- Decision du 12 janvier 2012

12/01/2012 - M90961/6944

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Uit het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 28 juni 2007

"De kinderen van verzoekers (cfr. andere dossiers) bleken het slachtoffer te worden van seksueel misbruik door de echtgenoot van de onthaalmoeder, de heer Peter Z.. In het kader van het gerechtelijk onderzoek is duidelijk sprake van aanranding van de eerbaarheid en verkrachting van verschillende minderjarige kinderen. Uit het strafdossier is ook duidelijk gebleken dat de onthaalmoeder zelf een grote verantwoordelijkheid draagt gezien zij op de hoogte had moeten zijn van de feiten en niettemin niets ondernomen heeft teneinde deze te stoppen. Zij wordt eveneens vervolgd wegens schuldig verzuim en opzettelijke slagen en verwondingen. De kinderen werden regelmatig alleen gelaten met de beklaagde Z.. Bovendien nam hij ook kinderen mee naar boven waar dan de bewuste feiten werden gepleegd. Tevens is uit het onderzoek gebleken dat de beklaagde in de living van de woning, waar ook de kinderen verbleven, regelmatig surfte naar pornosites, dat hij af en toe naakt in de woning rondliep en er duidelijk een eigenaardige seksuele voorkeur op nahield.

Uit het gerechtelijk onderzoek is echter ook duidelijk gebleken dat meermaals en door verschillende ouders klachten werden geuit over het onthaal bij mevrouw W.."

II. Gevolgen van de feiten voor Stephanie B.

- Zij was slachtoffer van de feiten tussen 1 augustus 2002 en 20 juni 2004. Uit het medisch onderzoek van Dokter N. R., gynaecologe, aangesteld door de onderzoeksrechter, d.d. 21 september 2006, blijkt dat Stephanie anaal werd gepenetreerd. Er staat bovendien: "Digitale penetratie van het vaginaal kanaal behoren tevens tot de mogelijkheden. Duidelijke letsels én gedragingen ten gevolge van seksuele abusus."

- In een brief van V... Jeugdzorg d.d. 6 februari 2008 van Dokter Ine J., kinder-psychiater, staat: "Hierbij bevestigen wij dat Stephanie B. telefonisch werd aangemeld in ons centrum door haar moeder, Christine B., op 18/12/2007. Op basis van een telefonische screening op 21/12/2007 werd Stephanie op onze wachtlijst gezet om hulp te krijgen. Er is verder geen contact geweest."

- In een attest van het Vertrouwenscentrum te ... d.d. 6 februari 2008 wordt bevestigd dat Stephanie en haar moeder op de dienst op gesprek zijn geweest.

- In een brief van Vagga Jeugdzorg d.d. 27 oktober 2009 van Josephine Vos, psychologe, staat: "Omwile van psychologische redenen werd besloten dat Stephanie B., op regelmatige basis sinds 18 april 2008 en voor een nog nader te bepalen termijn een psychotherapeutische behandeling krijgt. Deze gaat door bij Josephine Vos in de afdeling Jeugdzorg van cggz Vagga. Per sessie wordt een tussenkomst van EUR 2 gevraagd."

- Stephanie dient gespecialiseerde psychische begeleiding te krijgen. Zij wordt nog steeds behandeld via de vereniging voor gezondheidszorg te .... Uit een attest van Vagga d.d. 15 februari 2011 blijkt dat individuele speltherapie, individuele oudergesprekken en ouder-kindgesprekken deel uitmaken van het behandelplan.

III. Vervolging

 Bij vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 28 juni 2007 werd Peter Z. voor deze feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar. Hij werd tevens ter beschikking van de Regering gesteld voor een periode van 10 jaar.

Nancy W. werd veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf wegens schuldig verzuim, met uitstel voor 5 jaar en onder voorwaarden.

Op burgerlijk gebied werden Peter Z. en Nancy W. solidair veroordeeld tot onder meer de volgende bedragen:

• aan Christine B. in eigen naam:

EUR 1 provisioneel voor materiële schade

EUR 2.000 voor morele schade

• aan Christine B. q.q. Stephanie B.:

EUR 2.500 provisioneel voor morele schade.

Dokter C. D. werd aangesteld als gerechtsdeskundige.

Enkel Nancy W. tekende beroep aan tegen dit vonnis.

 Bij arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 12 juni 2008 werd Nancy W. veroordeeld wegens schuldig verzuim. De morele schadevergoeding waartoe zij werd veroordeeld werd ten aanzien van Van Leemputten, Torfs en Hillewaert gebracht op

EUR 1.000 voor morele schade in eigen naam, zonder solidariteit met de medeveroordeelde Z.. Het door de eerste rechter bevolen deskundigenonderzoek werd bevestigd.

 Dit arrest is in kracht van gewijsde getreden.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Uit het schrijven van meester Erica C. d.d. 25 mei 2009 blijkt dat Peter Z. nog steeds in de gevangenis verblijft. Er wordt een attest van gevangenschap toegevoegd.

- afbetalingen m.b.t. Stephanie B. & haar moeder

● Nancy W. betaalt sedert januari 2009 de schadevergoeding af à rato EUR 50 per maand. Tot op de datum van neerlegging van het verzoekschrift (6 oktober 2009) werd een bedrag van

EUR 309,93 betaald.

● Christine B. heeft van haar familiale verzekeraar DVV in het kader van de clausule "onvermogen van derden" volgende vergoedingen ontvangen:

EUR 3.924,99 voor materiële schade en intresten

EUR 3.575,01 voor morele schade en intresten

EUR 7.500,00 in totaal

Hierdoor werd de materiële schade van verzoekster (waaronder ook kosten die verband hielden met de behandelingen van Stephanie) integraal vergoed en blijft er een saldo over voor morele schade van verzoekster in eigen naam van EUR 649,99, te vermeerderen met de lopende intresten.

Gelet op de omvang van het saldo van de morele schade in eigen naam, de toegekende rechts-plegingsvergoeding en de morele schade ten behoeve van Stephanie (meer de intresten) zal het nog verschillende jaren duren alvorens de aan verzoekster toegekende bedragen zullen betaald worden, aldus de advocaat.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Christine B. q.q. haar minderjarige dochter:

- voor morele schade EUR 2.500,00

Er worden daarenboven intresten gevraagd.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Intresten worden door de Commissie niet voor vergoeding in aanmerking genomen.

Er kan op gewezen worden dat de zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten bevestigd werd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State, afdeling administratie, d.d. 12 december 2006 (G. Bijnens t./ Belgische Staat).

2. De afbetalingen door Nancy W. kunnen niet in rekening worden gebracht vermits deze laatste slechts werd veroordeeld wegens schuldig verzuim, wat geen gewelddaad is.

3. Wat de aanvraag van verzoekster Christine B. q.q. Stephanie B. betreft dient vermeld dat zij voor de materiële kosten (EUR 3.924,99) aangaande haar minderjarige dochter door de verzekeringsmaatschappij volledig werd vergoed. (zie hoger punt IV. Mogelijkheden tot schade-loosstelling). Voor de morele schade kreeg zij van de verzekeraar EUR 3.575,01 (in eigen naam, aldus de advocaat). Bij deze bedragen zijn de intresten inbegrepen. Het is duidelijk dat de verzekeraar EUR 7.500 heeft uitbetaald. Dit bedrag overschijdt het bedrag dat mevrouw Christine B. in eigen naam heeft opgelopen, reden waarom zij geen verzoekschrift in eigen naam heeft ingeleid. De materiële kosten hebben betrekking op medicatie, kosten van begeleiding, onderzoeken en betalingen voor kinderopvang.

De schriftelijke reactie werd uitvoering toegelicht.

4. De gerechtsdeskundige werd niet in werking gesteld teneinde verdere schade bij de kinderen te vermijden. Volgens de advocaat is het geenszins duidelijk welke impact de feiten op de kinderen hebben gehad noch welke impact het opnieuw herinneren aan deze feiten bij de kinderen zou hebben. Derhalve werd het risico niet genomen dat de kinderen terug schade zouden oplopen door de deskundige te activeren.

5. Bij de beoordeling van het verzoek houdt de Commissie rekening met de aard, de ernst en de duur van de feiten. Zij meent aan verzoekster q.q. Stephanie B. de gevraagde hulp toe te kennen.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster q.q. haar minderjarige dochter een hulp toe van EUR 2.500.

Zegt dat die som zal geplaatst worden op een spaarboekje te openen op naam van de minderjarige en dat de hoofdsom en de intresten onbeschikbaar zullen blijven tot aan haar meerderjarigheid of ontvoogding, behoudens bijzondere toelating van de bevoegde rechter.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 12 januari 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 6 oktober 2009, waarbij verzoekster als wettelijke vertegenwoordigers van haar minderjarige dochter om de toekenning hebben gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van seksueel misbruik gepleegd op haar minderjarige dochter.