- Decision du 10 janvier 2012

10/01/2012 - M11-5-0193/8003

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

In de periode van 15 maart 1988 tot en met 31 mei 1993 werd verzoekster te ... en/of met samenhang te ... en/of te ... herhaaldelijk seksueel misbruikt door haar vader, de heer Z..

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 28 maart 2007 werd de heer Z. wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (verkrachting met behulp van geweld + aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging t.a.v. verzoekster tussen 15 maart 1988 en 31 mei 1993) veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van zes jaar.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de provisionele som van EUR 5.000 aan verzoekster. Tevens werd Dr. J. W. als deskundige aangesteld (nadien vervangen door Dr. Ph. Van P.).

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de beklaagde alsook door het Openbaar Ministerie tegen hem, maar bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 4 maart 2008 werd het bestreden vonnis bevestigd.

III. Gevolgen van de feiten

In zijn deskundig verslag d.d. 21 april 2010 stelt Dr. Ph. Van P. dat verzoekster als gevolg van de op haar gepleegde zedenfeiten psychische letsels vertoont, bestaande uit een chronische stemmingsstoornis zonder acting-out. Door een bevredigend psychisch aanpassingsvermogen heeft zij de zware aantasting van haar psychische en fysieke integriteit goed verwerkt.

Op 7-jarige leeftijd bezocht verzoekster enkele keren een kinderpsycholoog. In het middelbaar onderwijs kreeg ze veel steun van het PMS.

De deskundige weerhoudt volgende graden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid: 50 % van 15 maart 1988 t.e.m. 31 mei 1993 en 10 % van 1 juni 1993 t.e.m. 1 januari 2005.

Vanaf de consolidatiedatum (2 januari 2005) wordt de blijvende invaliditeit op 12 % geschat.

Er zijn geen verdere nadelige gevolgen van de restletsels te bepalen voor de economische bedrijvigheid of het algemeen welzijn van verzoekster.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* De sub II vermelde rechterlijke beslissingen werden bij deurwaardersexploot d.d. 24 september 2008 aan de heer Z. betekend.

Ter zitting van de Commissie d.d. 6 december 2011 deelde de advocaat van verzoekster mee dat de dader, ten behoeve van de vier slachtoffers samen, tot op heden in totaal EUR 1.625 afbetaalde. Bovendien zou hij op regelmatige basis EUR 100 per maand blijven afkorten.

* Luidens het verzoekschrift is er geen enkele private verzekering voorhanden die de geleden schade dekt.

V. Begroting van de schade

De geleden schade beloopt EUR 105.103,75:

- morele schade tijdelijke invaliditeit: EUR 34.367,50

50 % van 15.03.88 t.e.m. 31.05.93: 1903 d. x EUR 12,50 = EUR 23.787,50

10 % van 01.06.93 t.e.m. 01.01.05: 4232 d. d. x EUR 2,50 = EUR 10.580,00

- materiële schade tijdelijke invaliditeit (meerinspanningen): EUR 10.736,25

- morele schade blijvende invaliditeit: EUR 50.000,00

- schade door "weerkaatsing": EUR 10.000,00

verzoekster werd ook geconfronteerd met het seksueel

misbruik van haar zussen Sarah en Anuska

Verzoekster gedraagt zich naar de wijsheid van de Commissie wat de begrenzing van de gevorderde bedragen betreft.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Vooreerst wenst de Commissie te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32 van voornoemde wet. ‘Meerinspanningen' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor de toekenning van een financiële hulp.

Bij de beoordeling van het verzoek houdt de Commissie rekening met:

- de aard, de ernst, de lange duur en de frequentie van de gepleegde feiten;

- de jeugdige leeftijd van het slachtoffer;

- de omstandigheid dat het misbruik gepleegd werd door een vertrouwenspersoon van het slachtoffer, met name haar biologische vader;

- de zeer ernstige gevolgen voor verzoekster (zie punt III);

- de gebruikelijke rechtspraak van de Commissie inzake seksueel misbruik van minderjarigen (wat de morele schade betreft);

- de afbetalingen vanwege de dader.

Gelet op die omstandigheden meent de Commissie in billijkheid een hulp te kunnen toekennen van EUR 20.000.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van EUR 20.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 januari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 24 februari 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.