- Decision du 13 février 2012

13/02/2012 - M11-7-0851/8371

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Verzoeker was aanwezig in discotheek N... te ... op 06/08/2010. Hij zat op een bank te wachten tot een vriend hem een drankje bracht. Toen merkte hij dat er gevochten werd op een afstand van enkele meters.

Op een bepaald moment zag hij dat één van de vechters een voorwerp in zijn richting smeet. Dit voorwerp bleek later een glas te zijn dat belandde tegen de linkerkant van zijn aangezicht en meer bepaald tegen zijn oog, oogkas en flank van de neus.

Hij ging onmiddellijk naar het toilet om zijn aangezicht te spoelen en merkte dat hij niets meer kon zien uit zijn linkeroog.

Verzoeker werd vervolgens geholpen door een portier die hem ook zei dat men de daders had kunnen identificeren. Achteraf bleek dat, ondanks de opname van een controlevideo, de daders niet konden geïdentificeerd worden.

II. Vervolging

Verzoeker legde op datum der feiten klacht neer tegen onbekenden.

Op 26 augustus 2010 seponeerde de procureur des Konings te ... het strafdossier omwille van "dader onbekend ".

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies dd. 22/04/2011 van dr. René T. voor verzekeraar Providis :

"Als gevolg van een grote perforerende wonde door glas vertoont patiënt momenteel een uitgebreid cornealitteken, inbegrepen in de prepupillaire streek. Dit comealitteken resulteert in een zeer belangrijk astigmatisme, wat maakt dat de optische correctie niet verdragen wordt en dat de visus beperkt is tot minder dan 1/10.

De prognose is niet gunstig gezien de nu al verstreken periode tussen het ongeval en de huidige bevindingen, is er geen verdere verbetering te verwachten.

Een onbekend element voor ons is de visus van het linker oog voor het ongeval, de behandelende oogarts spreekt van een "lui oog" maar zonder meer bijzonderheden. Momenteel bedraagt de invaliditeit 25% volgens art. 728 en 728bis van het O.B.S.I. Het is niet uitgesloten dat er in de toekomst bijkomende ingrepen zullen moeten plaatsvinden, onder andere een hoornvliesoverplanting en eventueel een ingreep om de synechieën irislens los te maken.

In geval deze ingrepen zouden moeten plaatsvinden, zouden ze nog moeten beschouwd worden als een gevolg van het ongeval.

De economische invaliditeit zou ik op hetzelfde niveau situeren als de fysische invaliditeit namelijk

25 %.

Er is ook een matige esthetische schade te weerhouden door de fotofobie en het subsequente getraan van het oog, die zou ik schatten graad 1 op een schaal van 7.

Ook als gevolg van het ongeval en van de resulterende fotofobie moet patiënt bijna permanent een zonnebril dragen, wat dus ook als een gevolg kan beschouwd worden van het ongeval; deze glazen moeten om de 5 jaar vervangen worden.

N.B. : Er was dus een volledige arbeidsongeschiktheid vanaf het ongeval tot en met 30/09/10, nadien zou ik een periode voorzien van 3 maanden werkongeschiktheid aan 50% en nadien de huidige ongeschiktheid, dus 25%. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De daders konden niet worden geïdentificeerd.

IV-2. Verzoeker heeft een verzekering afgesloten bij PROVIDIS. Uit de ter zitting van 11 januari 2012 neergelegde polisvoorwaarden blijkt dat PROVIDIS enkel tussenkomt in geval van een "behoorlijk geïdentificeerde aansprakelijke derde die als onvermogend wordt erkend".

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 59.835.

- morele schade euro 2.550,00

- esthetische schade (1/7) euro 500,00

- psychisch lijden euro 5.000,00

- fysiek lijden euro 5.000,00

- B.I. euro 46.785,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985.

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

Bezijden de post ‘B.I.' vraagt verzoeker tevens een financiële hulp voor ‘morele schade', ‘psychisch lijden' en ‘fysiek lijden'.

Ter verantwoording van de gevraagde schadeposten zet verzoeker op de rechtszitting van 11 januari 2012 uiteen dat hij zijn studies tijdelijk heeft moeten staken (inmiddels hervat) als gevolg van de feiten van 6 augustus 2010. Hij ondervindt geregeld last van ernstige hoofdpijn (‘fysiek lijden') hetgeen op zijn gemoedsstemming drukt (‘psychisch lijden').

Zonder hiermee de impact van de feiten op de psyche van verzoeker te minimaliseren, dient de Commissie erop te wijzen dat de posten ‘morele schade', ‘psychisch lijden' en ‘fysiek lijden' niet opgenomen zijn in de limitatieve opsomming van artikel 32, §1, 1° van de wet. Zij kan weliswaar een hulpbedrag toekennen voor de morele schade maar dient daarbij rekening te houden met de tijdelijke of blijvende invaliditeit. Bij ontstentenis van een rechterlijke uitspraak over de burgerlijke belangen is het de Commissie evenwel geoorloofd om bij de begroting van de post ‘blijvende invaliditeit' de specifieke omstandigheden van de zaak, zoals door verzoeker mondeling toegelicht ter zitting, in aanmerking te nemen, mits bedacht te zijn op het gebruikelijk tarief in dossiers met een analoge problematiek en na onderwerping aan de billijkheidstoets.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 55.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 55.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 13 februari 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 11 augustus 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.