- Decision du 8 mars 2012

08/03/2012 - M10-3-0250/7243

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Pascale X., die mentaal gehandicapt was, werd in de nacht van 17 op 18 juli 1998 met geweld meegenomen vanuit een café te Hoboken naar een nabijgelegen bos. Zij werd daar met één of meerdere messteken om het leven gebracht. Haar lichaam werd gedumpt en haastig begraven langs een spoorwegberm.

Het lichaam werd pas gevonden op 14 april 2005. Er kon niet meer achterhaald worden of het slachtoffer al dan niet seksueel misbruikt is geweest.

- Uit het arrest d.d. 5 oktober 2009 van het Hof van Assisen van de provincie ...: "Het staat vast dat Pascale X. verdween in de nacht van 17 op 18 juli 1998. Dit wordt bewezen door de afwezigheid van enig teken van leven na die datum en de latere vaststellingen in haar woonst en bij haar familie en omgeving. Het geheel der gegevens aangaande het gebeuren in café C., die nacht, toont aan dat Pascale X. in de wagen met seksuele doelstellingen werd meegenomen door Sebastiaan Z., Nick W. en Yves V.. Het oorspronkelijk afgesproken verhaal dat Pascale X. zou zijn uitgestapt aan een volgend kruispunt is geheel ongeloofwaardig en wordt door geen enkele onderzoeksvaststelling bevestigd."

II. Vervolging

- Sebastiaan Z. en Nick W. werden bij bovenvermeld arrest veroordeeld tot respectievelijk 30 jaar opsluiting en tot 22 jaar opsluiting wegens opzettelijk, met het oogmerk om te doden en met voorbedachten rade, Pascale X. (en Yves V.: op 4 september 1998) gedood te hebben.

- Bij arrest van hetzelfde Hof d.d. 6 oktober 2009 werden Sebastiaan Z. en Nick W. veroordeeld om volgende bedragen te betalen:

aan Willy X.

euro 1.250 voor begrafeniskosten

euro 25.000 voor morele schade

aan Gladys Y.

euro 1.250 voor begrafeniskosten

euro 25.000 voor morele schade

aan Brigitte X.

euro 6.000 voor morele schade

aan Ronny A.

euro 5.000 voor morele schade

Zij werden tevens veroordeeld tot betaling van de rechtsplegingsvergoeding van euro 1.000, te verdelen over de vier burgerlijke partijen.

De arresten zijn in kracht van gewijsde getreden.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Het arrest van het Hof van Assisen d.d. 5 oktober 2009 werd niet betekend aan de daders. Sebastiaan Z. bevindt zich in de gevangenis te ... . Nick W. bevindt zich in de gevangenis te ... . Beiden zitten een lange gevangenisstraf uit. Gelet op de tussenkomst van de verzekeringsmaatschappij werd het onvermogen aangetoond. De daders hebben nog niets betaald.

- De familiale verzekeraar Ethias heeft, in het kader van de waarborg "insolventie van derden", een bedrag van euro 6.197,34 betaald aan zowel de ouders als aan de zuster/schoonbroer.

Brigite X. - Ronny A.: euro 6.197,34

IV. Genegenheidsband

Voormeld arrest d.d. 6 oktober 2009 citeert: "Bij elk der feiten is er een bijzonder lange periode geweest waarin quasi met zekerheid moest worden gevreesd dat de overledene iets fataal was overkomen, doch de nabestaanden volstrekt in het ongewisse bleven; ook het in die periode geleden leed maakt deel uit van de morele schade. Bijzondere bijkomende omstandigheden worden in het kader van de specifieke vorderingen vermeld.

"Brigitte X. en Ronny A. zijn de jongere zus, respectievelijk schoonbroer van het niet- inwonende slachtoffer. Ook met hen bestond een intens contact en eveneens is in hunnen hoofde de voornoemde onzekerheid en besef te weerhouden, evenals het kennelijk zeer gewelddadig karakter van de feiten."

V. Begroting van de gevraagde hulp

morele schade euro 5.000,00

intresten euro 226,03

rechtsplegingsvergoeding euro 250,00

euro 5.476,03

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de daders zijn nagenoeg onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.

Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Verzoeker vraagt het bedrag toegekend bij arrest d.d. 6 oktober 2009 van het Hof van Assisen van de provincie ..., vermeerderd met de intresten. Hij vraagt tevens de door het Hof toegekende rechtsplegingsvergoeding.

2 . Aangaande Ronny A. dient volgend wetsartikel aangehaald te worden:

Artikel 31, 2°, van voornoemde wet kan een financiële hulp worden toegekend aan "erfgerechtigden, in de zin van artikel 731 van het Burgerlijk Wetboek, tot en met de tweede graad van een persoon die overleden is als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad of personen die in duurzaam gezinsverband samenleefden met de overledene."

Schoonfamilie komt niet voor in voormelde wet.

- Vermits de heer Ronny A. geen bloedverwantschap vertoont met de overledene is niet voldaan aan voormeld artikel. Zijn verzoekschrift dient dan ook te worden afgewezen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek onontvankelijk.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 8 maart 2012.

De secretaris, De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 4 maart 2010, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van het gewelddadig overlijden van zijn schoonzuster.