- Decision du 19 janvier 2012

19/01/2012 - M11-7-1011/8466

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 1 juli 2008 kwam verzoeker aan op camping C. II te ..., voor de start van zijn zomervakantie. In de cafetaria van de camping bemerkte hij dat de genaamde Frederik Z. slaags was geraakt met andere klanten.

Verzoeker wilde tussenkomen om de gemoederen te bedaren, waarop Z. zijn agressie op hem richtte door zware slagen op het hoofd toe te brengen met behulp van een houten stoel uit de cafetaria.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 1 april 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd, onder meer, de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van Frederik Z. (° 1968):

"C. Bij inbreuk op de artikelen 392 en 398 alinea 1 van het Strafwetboek,

opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht, met name:

1) t/m 3) [...]

4) aan X. Lorenzo en Y. Myriam

te ... op 01 juli 2008, (...).

Op burgerlijk vlak werd Z. veroordeeld tot betaling van de som van euro 1.223,47 meer de intresten en een RPV van euro 400.

- administratie en verplaatsingskosten euro 75,00

- kledijschade euro 209,00

- medische kosten euro 139,47

- TWO moreel euro 500,00

- genoegenschade (abrupt afgebroken vakantie) euro 300,00

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Verzoeker liep een hoofdwonde van ca 10 cm op. Zijn achterhoofd bloedde hevig.

Hij diende te worden opgenomen in het H. S...ziekenhuis te ... .

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De veroordeelde staat gekend als een notoire vechtersbaas die al diverse slachtoffers maakte. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat weten dat hij van ambtswege is afgeschreven en geen onroerend goed bezit.

IV-2. Verzoeker verklaart geen enkele verzekering te hebben afgesloten die kan tussenkomen in de opgelopen schade.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 2.373,47.

- administratie en verplaatsingskosten euro 125,00

- kledijschade euro 209,00

- medische kosten euro 139,47

- TWO moreel euro 500,00

- morele schade weerloosheid tijdens feiten euro 500,00

- morele schade verlies vakantie euro 500,00

- RPV euro 400,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De posten ‘morele schade weerloosheid tijdens feiten' en ‘morele schade verlies vakantie' (hetzij ‘genoegenschade') zijn niet weerhouden in deze limitatieve opsomming en komen derhalve niet in aanmerking voor een financiële hulp.

De gevraagde hulpbedragen voor de schadeposten ‘administratie- en verplaatsingskosten' en ‘kledijschade' liggen hoger dan de bedragen toegekend bij vonnis van 1 april 2010. De Commissie ziet echter geen reden om af te wijken van het civiel luik van dit vonnis en baseert zich derhalve hierop bij de begroting van de financiële hulp.

Rekening houdende enerzijds met de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 1.323.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 1.323.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 19 januari 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 24 september 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.