- Decision du 8 mars 2012

08/03/2012 - M10-1-1171/7748

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

In de nacht van 8 maart 2003 deed zich een vechtpartij voor in herberg ‘De C.' te ... waarbij de genaamden Laurent en Vincent Z. diverse gerichte messteken toebrachten aan verzoeker en zijn broer Daniël X..

Verzoeker liep hierbij een longcontusie op en diverse messteken die gehecht moesten worden.

II. Medische gevolgen en gerechtelijk procedureverloop

Bij vonnis dd. 16 juli 2003 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van de broers Z. en waarvoor deze veroordeeld werden tot 5 jaar gevangenisstraf:

"De eerste en de tweede:

Als daders, ofwel om een misdaad of wanbedrijf hieronder omschreven te hebben uitgevoerd, ofwel om aan de uitvoering ervan rechtstreeks te hebben medegewerkt, ofwel om door enige daad, tot de uitvoering ervan zodanige hulp te hebben verleend dat zonder hun bijstand de misdaad of het wanbedrijf niet had kunnen worden gepleegd, ofwel om door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, rechtstreeks het misdrijf te hebben uitgelokt,

Te ... op 08 maart 2003:

A. Gepoogd te hebben, opzettelijk en met het oogmerk om te doden, waarbij het voornemen om de misdaad te plegen zich geopenbaard heeft door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken en alleen ten gevolge van omstandigheden, onafhankelijk van de wil van de dader, zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist, en namelijk Michel X. en Daniel X. te doden. "

Op burgerlijk vlak werden de broers Z. bij zelfde vonnis solidair veroordeeld tot betaling aan verzoeker de provisie van euro 617,28. Dr. L. G. werd aangesteld als geneesheer-deskundige met de gebruikelijke opdrachten.

Op 19 januari 2007 legde dr. G. een onvolledig deskundigenverslag neer; de opgelopen letsels waren nog niet geconsolideerd:

De messteken situeerden zich ter hoogte van de rechter oksel (1,5 cm), de linker borststreek (10 cm), linker bovenarm (14 cm) en het sleutelbeen (0,5 cm). De wonden kenden een goed genezingsproces, behalve deze van de linker bovenarm waarbij de elleboogzenuw getoucheerd werd, hetgeen repercussies heeft op de beweging van de arm, de pols en de vingers van de linker hand (bewegingsbeperkingen, vermindering grijpkracht, pijn, drophand).

Initieel werd de linkerarm gipsgeïmmobiliseerd gedurende drie weken en vervolgens werd overgegaan tot dagelijkse elektrotherapie en antidrophandspalken.

De steekwond littekens blijven (zeer) gevoelig en duidelijk zichtbaar en vertonen voor het merendeel een paarse verkleuring.

T.A.O. :

100% : 08.03.2003 - 31.03.2003 waarvan tot 14.03.2003 ziekenhuis

75% : 08.04.2003 - 07.09.2004

30% : 08.09.2004 - 08.12.2004

Consolidatie op (niet bepaald)

BAO : 5%, zonder enig voorbehoud naar de toekomst toe

Esthetische schade van 3 op 7

Omwille van die onvolledigheid maar ook omdat de door verzoeker opgelopen letsels inmiddels verslechterd waren, werd de rechtbank verzocht om een andere geneesheer-deskundige aan te wijzen en een nieuwe expertise te bevelen.

Op 16 november 2009 veroordeelde de rechtbank de broers Z. tot een aanvullende betaling van euro 2.500,00 (meer intresten) aan verzoeker, waarnaast aan dr. L. G. om bijkomende uitleg werd gevraagd. Ook die provisie werd nimmer betaald.

Laurent Z. berustte in het vonnis. Vincent Z., die verstek liet gaan, bleek, bij de betekening van het tussengekomen vonnis, ambtshalve te zijn afgeschreven.

Verzoeker stelt: "Aan de gerechtsdeskundige werden medische attesten van de behandelend geneesheren voorgelegd, waaruit blijkt dat het door verzoeker opgelopen letsel verder negatief

evolueert, dat verzoeker ingevolge de pijn die hij lijdt dagelijks zware pijnstillende en

ontstekingsremmende medicatie dient in te nemen, dat er een noodzaak is aan

hulpmiddelen (bandages en orthesen). Door de toenemende afzwakking van de spieren in

de linkerarm, kan het volledig uitvallen van de spierfunctie niet worden uitgesloten.

In combinatie met de professionele activiteit van dhr. X. als zelfstandig uitbater van een tearoom/restaurant is de progressieve verslechtering van de functionele status van de linker arm uiteraard ernstig te noemen. Zo komt het regelmatig voor dhr. X. in de keuken potten en pannen uit zijn hand laat vallen ten gevolge van de toenemende spierzwakte, met alle gevaar voor het keukenpersoneel en hemzelf.

Zonder aan deze medische attesten en de door verzoeker geformuleerde opmerkingen

tegemoet te komen c.q. deze te beantwoorden, legde Dr. L. G. op 08.04.2010 een

eindverslag neer ter griffie, waarin hij zijn initiële visie grotendeels bevestigt.

[...]

Het behoeft geen betoog dat het rapport en de houding van Dr. G. en de manier waarop hij het onderzoek heeft gevoerd voor verzoeker bijzonder teleurstellend zijn en bovendien afbreuk doen aan zijn rechten."

Bij vonnis van de correctionele rechtbank te ... dd. 1 februari 2011 werd een college van deskundigen aangesteld waarvan ondertussen weer één van de deskundigen vervangen moest worden omdat hij de opdracht om deontologische redenen niet kon aanvaarden.

Verzoeker: "Vastgesteld moet worden dat er 7 jaar na de feiten nog steeds geen deugdelijk medisch eindverslag voorligt op basis waarvan een eis kon worden opgemaakt. Aangezien thans ook nog de kosten van een college zouden moeten worden gedragen door verzoeker, die bovendien geen aanspraak kan maken op enige rechtsbijstandsverzekering, wetende dat de aansprakelijke derde(n) óf in schuldbemiddeling zitten, en insolvabel blijken te zijn óf geen bekende woonplaats hebben, stoort de gemoedsrust van verzoeker in ernstige mate en vreest hij derhalve, dat alle hoop op enige vergoeding c.q. erkenning van het hem overkomen leed hem ontnomen zal worden." (Voor de beide broers was een collectieve schuldenregeling aangevraagd.)

Verzoeker: "Hoewel de verjaringstermijn van 3 jaar in casu nog niet loopt, verzocht verzoeker, gelet op de schrijnende situatie waarin hij vertoeft, de Commissie nu reeds om zijn verzoekschrift, ook gelet op de 7 jaar die is verstreken sinds het schadeverwekkend feit, het nog steeds niet voorhanden zijn van een correct medisch eindverslag waarin rekening wordt gehouden met de voorhanden zijnde medische feiten en het feit dat met zekerheid kan worden gezegd dat de daders insolvabel zijn, reeds gunstig te willen ontvangen."

Gelet op het tijdsverloop en zijn penibele situatie verzocht verzoeker de Commissie om de aanstelling van een geneesheerdeskundige via de Gerechtelijk Geneeskundige Dienst (GGD) waarna de schade definitief zou kunnen worden begroot.

Bij bevelschrift dd. 3 februari 2011 werd de GGD met een onderzoeksopdracht belast. Op 12 augustus 2011 legde deze dienst haar deskundigenverslag neer:

1) PTSS met als tekens:

- agressief, angsten, nachtelijk ontwaken, soms ethylabusus

- er bestaat een duidelijke invloed op zijn sociaal functioneren

2) Linkerarm:

- Beweeglijkheid: schouder: elevatie actief tot 140°

Elleboog: flexie 130° - extensie: 10° deficit

Pols: geen dorsiflexie (drophand) - supinatie-pronatie: 90°-0-60°

Vingers: flexiestand

Duim: adductiestand - oppositie: 7/10 -

gecombineerde bewegingen onmogelijk

- Palpatie: koude linker arm

Tekens van linker carpal tunnel syndroom

Tekens van Froment positief (N. ulnaris)

- Inspectie: littekens linker voorarm

Lichte atrofie van de linker handspieren

- Krachtbepaling: 3/5

3) Andere littekens: rechter oksel, linker borststreek, linker schouder

4) Normaal ademgeruis en hartgeruis bij auscultatie

Tijdelijke invaliditeit

100% : 08.03.2003 - 31.03.2003

75% : 01.04.2003 - 07.09.2004

30% : 08.09.2004 - 08.12.2004

Consolidatiedatum: 09/12/2004

Blijvende invaliditeit: 25 %

Esthetische schade: 2 / 7

• Verdere medische therapie o.v.v. medicatie (Epsipam, Paracodine, Clozan, Lyrica, Redomex, Versatis pleisters, Befact forte, Brufen)

• Economische ongeschiktheid: 20%:

- zwaar werk in de keuken kan hij niet meer doen

- licht werk in de keuken zoals bereiden van belegde broodjes en prepareren van eenvoudige maaltijden (spaghetti) is mogelijk

Bij brief van 11 oktober 2011 merkte verzoeker hierover op:

"U zal bijgaand een attest willen aantreffen van Dr. K. G., behandelend arts van cliënt, m.b.t. de medicatie, die cliënt thans inneemt ingevolge het ongeval.

Cliënt neemt meer medicatie (cfr. o.a. Zaldiar, Contramal druppels, Valtran druppels, Docparacod 500/30, Dafalgan 1000 en Becozyme forte) in dan opgenomen in het verslag van uw geneeskundige dienst.

Verder wil ik opmerken dat uit de eerder overgemaakte medische verslagen (cfr. o.a. het rapport van Koenraad A. - orthopedisch verstrekker - dd. 20.10.2008) o.a. ook blijkt dat er een nood is aan aangepaste orthopedische bandages en orthesen om de arm, elleboog, pols en vingers te ondersteunen.

Tenslotte dient ook een voorbehoud te worden voorzien voor de verdere degeneratie van de arm van dhr. M. X..

Mag ik u vriendelijk verzoeken met de bovenstaande opmerkingen rekening te willen houden en deze op te nemen in uw rapport c.q. voor beoordeling voor te leggen aan uw raadgevend geneesheer (Dr. R.T.)? "

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III-1. In de beschikking van de arbeidsrechtbank te ... dd. 18.03.2009 werd voor wat betreft. Laurent Z. akte genomen van het akkoord omtrent het voorstel tot minnelijke aanzuiveringsregeling van 28.03.2008. Via deze wijze ontving verzoeker vier betalingen van in totaal euro 3.910,68.

Vincent Z. was tot voor kort uitgeschreven en had geen gekende woonplaats. Recentelijk deelde de schuldbemiddelaar van Laurent Z. mee dat vermoedelijk ook namens Vincent Z. een collectieve schuldregeling zou worden aangevraagd maar deze werd nog niet toegewezen (situatie op 8 februari 2012).

III-2. Verzoeker verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

Hij ontving een tegemoetkoming in het kader van de sociale zekerheid (inkomensvervangende vergoedingen vanwege mutualiteit) t.b.v. euro 10.709,35.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp " t.b.v. uw plafond van euro 62.500 ".

Tevens vraagt hij om voorbehoud te maken voor toekomstige medische kosten, verplaatsingskosten en verdere degeneratie van de linkerarm.

- administratiekosten euro 125,00

- kledijschade euro 375,00

- medische + ziekenhuiskosten + verplaatsingen om medische reden euro 3.196,27

- TWO moreel euro 15.637,50

- BAO moreel (25% x euro 1.500) euro 37.500,00

- esthetische schade (2/7) euro 2.000,00

- BAO materieel (20% x euro 1.500) euro 30.000,00

- procedurekosten (dagvaardingskosten, expertisekosten,...) euro 6.350,00

- meerinspanningen euro 8.442,00

- verlies economische waarde huishouden euro 9.204,48

- genoegenschade euro 2.500,00

SUBTOTAAL euro 115.331,05

- intresten euro 44.691,07

geïnd via schuldbemiddelaar min euro 1.995,34

TOTAAL euro 158.066,78

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Uit de debatten ter zitting is gebleken dat, gelet op de penibele financiële en vermogenssituatie van de twee veroordeelden, het onredelijk zou zijn om van verzoeker te eisen dat hij eerst de volledige afhandeling van de burgerlijke belangen nastreeft. De kans dat na afloop van de procedure in gemeenrecht er in de insolvabiliteit van de veroordeelden weinig of geen verbetering zal zijn opgetreden - waarna verzoeker zich opnieuw tot de Commissie zal hoeven te wenden -lijkt inderdaad zeer reëel.

De Commissie komt derhalve tot de bevinding dat artikel 31bis, §1, 6° van de wet van 1 augustus 1985 op de situatie van verzoeker van toepassing is:

" Wanneer de verzoeker door omstandigheden volledig buiten zijn wil om geen klacht kon indienen, de hoedanigheid van benadeelde partij niet kon aannemen, zich geen burgerlijke partij kon stellen, geen vordering kon instellen of geen vonnis kon bekomen of wanneer het instellen van een vordering of het bekomen van een vonnis gelet op de insolvabiliteit van de dader kennelijk onredelijk lijkt, kan de commissie oordelen dat de door de verzoeker aangehaalde redenen voldoende zijn om hem te ontslaan van de in 3° en 4° voorziene voorwaarden. "

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985.

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De schadeposten ‘intresten', ‘meerinspanningen', ‘verlies economische waarde huishouden' en ‘genoegenschade' worden niet vermeld in deze limitatieve opsomming en komen bijgevolg niet in aanmerking voor een hulp.

De zienswijze van de Commissie ten aanzien van zowel de intresten als de meerinspanningen werd reeds bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Inzake de intresten kan nog worden opgemerkt dat het principe - dat de bijzaak de hoofdzaak volgt - hier niet van toepassing is. Immers, de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade.

Nopens de gevraagde ‘procedurekosten' wordt opgemerkt dat het maximumbedrag voor deze post vastgesteld is op euro 4.000 (artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders).

Gelet op het subsidiariteitsbeginsel, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5° van voormelde wet, dient de Commissie bij de toekenning van de hulpbedragen rekening te houden met de door verzoeker genoten afbetalingen tot heden, zijnde de afbetalingen door de veroordeelden.

De Commissie kan evenwel akkoord gaan met de vraag van verzoeker om de reeds geïnde bedragen toe te rekenen op de hierboven vermelde, niet voor een financiële hulp in aanmerking komende schadeposten.

Hoe dan ook komt de Commissie tot de vaststelling dat de cijfermatige waardering van de resterende schadeposten, die wél in aanmerking komen voor een financiële hulp, dermate hoog oploopt dat het totaal bedrag daarvan het wettelijk maximum van euro 62.000 (artikel 33, §2 van de wet en dus niet: '62.500') overstijgt.

Rekening houdende met:

- de ernst van de feiten;

- de door verzoeker opgelopen schade;

- de door de wet uitgesloten schadeposten;

kent de Commissie hem in billijkheid het wettelijk maximumbedrag van euro 62.000 toe.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 62.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 8 maart 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 21 oktober 2010 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.