- Decision du 10 janvier 2012

10/01/2012 - M10-5-0949/7633

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Tussen 3 december 2006 en 30 juni 2007 werd verzoeker te ... meermaals het slachtoffer van gewelddaden gepleegd door mevrouw Cindy Z., zijn ex-partner (met wie hij niet gehuwd was).

Mevrouw Z. kon de relatiebreuk met de heer X. niet aanvaarden. Ze kwam verzoeker (en de drie gemeenschappelijke minderjarige kinderen) geregeld verontrusten in zijn appartement en kwam vaak in de omgeving van de school en het kinderdagverblijf, ondanks een straatverbod. Ze was vaak onder invloed van drugs en/of alcohol, waardoor ze agressief werd en durfde te dreigen met een mes (op 7 januari 2007 diende ze verzoeker een messteek toe, waarna ze werd aangehouden en na één maand hechtenis werd vrijgelaten onder voorwaarden).

Op 28 juni 2007 begaf mevrouw Z. zich opnieuw naar het appartement van verzoeker, omdat ze, ondanks de beschikking in kort geding, haar kinderen wou zien. Er ontstond een discussie, waarbij mevrouw Z. verzoeker en de kinderen bedreigde. Ze schoot tevens met een loodjesgeweer.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 29 september 2008 werd mevrouw Cindy Z., wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (belaging, toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen, bedreigingen door gebaren of zinnebeelden) bij verstek veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van 24 maanden en tot een geldboete van EUR 275.

Op burgerlijk gebied werd ze veroordeeld tot betaling van de som van EUR 5.000 meer intresten aan verzoeker.

Mevrouw Z. tekende verzet aan tegen voormeld vonnis (enkel op strafgebied), waarna de Correctionele rechtbank te ... haar veroordeelde tot een gevangenisstraf van 20 maanden (met probatie-uitstel van tenuitvoerlegging voor een termijn van drie jaar) en tot een geldboete van EUR 275.

III. Gevolgen van de feiten

Uit de dossierstukken blijkt dat verzoeker geen ernstige fysieke letsels opliep.

De gevolgen situeerden zich voornamelijk op psychisch vlak. In een schrijven van 14 september 2010 bevestigde Dr. L. J. (Centrum Geestelijke Gezondheidszorg ‘De P.' te ...) dat verzoeker van januari 2007 tot eind 2008 op de dienst werd begeleid ter ondersteuning en verwerking van de feiten (20 raadplegingen).

In januari-februari 2010 werd verzoeker ook nog psychiatrisch en psychologisch onderzocht op de dienst psychiatrie van het UZ te Brussel (zie attest van klinisch psychologe Nele Van G. d.d. 8 december 2010).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Luidens het verzoekschrift ontving verzoeker nog geen enkele vergoeding; mevrouw Z. zou onvermogend zijn.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van EUR 7.500 voor de morele schade.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Artikel 33 § 1, eerste lid, van voornoemde wet bepaalt uitdrukkelijk dat de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is de beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St. Senaat, 1984-85, nr. 873/2/1°, 8). Dit uitgangspunt geeft aan de Commissie een ruime appreciatiebevoegdheid, zowel met betrekking tot de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als met betrekking tot de bepaling van de omvang ervan.

Eén en ander impliceert dat de door de Commissie toegekende hulp niet noodzakelijk overeenstemt met de volledige schadeloosstelling van het nadeel dat verzoeker heeft geleden. Het betekent eveneens dat de Commissie niet gebonden is door de schadevergoeding die door de rechter werd toegekend.

Wat het voorliggend dossier betreft, is de Commissie van oordeel dat de toekenning van een hulpbedrag van EUR 3.500 redelijk en gepast is.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van EUR 3.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 januari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 23 augustus 2010, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.