- Decision du 28 février 2012

28/02/2012 - M90690/6803

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

De feiten dd. 15 september 2006 worden in het verzoekschriftformulier samengevat als volgt:

" Yolanda was op school. Zij was op de bureau van juffrouw Kaat toen plots de dader en haar moeder binnen kwam en begonnen te roepen.

De dader is op Yolanda toe gestapt en heeft haar driemaal met de hand in het gezicht geslagen. Yolanda is nog tegen de kast gevallen.

Zij werd gekwetst aan haar hoofd en had verschillende kneuzingen. "

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 15 december 2008 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Zenzi Z. (° 1986), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 4 maanden gevangenisstraf met uitstel:

"Verdacht van: Te ... op 15 september 2006:

Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Yolanda, die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hadden, met de omstandigheid dat het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige of op een persoon die uit hoofde van zijn lichaams- of geestestoestand niet bij machte was om in zijn onderhoud te voorzien. "

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan:

- 1. aan de heer en mevrouw X. - Y. q.q. verzoekster

- morele schade euro 500,00

- 2. aan de huwgemeenschap X. - Y.

- administratie- en verplaatsingskosten euro 50,00

- medische kosten euro 33,36

- kledijschade euro 75,00

totaal euro 158,36

Alle bedragen te vermeerderen met de intresten, meer een RPV van euro 125.

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Ingevolge de angst die verzoekster had opgelopen n.a.v. de feiten, werd ervoor geopteerd om haar van school te doen veranderen.

Verzoekster en veroordeelde wonen in dezelfde omgeving. Haar vrees voor een nieuwe confrontatie bleek terecht toen zij op 21 mei 2007 opnieuw fysiek aangevallen werd door de zus van veroordeelde en daarbij gekwetst werd.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat op 19/08/2009 weten dat "uitvoering ter plaatse zeer moeilijk zal zijn". "Het betreft een woonhuis dat mij een zeer vuile indruk geeft en met zeer weinig roerende goederen."

IV-2. Verzoekster heeft een familiale verzekering BA afgesloten bij AXA. Deze liet op 8 augustus 2009 weten dat er geen aangifte van schade gedaan werd.

IV-3.De directeur van het S. te ..., waar verzoekster op het ogenblik van de feiten school liep, verklaart op 3 september 2009 "niet op de hoogte te zijn van eventuele verwondingen voortkomend uit het dispuut tussen bovenvermelde families. Juffrouw Y. X. heeft na de feiten onmiddellijk de school verlaten. Er is dus geen aangifte gedaan bij Ethias."

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 821,91.

- 2 hoofdsommen volgens vonnis van 15/12/2008 euro 658,36

- RPV euro 125,00

- bewijs kracht van gewijsde euro 38,55

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Verzoekster kan geen hulp vragen voor de schadeposten die tot de huwgemeenschap van haar ouders worden gerekend. Trouwens, op het ogenblik van de feiten was zij 15 jaar oud zodat, zoals ook de correctionele rechter redelijkerwijs aannam, haar medische kosten en kledijschade door haar ouders gedragen werden.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 663.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 663.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 28 februari 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 16 juli 2009 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.