- Decision du 10 janvier 2012

10/01/2012 - M11-5-0249/8034

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

In het bij de Commissie ingediend verzoekschrift worden de feiten als volgt beschreven:

"Tijdens het weekend van 26 augustus 2007 was ik met mijn jongste zus Nina naar ... afgereisd voor (wat wij dachten) een weekend van ontspanning. Op de tweede nacht liep het echter helemaal mis. We waren die avond op stap gegaan in de uitgaansbuurt van ... waar we wat dronken en dansten. Omstreeks 03.00 begon ik moe te worden en ik wilde terugkeren naar de camping. Mijn zus was zich echter nog aan het amuseren dus stelde ik voor om alleen terug te keren. Mijn zus zou dan, na sluitingstijd, samen met iemand die ze kende, terugkeren.

De dag voordien hadden wij een kortere route ontdekt die naar de camping leidde via een stuk duinen en een veldje. Ik besloot deze weg te nemen en wandelde langs de vloedlijn in de richting van de duinen.

Toen ik een tiental meter gevorderd was in de duinen, werd ik plots vanachter vastgegrepen door een man. Vanaf dit moment is alles zeer snel gegaan. De man duwde mij ruw in het zand en gooide zijn gewicht boven op mij. Terwijl hij mijn armen in bedwang hield, trok hij mijn short en slipje uit. Ik heb geprobeerd om terug te vechten maar kon weinig beginnen tegen de man. Hierop heeft hij mij verkracht.

Na de verkrachting kon ik recht krabbelen en mijn aanvaller even bekijken. De man is toen gevlucht.

Ik ben op dat moment naar de camping teruggekeerd. Een bewakingsagent van de camping heeft mij in shock aangetroffen in mijn tent. Hij heeft me, samen met zijn vriendin, goed opgevangen. Hierop heb ik ook de politie gewaarschuwd. (...)."

II. Vervolging

Verzoekster legde op 26 augustus 2007 klacht neer bij de Lokale Politie ... .

Het strafdossier werd op 23 maart 2010 door het parket van de procureur des Konings te ... geseponeerd wegens het onbekend blijven van de dader.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoekster liep ingevolge de feiten een krabwonde t.h.v. de borst op van ca. 25 cm lang. Ze vertoonde tevens lichte snijwonden t.h.v. het linkerbeen.

Verzoekster raakte door de feiten zwanger (de bevruchtingsdatum werd vastgesteld op 26 augustus 2007), maar ze heeft de zwangerschap een tweetal maand later laten afbreken in het Sint-Erasmusziekenhuis te ... .

Het hoeft geen betoog dat het voorval een belangrijke psychische impact heeft op het leven van verzoekster. Kort na de feiten was ze heel angstig in een drukke omgeving en kreeg ze soms hyperventilatie-aanvallen.

Momenteel maakt ze zich veel zorgen over het welzijn van haar twee kinderen (terwijl ze vroeger echt zorgeloos door het leven ging).

Ook al heeft ze er zeker behoefte aan, toch deed verzoekster tot op heden nog geen beroep op professionele hulp (wegens geldgebrek). Uit bevraging bij een aantal therapeuten blijkt dat verzoekster minstens 10 gesprekken moet hebben om het gebeuren een plaats te kunnen geven.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Aangezien de dader tot op heden onbekend bleef, kan de geleden schade uiteraard niet op hem verhaald worden.

In een persoonlijk ondertekende verklaring d.d. 3 maart 2011 bevestigt verzoekster dat zij niet beschikt over een familiale verzekering, een rechtsbijstandsverzekering of een hospitalisatie-verzekering.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van EUR 5.603,62:

- morele schade: EUR 5.000,00

- medische kosten: EUR 588,87

- facturen Sint-Erasmusziekenhuis: EUR 38,87

- voorbereidende gesprekken abortus (5 x EUR 20): EUR 100,00

- toekomstige therapiekosten (10 x EUR 45): EUR 450,00

- procedurekosten (kopie strafdossier): EUR 14,75

In het verzoekschrift verklaart verzoekster zich te gedragen naar de wijsheid van de Commissie met betrekking tot het gevraagde hulpbedrag.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Rekening houdend met:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de ingrijpende gevolgen voor verzoekster (zie punt III);

- de gebruikelijke tarieven, door de Commissie gehanteerd in analoge dossiers inzake seksueel misbruik (wat de morele schade betreft),

meent de Commissie voor de morele schade, de medische kosten en de procedurekosten een globale hulp te kunnen toekennen van EUR 13.000.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van EUR 13.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 januari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 7 maart 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.