- Decision du 3 février 2012

03/02/2012 - M11-5-0991/8452

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 1 januari 2011 omstreeks 6.15 uur werd verzoekster op weg naar haar huis te ... achtervolgd door een onbekende man. Toen ze de deur van haar woning wou sluiten, stak de man een voet tussen de deur en opende deze met geweld. Hij diende verzoekster onmiddellijk enkele vuistslagen toe in het aangezicht en trachtte haar neer te slaan. Verzoekster had het gevoel dat de man haar wou verkrachten. Verzoekster verweerde zich fel, waardoor de man haar ook bleef slaan. Toen verzoekster heel luid begon te roepen, is de man gevlucht. Hij graaide de handtas van verzoekster mee.

II. Vervolging

Verzoekster diende klacht in bij de Lokale politie te ... .

Het strafdossier werd door het parket van de procureur des Konings te ... geseponeerd wegens het onbekend blijven van de dader.

III. Gevolgen van de feiten

A. Medisch / psychisch

Verzoekster werd per ziekenwagen overgebracht naar het Sint-Jansziekenhuis te ..., alwaar onder meer een fractuur van de neus en van de linker oogkas werden vastgesteld.

Op 6 januari 2011 ging verzoekster naar Finland om daar geopereerd te worden (kostprijs vliegticket Brussel-Helsinki H/T: euro 565). De operatie vond plaats op 30 januari 2011 in een ziekenhuis te Helsinki.

Haar behandelende arts attesteerde een arbeidsongeschiktheid tot 31 maart 2012.

Verzoekster lijdt aan een posttraumatische stress-stoornis (angst, slaapproblemen, ademhalings-problemen, hartkloppingen). Ze zag hiervoor reeds een dertigtal keer haar behandelende psychiater in Finland. Momenteel volgt verzoekster therapie in het C.G.G. te ..., en dit voor langere tijd (zie attest Dr. G. B. d.d. 13 december 2011).

Verzoekster neemt slaapmedicatie, een geneesmiddel tegen hoofdpijn en antidepressiva.

Als gevolg van de feiten ging het zicht van verzoekster achteruit. Ze diende nieuwe brilglazen aan te schaffen ( euro 268). Bij de feiten werden ook haar lenzen vernield. Ze diende nieuwe, aangepaste lenzen te kopen ( euro 68,90).

B. Professioneel

Van 20 januari 2009 tot september 2010 werkte verzoekster voltijds als shop manager bij G. F. & G.. Het bedrijf verkeerde evenwel in moeilijkheden en verzoekster ging vrijwillig in op het aanbod om vanaf september 2010 halftijds te werken. Intussen kon ze zich voorbereiden op het examen van de Europese instellingen (gepland januari 2011). Haar laatste werkdag was 31 december 2010 (dus de dag vóór de feiten).

Als gevolg van de feiten kon verzoekster niet deelnemen aan de proeven en miste ze een kans op slagen.

C. Sociaal

Omdat verzoekster voortdurend in angst leefde dat de dader terug aan de deur van haar appartement zou verschijnen, zegde ze de huurovereenkomst op. Ze verblijft nu voorlopig bij een vriendin (tot eind september 2011), in afwachting dat ze een (goedkoop) vast verblijf vindt.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Aangezien de dader onbekend bleef, kan de geleden schade uiteraard niet op hem verhaald worden.

Luidens het verzoekschrift beschikt verzoekster over een ziekteverzekering, maar die komt enkel tussen voor medische uitgaven in Finland. Indien de verzekerde langer dan drie maanden in het buitenland verblijft (zoals in casu het geval is), neemt de Finse ziekteverzekering de in het buitenland gemaakte medische kosten niet ten laste.

Bij beslissing van de vijfde kamer van de Commissie d.d. 17 augustus 2011 werd aan verzoekster een noodhulp toegekend van euro 1.086,73 ter dekking van medische en aanverwante kosten (dossier M 11-5-0625).

Verzoekster dient momenteel te leven van een maandelijks inkomen van euro 440, uitbetaald door Partenamut. Tot voor kort vond er een bijpassing plaats tot het leefloon voor een alleenstaande bij het OCMW, maar in maart 2011 weigerde het OCMW de steunaanvraag omdat verzoekster zich in Finland liet behandelen. Thans wil het OCMW niet tussenkomen omdat verzoekster geen huurovereenkomst kan voorleggen.

V. Begroting van de gevraagde noodhulp en hoofdhulp

A. Noodhulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een aanvullende noodhulp ter dekking van (een deel van) het inkomstenverlies en van bijkomende medische kosten.

1) inkomstenverlies

Onder punt IV werd gesteld dat verzoekster moet rondkomen met euro 440 per maand. Verzoekster merkt op dat het leefloon voor een alleenstaande netto euro 770,18 per maand bedraagt (sinds 1 september 2011).

Verzoekster vraagt dat de Commissie haar voor de periode van januari 2011 tot en met december 2011 het verschil tussen euro 770 en euro 440 als noodhulp zou toekennen, m.a.w. 330 x 12 = euro 3.960.

Verzoekster argumenteert dat het per definitie als dringende hulp moet beschouwd worden wanneer men minder bestaansmiddelen heeft dan het minimumleefloon voor een alleenstaande.

In haar schrijven d.d. 5 januari 2012 geeft verzoekster een geactualiseerde berekening van het inkomstenverlies.

Volgens verzoekster is het aangewezen om uit te gaan van het netto-loon vóór de feiten (voltijds): euro 1.402,27.

Op basis van de staat van Partenamut voor het jaar 2011 betekent dit een verschil van euro 10.173,80 ( euro 16.827,24 min euro 6.653,44).

2) medische en materiële kosten

Uit de overgemaakte stukken blijken de volgende kosten:

- medicatie: euro 23,48

- raadplegingen geneesheer: euro 28,82

- aankoop nieuwe lenzen op 8/11/11: euro 62,50

- verplaatsingskosten naar ziekenhuis: euro 30,40

- 2 vliegtuigtickets H/T Brussel-Helsinki: euro 370,36

Totaal: euro 515,56

B. Hoofdhulp

1) inkomstenverlies

* netto-maandinkomen voltijds (Gourmet Food & Gifts) vóór de feiten = euro 1.402,27

* minimumleefloon = euro 770,18

Verzoeker acht het redelijk om het inkomstenverlies te berekenen op basis van het verschil tussen beide bedragen.

2) morele schade

Verzoekster is sinds 1 januari 2011 arbeidsongeschikt, en dit al minstens tot 31 maart 2012.

Dit levert een totaal op van euro 11.400 (456 dagen x euro 25 per dag).

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

A. Noodhulp

De voorwaarden tot toekenning van een noodhulp liggen vervat in artikel 36 van de wet van 1 augustus 1985:

"Onverminderd de toepassing van de artikelen 31 tot 33, § 1, kan de commissie een noodhulp toekennen wanneer elke vertraging bij de toekenning van de hulp de verzoeker een ernstig nadeel kan berokkenen, gelet op zijn financiële situatie.

De noodhulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 15 000 euro.

Het verzoek tot toekenning van een noodhulp kan worden ingediend zodra de verzoeker klacht heeft ingediend of zich burgerlijke partij heeft gesteld.

Wanneer het gaat om de kosten bedoeld in artikel 32, § 1, 2°, is de dringendheid altijd verondersteld. Artikel 33, § 1, is niet van toepassing wanneer de commissie zich uitspreekt over het verzoek tot tenlasteneming van deze kosten. Het reële bedrag van de kosten wordt door de commissie in aanmerking genomen, zonder toepassing van de beperking die bepaald wordt in het tweede lid."

Luidens de eerste alinea van het hierboven geciteerd artikel 36 kan de Commissie aan het slachtoffer een noodhulp toekennen indien het in financiële moeilijkheden verkeert. Een uitzondering op deze voorwaarde wordt gemaakt voor de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten (zie het laatste lid van artikel 36: "de kosten bedoeld in artikel 32, § 1, 2°"): voor deze kosten wordt de dringendheid verondersteld.

Aangezien voor de medische en aanverwante kosten de dringendheid wordt verondersteld, kan hiervoor aan verzoekster zonder meer een noodhulp worden toegekend.

In de voorliggende zaak meent de Commissie tevens een noodhulp te kunnen toekennen voor de materiële kosten (verplaatsingskosten naar ziekenhuis + vliegtickets). Terzake wenst de Commissie te verwijzen naar de motivering in haar beslissing d.d. 17 augustus 2011 (dossier M 11-5-0625).

Aldus kan aan verzoekster een noodhulp worden toegekend van euro 515.

B. Hoofdhulp

Luidens artikel 31bis, § 1, 3°, van voornoemde wet kan een financiële hulp worden toegekend onder de volgende voorwaarde:

"Indien de dader onbekend is, moet de verzoeker klacht hebben ingediend, de hoedanigheid van benadeelde partij hebben aangenomen of zich burgerlijke partij hebben gesteld.

Indien het strafdossier geseponeerd wordt wegens die reden is het indienen van een klacht of het aannemen van de hoedanigheid van benadeelde persoon voldoende.

Het verzoek is binnen drie jaar ingediend. De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de dag van de eerste beslissing tot seponering wegens onbekende dader of vanaf de dag waarop een onderzoeksgerecht een beslissing tot buitenvervolgingstelling wegens onbekende daders uitgesproken heeft die kracht van gewijsde heeft bekomen.

(...)."

Uit de gegevens van het dossier blijkt aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden te zijn voldaan (klachtneerlegging - sepot wegens onbekende dader - verzoek binnen drie jaar ingediend).

Wat de grond van de zaak betreft, is de Commissie van oordeel dat er op dit ogenblik onvoldoende medische gegevens voorliggen op grond waarvan een gefundeerde beslissing kan genomen worden inzake de toekenning van een hoofdhulp. Om die reden acht de Commissie het aangewezen om verzoekster te laten onderzoeken door de Gerechtelijk-geneeskundige dienst (G.G.D.).

Op basis van het verslag van de G.G.D. zal de schade definitief kunnen begroot worden.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek tot noodhulp ontvankelijk en kent een noodhulp toe van euro 515.

Verklaart het verzoek tot hoofdhulp ontvankelijk en beveelt, vooraleer ten gronde te oordelen, een medisch deskundigenonderzoek en gelast met dit onderzoek de Gerechtelijk-geneeskundige Dienst, aan dewelke opdracht wordt gegeven, met inachtneming van de bepalingen van artikel 17 van het K.B. van 18 december 1986 en van artikel 979 van het Gerechtelijk Wetboek,

- kennis te nemen van het dossier;

- mevrouw Emilia X. (geboren op ../../1967, wonende te ...., Rue ...) medisch te onderzoeken;

- de letsels te beschrijven die zij heeft opgelopen ten gevolge van de op 1 januari 2011 op haar gepleegde gewelddaden, zowel lichamelijk als psychisch;

- de aard, de graad en de duur (periode) te bepalen van de invaliditeit die eventueel uit die letsels voortvloeit, tijdelijk of definitief, de morele schade die hieruit resulteert en te bepalen indien het slachtoffer nog verdere medische zorgen dient te ontvangen;

- de economische arbeidsongeschiktheid te bepalen indien ze vastgesteld wordt;

- van al deze bevindingen een schriftelijk en gemotiveerd verslag op te stellen en dit neer te leggen op het secretariaat van de Commissie binnen de vier maanden na de kennisgeving van de opdracht;

- de verslaggever, via het secretariaat, op de hoogte te houden van het verloop van de verrichtingen van het deskundigenonderzoek.

Verwijst de zaak inmiddels naar de bijzondere rol.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 3 februari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 19 september 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een (aanvullende) noodhulp alsook van een hoofdhulp, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.