- Decision du 12 janvier 2012

12/01/2012 - M11-3-0580/8209

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Uit het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 28 juni 2007:

"De kinderen van verzoekers (cfr. andere dossiers) bleken het slachtoffer te worden van seksueel misbruik door de echtgenoot van de onthaalmoeder, de heer Peter Z.. In het kader van het gerechtelijk onderzoek is duidelijk sprake van aanranding van de eerbaarheid en verkrachting van verschillende minderjarige kinderen.

Uit het strafdossier is ook duidelijk gebleken dat de onthaalmoeder zelf een grote verantwoorde-lijkheid draagt gezien zij op de hoogte had moeten zijn van de feiten en niettemin niets ondernomen heeft teneinde deze te stoppen. Zij wordt eveneens vervolgd wegens schuldig verzuim en opzettelijke slagen en verwondingen. De kinderen werden regelmatig alleen gelaten met de beklaagde Z.. Bovendien nam hij ook kinderen mee naar boven waar dan de bewuste feiten werden gepleegd. Tevens is uit het onderzoek gebleken dat de beklaagde in de living van de woning, waar ook de kinderen verbleven, regelmatig surfte naar pornosites, dat hij af en toe naakt in de woning rondliep en er duidelijk een eigenaardige seksuele voorkeur op nahield.

Uit het gerechtelijk onderzoek is echter ook duidelijk gebleken dat meermaals en door verschillende ouders klachten werden geuit over het onthaal bij mevrouw W.."

II. Gevolgen van de feiten voor Jade Y.

- Jade was één van de misbruikte kinderen. Zij is ongeveer een 15-tal maal bij het gezin geweest. Volgens de advocaat van verzoekers bekende Z. in verschillende verhoren dat hij Jade had misbruikt tussen 1 september 2005 en 31 december 2005. Hij ontblootte haar onderlichaam en raakte haar aan aan de vagina en aan de poep.

- Hij zou gelikt hebben aan haar vagina en met zijn pink haar anus hebben gepenetreerd en zich toen hebben gemasturbeerd. Naast de vastgestelde fysische schade is er duidelijk sprake van psychische schade, aldus de advocaat.

III. Vervolging

 Bij vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 28 juni 2007 werd Peter Z. voor deze feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar. Hij werd tevens ter beschikking van de Regering gesteld voor een periode van 10 jaar.

Nancy W. werd veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf wegens schuldig verzuim, met uitstel voor 5 jaar en onder voorwaarden.

Op burgerlijk gebied werden Peter Z. en Nancy W. solidair veroordeeld tot onder meer de volgende bedragen:

• aan Vanessa V. en aan Robbie Y. in eigen naam:

EUR 1 provisioneel voor materiële schade

EUR 2.000 per ouder voor morele schade

• aan Vanessa V. en Robbie Y. q.q. Jade Y.:

EUR 2.500 provisioneel voor morele schade.

Dokter C. D. werd aangesteld als gerechtsdeskundige.

Enkel Nancy W. tekende beroep aan tegen dit vonnis.

 Bij arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 12 juni 2008 werd Nancy W. veroordeeld wegens schuldig verzuim. De morele schadevergoeding waartoe zij werd veroordeeld werd ten aanzien van X., V. en Y. gebracht op

EUR 1.000 voor morele schade in eigen naam, zonder solidariteit met de medeveroordeelde Z.. Het door de eerste rechter bevolen deskundigenonderzoek werd bevestigd.

 Dit arrest is in kracht van gewijsde getreden.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Uit het schrijven van meester Erica C. d.d. 25 mei 2009 blijkt dat Peter Z. nog steeds in de gevangenis verblijft. Er wordt een attest van gevangenschap toegevoegd.

- Afbetalingen door Nancy W. m.b.t. Jade Y. & haar ouders:

Nancy W. betaalt sedert januari 2009 de schadevergoeding af à rato EUR 50 per maand. Tot op de datum van neerlegging van het verzoekschrift (6 oktober 2009) werd een bedrag van

EUR 65 betaald aan Vanessa V. en EUR 132,13 aan Robbie Y..

V. Begroting van de gevraagde hulp

- Vanessa V.: in eigen naam:

- voor morele schade EUR 2.000,00

- Vanessa V. en Robbie Y. q.q. hun minderjarig kind:

- voor morele schade EUR 2.500,00

Er worden daarenboven intresten gevraagd.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Intresten worden door de Commissie niet voor vergoeding in aanmerking genomen.

Er kan op gewezen worden dat de zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten bevestigd werd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State, afdeling administratie, d.d. 12 december 2006 (G. Bijnens t./ Belgische Staat).

2. De afbetalingen door Nancy W. kunnen niet in rekening worden gebracht, vermits zij slechts veroordeeld werd wegens schuldig verzuim, wat geen gewelddaad is.

3. De gerechtsdeskundige werd niet in werking gesteld teneinde verdere schade bij de kinderen te vermijden. Volgens de advocaat is het geenszins duidelijk welke impact de feiten op de kinderen hebben gehad noch welke impact het opnieuw herinneren aan deze feiten bij de kinderen zou hebben. Derhalve werd het risico niet genomen dat de kinderen terug schade zouden oplopen door de deskundige te activeren.

4. Ten tijde van de indiening van het verzoekschrift (6 oktober 2009) luidde het terzake van toepassing zijnd artikel 31, 3°, van de wet als volgt: [De Commissie kan een financiële hulp toekennen aan:] "ouders of personen die voorzien in het onderhoud van een minderjarig slachtoffer dat als gevolg van een opzettelijke gewelddaad een langdurige medische of therapeutische behandeling behoeft."

Sedert 25 januari 2010, datum van inwerkingtreding van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (II), kan luidens datzelfde artikel 31, 3° een hulp worden toegekend aan "ouders van een slachtoffer dat minderjarig is op het ogenblik van een opzettelijke gewelddaad en dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 31,1°, of personen die op dat ogenblik voorzagen in het onderhoud van de minderjarige."

De huidige wet vereist dus niet langer een "(behoefte aan een) langdurige medische of therapeutische behandeling" in hoofde van het minderjarig slachtoffer om de ouders van die minderjarige in aanmerking te laten komen voor de toekenning van een hulp.

5. Rekening houdend met bovenvermelde opmerkingen is de Commissie van mening aan verzoekster Vanessa V. de gevraagde hulp toe te kennen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van EUR 2.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 12 januari 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 7 juni 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van seksueel misbruik gepleegd op haar minderjarige dochter.