- Decision du 19 janvier 2012

19/01/2012 - M11-7-0635/8250

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

PV van verhoor dd. 22/08/2008

"Heden wens ik klacht in te dienen tegen Z. Wesley wegens slagen en verwondingen,

Op 16/08/2008 rond 19.04 uur kreeg ik een telefoon van hem met de vraag of hij eens mocht langs komen om tegen mij te babbelen. Ik antwoordde hierop positief

Iets later kreeg ik een bericht van hem met nogmaals de vraag of hij mocht langskomen. Ik antwoordde om 19.14 uur hierop dat hij mocht langskomen als het niet was om spel te maken.

Vervolgens om 20.10 uur belde hij mij op om te zeggen dat ik niet thuis was. Ik zei hierop dat ik wel thuis was en hij vroeg toen om eens buiten te komen.

Ik heb dat dan ook gedaan en ik zag dat de wagen van Wesley bij de buur stond. Toen ik dit zag stapte hij en nog een persoon uit het voertuig met nummerplaat VVX399. De tweede persoon is mij onbekend. Ik vroeg hierop wat er scheelde en hij kwam toen erg vlug naar mij toe met de woorden dat ik gisteren in zijn huis geweest was en dat ik daar twee pinten gedronken had.

Ik antwoordde hierop negatief, want ik zit momenteel zonder wagen, gezien ik donderdag 14/08/2008 een ongeval heb gehad met mijn voertuig. Bijgevolg heb ik geen vervoer tot in ... .

Vervolgens kreeg ik van hem een vuistslag op mijn neus. Toen kreeg ik nog enkele slagen op mijn hoofd en hierdoor kwam ik ten val. Vervolgens trok de tweede persoon hem van mij af. Hierop riep Wesley 'Andy laat mij met rust en laat mij doen '. Toen kon ik rechtstaan en wou ik naar binnengaan, maar Wesley nam mij opnieuw vast bij mijn linker arm.

De tweede persoon kon ons toen opnieuw uit elkaar trekken.

Toen vluchtte ik naar binnen met de woorden dat ik de politie ging contacteren.

Hij antwoordde hierop als ik de politie belde dat hij al de ruiten zou ingooien.

Ik kon ondertussen de voordeur op slot doen. Hij bonkte nog een paar keer op de deur en liep vervolgens nog rond in de veranda. Door de venster zag hij mij in de living staan en zag hij dat ik aan het bellen was.

Toen heeft hij een bus met frituurolie, die in de veranda stond, gegooid en deze kwam terecht in een

zijruitje.

Toen bonkte hij met zijn elleboog nog op de ruit buiten terwijl hij weg liep.

Ik wachtte even en ben ik naar buiten gelopen om te kijken of jullie diensten afkwamen. Voorzichtig ben ik dan op straat achter het hoekje gaan kijken en ondertussen hoorde ik dat hij vliegensvlug weg reed richting ... .

Ik ging terug naar binnen, nam mijn GSM om terug de 101 te contacteren en ondertussen kwamen jullie diensten toe. Hierdoor zag ik dat de GSM van mijn werkgever door de val stuk was. Mijn werkgever betreft V. Carl en deze is zaakvoerder van de firma K.-I., gelegen te ..., .... 9.

Vervolgens ben ik dan overgebracht met de ziekenwagen naar het AZ te .... Daar stelden ze vast dat mijn neus gebroken was.

Ik kreeg in het AZ een medisch attest mee en dit overhandig ik u.

Ik kreeg ook nog een verklaring van arbeidsongeschiktheid en dit tot en met 23/08/2008. Hiervan overhandig ik u ook een kopij om bij het proces-verbaal te voegen.

Ik ken Z. Wesley daar ik een relatie gehad heb met zijn vrouw Y. Anuschka. Ongeveer 3 maanden geleden heb ik deze stop gezet. De vrouw was ondertussen nog bij Z. Wesley en ik vermoed dat zij hem hiervan op de hoogte gebracht heeft.

Op 17/08/2008 om 15.55 uur kreeg ik een berichtje van hem met de melding 'En doe u kopke zeer '. Ik antwoordde hierop niets.

Op 18/08/2008 om 19.14 uur kreeg ik telefoon van een voor mij onbekend nummer met de vraag of ik klacht heb ingediend. Ik antwoordde hierop positief en hij vroeg om deze in te trekken, gezien hij van bij Anuschka weg is en dat hij op straat stond en niets meer had. Ik heb hierop geantwoord dat ik dat niet doe. "

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 8 februari 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden de volgende tenlasteleggingen bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Wesley Z.

(° 1979) en waarvoor deze veroordeeld werd tot een werkstraf van 75 uur:

"Beklaagd van te ... op 16 augustus 2008:

A. Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan Jean X., met de omstandigheid dat de slagen of verwondingen een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben gehad.

B. Geheel of ten dele grachten te hebben gedempt, levende of dode hagen te hebben afgehakt of uitgerukt, landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, te hebben vernield; grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, te hebben verplaatst of verwijderd. "

Op burgerlijk vlak werd Z. veroordeeld tot betaling van de som van euro 1.763,33 meer de intresten en een RPV van euro 400.

- administratie en verplaatsingskosten euro 112,00

- medische kosten euro 110,97

- TWO moreel euro 1.106,00

- inkomstenverlies euro 388,08

- schade aan ruit euro 46,28

III. Gevolgen van de feiten

Volgens medisch attest van AZ ... was verzoeker 100% arbeidsongeschikt van 16/08 tot en met 30/08/2008 en 50% van 1/9 tot en met 31/10/2010.

1 dag hospitalisatie op 16/08/2008 (datum feiten).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat op 11 oktober 2010 weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is:

" De heer Z. is niet meer woonachtig te ..., aan de G... 72 bus L000. Via de politie van ... mocht ik vernemen dat betrokkene aldaar vertrokken is zonder een nieuwe woonplaats kenbaar te maken. Een PV werd opgesteld op 17/06/2010. Een voorstel ambtshalve schrapping werd overgemaakt aan de Stad ....

De bron van inkomsten van betrokkene is mij eveneens niet gekend. Betrokkene komt niet voor als werknemer in de databank van RSZ. De laatste werkloosheidsuitkering dateert van april 2009. "

IV-2. Verzoeker verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 2.163,33, zijnde de hoofdsom van

euro 1.763,33 meer de rechtsplegingsvergoeding van euro 400, toegekend bij vonnis van 08/02/2010.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985.

De ‘materiële kosten' dienen verband te houden met het opgelopen letsel. De Commissie neemt alleen die kosten in aanmerking die in rechtstreeks verband staan met de "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in artikel 31, 1°, van de wet. Schade gericht tegen goederen (in casu: schade aan een ruit) valt hier niet onder en komt dus niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Rekening houdende enerzijds met de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 2.117.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 2.117.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 19 januari 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 17 juni 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.