d. 13 augustus 2005 stelt Dr. R. Watteyne de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid vast:

100 % van 25.03.02 t.e.m. 05.05.02

25 % van 06.05.02 t.e.m. 31.05.02

15 % van 01.06.02 t.e.m. 26.09.02

100 % van 27.09.02 t.e.m. 30.11.02 (hospitalisatie op 27.09.02)

15 % van 01.12.02 t.e.m. 31.12.02.

Er is consolidatie op 1 januari 2003, met een blijvende invaliditeit van 5 %. Er is geen psychische weerslag, wel weerslag op de economische bedrijvigheid en het algemeen welzijn.

Er is geen esthetische schade.

Verzoeker hervatte op 1 december 2002 zijn werk als politie-inspecteur.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

• dader

De kansen op recuperatie van de schade bij de dader zijn nagenoeg onbestaande.

Uit een schrijven (e-mail) van gerechtsdeurwaarders V. & L. d.d. 25 oktober 2007 blijkt dat betrokkene sedert 24 april 2007 ambtelijk geschrapt is. Aldus kan geen p.v. van niet-bevinding opgemaakt worden. Uit andere brieven van de deurwaarders blijkt dat betrokkene geen auto bezit en geen eigendommen heeft.

• verzekering

De polis burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand van de politiezone ..., onderschreven bij Ethias, bevat in artikel 16 een waarborg "onvermogen van derden" welke als volgt luidt:

"De Onderlinge Maatschappij vergoedt, tot beloop van het bedrag voorzien in de speciale voorwaarden, de schade ondergaan door de verzekerden en recht gevend op de waarborg "invorderingskosten", wanneer deze schade veroorzaakt is door een bij name gekende derde, onvermogend ingevolge proces-verbaal van gebrek aan baten. [...]."

De raadsman van verzoeker legde aan Ethias de brieven van de deurwaarders voor teneinde aldus voor zijn cliënt een verzekeringstegemoetkoming te verkrijgen op basis van de insolventieclausule.

Ethias nam hiermee evenwel geen genoegen: "Conform de polis dient het onvermogen vast te staan ingevolge proces-verbaal van gebrek aan baten. U zal begrijpen dat wij derhalve een vaststelling van de deurwaarder op papier wensen alvorens wij tot vergoeding in onvermogen kunnen overgaan.

Hetgeen u ons heeft overgemaakt was geen vaststelling door de deurwaarder." (brief Ethias d.d. 19 oktober 2007).

In zijn brief d.d. 30 oktober 2007 repliceerde de raadsman van verzoeker hierop door te stellen dat betrokkene ambtelijk geschrapt is, waardoor de deurwaarder in de onmogelijkheid verkeert om een p.v. van niet-bevinding op te maken.

In haar schrijven d.d. 21 januari 2008 bleef Ethias echter bij haar standpunt: "De polisvoorwaarden zijn duidelijk wat betreft de vaststelling van het onvermogen. Er is een verschil tussen niet willen en niet kunnen betalen. Van wie ambtelijk is geschrapt kan men niet nagaan of hij effectief onvermogend is. Het vertrekken zonder achterlaten van een adres is mogelijk juist bedoeld om te ontsnappen aan betaling. Dit betekent evenwel geenszins dat men onvermogend is."

Per brief van 25 augustus 2008 bevestigde Ethias andermaal haar eerder ingenomen standpunt.

Het hulpverzoek van de heer X. werd behandeld ter zitting van de Commissie van 30 september 2008. In haar beslissing d.d. 10 oktober 2008 kon de Commissie zich niet akkoord verklaren met het standpunt van Ethias. De zaak werd verdaagd teneinde verzoeker toe te laten zijn rechtsbijstands-verzekeraar in tussenkomst aan te spreken op grond van de insolventieclausule.

Verzoeker spande voor de rechtbank van eerste aanleg te ... een rechtszaak aan tegen Ethias.

Uiteindelijk werd er op 25 oktober 2011 een vonnis geveld, waarbij de heer X. in het ongelijk werd gesteld. De rechtbank oordeelde dat Ethias geen waarborg diende te verlenen, gelet op de bewoordingen en de inhoud van artikel 16 van de polis:

"De termen van art. 16 zijn overduidelijk en houden in dat er waarborg wordt verleend indien de bij naam gekende veroorzaker van de schade onvermogend is en die onvermogendheid blijkt uit een proces-verbaal van gebrek aan baten.

Die insolventieclausule werd aldus door de verzekeringsmaatschappijen bijgesteld en verfijnd door de toevoeging van "proces-verbaal van gebrek aan baten" omdat voorheen enkel de onvermogendheid diende vastgesteld worden, maar niet werd gestipuleerd hoe dit moest gebeuren. Dit gaf aanleiding tot ettelijke geschillen zoals deze waarin die onvermogendheid, mogelijks blijkend door een proces-verbaal van onvermogen maar meestal bleek uit andere omstandigheden, de rechtbanken ertoe leidden de clausule zo te interpreteren, zoals eiser trouwens nu ook doet, dat de onvermogendheid uit diverse omstandigheden kon afgeleid worden.

De huidige insolventieclausule is evenwel uiterst duidelijk wanneer wordt vereist dat de onvermogendheid moet blijken uit een proces-verbaal van gebrek aan baten.

De clausule is niet voor interpretatie vatbaar en de bedoeling van partijen is overduidelijk."

Ter zitting van de Commissie d.d. 6 december 2011 lichtte de raadsman van verzoeker toe dat er eventueel nog hoger beroep zou kunnen aangetekend worden tegen het vonnis van 25 oktober 2011, maar dat dit een maat voor niets zou zijn aangezien het Hof van Beroep te ... het standpunt van Ethias zal volgen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van EUR 6.740,77, overeenstemmend met de schadevergoeding die hem bij vonnis d.d. 12 april 2006 werd toegekend:

- morele schade TWO: EUR 3.402,25

100 % van 25.03.02 t.e.m. 05.05.02 : 42 d. x EUR 25,00 = EUR 1.050,00

25 % van 06.05.02 t.e.m. 31.05.02 : 26 d. x EUR 6,25 = EUR 162,50

15 % van 01.06.02 t.e.m. 26.09.02 : 118 d. x EUR 3,75 = EUR 442,50

100 % van 27.09.02 t.e.m. 30.11.02

waarvan 1 dag hospital. op 27.09.02 : 1 dag x EUR 31,00 = EUR 31,00

en 64 d. zonder hospital. : 64 d. x EUR 25,00 = EUR 1.600,00

15 % van 01.12.02 t.e.m. 31.12.02 : 31 d. x EUR 3,75 = EUR 116,25

- economische schade huisman TWO: EUR 832,77

- meerinspanningen TWO: EUR 505,75

- morele schade BWO (5 %) + economische schade huisman BWO: EUR 4.500,00

5 x EUR 900 per punt

Subtotaal: EUR 9.240,77

min provisie toegekend bij vonnis d.d. 8.12.04: - EUR 2.500,00

(deze provisie werd nog niet betaald)

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Wat de problematiek inzake de verzekeringstussenkomst betreft, is de Commissie van oordeel dat van verzoeker redelijkerwijs niet mag geëist worden dat hij hoger beroep zou aantekenen tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 25 oktober 2011, waarbij hij in het ongelijk werd gesteld. Mocht de Commissie toch een dergelijk streng standpunt innemen, dan zou verzoeker opnieuw een jarenlange procedure voor de boeg hebben, hetgeen geenszins de bedoeling kan zijn.

In verband met de gevraagde schadeposten wenst de Commissie vooreerst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een hulp toekennen voor de posten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Economische schade huisman' en ‘meerinspanningen' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor de toekenning van een hulp.

De gevraagde hulp voor ‘morele schade BWO (5 %) + economische schade huisman BWO' wordt door verzoeker begroot op EUR 4.500 (5 % x EUR 900 per punt). De Commissie meent dat verzoeker, op basis van zijn leeftijd op het ogenblik van consolidatie, aanspraak kan maken op een vergoeding van EUR 1.375 per punt (volgens de thans geldende ‘indicatieve tabel' opgesteld door het Nationaal Verbond van Magistraten van Eerste Aanleg en het Koninklijk Verbond van Vrede- en Politierechters). Het aldus verkregen bedrag van EUR 6.875 (5 % x EUR 1.375 per punt) dient evenwel te worden gehalveerd aangezien verzoeker geen inkomstenverlies heeft geleden (dit werd opgevangen via de arbeidsongevallenverzekering). Zodoende kan enkel rekening gehouden worden met de morele component van de blijvende ongeschiktheid. ‘Meerinspanningen', ‘verlies van de economische waarde huishoudelijke arbeid' en/of ‘loutere aantasting van de arbeidswaarde op de arbeidsmarkt (zonder loonverlies)' ressorteren immers niet onder de limitatief opgesomde schadeposten in artikel 32, § 1 van de wet van 1 augustus 1985.

Volgens de Commissie kan voor deze schadepost een hulp van EUR 3.437,50 worden toegekend.

Het gevraagd hulpbedrag voor de morele schade TWO kan worden toegekend.

Tot slot wenst de Commissie aan te stippen dat de provisie van EUR 2.500 (toegekend bij vonnis van 8 december 2004) uiteraard niet van het toe te kennen hulpbedrag in mindering moet worden gebracht, nu door de raadsman ter zitting werd meegedeeld dat deze provisie tot op heden nog steeds niet werd betaald.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie in billijkheid een hulp te kunnen toekennen van EUR 6.839.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van EUR 6.839.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 januari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 4 april 2007, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.