- Decision du 26 janvier 2012

26/01/2012 - M70114/5291

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Verzoeker was op 18 juni 1999 slachtoffer van opzettelijke slagen en verwondingen te ... . Toen hij met zijn echtgenote in een café iets aan het drinken was zag hij vanuit het raam hoe twee mannen op straat - in de omgeving van de auto van verzoeker - aan het vechten waren. Eén van de twee mannen kwam het café binnengelopen en gaf zonder enige aanleiding een stamp op de linkerknie van verzoeker. Verzoeker kwam hierdoor ten val en verloor het bewustzijn.

II. Vervolging

- Bij vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 1 februari 2006 werden de feiten lastens Laurent Z. bewezen verklaard. Er werd echter geen straf uitgesproken gezien de overschrijding van de redelijke termijn. Verzoeker had zich burgerlijke partij gesteld. Deze burgerlijke partijstelling werd ontvankelijk en gegrond verklaard waarna Laurent Z. werd veroordeeld tot betaling van euro 1.250 provisioneel. Dokter S. werd aangesteld als deskundige.

Het vonnis is in kracht van gewijsde getreden.

- Bij vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 24 juni 2009 werd L. Z. veroordeeld tot een globale schadevergoeding van euro 82.934,76, te vermeerderen met de intresten en de kosten van het geding.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Laurent Z. betaalde maandelijks euro 25 af. Verzoeker heeft tot en met oktober 2011 in totaal euro 1.725 van de dader ontvangen. Betrokken is arbeider met een loon dat amper het beslagbaar minimum overtreft. Bovendien is hij sinds geruime tijd in ziekteverlof zodat de kansen op recuperatie quasi nihil zijn.

- De rechtsbijstandsverzekering LAR heeft op basis van de clausule "insolventie van derden"

euro 6.197,34 betaald aan verzoeker. De polis dekt niet alleen de gerechtskosten maar ook de honoraria van de advocaat.

IV. Gevolgen van de feiten voor verzoeker

Verzoeker had ten gevolge van de feiten een kniefractuur opgelopen. Hij werd voor de eerste maal geopereerd op 21 juni 1999. Hiervoor bleef hij gehospitaliseerd van 18 tot 25 juni 1999.

Vervolgens was hij twee maanden geïmmobiliseerd wegens verbod op de knie te steunen.

Hij was volledig arbeidsongeschikt tot 30 november 1999 en hervatte het werk op 1 december 1999.

Verzoeker diende een tweede operatie te ondergaan op 15 juni 2000.

Uit het onderzoek van Dokter B. d.d. 24 mei 2004 blijkt dat er een definitieve werkon-bekwaamheid overblijft. Er dienen tevens reserves te worden geformuleerd voor de toekomst (snellere kraakbeendegeneratie,... .)

Volgens de gerechtelijk expert Dokter S. waren de graden en perioden van arbeids-ongeschiktheid als volgt:

- 100 % van 18/06/1999 tot 30/11/1999

- 25 % van 01/12/1999 tot 14/06/2000

- 100 % van 15/06/2000 tot 21/07/2000

- 20 % van 22/07/2000 tot 31/08/2000

Consolidatiedatum: 1 september 2000. Verzoeker was op dat ogenblik 49 jaar.

De deskundige weerhoudt een gedeeltelijke BI (aantasting op anatomisch-fysiologisch gebied) van 15 %. Deze geeft aanleiding tot een blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van 18 %.

De expert heeft een verval vastgesteld met een volledige tijdelijke werkonbekwaamheid van 23/04/2007 tot 11/06/2007. Hij weerhoudt tevens een quantum doloris.

De esthetische schade kan als miniem worden aanzien: 0,5 op een schaal van 1 tot 7.

Specifieke reserves worden toegekend voor een evolutieve posttraumatische arthrose van de linker knie met eventueel de noodzaak van het plaatsen van een volledige prothese van de linker knie.

In de bijlage van het expertiseverslag vermeldt Prof. C.: "Het slachtoffer heeft het werk kunnen hervatten vanaf 11.11.1999. Deze werkhervatting gebeurde met een zekere moeite maar was mogelijk door het feit van meestergast (technisch assistent openbare werken te Brussel)".

V. Begroting van de gevraagde hulp

- medische kosten euro 297,35

- verplaatsingskosten euro 200,00

- administratiekosten euro 100,00

- TAO morele schade euro 6.565,25

- van 18/06/1999 tot 25/06/1999: 8 d. x 31 x 100 % = euro 248,00

- van 25/06/1999 tot 30/11/1999: 158 d. x 25 x 100 % = euro 3.950,00 (moet zijn 159 d.)

- van 01/12/1999 tot 14/06/2000: 197 d. x 25 x 25 % = euro 1.231,25

- van 15/06/2000 tot 15/06/2000: 1 d. x 31 x 100 % = euro 31,00

- van 16/06/2000 tot 21/07/2000: 36 d. x 25 x 100 % = euro 900,00

- van 22/07/2000 tot 31/08/2000: 41 d. x 25 x 20 % = euro 205,00

- verhoogde professionele inspannningen euro 1.149,00

- huishoudelijke schade euro 1.595,27

- inkomstenverlies (gemeentelijk ambtenaar: op basis van netto-inkomen) euro 2.975,74

- huwelijk dochter euro 750,00

- BI inkomstenverlies (deel 1: periode tot 31/12/'08) euro 27.688,05

- BI inkomstenverlies (deel 2: periode vanaf 01/01/'09) euro 22.806,10

- huishoudelijke schade euro 5.000,00

- BI moreel euro 13.608,00

- esthetische schade euro 200,00

euro 82.934,76

Verzoeker vraagt daarenboven:

- medische expertise euro 2.270,00

- rechtsplegingsvergoeding euro 3.000,00

- kosten betekening vonnis euro 335,59

euro 5.605,59

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985. De posten: ‘Meerinspanningen' en ‘verlies economische waarde huishoudelijke arbeid' werden daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding. Het verlies n.a.v. het huwelijk van de dochter van verzoeker komt evenmin voor vergoeding in aanmerking

De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de meerinspanningen werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State, afdeling administratie, d.d. 12 december 2006 (G. Bijnens t./ Belgische Staat).

2. Het inkomstenverlies BI wordt door de Commissie niet voor vergoeding in aanmerking genomen omdat verzoeker geen werkelijk inkomstenverlies heeft geleden. Enkel het inkomstenverlies als gemeenteambtenaar komt in casu in aanmerking.

3. De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en de erlelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Vermits verzoeker beschikt over een verzekering rechtsbijstand dienen zowel de erelonen van de advocaat als de procedurekosten door de rechtsbijstandsverzekering ten laste te worden genomen.

4. Gelet op de uitbetaling door de verzekeringsmaatschappij en conform de schriftelijke reactie van de advocaat van verzoeker worden de kosten voor gerechtelijke expertise herleid tot euro 470.

5. Rekening houdend met bovenvermelde opmerkingen komt de Commissie tot volgende berekening:

- medische kosten euro 297,35

- verplaatsingskosten euro 200,00

- administratiekosten euro 100,00

- TAO morele schade euro 6.565,25

- inkomstenverlies (gemeentelijk ambtenaar: op basis van netto-inkomen) euro 2.975,74

- BI moreel euro 13.608,00

- esthetische schade euro 200,00

- medische expertise euro 470,00

- kosten betekening vonnis euro 335,59

euro 24.751,93

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 24.751.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 januari 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 31 januari 2007, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.