- Decision du 17 février 2012

17/02/2012 - M81057/6335

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

- de beslissing d.d. 6 oktober 2010 van de eerste kamer van de Commissie waarbij een noodhulp van euro 1.306,38 toegekend werd en waarbij het verzoek tot hoofdhulp ontvankelijk verklaard werd en verwezen naar de bijzondere rol in afwachting van de neerlegging van een medisch deskundigenverslag, uit te voeren door de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst;

(...)

I. Feiten

PV van verhoor dd. 2 maart 2006:

"Heden wens ik klacht neer te leggen [tegen] de DJ ( DJ S.) van de B... te ..., ..., wegens het toedienen van slagen en verwondingen met werkonbekwaamheid op mijn persoon. De feiten hebben zich als volgt voorgedaan.

Op 11/02/2006 omstreeks 0230 Hr ben ik naar de B... gegaan. Ik had daar afgesproken met vrienden.

[...] Ik zocht in de gelagruimte naar Ellen en de andere vrienden maar ik kon hen niet dadelijk opmerken. Hierop heb ik mij even aan de toog gezet, met mijn rug naar de disco-bar. Ik bestelde er een pint bier en begon een conversatie met een meisje dat toevallig passeerde. Net toen ik Ellen en haar vrienden terug opgemerkt had voelde ik eensklaps een lichte aanraking achteraan mijn nek. Het was zo een gevoel van wind in mijn nek, achteraf denk ik alsdat men toen gepoogd heeft mij met iets te slagen maar dat men mij ternauwernood miste.

Ik was verwonderd wat er gebeurd was. Ik keerde mij om, richting discobar, zag niemand en vroeg aan de persoon aan de hoek van de toog of hij niets had opgemerkt Deze persoon stond met zijn rug naar mij toe en en beweerde niets gezien te hebben. Ik keek naast deze persoon in de richting van de dansvloer om te zien ofdat er geen heibel was ontstaan, gezien ik moeilijkheden mijd als de pest. Ik zag echter niets onrustwekkends, keerde mij terug naar het meisje waar ik mee converseerde en zag in mijn rechterooghoek de DJ (DJ S.) onder de toog uitkomen. Dit trok mijn aandacht en ik draaide mij naar hem toe terwijl hij snel op mij afkwam. Hij hield een leeg colaflesje in zijn rechterhand. Hij viseerde duidelijk mijn persoon. Hij zei niets, maar toen hij op mijn hoogte was zag ik zijn arm met het flesje naar achter zwaaien om nadien het flesje met alle kracht in mijn nek te slagen en dit tot (vermoedelijk) twee keer toe. Net voor hij uithaalde riep ik hem nog toe " Svekke niet met een colaflesje' . Maar dit kon dus duidelijk niet baten. Door de slag ben ik als een blok neergevallen. Ik was volledig van de kaart, ik denk dat ik onmiddellijk bewusteloos was en bij flarden bijkwam. Ik verkeerde echter in de onmogelijkheid om zelf te reageren. Ik vind het flagrant dat niemand de hulpdiensten heeft verwittigd. Ik ben daar ter plaatse blijven liggen tot omstreeks 0830 Hr (tot het café sloot). Toen ik volledig bij mijn positieven kwam waren al mijn vrienden weg en het cafe was leeg. Ik voelde een verschrikkelijke pijn in mijn nek. Daarop ben ik met de bus naar huis gereden.

Toen ik thuis toekwam was ik verschrikkelijk moe en voelde nog steeds een stekende pijn in mijn nek. Ik heb mij toen op mijn bed neergelegd. De pijn was niet te harden en ik ben op 12/02/2006 in de loop van de nacht naar het Heilig Hartziekenhuis te ... gegaan. Daar heeft men mij onderzocht, maar maar men kon geen juiste diagnose stellen. Ik kreeg van dit ziekenhuis een brief mee voor mijn huisarts (Dr. William S.), dewelke ik later consulteerde.

Door het ziekenhuis werd mij gepaste medicatie toegediend en meegegeven. Mijn huisarts heeft nog enkele dagen deze behandeling verdergezet, maar gezien de pijn niet afnam maar integendeel nog intenser werd heeft hij mij geadviseerd om naar G. te gaan. Ik ben op 20/02/2006 naar de Spoedgevallendienst van G. gegaan. Daar heeft men mij terdege onderzocht en men stelde vast dat er een nekwervel was verbrijzeld. In het ziekenhuis

was men verwonderd dat juist deze wervel gebroken was gezien deze de sterkste blijkt te zijn in de halsstreek.

De kwetsuur bleek zo ernstig dat men mij onmiddellijk diende te opereren gezien de kans anders zeer reëel was op volledige verlamming binnen het jaar. Ook de operatie zelf was zeer risicovol met betrekking op verlamming. Sinds 20/02/2006 heb ik onafgebroken in het ziekenhuis vertoefd. Er wacht mij nog een lange herstelperiode. De artsen hebben mij nu al kunnen mededelen dat ik nog kan rekenen op twaalf weken intense pijn. Door dit voorval kan ik voorlopig niet lopen en dien ik mij te verplaatsen in een rolstoel.

Ik heb mijn laatste werk op de KBC verlaten dd 31.12.2005. Ik was daar voor mijn werk (firma UNIPARTNERS in ANTWERPEN) uitgeleend. Actueel was ik dus werkzoekende. Ik: ben ook in bijberoep zelfstandige (branche informatica) en kan door dit voorval mijn beroep niet uitoefenen."

II. Vervolging

Verzoeker legde klacht neer lastens de heer Sven Z., dj van B....

Op 25 juli 2006 seponeerde de procureur des Konings te Leuven het strafdossier omwille van "onvoldoende bewijzen".

III. Medische en/of psychische gevolgen

Bij beslissing van 6 oktober 2010 belastte de Commissie de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst met een medisch deskundigenonderzoek.

Conclusies van de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst, neergelegd op 6 juli 2011:

HUIDIGE KLACHTEN:

Constante nekpijn, uitstralend naar beide Mm. Trapezii.

Geen krachtsvermindering in de armen.

KLINISCH ONDERZOEK:

Inspectie:

Geen antalgische houding

Normaal spierreliëf

Pampatie:

Soepele Mm. Trapezii

Geen drukpijn

Arnoldpunten negatief.

Functioneel onderzoek CWZ:

Rotatie: 75° naar rechts, 55° naar links

Lateroflexie: 20° beiderzijds

Flexie: 3 cm tot sternum

Hyperextensie: 18 cm tot sternum

Normale reflexen.

Normale kracht in de bovenste ledematen.

Beschrijving van de blijvende letsels t.g.v. de kwestieuze feiten:

Cervicale fusie C2-C3 met normale mobiliteit

Er is geen esthetische schade.

Tijdelijke invaliditeit (morele schade)

20% van 10/02/2006 t/m 20/02/2006 (art. 785bis OBSI)

100% van 21/02/2006 t/m 23/02/2006 (art. 785bis OBSI)

40% van 24/02/2006 t/m 31/03/2006

20% van 01/04/2006 t/m 31/05/2006

15% van 01/06/2006 t/m 31/08/2006

Tijdelijke economische ongeschiktheid

100% van 10/02/2006 t/m 31/03/2006

Consolidatiedatum: 01/09/2006

Blijvende invaliditeit: 10 % (art. 29 OBSI)

Blijvende economische ongeschiktheid: 4%

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling en financiële situatie

IV-1. Bij beslissing van 6 oktober 2010 wees de Commissie aan verzoeker een noodhulp toe van

euro 1.306,38

IV-2. Verzoeker verklaart dat hij over geen enkele verzekering beschikt die tussenkomt in de opgelopen schade.

IV-3. Verzoeker is toegelaten tot het systeem van collectieve schuldenregeling.

V. Begroting van de schade door verzoeker op basis van het deskundigenverslag

- TWO moreel euro 5.172,00

- B.I. : (euro 1.925 x 4%) + (euro 1.925/2 x 6%) euro 13.475,00

- meerinspanningen euro 780,00

- economische schade huishouden euro 3.552,50

VI. Beoordeling door de Commissie

Voorliggend verzoek tot hoofdhulp werd ontvankelijk verklaard door de Commissie bij beslissing van 6 oktober 2010.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De volgende posten zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp:

- verlies economische waarde huishouden;

- meerinspanningen.

De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de meerinspanningen werd overigens bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 18.647.

Verzoeker is toegelaten tot het systeem van collectieve schuldenregeling. Bij de uitkering van het hulpbedrag dient rekening te worden gehouden met dit gegeven.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 18.647.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 februari 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 30 oktober 2008 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.