- Decision du 19 janvier 2012

19/01/2012 - M11-70670/8277

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 11/01/2008 omstreeks 14.05 uur vertrok Y. X. samen met zijn vriend thuis in ... . Beiden waren van plan om samen naar ... te fietsen in het kader van hun fietstraining.

Onderweg merkte Yannick een zwarte wagen op die de Merodedreef richting ... wou indraaien. Daar dit voertuig grotendeels op het fietspad stilstond en er achter dit voertuig nog voldoende doorgang was, besloten Yannick en zijn vriend via deze doorgang hun rijweg verder te zetten. Yannick kon de auto zonder problemen voorbij rijden, zijn vriend echter remde net iets te hevig waardoor hij licht tegen de flank van de auto slipte.

Hierop stapte onmiddellijk beklaagde Bart W. uit de wagen en begon achter de vriend van Yannick X. aan te lopen. Toen hij inzag dat hij deze niet zou kunnen pakken, gooide hij als reactie hierop een colaflesje naar Yannick en zijn vriend om hen alsnog proberen te raken. Toen ook dit mislukte stapte hij terug in de auto om vervolgens verder te rijden.

Ter hoogte van het voetbalplein in ... stopte de auto opnieuw en liep Bart W. weer achter de vriend van Yannick X. aan. Toen hij deze weerom niet kon vatten, begon hij achter Yannick zelf aan te lopen. Laatstgenoemde werd brutaal van zijn fiets geduwd en kreeg vervolgens verschillende slagen in zijn aangezicht. Tengevolge hiervan verloor Yannick X. twee tanden vooraan in de mond.

Nadat de fiets van Yannick hardhandig tegen zijn lichaam werd gegooid, stapte beklaagde Thomas Z., die tevens bestuurder was, eveneens uit. Hij duwde Yannick X. hard tegen de omheining en sloeg hem verschillende malen in de buikstreek terwijl de andere persoon zijn fiets over de omheining gooide.

Pas toen verschillende mensen kwamen aanlopen, stopten Bart W. en Thomas Z. en reden ze weg.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 15 februari 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van Thomas Z. (° 1982) en Bart W.

(° 1988) beiden verstekmakend en waarvoor ieder van hen veroordeeld werd tot 4 maanden gevangenisstraf:

"BEKLAAGD VAN: te ... op 11 januari 2008:

Om de misdaad of het wanbedrijf uitgevoerd te hebben of om aan de uitvoering ervan rechtstreeks medegewerkt te hebben om, door enige daad, tot de uitvoering zodanige hulp verleend te hebben dat zonder zijn bijstand het misdrijf niet kon gepleegd worden,

Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Yannick die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hadden."

Op burgerlijk vlak werden Z. en W. bij zelfde vonnis hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan verzoeker de som van euro 11.111,77 meer de intresten en een RPV van euro 625.

- medische kosten euro 9.681,02

- TWO moreel euro 399,75

- BWO moreel (1% x euro 2.062 / 2) euro 1.031,00

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoeker is twee tanden (21 en 22) kwijt door de toegebrachte slagen.

Op 3 maart 2008 werden 2 titanium tandimplantaten geplaatst.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder liet op 29 juni 2010 weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is t.a.v. Thomas Z.. Officieel staat hij ingeschreven op het adres van zijn moeder maar dat pand staat leeg. Z. heeft slechts gedurende de periode 18/05/2010 - 31/05/2010 gewerkt maar zijn werkgever betaalde het loon aan zijn schuldbemiddelaar.

Wat W. betreft werd het vonnis betekend aan het ambt van de procureur des Konings wegens onbekende woonst.

IV-2. Verzoeker heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij LAR. Op grond van de clausule ‘onvermogen van derden' keerde LAR de som van euro 6.200 uit.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 7.437,83.

- hoofdsom volgens vonnis van 15/02/2010 euro 11.111,77

- intresten euro 1.901,06

- RPV euro 625,00

Subtotaal euro 13.637,83

te verminderen met uitkering rechtsbijstand - euro 6.200,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Gelet op het subsidiariteitsbeginsel, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5° van voormelde wet, dient de Commissie bij de toekenning van de hulpbedragen rekening te houden met de door verzoeker genoten afbetalingen tot heden door de verzekeraar.

Verzoeker bracht de tussenkomst van n.v. LAR (euro 6.200) reeds zelf in mindering bij de begroting van de schadeposten.

Terzake de gevorderde ‘rechtsplegingsvergoeding' merkt de Commissie het volgende op. Uit de dossierstukken blijkt dat de raadsman van verzoeker optrad in de gerechtelijke procedure in opdracht van verzekeringsmaatschappij n.v. LAR. Welnu, indien een advocaat tussenkomt voor een slachtoffer, voor wie hij zich burgerlijke partij stelde voor de correctionele rechtbank, in opdracht en op kosten van een verzekeringsmaatschappij, dan komt de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zou worden, toe aan de maatschappij (die ook de ereloonstaat van de advocaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede. In die omstandigheden een hulp toekennen voor de rechtsplegingsvergoeding zou indruisen tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 6.812.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 6.812.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 19 januari 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 23 juni 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.