- Decision du 10 janvier 2012

10/01/2012 - M10-5-1362/7844

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 8 augustus 2007 omstreeks 13 uur wandelde verzoekster op de Frankrijklei te ..., op weg naar het Centraal Station om er de trein naar huis te nemen. Ter hoogte van het warenhuis ‘Match' liep de heer Vital Z., die op dat ogenblik als zwerver leefde, met een bak met lege flesjes in de hand naar verzoekster toe en riep iets tegen haar. De man was geïrriteerd en zeer boos. Zonder enige reden liep de man verder naar verzoekster toe, waarbij hij de bak met flesjes eerst met geweld tegen de ribbenkast van verzoekster duwde en vervolgens de bak liet vallen op haar linkervoet.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 31 maart 2010 werd de heer Vital Z., wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden (met probatie-uitstel voor een termijn van vijf jaar) en tot een geldboete van Eur 550.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van Eur 3.842,75 meer intresten aan verzoekster.

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten werd verzoekster naar het ziekenhuis te ... overgebracht, waar een kneuzing van het ribbenrooster en een distorsio van de linkerenkel werden vastgesteld. De distorsio heelde slechts zeer moeizaam.

In zijn deskundig verslag d.d. 2 juni 2008 weerhoudt Dr. B. Van Noten de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid / invaliditeit:

100 % TAO van 08.08.07 t.e.m. 04.09.07

30 % TAO van 05.09.07 t.e.m. 31.12.07

10 % TAO van 01.01.08 t.e.m. 31.03.08

5 % TI van 01.04.08 t.e.m. 05.05.08.

Er is consolidatie op 6 mei 2008, met een blijvende invaliditeit van 1 % (drukgevoeligheid en bewegingsbeperking).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* Aangezien de feiten een arbeidswegongeval betreffen, werd de materiële schade vergoed via de arbeidsongevallenverzekeraar (AXA Belgium).

* De raadsman van de heer Z. deelde mee dat zijn cliënt onbemiddeld is. Verzoekster werd dan ook aangeraden geen onnodige uitvoeringskosten te maken en een hulpverzoek te richten aan de Commissie voor hulp aan slachtoffers.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van Eur 3.842,75, overeenstemmend met de schadevergoeding die haar bij vonnis d.d. 31 maart 2010 werd toegekend:

- verplaatsings- en administratiekosten: Eur 1,00 provisioneel

- medische kosten: Eur 1,00 provisioneel

- morele schade TAO / TI: Eur 1.913,75

100 % TAO van 08.08.07 t.e.m. 04.09.07 : 28 d. x Eur 25 = Eur 700,00

30 % TAO van 05.09.07 t.e.m. 31.12.07 : 117 d. x Eur 7,50 = Eur 877,50

10 % TAO van 01.01.08 t.e.m. 31.03.08 : 91 d. x Eur 2,50 = Eur 292,50

5 % TI van 01.04.08 t.e.m. 05.05.08 : 35 d. x Eur 1,25 = Eur 43,75

- meerinspanningen: Eur 1,00 provisioneel

- verlies economische waarde huishoudelijke arbeid: Eur 1,00 provisioneel

- blijvende invaliditeit: Eur 1.925,00

1 % x Eur 1.925 per punt

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Meerinspanningen' en ‘verlies economische waarde huishoudelijke arbeid' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor de toekenning van een hulp.

Voor de morele schade TAO kan wel een hulp worden toegekend, al moet worden opgemerkt dat bij de berekening van deze schade een rekenfout werd gemaakt: voor de periode van 10 % TAO kwam men tot een totaal bedrag van Eur 292,50 terwijl dit Eur 227,50 moet zijn (91 dagen x Eur 2,50 per dag). Aldus kan voor deze schadepost een hulpbedrag van Eur 1.848,75 worden toegekend.

Met betrekking tot de ‘blijvende invaliditeit' meent de Commissie dat verzoekster, op basis van haar leeftijd op het ogenblik van consolidatie, aanspraak kan maken op een vergoeding van Eur 1.787 per punt (volgens de thans geldende ‘indicatieve tabel' opgesteld door het Nationaal Verbond van Magistraten van Eerste Aanleg en het Koninklijk Verbond van Vrede- en Politierechters). Aangezien verzoekster een blijvende invaliditeit van 1 % opliep, zou zij in principe een hulpbedrag van Eur 1.787 kunnen vragen. Echter, dit bedrag dient te worden gehalveerd nu verzoekster geen inkomstenverlies heeft geleden (ze ontving een gewaarborgd maandloon). Zodoende kan enkel rekening gehouden worden met de morele component van de blijvende ongeschiktheid. ‘Meerinspanningen', ‘verlies van de economische waarde huishoudelijke arbeid' en/of ‘loutere aantasting van de arbeidswaarde op de arbeidsmarkt (zonder loonverlies)' ressorteren immers niet onder de limitatief opgesomde schadeposten in artikel 32, § 1 van de wet van 1 augustus 1985.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie in billijkheid een hulp te kunnen toekennen van Eur 2.742.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van Eur 2.742.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 januari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 9 december 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.