- Decision du 8 mars 2012

08/03/2012 - M10-3-0273/7260

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 30 juni 2006 stond verzoekster op straat te praten met haar vriendin. Plots daagde de man van haar vriendin op en ontstond er een discussie tussen de man en verzoekster. Hij was immers van mening dat zijn vrouw niet langer kon bevriend zijn met verzoekster omdat hij haar Westerse houding ongepast vond. Op zeker ogenblijk sloeg Mohamed Z. verzoekster met de vuist, gaf haar een kopstoot en gooide haar op de grond. Wanneer zij neerlag schopte hij op haar. Haar kinderen en de buurtbewoners waren getuige van de feiten.

II. Vervolging

- Mohamed Z. werd wegens: "opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan Hajar X., die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge had(den)" bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 11 juni 2008 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden met uitstel voor 3 jaar en tot een geldboete. Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld om aan verzoekster euro 6.998,78 te betalen.

- Dit vonnis werd bevestigd bij arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 31 december 2008.

In het arrest staat: "De verklaring van het slachtoffer X. Hajar wordt volledig bevestigd door de getuigenissen van J. H. en A. M. aan wiens geloofwaardigheid niets toelaat te twijfelen. De foto's in het strafdossier en het medisch attest laten aan duidelijkheid niets te wensen over. (zie stukken 13 en 17 van het strafdossier). De aangestelde geneesheer-deskundige, Dr. P. De P., besluit in zijn verslag tot enkel een tijdelijke arbeidsongeschiktheid met 2 % blijvende invali-diteit (morele schade). Die besluiten maakt het Hof tot de zijne."

Het arrest is in kracht van gewijsde getreden.

III. Gevolgen van de feiten

Volgende letsels werden vastgesteld door Dokter P. De P.:

- hematoom neus en voorhoofd;

- hematomen en schaafwonden bovenarmen;

- hematoom dijen bilateraal;

- ribkneuzingen bilateraal;

- hematoom schedel;

- schaafwonden knieën bilateraal;

- emotionele shock.

Betrokkene werd doorverwezen naar Dokter G., orthopedie. Er wordt vermeld dat de lumbale zuil diffuus drukpijnlijk is, wat stramme mobilisatie, beperkt brilhematoom en opgezet neusbeen. Er was raadpleging door Dokter M.. Betrokkene zou pijn vertonen ter hoogte van de lumbale en dorsale streek. Rugschool werd voorgeschreven. Kon niet volledig gevolgd worden omwille van niet te combineren met werk en opleiding.

Op 12 mei 2007 attesteert Dokter Ma. dat er blijvende letsels zijn voornamelijk psychologisch, angstaanvallen, slecht slapen en onrust.

Raadpleging Dokter M. d.d. 17 september 2007: opnieuw functionele segmentele bloccage waarvoor manipulatie. Uit het attest van Dokter Ma. .d.d. 17 september 2007 blijkt dat betrokkene volgende medicatie neemt: Sertraline, Risperdal, Zolpidem, Lysanxia.

Klachten: laag lumbale pijn uitstralend naar proximaal tussen de schouderbladen alsook uitstralend linker onderste lidmaat antero-lateraal. Voelt zich algemeen niet goed en zou ook een gevoel heb-ben van onveiligheid.

Besluit:

Rekening houdend met alle elementen van het dossier moet de volgende ongeschiktheid in causaal verband gezien worden met het ongeval:

Volgende periodes van ongeschiktheid werden vastgesteld:

- 100 % van 30/06/06 tot 18/09/'06

- 20 % van 19/09/06 tot 30/09/'06

- 15 % van 01/10/06 tot 31/10/'06

- 5 % van 01/11/06 tot 31/12/'06

Consolidatiedatum: 1 januari 2007 met een blijvende invaliditeit van 2 % (morele schade).

Opmerking: er werd gezegd dat Hajar X. een voorgeschiedenis zou hebben met rugklachten zodat de letsels niet of niet uitsluitend in oorzakelijk verband staan met de slagen van 30 juni 2006.

Er werd aan de deskundige gevraagd contact op te nemen met Dokter Van M. die hiervan op de hoogte zou zijn. De deskundige was echter niet bij machte om contact op te nemen teneinde gegevens te bekomen aangaande de rugpathologie in de voorgeschiedenis van Hajar X.. Deze laatste zou hiervoor toelating moeten gegeven hebben.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Uit een brief van 10 maart 2009 van de advocaat van de dader blijkt dat er een voorstel was om euro 100 per maand af te betalen. Verzoekster vond dit voorstel onrealistisch. Haar advocaat deed hieromtrent een tegenvoorstel (eventueel een lening) en vroeg naar de inkomsten van Z.. Deze laatste heeft een vast inkomen.

- In de brief d.d. 11 mei 2009 van tegenpartij staat: "Ik kan het eerder geformuleerde voorstel herhalen, nl. euro 100 per maand. Mijn cliënt sluit niet uit dat hij over afzienbare tijd een hoger bedrag zou kunnen voorstellen."

- Volgens de advocaat van verzoekster (schriftelijke reactie d.d. 18 januari 2012) blijkt uitvoering door de gerechtsdeurwaarder niet onmogelijk. Het houdt echter een groot risico in voor verzoekster: er zou slechts een beperkt beslag mogelijk zijn zodat er geen garantie is op een vlotte terugbetaling.

- Verzoekster is alleenstaande met twee kinderen. Ze werkt niet en leeft op invaliditeit.

- Zij verklaart dat zij over geen familiale polis noch over een polis rechtsbijstand beschikt.

- Haar advocaat werd aangesteld door het Bureau voor Juridische Bijstand.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

1. Ingevolge artikel 31 bis 5de van de wet van 1 augustus 1981 is de tussenkomst van de Commissie subsidiair. Dit artikel bepaalt: "De schade kan niet afdoende worden hersteld door de dader of de burgerlijk aansprakelijke partij, op grond van een stelsel van sociale zekerheid of een private verzekering, noch op enige andere manier."

2. Volgens het arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 31 december 2008 is de dader Mohamed Z. van beroep draaier-frezer. Verzoekster werd hieromtrent uitvoerig gehoord.

3. De Commissie is van oordeel dat, gelet op bovenvermeld artikel, verzoekster in eerste instantie de gerechtsdeurwaarder dient aan te spreken in uitvoering van het arrest.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek ontvankelijk.

Verdaagt de zaak teneinde verzoekster toe te laten tot uitvoering over te gaan ten aanzien van de dader.

Verwijst de zaak naar de bijzondere rol.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 8 maart 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 10 maart 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.