- Decision du 26 janvier 2012

26/01/2012 - M11-3-0131/7966

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 17 of op 18 oktober 2007 stelde men op school vast dat X. verwondingen vertoonde in het aangezicht. Het meisje vertelde dat de verwondingen afkomstig waren van haar moeder Gilberte Z..

Mevrouw Gilberte Z. zegde bij verhoor aanvankelijk dat X. was gevallen en dat de verwon-dingen veroorzaakt waren door de kat.

Er volgde een medische expertise die de versie van Gilberte Z. allerminst ondersteunde. In die omstandigheden werd duidelijk dat Gilberte Z. haar dochtertje verwondingen had toegebracht.

II. Gevolgen van de feiten voor X.

- De voogd ad hoc deelt mee dat hij niet over een kopie van het strafdossier beschikt.

- Bij navraag naar foto's aangaande de krabletsels die een blijvende esthetische schade zouden veroorzaakt hebben antwoordt de voogd ad hoc dat hij evenmin in het bezit is van medische stukken. Op het ogenblik dat de zaak voor de rechtbank behandeld werd kon geen esthetische schade meer vastgesteld worden. Dat was wel het geval onmiddellijk nà de feiten n.a.v. het bezoek van de voogd ad hoc in het crisisopvanghuis. Volgens hem lijkt het dan ook niet opportuun om onderzoeken te laten gebeuren teneinde het gezin niet te verstoren.

- De Sociale Dienst bij de Jeugdrechtbank heeft gezegd geen medische gegevens te hebben.

- X. verblijft (voltijds) bij haar moeder.

III. Vervolging

Bij vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 22 december 2008 werd Gilberte Z. veroordeeld wegens opzettelijke slagen en verwondingen tot een gevangenisstraf van 8 maanden met uitstel voor 5 jaar en onder voorwaarden. Op burgerlijk gebied werd zij veroordeeld tot betaling van euro 250 aan de burgerlijke partij.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Er werd door de daderes euro 5 betaald. Nadien volgden 2 betalingen van euro 50 en 1 betaling van euro 25. Mr. J. De N. blijft aandringen op betaling via de justitieassistente die de strafuitvoering opvolgt.

- Gedwongen uitvoering lijkt volgens de voogd ad hoc niet aangewezen. Het gaat hier om een 4de--wereld gezin dat op het ogenblik van de feiten al jaren gekend was en nog steeds is bij de Jeugdrechtbank. In de sociaal precaire situatie waar X. leeft bij haar moeder kan een gedwongen uitvoering slechts uitdraaien op verwijten of druk, al dan niet fysiek, op X..

- Het dossier wordt door de voogd ad hoc volledig gratis behandeld. Hij is dan ook van mening om geen kopie van het strafdossier noch van een attest van kracht van gewijsde op te vragen, omdat dit teveel kosten met zich meebrengt.

V. Begroting van de gevraagde hulp

- morele schade euro 1.250

- esthetische schade euro 250

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de daderes zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit.

Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Artikel 33, § 2 van de wet van 1 augustus 1985 stelt als voorwaarde:

"De hulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 62.000 euro."

Bij vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 22 december 2008 werd op burgerlijk gebied slechts euro 250 definitief toegekend. Er kan aldus worden gesteld dat de schade, opgelopen door de minderjarige X., door de rechter werd vastgesteld op euro 250. De Commissie is niet gebonden door deze uitspraak op burgerlijk gebied, en de verzoeker vraagt dan ook een veelvoud van deze schade. Hij laat evenwel na om dit verhoogde bedrag te rechtvaardigen.

- De moeder van X. kreeg op strafgebied slechts een voorwaardelijke celstraf;

- Op het ogenblik dat de zaak voor de rechtbank behandeld werd kon er geen esthetische schade worden vastgesteld. Er kan dus geen esthetische schade worden weerhouden;

- X. woont momenteel nog steeds bij haar moeder. Er kan dus worden aangenomen dat de verwondingen door haar moeder op psychisch vlak geen grote impact hadden;

- De daderes heeft inmiddels al meer dan de helft van de hoofdsom terugbetaald, waardoor de werkelijke schade wordt teruggebracht op euro 120;

- Aangezien de schade voor het kind miniem is en het bedrag beduidend lager is dan de vereiste euro 500, zoals bepaald bij het voornoemd artikel 33 § 2, dient het verzoekschrift als "ongegrond" te worden beschouwd.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek van de voogd ad hoc ontvankelijk doch ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 januari 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 9 februari 2011, waarbij verzoeker als voogd ad hoc om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van opzettelijke slagen en verwondingen.